0:00[GEZANG]
9:36Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heren.
9:41Die hemel en aarde gemaakt heeft.
9:45Die trouw houdt, eeuwig leeft en niet laat varen de werken zijner handen.
9:52Amen.
9:54Gemeente genade zij u en vrede.
9:57Van hem die is en die was en die komen zal.
10:01En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
10:06En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.
10:11De eerstgeborene uit de doden.
10:14En de overste van de koningen der aarde.
10:18Amen.
10:21Gemeente laat ons de dienst voortzetten door samen te zingen.
10:25Uit psalm 144 en daarvan het tweede vers.
10:31Wat is de mens?
10:33Wat is in hem te prijzen?
10:35Dat gij, o heren.
10:37Hem gunsten wilt bewijzen.
10:40En wat verder volgt in het tweede vers van Psalm 144.
10:45Hoe
10:46[GEZANG]
14:33wij beleiden is van ons algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
14:37De woorden van de twaalf artikelen.
14:41We zingen daarna uit Psalm 84 het vijfde vers.
14:46O God die ons ten schilde zijt en ons voor alle ramp bevrijdt.
14:53En wat verder volgt in vers 5 van psalm 84.
14:58Nadat wij ons geloof beleden hebben met de woorden van de twaalf artikelen.
15:04En in ieder van u en jou spreken met mij in zijn of haar hart als volgt.
15:11Ik geloof in God en Vader.
15:14De almachtige schepper des hemels en der aarde.
15:20En in Jezus Christus.
15:22Zijn enig geboren zoon.
15:25Onze heren.
15:27Die ontvangen is van de heilige geest.
15:31Geboren uit de maagd Maria.
15:33Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
15:38Is gekruisigd.
15:40Gestorven en begraven.
15:43Nedergedaald ter hellen.
15:46Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.
15:51Opgevaren ten hemel.
15:54Zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.
15:58Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
16:05Ik
16:07geloof in de heilige geest.
16:09Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
16:15De gemeenschap der heiligen.
16:18Vergeving der zonden.
16:22Wederopstanding des vlees'ers.
16:24En een eeuwig.
16:26Amen.
16:28Gemeente
16:29[GEZANG]
18:46laat ons het aangezicht van de heren zoeken.
18:49In een gemeenschappelijk gebed.
18:51Laat ons bidden.
18:59Tieren heren in de hemel.
19:04U die volzalig bent in uzelf.
19:08Die
19:14zich in het woord aan ons mensen.
19:18Nietige stervelingen openbaart.
19:22U
19:24o heerlijke verheven koning.
19:29Die zich afgelopen zondag niet alleen in het woord.
19:33Maar ook in het sacrament van het heilig avondmaal.
19:37Heeft willen openbaren.
19:41Hoorbaar en zichtbaar werd gepredikt.
19:45Uw
19:48eeuwige trouw aan uw verbond.
19:51Uw
19:53eeuwige verkiezende liefde.
19:57Die u door de bedding van dat verbond laat vloeien.
20:03Tot de harten van degene die u kennen.
20:09Heere, wat is dat een diepe verwondering.
20:13Als wij zo bij brood en beker uw dood mochten verkondigen totdat u komt.
20:23Heere, dan is daar misschien nog wel de nasmaak van de bediening van het avondmaal in onze harten.
20:32Maar het kan ook zo anders zijn.
20:35Dat we weer opgeslokt zijn door al onze dagelijkse bezigheden.
20:42En wat is het dan goed om deze doordeweekse avond weer in uw huis te vertoeven.
20:48In mijn bondsgodswoning.
20:52Om opnieuw door u toegesproken te worden.
20:56En vanavond ook vermaand te worden.
21:00Tot die grote plicht van het gebed.
21:04Als wij vanavond vanuit het woord worden bepaald.
21:10Bij de voorbidding van Abraham.
21:13De vader der gelovigen.
21:16O, dan zullen we in een spiegel kijken.
21:21En heren, neemt u ons dan bij de hand vanavond.
21:25En wilt u ons zelf onderwijzen.
21:29En
21:31heren, geef dan.
21:34Dat als wij dit kerkgebouw weer verlaten.
21:38Dat we dat doen.
21:39In diepe verootmoediging.
21:44Maar ook heren.
21:46In
21:47diepe verwondering.
21:48En
21:50blijdschap.
21:51Over wie u bent.
21:54Over die toegang.
21:56Die u verleent.
21:57In die geopende weg.
22:00Van het gescheurde.
22:03Voorhangsel.
22:04In uw vlees.
22:05O heren Jezus Christus.
22:09Geef ons.
22:11Vrijmoedigheid in spreken.
22:14Geef ons geopende harten om uw woorden te ontvangen.
22:19Wij bidden u daarom om de hulp en de leiding van uw heilige geest.
22:26O heilige Jezus, heilig ons door uw geest en genade.
22:33Want wij kunnen voor u niet bestaan zoals we zijn.
22:37Als wij ons ook deze ogenblikken onderwinden.
22:42Nietig stof en as wat we zijn.
22:45Om tot u de eeuwige God te spreken.
22:49En toch heren.
22:50En toch.
22:51En toch vrijmoedigheid.
22:54Om tot die troon van u te naderen.
22:57Omdat die verse.
22:58Die levende weg gebaand is.
23:01In dat dierbare bloed van uw zoon.
23:04O
23:06heren.
23:07We hebben die gerechtigheid van u nodig.
23:10Voortdurend.
23:12Daarom nemen we de toevlucht onder uw vleugelen.
23:15Want
23:17heren, in de middelaar van het verbond ligt alles.
23:22Heel het leven van uw kerk.
23:25En als we u niet kennen, nog
23:30vreemdelingen zijn van
23:33het leven van de genade.
23:35Als het in ons leven nog niet is gekomen tot een ontmoeting met de levende heren.
23:42O
23:44God, zeg
23:46ons dan alle rust op.
23:49En dat wij ons tot het uiterste zullen inspannen.
23:53Om die genade die er is voor de grootste der zondaren.
23:59In uw weg te ontvangen.
24:02En dat betekent dat we alles van onszelf los moeten laten.
24:07Die eigen gerechtigheid.
24:10Onze hoogmoed.
24:11Heren wat is er niet wat in de weg kan staan.
24:15Ook na ontvangen genade.
24:18Zelfs alweer drie dagen na de bediening van het avondmaal.
24:22O heren, neem daarom ook vanavond alle redenen uit uzelf.
24:29Om tot ons mensen af te dalen.
24:34En woorden te spreken die u vanavond tot ons te zeggen hebt.
24:41We bidden u zo voor elkaar.
24:44Ook voor hen die...
24:47Met een kruis wat u hebt opgelegd door dit leven gaan.
24:52Het zij ziekten.
24:54Het
24:56zij verborgen leed.
24:58Het zij het kleed van de rouw wat u ons omgehangen hebt.
25:04Dat een geliefde van onze zijde werd weggenomen.
25:08Korter of langer geleden.
25:10We dragen alle oud geworden mensen aan u op.
25:15Hier in de kerk.
25:16Thuis met ons verbonden.
25:18Als de levensdagen korten.
25:21Als het einde nadert van die grote godsontmoeting.
25:26Waar we steeds dichter naartoe naderen.
25:29O heren, dan is één ding van belang.
25:33Dat dat bloed van het lam.
25:36De deurposten van ons hart is gestreken.
25:40Heren, bezet ons met die zorg voor onze ziel.
25:45Gedenk de gezinnen.
25:47De moeders.
25:49Waarop menigmaal zoveel kan afkomen.
25:52Heren sterk.
25:54De vaders als u werk hebt gegeven.
25:58O heren wees ons in alle dingen goed en nabij.
26:03We bidden u voor onze jonge mensen.
26:06Hier in de kerk.
26:08Maar ook zoveel hier niet aanwezig.
26:11Wilt u werken onder het opgroeiende geslacht.
26:16En daarvoor ook de bediening van uw dienaar.
26:20De hedder en leraar die u aan deze gemeente schonk.
26:24Wil zijn bediening rijkelijk zegen onder jong en oud.
26:29Als straks het winterwerk weer begint.
26:32Heren, wilt u dan zelf onder jonge mensen werken.
26:39Harten vernieuwen.
26:41O heren, daar gaat u toch mee door.
26:44Tot de laatst is toegebracht.
26:46En zover is het nog niet.
26:49Want nog gaat het woord uit.
26:51Heren, rijd zo voorspoedig dat woord van uw waarheid.
26:59Hoor ons, heren.
27:00Als wij uw woorden gaan openen,
27:05draag dan dat woord van u in, in onze harten.
27:09En
27:11alle lessen die ook vanavond tot ons zullen komen.
27:15Heren, geef dat wij er eeuwig goed bij zullen zijn.
27:21En niet alleen wij, maar ook de naasten om ons heen.
27:27Hoor ons uit genade, om Christus wil.
27:32Amen.
27:33Wij
27:37openen vanavond Gods woord.
27:39Het eerste Bijbelboek, Genesis.
27:43En daarvan het achttiende hoofdstuk.
27:46We
27:48lezen vanavond de verse zestien tot en met drieëndertig uur
27:56vooraf.
27:58Is de Heer gekomen tot Abrams tent.
28:01In menselijke gedaante met twee engelen vergezeld.
28:06Ook in menselijke gedaante.
28:08De Heer is gekomen in Abrams tent om gemeenschappelijk met hem te eten.
28:16En om zich nader aan Abraham te openbaren.
28:22En aan het einde van die maaltijd.
28:25Daar beginnen wij nu te lezen in vers.
28:30Toen stonden die mannen op van daar en zagen naar Sodom toe.
28:36En
28:38Abraham ging met hen om hen te geleiden.
28:42En de heren zeiden, zal ik voor Abraham verbergen wat ik doe?
28:49Terwijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal.
28:54En alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden.
29:00Want ik heb hem gekend.
29:03Opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem bevelen.
29:07En zij de weg des heren houden.
29:10Om te doen gerechtigheid en gericht.
29:14Opdat de heren over Abraham brengen.
29:18Hetgeen hij over hem gesproken heeft.
29:22Voort zeiden de heren.
29:25Terwijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is.
29:30En terwijl haar zonde zeer zwaar is, zal ik nu afgaan en bezien of zij naar haar geroep dat tot mij gekomen is, het uiterste gedaan hebben.
29:43En zo niet, ik zal het weten.
29:47Toen keerden die mannen het aangezicht vandaar en gingen naar Sodom.
29:53Maar Abraham die bleef nog staande voor het aangezicht des heren.
30:00En Abraham trad toe en zeide, zult gij ook den rechtvaardigen met den goddeloze ombrengen?
30:10Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad.
30:14Zult gij hen ook ombrengen en de plaats niet sparen om de vijftig rechtvaardigen die binnen haar zijn?
30:22Het zij verre van u zulk een ding te doen, te doden de rechtvaardigen met de goddeloze.
30:31Dat de rechtvaardigen zij gelijk de goddelozen.
30:35Verre zij het van u.
30:37Zou de rechter der ganse aarde geen recht doen?
30:43Toen zeiden de heren.
30:45Zo ik de Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden.
30:51Zo zal ik de ganse plaats sparen om hun het wil.
30:56En Abraham antwoordde en zeide.
31:00Zie toch.
31:01Ik heb mij onderwonden te spreken tot een ere, hoewel ik stof en as ben.
31:08Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken.
31:13Zult gij dan om vijf de ganse stad verderven?
31:18En hij zeide, ik zal haar niet verderven, zo ik er vijf en veertig zal vinden.
31:25En hij voer voort nog tot hem te spreken en zeide.
31:30Misschien zullen al daar veertig gevonden worden.
31:33En hij zeide.
31:35Ik zal het niet doen.
31:37Om daar veertigen wil.
31:39Voort zeide hij.
31:41Dat toch de heren niet ontsteken.
31:44Dat ik spreken.
31:45Misschien zullen al daar dertig gevonden worden.
31:49En hij zeide.
31:51Ik zal het niet doen.
31:52Zo ik al daar dertig zal vinden.
31:56En hij zeide.
31:57Zie toch.
31:59Ik heb mij onderwonden te spreken tot de heren.
32:03Misschien zullen er twintig gevonden worden.
32:06En hij zeide, ik zal haar niet verderven om de twintigen wil.
32:12Nog zeide hij, dat toch de heren niet ontsteken dat ik alleenlijk ditmaal spreken.
32:20Misschien zullen er tien gevonden worden.
32:23En
32:24hij zeide, ik zal haar niet verderven om de tienen wil.
32:30Toen ging de Heere weg, als zij geëindigd had tot Abraham te spreken.
32:36En Abraham keerde weder naar zijn plaats.
32:41Tot
32:43zover de schriftlezing.
32:45Wij
32:48gaan met elkaar zingen uit Psalm 76.
32:53Psalm
32:5576.
32:57En
32:58daarvan zingen we de versen 4 en 5.
33:02Gij.
33:04Vreselijk zijt gij in het gericht.
33:06Wie zal bestaan voor uw gezicht?
33:10Ook
33:11zingen we het vijfde.
33:12Als God der hoge vierschaars steeg.
33:15Het zachtmoedig volk verlossing kreeg.
33:19Ontzette zich het gans.
33:20Helal en wat verder volgt.
33:22In het vierde en vijfde vers van Psalm 76.
33:27En in deze dienst zijn ook drie collecten.
33:30De eerste is bestemd voor de diakonie.
33:34Tweede voor de kerkvogdij.
33:36En de derde voor het vereningsgebouw Ebena Ezer.
33:40En deze drie collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevolen.
33:46Psalm 76 vers 4 en 5.
33:50Gods
33:50[GEZANG]
40:11hulp bedienen vanuit Genesis 18.
40:15Vanaf het gedeelte van 20e tot de 33e vers.
40:22Als kerntekst lees ik u nogmaals vers 22.
40:27Toen keerden die mannen, die twee engelen,
40:32het aangezicht van daar en gingen naar Sodom.
40:38Maar Abraham, die bleef nog staande voor het aangezicht des heren.
40:48Wij horen vanavond van Abrahams vrijmoedige smeekgebed.
40:56En we letten op drie aandachtspunten.
41:00Allereerst horen wij van de aanleiding tot zijn gebed.
41:06Vervolgens luisteren we naar de aandrang in zijn gebed.
41:11En tenslotte horen wij van de pleitgrond van zijn gebed.
41:18Dus de aanleiding tot Abrams gebed.
41:23Die aandrang in zijn smeekgebed.
41:28pleitgrond van zijn gebed.
41:33Gemeente, wat is de Heere neerbuigend goed voor zijn vriend en bondgenoot Abraham?
41:47God die verbondsomgang met Abraham zacht.
41:52God die geen geheim voor Abraham heeft,
41:58maar verbondsgeheimen wil openbaren aan zijn vriend.
42:05De eeuwige God die op menselijke manier met Abraham spreekt.
42:13Ja,
42:16in een menselijke gedaante aan Abraham verscheen.
42:20Als
42:22een mens zit te eten bij Abraham in de tent.
42:28Dan
42:30buigt de Heere zich toch diep.
42:33Diep tot tot nietig stof en as.
42:40Hij openbaart zich aan een mensenkind.
42:45En dat doet hij ook nog eens met menselijke manieren.
42:49In menselijke bewoordingen.
42:52Omdat
42:54Abraham anders niets van God zou begrijpen.
42:59Maar nu toch iets van God kan leren kennen.
43:03Meer van hem kan leren kennen.
43:09Begrijpen dat God zo'n drang in zich heeft.
43:14Om zichzelf aan zondige, nietige mensenkinderen te openbaren.
43:23Voor zover wij wij God kunnen begrijpen.
43:28Ja dat is die eindeloos neerbuigende goedheid van God.
43:35En
43:37heeft de Heer zich afgelopen zondag in uw midden ook niet diep neergebogen.
43:44Toen hij tot u kwam.
43:45Niet alleen in het hoorbare woord.
43:48Maar ook in die zichtbare tekenen.
43:50De liefdestekenen van Christus.
43:55De tekenen en zegelen van het genadeverbond.
43:59En
44:01misschien hebt u al aan mogen zetten.
44:05En die verbondstrouw.
44:07Die eeuwige trouw van God.
44:10Weer mogen ervaren aan je hart.
44:14Toen je dat brood en die wijn tot je mocht nemen.
44:19Dat je de liefde.
44:21De eeuwige liefde van God mocht proeven en smaken hoe goedertieren de Heere is.
44:31In
44:34vers 20 en 21 spreekt de Heere met Abraham zijn vriend over de zonde van Sodom.
44:48Ja, want de Heere...
44:51Aan niets voor Abraham te verbergen.
44:53Zou ik voor Abraham verbergen wat ik doe?
44:57Vers 17.
45:00De heren wil dat Abraham Gods onkreukbare rechtvaardigheid ook leert kennen.
45:12Dat gaan we lezen in vers 20 en 21.
45:15Leest u maar mee.
45:17Voort zeiden de heren.
45:20Terwijl het geroep van Sodom en Gomorra groot is.
45:24En terwijl haar zonde zeer zwaar is.
45:27Zal ik nu afgaan en bezien of zij naar haar geroep dat tot mij gekomen is het uiterste gedaan hebben.
45:37En zo niet.
45:39Ik zal het weten.
45:46Sodoms zonde.
45:48In
45:50dat ene woord.
45:52Zonde van Sodom, dat is een containerbegrip...
45:56waarin een massa van afschuwelijkheden ligt opgesloten...
46:03die in Sodom en Gomorra werden bedreven.
46:09Hemeltergend.
46:11Sodoms zonde is voor de heren als een geroep...
46:16een geschreeuw dat tot in de hemel toe gehoord wordt.
46:21Nou,
46:23maar dan moet...
46:24De vriend van God, Abraham, die op geringe afstand woonde.
46:29Daar bij Hebron, die eikenbossen van Mamre.
46:32Dat was helemaal niet zo ver van Sodom en Gomorra verwijderd.
46:36Dan moet Abraham dat toch ook wel gehoord hebben.
46:40Dat geroep, denkt u niet?
46:44Natuurlijk wist Abraham het een en ander wat daar in Sodom en Gomorra plaatsvond.
46:52Abraham was wel een vreemdeling op aarde.
46:56En een burger van een beter vaderland.
47:00Maar daardoor was die man nog niet wereldvreemd.
47:05Abram hoorde heus wel het een en ander.
47:09Van wat zich in Sodom waar zijn neef Lot is heen getrokken.
47:13Wat daar gaan is.
47:16Nou de heren heeft het ook gehoord.
47:19Dus als de heren dat tegen Abram zegt.
47:22Hoeft dat voor Abram niet bevreemd te zijn geweest.
47:30Flakke, goeree, toch ook wel eens het nodige berichten van dingen die in de grote steden van ons land plaatsvinden.
47:38Dan denk je nou, gelukkig gebeurt het hier nog niet.
47:41Dan wonen we hier nog betrekkelijk rustig.
47:45Het geroep van Sodom en Gomorra is groot, omdat de zonde zeer zwaar is, zegt de Heere.
47:56Als nu alleen al het bloed van Abel.
47:59Wat Kain vergoot heeft.
48:01Als dat bloed van die ene mens Abel al riep tot God in de hemel.
48:07Riep om wraak.
48:09Wat
48:11moet dit dan wel niet geweest zijn in de oren van God?
48:16De zonde van Sodom.
48:19Dat is als een Niagara waterval van ongerechtigheden die naar beneden klatert.
48:28Geluid dat klimt op tot God in de hemel om rechtvaardige wraak.
48:35Als
48:39nu het onrecht van de mensheid tot God roept om wraak.
48:46Dan hoort God ook het gehuil van
48:51een baby die wordt mishandeld.
48:55Gebeurt.
48:56God
48:58hoort het kermen.
49:00Van een oude man of vrouw die op straat wordt beroofd en overvallen.
49:06Gebeurt ook in ons land.
49:08God hoort het huilen van een tienermeisje.
49:13Wat hulpeloos in een fuik van macht en kwade bedoelingen is vastkomen te zitten.
49:19God hoort het huilen van een verlaten man of vrouw.
49:25God hoort zelfs de kreten van pijnlijke stilte.
49:32Stijgen allemaal op tot God.
49:35Hij hoort ze allemaal tegelijkertijd.
49:39Als één oorverdovend geroep.
49:44Omdat God alles hoort.
49:47Alles weet.
49:49Komt het oordeel.
49:51Zo zeker als God rechtvaardig is.
49:55En hier voor Sodom en Gomorra.
49:58Dat had daarom wat de heren tot Abraham gezegd.
50:01Ik zal afdalen en bezien of zij naar haar geroep dat tot mij gekomen is.
50:07Het uiterste gedaan hebben.
50:09En zo niet.
50:10Ik zal het weten.
50:13Met andere woorden.
50:14De heren zegt.
50:15Ik ga polshoogte nemen.
50:18Persoonlijk.
50:19Of ze de maat al volgezondigd hebben.
50:23Want eerst moet de maat helemaal vol zijn.
50:27En dan.
50:28Dan komt het oordeel.
50:29Dat is de langmoedigheid van de Heere God.
50:37Gods geduld is lang.
50:41Langmoedig.
50:42Maar vanwege zijn rechtvaardigheid niet eindeloos.
50:46Daar komt een keer een einde aan het geduld van God.
50:51Dan, als die maat volgezondigd is.
50:55En vreselijk.
50:57Je dan moet vallen in de handen.
51:01Van de rechtvaardige God.
51:04God is een rechtvaardige rechter.
51:07Thomas
51:09Scott is een bijbelverklaring.
51:11Ik geef het u door.
51:14Scott schrijft.
51:16De Heere God spreekt geen vonnis.
51:20Puur op basis van geruchten.
51:23Maar hij stelt eerst de schuld van de misdadiger vast.
51:28Voordat vergelding plaatsvindt.
51:31Nou daarom heeft de Heer zijn twee engelen voor uitgezonden.
51:36Om een onderzoek in te stellen.
51:39Naar de zonde van Sodom.
51:44Want de Heer zal die schuldige steden straffen.
51:47Op grond van volledig bewijs.
51:50Van hun mandaden.
51:52Nou
51:54na zo'n onderzoek.
51:55Dan blijkt het natuurlijk nog veel erger te zijn.
51:59Dan je zou hebben gedacht.
52:01Hoe
52:06zou het er met Nederland.
52:09Hoe
52:12ver zouden wij als land en volk de maat al vol hebben gemaakt bij God, denkt u?
52:21Wat een geroep klimt er dagelijks op tot de hemel.
52:26Als we alleen nog maar denken aan dat onschuldig bloed van al die ongeboren kindjes.
52:36Die in de moederschoot worden gedood in Nederland.
52:42Bijna 40.000 per jaar.
52:46Dat zijn meer dan 100 baby's per dag.
52:51En
52:54dat onschuldig bloed.
52:56Dat schreeuwt tot God in de hemel.
52:59Om wraak.
53:00Om rechtvaardig oordeel.
53:03Net als over die zonde van Sodom.
53:06En dan noemen we nu nog maar één ding.
53:09Abortus.
53:10Er
53:12is zoveel meer op te noemen.
53:14Wat is God langmoedig over ons?
53:19De maat is ook een keer vol.
53:22Dan
53:24volgt het rechtvaardig oordeel.
53:28Beseft u wel dat dat ook over uw en jouw persoonlijk leven gaat?
53:36Wat zou de uitkomst zijn als de heren u of jou aan een rechtvaardig oordeel, een nauwkeurig oordeel onderwerpt?
53:46Hoe
53:48ver?
53:49Zou de maat in jouw leven al gevuld zijn.
53:55Of sta je door genade aan de kant van God.
54:01Net als Abraham.
54:03Abraham de afgehouden dienaar.
54:07Abraham door de heren weggeroepen uit de zonde.
54:12Roepstem
54:16vanuit het woord ook al.
54:18Leren gehoorzamen.
54:20Dat
54:21is genade van God.
54:22Je
54:24roept in dat woord.
54:26Hij gaat capituleren.
54:27Hij gaat buigen voor die God.
54:29Hij gaat gehoorzamen.
54:31Acht geven op het woord van de Heer.
54:33Is hem belovend spreken.
54:36En dat woord van hem gaan leren toe-eigenen.
54:41Door die kracht van de geest.
54:43Zo
54:48hebt u misschien ook wel aan mogen zitten.
54:51Afgelopen zondag.
54:53De
54:54tafel van Christus.
54:56Om
54:58Gods vriendschap.
55:00Daar.
55:01Aan zijn tafel.
55:02Weer te ontvangen.
55:04Te genieten.
55:05Te ervaren.
55:06In die tekenen van zijn liefde.
55:10Gaan ermee rijk bevoorrecht.
55:12Wat
55:14is de bedoeling daarvan, denkt u?
55:17Dat u met nieuwe geloofsmoed.
55:20Het hoogste voorrecht van de vriendschap met God gaat beoefenen.
55:28Ja, zegt u.
55:29Is er dan nog een hoger voorrecht?
55:33Ik heb als een tafel mogen zitten, dat was al zo groot.
55:38Is er dan nog iets groters?
55:41Ja,
55:42voor Gods bondgenoot is er nog iets groters.
55:47Gebed,
55:51dat noemt onze katechismes toch niet voor niets het voornaamste stuk van de dankbaarheid.
55:59Het gebed is het hoogste voorrecht van de vriendschap met God.
56:09Nou, daar worden we vanavond toe aangezet in dit gedeelte van de schrift.
56:16Toen keerden die mannen het aangezicht vandaar en gingen naar Sodom.
56:24Maar Abraham, die bleef nog staande voor het aangezicht van de heren.
56:31Ziet u zich aan, die twee emmelen op weg naar de Jordaanvallei.
56:39Om namens de heren onderzoek te gaan uitvoeren.
56:44Naar de zonde van Sodom.
56:47Gomorra wordt daar niet genoemd.
56:48Maar dat wordt daarbij betrokken.
56:51Die steden van de Jordaan vlakte.
56:53Maar Abraham bleef staande voor het aangezicht des heren.
57:02Waarom?
57:03Waarom blijft Abraham staan?
57:06Omdat de heren voor Abraham blijft staan.
57:10De
57:12heren biedt.
57:13Abraham zijn vriend de ruimte voor een vriendschappelijk protest tegen
57:23het voorgenomen oordeel van God om Sodom en Gomorra te verwoesten.
57:30En
57:32Abraham gebruikt de gelegenheid die God hem geeft om een vriendschappelijk protest aan te tekenen tegen die voorgenomen plannen van de heren.
57:46Wat ligt hierin ook een les opgesloten voor ons vanavond?
57:54Hoe staat het met uw, jouw gebedsleven?
58:01Zijn uw gebeden, als u de heren kennen mag, door genade de vriend van God gemaakt?
58:09Zijn uw gebeden de kurken waar Nederland nog op drijft?
58:16Of laten wij het afweten, alleen
58:22gefocust op onszelf?
58:24De vertrouwde kring om ons heen, de familie, vrienden, de gemeente.
58:30Maar geen oog, geen hart voor de wereld.
58:38Zoveel zielen om ons heen die zich rijp maken voor Gods oordeel.
58:46Voelt u wel eens de nood op je hart van ons land en ons volk?
58:54Nederland, met God gebroken.
58:58Vanuit Nederland.
59:00Wordt het geroep om raak over onze zonden steeds groter in de oren van God.
59:07Nu
59:10wordt ons vanavond een spiegel voorgehouden.
59:14Het voorbeeld van de vader der gelovigen.
59:18En
59:20in deze spiegel kijkt u ook vanavond nadat de Heer zich afgelopen zondag aan u openbare in tekenen van
59:32brood en wijn bent
59:36geroepen.
59:38Die vriendschap met God.
59:40Of ben je nog geen vriend van God?
59:42Dan is er eerst wat anders te doen.
59:45Je schuld moet verzoend worden.
59:47Zoek die God te kennen.
59:49Nu die te vinden is.
59:51U
59:53bent geroepen.
59:54Om dat hoogste voorrecht.
59:56Van die vriendschap met God.
59:59Om dat in praktijk te brengen.
1:00:04Daar is toch ook alle aanleiding toe.
1:00:08De tijd dringt.
1:00:10Dat we ontwaken.
1:00:12En eerlijk onder ogen zien.
1:00:15Het gevaar waar de wereld om ons heen zich in begeeft.
1:00:21Of hebben we inmiddels al zoveel met wereld gemeenschappelijk.
1:00:28Dat wij geen vreemdeling meer zijn op aarde.
1:00:32Zoals Abraham wel was.
1:00:35Afgezonderd van die eidense volken met hun gewoonte.
1:00:39Vriendschap met God.
1:00:41Dat betekent vreemdelingschap in de wereld.
1:00:45Vreemd aan dat denken van de wereld.
1:00:48Vreemd aan die gewoonten van de wereld.
1:00:53We gaan naar ons volgende punt.
1:00:56We gaan luisteren naar die aandrang in dat gebed van Abraham.
1:01:08Ziet u zich in gedachten staan.
1:01:10Die twee hartsvrienden.
1:01:13De eeuwige God.
1:01:16Die zich heeft aangepakt.
1:01:18aan het menselijk begripsniveau van de nietige sterveling Abraham.
1:01:25En Abraham staat recht voor dat aangezicht van de heren.
1:01:32En Abraham doet zelfs nog een stap dichterbij naar de heren toe.
1:01:39Die
1:01:40ruimte is er dus voor Gods bondgenoot.
1:01:46Abram trad toe en zeide, zult gij ook de rechtvaardigen met de goddelozen ombrengen?
1:01:54Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad.
1:01:58Zult gij hen ook ombrengen en de plaats niet sparen om de vijftig rechtvaardigen die binnen haar zijn?
1:02:06Het zij verre van u zulk een ding te doen, te doden de rechtvaardigen met de goddelozen.
1:02:14Dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van u.
1:02:20Zou de rechter der ganse aarde geen recht doen?
1:02:27Waar bidt Abraham precies om?
1:02:32Wat dringt hem tot zijn vrijmoedige gebed?
1:02:36Ja, Lot natuurlijk.
1:02:38Zijn neef Lot met zijn vrouw en dochters en zijn familie.
1:02:43Abraham is begaan en bezorgd over het lot van zijn neef Lot.
1:02:50Want als Sodom die maat heeft volgezondigd bij de heren.
1:02:55Wat dan?
1:02:57Dan zal God zijn rechtvaardig oordeel gaan voltrekken.
1:03:02En dan zal de rechtvaardige Lot.
1:03:05Ja met al zijn gebreken toch een rechtvaardige.
1:03:08Maar zal die dan omkomen samen met die goddeloze inwoners van Sodom?
1:03:17Wij zijn inderdaad direct geneigd om eerst en vaak ook alleen aan die kleine kring van familie, vrienden, gemeente te denken
1:03:29bij dreigend gevaar.
1:03:31Abraham
1:03:33is niet alleen bewogen met de toekomst van zijn neef Lot en verdere familie.
1:03:41Abraham is ook bewogen met al die velen, velen.
1:03:48De onrechtvaardigen in Sodom en Gomorra.
1:03:53En
1:03:54Abraham de man huivert bij de gedachte dat al die onbekeerde mensen straks zullen worden weggevaagd uit het leven.
1:04:07Zult gij ook de rechtvaardigen met de goddelozen ombrengen?
1:04:13We
1:04:16weten dat Abraham eerder in
1:04:20de benen is gekomen.
1:04:22Voor de steden van Sodom en Gomorra.
1:04:25Toen Kedorlaomer met zijn legermacht uit Mesopotamie was gekomen.
1:04:30Dat bondgenootschap van vijf koningen.
1:04:33En die Sodom en Gomorra hebben leeggeplunderd.
1:04:37Toen heeft Abraham zich belangeloos ingespannen.
1:04:41Door de kracht van God om Kedorlaomer te verdrijven.
1:04:46Uit Kanaan.
1:04:47En alle haven.
1:04:49Van Sodom en Gomorra.
1:04:51De vrouwen.
1:04:52De kinderen.
1:04:53Alles heeft Abraham als overwinnaar.
1:04:57Weer teruggebracht.
1:04:59En ook zijn neef Lot.
1:05:01Met alles wat hij had.
1:05:03Maar dat was ten diepste bijvangst.
1:05:07Abraham handelde toen.
1:05:09En nu.
1:05:11Als een mededogende man.
1:05:16Abraham is niet alleen een vriend van God.
1:05:20Hij is ook een vriend van mensen.
1:05:24Nee geen vriend van een zonde.
1:05:26Daar was hij een vijand van.
1:05:29Maar wel een vriend van mensen.
1:05:32Ondanks hun goddeloosheid.
1:05:38Moeilijk is dat soms vindt u niet.
1:05:40De
1:05:45mens als schepsel van God te blijven zien.
1:05:49Als iemand op alle mogelijke manieren.
1:05:54Zich uitleeft in het kwaad.
1:05:56Zelfs onrecht pleegt tegen de mensheid.
1:06:03Blijft u dan net als Abraham in staat.
1:06:06Om de mens als schepsel naar beeld gods te blijven zien.
1:06:12Achter zijn zondige daden.
1:06:17Als u door genade weten mag.
1:06:21Waar de Heere u, jou vandaan heeft gehaald.
1:06:25Maar
1:06:26dan kun je het toch niet verheffen.
1:06:28Boven je diep, diep ongelukkige naaste medemens.
1:06:34Zonder God is
1:06:37het Abram ook van.
1:06:39Waar de heren hem uit weggeroepen had.
1:06:42Uit dat heidense urder galdeeën.
1:06:45Uit de afgoderij.
1:06:47En
1:06:49als de barmhartige God zich toch over je heeft ontfermd.
1:06:55Zich zondag in woord en sacrament weer...
1:06:59aan je heeft weggeschonken.
1:07:01En dat voor een doodschuldig mens.
1:07:05Maar dan kan het toch niet waar zijn dat je hart niet in liefde bewogen is over je diep ongelukkige medemensen om je heen.
1:07:19Of kunnen wij ze zo verloren laten gaan.
1:07:25Maar
1:07:28dan moeten we ons eens eerlijk afvragen.
1:07:31Hebben we het dan wel?
1:07:33Persoonlijk genade ontvangen van God.
1:07:37Want genade.
1:07:38Dat maakt bewogen.
1:07:41Ook naar anderen toe.
1:07:44Niet alleen die eigen kennissen kring.
1:07:47Ook daar buiten.
1:07:49Ik
1:07:50heb het zondag in de eigen gemeente gezegd.
1:07:53Ik preek ook tegen mezelf.
1:07:55Dit snijdt ook in mijn vlees.
1:07:57Ook voor mij een spiegel.
1:08:01Hebt u gebed.
1:08:02Voor
1:08:04onze minister president Jetten.
1:08:08Ja.
1:08:09Maar die is van D66.
1:08:11Antichristelijke partij.
1:08:13En heel die ministersploeg die er nu zit.
1:08:15Ik heb daar niks geen hoge pet van op.
1:08:18Als het gaat om christelijke waarden en normen.
1:08:20Nou, ik hou me hard vast wat dat moet worden.
1:08:23Voor christenpolitici kan ik nou wel bidden.
1:08:26Maar daarvoor niet.
1:08:28Maar
1:08:31hebt u dan geen medelijden?
1:08:33Die
1:08:37bewindslieden op hun hoge positie.
1:08:40Als ze zijn geplaatst.
1:08:42Die verantwoordelijke post.
1:08:44Zij moeten straks ook rekenschap afleggen.
1:08:47De allerhoogste rechter van hemel en aarde.
1:08:51Voor al hun daden en beslissingen en wetten die ze maken.
1:08:55Voor God.
1:08:59Bidden voor de overheid op dat wij een stil en gerust leven mogen leiden.
1:09:05Zoals de apostel Paulus ons leert.
1:09:08Dat gaat ons makkelijker af.
1:09:11Maar die oproep van de apostel Paulus sluit niet uit.
1:09:16Om voorbeden te doen voor onbekeerde overheidsfunctionarissen.
1:09:21Die wetten maken die indruisen tegen het gezag van Gods woord.
1:09:27Dit is slechts één voorbeeld wat we nu ook noemen.
1:09:33Zou het niet onze plicht zijn om
1:09:39net als Abraham voor de heren te gaan staan?
1:09:46Niet alleen voor onze bloedverwanten, eigen gemeente, eigen vertrouwelijke kring.
1:09:52Maar ook bij God te pleiten voor ons wegzinkend volk en vaderland.
1:09:59Al die medelanders die zich rijp maken voor Gods rechtvaardig oordeel.
1:10:06Dit
1:10:09is niet alleen uw plecht.
1:10:11Als
1:10:12u de heren kennen mag, dan
1:10:15is het het hoogste voorrecht.
1:10:18Van de vrienden van God.
1:10:21Abraham doet voorbeden.
1:10:25Voor een goddeloze stad Sodom.
1:10:28En aller inwoners.
1:10:30Die man wordt gedreven.
1:10:33Door liefde.
1:10:34Uit een bewogen hart.
1:10:36Dat is een van de redenen.
1:10:38Voor Abrams vrijmoedigheid in zijn midden.
1:10:42Maar niet alles.
1:10:43Daar is lang niet alles mee gezegd.
1:10:45Komen we zo op.
1:10:47Voorbeden.
1:10:48Voor een...
1:10:49De onbekeerde wereld, dat
1:10:54zal de Heer nooit onbehoorlijk van u vinden.
1:10:59We gaan naar onze volgende gedachte.
1:11:02Dan
1:11:03horen we van de pleitgrond van Abrahams gebed.
1:11:10Abraham, die man die springt hier in de bres.
1:11:15De
1:11:17vader der gelovigen.
1:11:20Hij gaat hier als het ware tussen Sodom achter zich en de heren voor zich instaan.
1:11:28Zoals eeuwen later Mozes.
1:11:31Als de middelaar van het oude verbond zal tussentreden bij de heren.
1:11:37Voor zijn volk wat zwaar heeft overtreden tegen de heren.
1:11:47In hem zien wij hier iets van Christus.
1:11:53De middelaar van het nieuwe verbond.
1:11:57Christus.
1:11:58Heeft hij niet in de bres gestaan.
1:12:02In die kloof die wij geslagen hebben tussen God en ons vanwege onze zonde.
1:12:11En
1:12:13hier treffen we Abraham aan.
1:12:15En ik haal nog een keer Thomas Scott aan uit zijn Bijbelverklaring.
1:12:20En Scott zegt.
1:12:22Hier treffen we Abram aan die met zijn hart borg geworden is.
1:12:28Om tussen beiden te komen.
1:12:31Voor die steden die tot de ondergang gedoemd zijn.
1:12:36En
1:12:39voor Abram staat het vast.
1:12:41De rechter van hemel en aarde die zal recht doen.
1:12:46Dat
1:12:48is het waar Abram op pleit in zijn vrijmoedige gebed.
1:12:53Abram klomt zich vast.
1:12:56Aan Gods rechtvaardigheid.
1:13:00Abram weet het uit Gods eigen mond.
1:13:03God oordeelt niet voordat hij een nauwkeurig oordeel heeft ingezet daar in Sodom.
1:13:10O, denkt Abram.
1:13:13Zouden er behalve Lot dan geen rechtvaardigen zijn in die steden?
1:13:20Zouden ze er echt niet te vinden zijn?
1:13:23Abram.
1:13:23De heren moeten er toch wel meer tegenkomen in die steden.
1:13:28Het is voor Abram onvoorstelbaar dat
1:13:33er minder dan vijftig zouden zijn.
1:13:36Van mensen die ook in die goddeloze steden God kennen.
1:13:43Hem vrezen.
1:13:44En
1:13:48als de heren die vijftig aantreft in Sodom en Gomorra.
1:13:54Maar zou Gods rechtvaardigheid het dan toelaten...
1:13:58om die rechtvaardigen, die vijftig, te verderven?
1:14:02Nee, denkt Abram.
1:14:04Zo ken ik de Heer niet.
1:14:07Zo is Hij niet.
1:14:09Nee, want de Heer is niet alleen hoogst rechtvaardig...
1:14:13maar Hij is ook hoogst barmhartig.
1:14:17God de Heer heeft lust tot goeder tierenheid, zal Micha...
1:14:23Later profiteren.
1:14:25Abraham
1:14:28gelooft niet alleen de rechtvaardigheid Gods, maar ook de sparende genade van God.
1:14:37Daar pleit Abraham op.
1:14:40Op de deugden van God.
1:14:43Op de karaktereigenschappen van de heren.
1:14:48Ach heren, misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad.
1:14:55Maar zult u om hun het willen dan die hele stad niet sparen?
1:15:01Dus Abraham, hij vergoeilijkt de schuld van Sodom niet, hè?
1:15:07Nee, dan zou Abraham aan de kant van de zon daar staan.
1:15:11Nee, Abraham staat aan Gods kant.
1:15:16O Christus, hè.
1:15:19Christus heeft zich nooit tegen Gods wet gesteld.
1:15:23O nee.
1:15:25Toen Christus in de bres is gestaan...
1:15:29Voor zijn zondaars volk.
1:15:31Wat hij lief had met een eeuwige liefde.
1:15:35Toen heeft hij nooit zich tegen Gods wet gekeerd.
1:15:39Maar die ijs van God.
1:15:41Die toren Gods over de zonde.
1:15:44Gewillig in zijn lichaam gedragen.
1:15:50Waar Abraham voor bidt.
1:15:52Om het volk te sparen.
1:15:54Omwille van vijftig rechtvaardigen.
1:15:57Dit is voluit bijbels.
1:16:00Denk maar aan die gelijkenis die de Heer Jezus heeft verteld over dat onkruid wat tussen de tarwe staat, weet u wel.
1:16:10En dan moet dat onkruid samen opgroeien met die tarwe.
1:16:16En pas bij de oogst wordt het onkruid van tarwe gescheiden.
1:16:21En dat gebeurt omwille van Gods overblijfsel naar de verkiezing, de langmoedigheid van God.
1:16:32Abraham pleit op de rechtvaardigheid en barmhartigheid van God.
1:16:39Daarin vindt die man zijn grote vrijmoedigheid om voor een goddeloze wereld te bidden.
1:16:49Heeft God ook niet juist door zijn liefde en rechtvaardigheid samen een hele goddeloze menigte van mensen?
1:17:02Verloren zondaren gered in zijn verzoeningsdood.
1:17:07Op
1:17:09Golgotha heeft Christus gehangen in het brandpunt van Gods onkreukbare rechtvaardigheid.
1:17:18Daar heeft God de zonde van zijn volk gestraft.
1:17:23In
1:17:25Christus hangend, stervend, bloedend aan het kruis.
1:17:31Maar daarop...
1:17:33Golgotha, daar treffen we net zo goed die grondeloze barmhartigheid van God.
1:17:41Omdat
1:17:43God daar zijn enige geliefde zoon heeft overgegeven in die bittere, smadelijke kruisdood.
1:17:53Tot een schuldoffer voor onze zonde.
1:17:56Nou, daar hebt u zondag bij brood en beker uw overmogen verwonderen.
1:18:04En verbazen.
1:18:06Voor zoveel liefde gods.
1:18:09Oneindig groot.
1:18:10Voor zo'n mens.
1:18:13Zondig.
1:18:14Vuil.
1:18:15Onderein.
1:18:16En
1:18:18als u toen de vriendschapsbanden met God.
1:18:22Weer hebt aan mogen halen.
1:18:27Wees dan niet alleen een vriend gods.
1:18:30Maar wees dan ook een vriend voor de mensen.
1:18:33Zoals Abram was.
1:18:37En bepaald.
1:18:38Perk uw voorbeden niet alleen tot de kleine bekende kring.
1:18:44Nee, niet de onbekeerden in de gemeente vergeten in uw gebeden.
1:18:49O, draag ze op uw hart.
1:18:51Maar pleit ook eens voor je onkerkelijke buurman of buurvrouw.
1:18:57Die net zo goed niet voelt dat hij of zij zijn eeuwige ondergang tegemoet gaat.
1:19:07Abraham,
1:19:08die man gaat wel heel ver hè.
1:19:11In zijn voorbeden vindt u niet.
1:19:16Nadat de Heer in zijn neerbuigende goedheid heeft geantwoord.
1:19:22Dat Sodom zeker zal worden gespaard.
1:19:27Als hij er vijftig rechtvaardigen vindt.
1:19:30En
1:19:32dan gaat Abraham aan het afdingen.
1:19:35Bij de rechter van hemel en aarde.
1:19:39Het is wat, wat die man doet.
1:19:42Wat als er aan die vijftig nu vijf ontbreken?
1:19:48Zou de barmhartige God dan alsnog heel die stad vernietigen?
1:19:54En als er dan nog eens vijf ontbreken?
1:19:58O, als er maar veertig zijn.
1:20:00Of misschien nog minder dan veertig.
1:20:03Heren, laat uw toorn niet ontsteken.
1:20:07Dertig heren, dertig rechtvaardigen.
1:20:10En
1:20:13opnieuw onderwind.
1:20:15de voorbidder Abraham zich om tot zijn God te smeken.
1:20:20Heren, misschien worden er maar twintig gevonden in de stad die rechtvaardig zijn.
1:20:27Dan
1:20:30grijpt Abraham zijn God nog één keer vast.
1:20:37Abraham grijpt met twee lege handen die rechtvaardigheid en barmaardigheid van God vast.
1:20:46Misschien, heren, misschien zijn het er maar.
1:20:49En
1:20:53verder durft Abraham niet gaan.
1:20:58Abraham heeft misschien gedacht, dat weten we niet, maar misschien wel gedacht.
1:21:02Nu kom ik binnen de kring van Lots gezin.
1:21:06En als er inclusief Lot en de zijnen, zijn gezin, zijn personeel.
1:21:12Zullen echt niet meer zijn dan tien rechtvaardig in heel dat zodel.
1:21:21Dan moet ook Abraham Gods rechtvaardigheid.
1:21:25En dat vonnis van God herkennen.
1:21:29Dan lijkt er dus als er echt niet meer dan tien zijn.
1:21:33Maar dat betekent dan dat door Lot zijn verblijf in Sodom.
1:21:39Dat er geen enkel mens gewonnen is.
1:21:42Voor de dienst aan de levende God.
1:21:45Nu
1:21:49gaat Abram inderdaad heel ver in zijn voorbeden.
1:21:54Die man neemt wel heel veel vrijmoedigheid om zo bij zijn God te pleiten en aan te houden voor een goddeloze wereld.
1:22:06En
1:22:08toch gaat die man nergens te ver.
1:22:13Anders zou de Heer hem dat echt wel hebben laten weten.
1:22:17Abram tot hiertoe en niet verder.
1:22:19We horen het niet uit Gods mond.
1:22:23We
1:22:25horen het tegenovergestelde.
1:22:27Dat de rechtvaardige, almachtige schepper van hemel en aarde.
1:22:33Tot zijn vriend Abram het groot geduld antwoord.
1:22:39Tot vijf keer toe horen we uit Gods mond.
1:22:43Ik zal het niet doen.
1:22:46Ik zal haar niet verderven.
1:22:49Als ik maar tien rechtvaardigen in haar zal aantreffen.
1:22:58Durft u, jij?
1:23:00Met zoveel vrijmoedigheid te pleiten bij God in het gebed.
1:23:07Omdat u God kent en u weet uit eigen ervaring hoe hij is.
1:23:16Die hele voorbeden van Abram, die berust op zijn kennen van God.
1:23:23En
1:23:26wat maakt juist dat een mens klein en nietig voor die hoge God.
1:23:34Waar hij zo vertrouwelijk mee omgaat.
1:23:36Wat maakt het kennen van God.
1:23:39Je klein en nietig.
1:23:41Zie.
1:23:42Ik heb mij onderwonden.
1:23:45Zie.
1:23:45Ik waag het om tot u te spreken.
1:23:49Hoewel ik stof en as ben.
1:23:52Dat
1:23:53is de gebedshouding van Abraham.
1:23:56Ik arme wegstervende zondaar.
1:24:02Ik.
1:24:03Die stof en as ben voor u.
1:24:05Ik stel meer niet voor heren.
1:24:08Maar ik kan het niet nalaten.
1:24:11Om tot het uiterste te gaan.
1:24:14En aan te houden in het gebed bij u.
1:24:17En
1:24:22omdat er een grote hoge priester is.
1:24:25Om de rechterhand van God.
1:24:28Ooit
1:24:32bang te zijn.
1:24:33Dat de heren toornig op u zult worden.
1:24:37Als
1:24:39u aanhoudt bij de heren.
1:24:41U
1:24:44zult merken.
1:24:46Dat God altijd meer bereid is om naar u te luisteren.
1:24:52Dan u bereid bent om tot hem te bidden.
1:24:57Zolang wij aanhouden bij de heren.
1:25:01Wordt de heren maar niet moe om naar ons te luisteren.
1:25:05En nog te antwoorden ook.
1:25:07Al is zijn antwoord wel eens anders dan we bidden.
1:25:17De zaligmaker van zondaren zelf zijn discipelen niet geleerd.
1:25:22Dat men altijd bidden moet en niet vertragen.
1:25:28Denk maar aan die gelijkenis van de onrechtvaardige rechter.
1:25:33Als die weduwe daar iedere dag weer komt op die onrechtvaardige rechter.
1:25:39Doe mij recht.
1:25:40Nou
1:25:42u weet.
1:25:43Hoe dat is gegaan.
1:25:44Op een gegeven moment wordt die man het zat.
1:25:46En hij geeft die vrouw waar ze om vraagt.
1:25:48Dan ben ik er maar vanaf.
1:25:49Van die lastige weduwvrouw.
1:25:53Zal God dan geen recht doen.
1:25:56Zijn uitverkorenen.
1:25:58Die dag en nacht tot hem roepen.
1:26:02Hoewel hij langmoedig is over hem.
1:26:07En hier in Genesis 18.
1:26:10Treffen we nu die eerste patriarch en disciple aan.
1:26:15En hij zette toon, Abram, met zijn vrijmoedig smeekgebed.
1:26:21En
1:26:22let erop hè, dat
1:26:25Abrams vrijmoedig smeekgebed, dat is niet zonder effect gebleven.
1:26:32Want nadat de heren wegging van Abram en ophield met Abram te spreken, toen is ook Abram weer teruggegaan naar zijn tent.
1:26:45En in vers 29 van het volgende hoofdstuk.
1:26:49Genesis 19 vers 29.
1:26:53Daar lezen we dat terwijl de steden in vlammen opgaan.
1:26:59Dat God gedacht aan Abraham.
1:27:03En hij leidde Lot uit het midden deze omkering.
1:27:09In het omkeren dier steden.
1:27:12In welke Lot?
1:27:15Gewoond had.
1:27:17Abrahams voorbeden.
1:27:19Heeft effect gehad.
1:27:23Nog een les.
1:27:24Voor wij eindigen.
1:27:28Sodom.
1:27:29Zou niet worden gespaard.
1:27:32Op de voorbeden van Gods kind.
1:27:35En knecht Abraham.
1:27:37En toch was Abraham.
1:27:40Er voor zichzelf goed mee.
1:27:42Met dit aanhoudende smeekgebed.
1:27:47Doordat hij tot het uiterste ging.
1:27:51In zijn voorbeden.
1:27:52Voor die schuldige inwoners van Sodom.
1:27:57Als Abraham morgen.
1:27:59Of overmorgen.
1:28:00Het
1:28:02ontzaggelijke bericht ontvangt.
1:28:04Dat die steden zijn verwoest.
1:28:07En die Jordaan vallei is omgekeerd.
1:28:10En al die mensen zijn omgekomen.
1:28:15Dan heeft Abraham zichzelf niets te verwijten.
1:28:20Ten opzichte van die onbekeerde medemensen.
1:28:24In die steden.
1:28:26Abram heeft zijn ziel bevrijd.
1:28:32Abram kon met een vrij en rein geweten kijken.
1:28:37Naar die rookpilaren.
1:28:39Die erop stegen.
1:28:41Hoog de hemel in.
1:28:43Vanuit die brandende oven.
1:28:45Van vuur en zilver.
1:28:48Wat is nedergedaald uit de hemel.
1:28:50Is
1:28:55uw geweten ook vrij.
1:28:57Van jou.
1:28:59Als.
1:29:00Als plotseling een van ons sterft.
1:29:03Hoe
1:29:06plotseling kan het leven eindigen.
1:29:09Hebt u er dan alles aan gedaan.
1:29:14Wat in u jouw vermogen ligt.
1:29:17Voor je naaste.
1:29:20Als u onbekeerde.
1:29:23Onkerkelijke buurman of buurvrouw.
1:29:26Nu plotseling komt te sterven.
1:29:28Hebt
1:29:30u dan gebeden voor zijn, haar ziel.
1:29:35Of zal dan die stem van binnen.
1:29:37gaan knagen.
1:29:39Je hebt niets voor de zaligheid van je medemens gedaan.
1:29:44Je hebt nog geen enkel geestelijk woord geprobeerd te spreken.
1:29:54Gemeente heeft
1:29:57u zondagrijk gezegend in woordensacrament.
1:30:02Hij is tot u gekomen om u met nieuwe geloofsmoed te voorzien.
1:30:09Want in uzelf bent u echt niks.
1:30:12Maar hij
1:30:13Met zijn onderhoudende genade.
1:30:16Komt ons altijd weer voor.
1:30:19En
1:30:22als u nu overladen met de zegeningen van de Heer bent.
1:30:28Wees dan ook een zegen voor de wereld.
1:30:32En
1:30:33smeek de hemel aanhoudend.
1:30:37Vrijmoedig.
1:30:38Voor
1:30:40die wegstervende zielen.
1:30:44Amen.
1:30:48Wij gaan zingen uit het gebed des Heren.
1:30:53Vers 2 en 3, het gebed des Heren.
1:30:57Vers 2, geheiligd wordt uw naam.
1:31:00Hij geeft dat elk waar hij op aarde leeft, dien vadernaam erkennen mag.
1:31:08En het derde, uw koninkrijk komt toch, o Heren.
1:31:13En wat verder volgt in het tweede en derde vers van het gebed des Heren.
1:31:19En dan
1:31:19[GEZANG]
1:35:06gaan wij met dankzegging in gebed.
1:35:11O heren, wij buigen ons voor u neer.
1:35:15Beschaamd, beschuldigd.
1:35:18We moeten ons op de borst slaan.
1:35:21Zoals die ene tollenaar in de tempel.
1:35:25O God, wees mij zondaar genadig.
1:35:31Vergeef ons onze schulden, heren.
1:35:35Wij schonden in onze biddeloosheid.
1:35:40Al te snoot uw eer.
1:35:43De boosheid, de ikgerichtheid kleeft ons altijd aan.
1:35:50Wie van ons zou toch voor u bestaan?
1:35:53Had
1:35:56Jezus niet voor ons geleen.
1:36:00Wij schelden kwijt wie ons misdeen.
1:36:05Heren, wij
1:36:08gaan naar huis.
1:36:09We hebben een spiegel voorgehouden gekregen.
1:36:15Wie kan dat nu toch?
1:36:17Leer het ons, heren.
1:36:20En dan nemen we opnieuw de toevlucht.
1:36:23Tot de troon der genade.
1:36:26Vanwege onze tekorten.
1:36:31Ook in ons gebed.
1:36:32En
1:36:34we laten niet na.
1:36:35Het voorbeeld van Abraham.
1:36:38Om te bidden.
1:36:40Voor een goddeloze wereld om ons heen.
1:36:43Dichtbij en ver weg.
1:36:46Al die mensen die u geschapen hebt.
1:36:50Naar uw beeld en gelijkenis.
1:36:54Het beeld Gods hebben we zo verdorven.
1:36:57En heren, als u nu naar ons wilt omzien.
1:37:02O God, zie dan ook nog om.
1:37:06Naar deze wereld die wegzinkt.
1:37:09Alleen al ons vaderland.
1:37:12En we bidden u voor allen in hoogheid gezeten.
1:37:16Om hun bekering.
1:37:19Heren, dat zal een effect hebben.
1:37:22Op de besluiten die genomen worden in ons land.
1:37:26We bidden u ook voor onze plaatselijke overheid.
1:37:30Als daar ook alles zo verschoven is.
1:37:34En als de christen politici.
1:37:37Nu
1:37:38aan de zijlijn staan.
1:37:40Dan bidden we u voor hen.
1:37:43Die ons plaatselijk regeren.
1:37:47Bekeer ook hen heren.
1:37:49O
1:37:53God.
1:37:53We schieten alles tekort.
1:37:57Leer.
1:37:59Ons bidden.
1:38:00We danken u voor deze ongestoorde dienst.
1:38:04We danken u voor de rust in uw huis.
1:38:07En
1:38:09ga met ons deze verdere week.
1:38:12En dat we alweer naar uw dag mogen gaan toeleven.
1:38:19Heren, bewaar ons in al onze wegen.
1:38:25Behoed ons voor een onverzoend sterven.
1:38:28Want dat zal verschrikkelijk zijn.
1:38:31Maar laat uw gena van uw knechten blijken.
1:38:36Bij u is ruimte voor zondaren.
1:38:40Uw rechtvaardigheid, uw barmhartigheid is zeer groot.
1:38:46Heren, we danken u voor alles.
1:38:50Dat vragen we in het diepe besef niets te hebben verdiend.
1:38:55Stof en as.
1:38:57Maar om Jezus wil alleen.
1:39:00Amen.
1:39:03Onze slotsang vindt u in Psalm 145 vers 7.
1:39:08De Heere bewaart de ziel die hem bemint.
1:39:12En wat verder volgt in het zevende van 145.
1:39:16[GEZANG]
1:40:52Gemeente gaat heen in vrede.
1:40:54En ontvangt de zegen van de Heere die wij in zijn naam op u leggen.
1:41:00De
1:41:02genade van de Heere Jezus Christus.
1:41:06De liefde.
1:41:08van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest zij en blijven met u allen.
1:41:17Amen.
1:41:18[GEZANG]