0:00[GEZANG]
10:36En onze verwachting is in de naam des Heren die hemel en aarde gemaakt heeft.
10:44Die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid.
10:50En die niet laat varen de werken van zijn handen.
10:55Amen.
10:58Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.
11:05En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.
11:08En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is, de eerstgeborene uit de doden.
11:16En de overste van de koningen der aarde.
11:22Amen.
11:26Kom gemeente, laten we met elkaar zingen uit Psalm 27,
11:30het derde vers.
11:31Och, mocht ik in die heilige gebouwen de vrije gunst...
11:36Die eeuwig hem bewoog zijn liefelijkheid en schone dienst aanschouwen.
11:43En wat er verder volgt, derde vers uit Psalm 27.
11:46[GEZANG]
15:21Vanavond met de kerk van alle tijden, alle plaatsen beleidenis van ons algemeen en ongetwijfeld christelijk geloof.
15:29Met de woorden van de twaalf artikelen.
15:31En zingen daarna uit Psalm 149, het vijfde vers.
15:37Zo zal de heerlijkheid der vromen.
15:40Op het luisterrijkste voorschijn komen.
15:43En wat er verder volgt.
15:44Vijfde of laatste vers uit Psalm 149.
15:48Na de beleidenis van het geloof.
15:51En ieder van u spreken met mij.
15:53In zijn of haar hart.
15:55Al dus.
15:56Ik geloof in God.
15:59De Vader.
16:00De Almachtige.
16:03Schepper des hemels en der aarde.
16:06En in Jezus Christus zijn enige geboren zoon, onze Heer, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft
16:18onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.
16:27Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel.
16:34Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders.
16:38Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
16:45Ik geloof in de heilige geest.
16:48Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
16:52De gemeenschap der heiligen.
16:55Vergeving der zonden.
16:58Wederopstanding des vleesers.
17:00En een eeuwig leven.
17:02Amen.
17:04[GEZANG]
18:16openen Gods woord vanavond in de tweede zendbrief van de apostel Paulus aan de gemeente van Corinthe.
18:23En we lezen daar het negende hoofdstuk.
18:26Dus
18:27de schriftlezing voor vanavond is 2 Corinthe 9.
18:36Want van de bediening die voor de Heilige geschiet, is mij onnodig aan u te schrijven.
18:43Want ik weet de volvaardigheid uws gemoeds.
18:47Van welk ik roem over u bij de Macedoniërs dat Agaïe van over een jaar bereid is geweest en de ijver van u begonnen heeft er velen verwekt.
19:01Maar ik heb deze broeders gezonden opdat onze roem die wij over u hebben niet zou ijdel gemaakt worden in deze delen opdat, gelijk ik gezegd heb, gij
19:13bereid mocht zijn.
19:14En dat niet mogelijk, zo de Macedoniërs met mij kwamen en u onbereid vonden, wij, opdat wij niet zeggen gij, beschaamd worden in deze vaste
19:26grond der roeming.
19:28Ik
19:29heb dan nodig geacht deze broeders te vermanen, dat zij eerst tot u zouden komen en voorbereiden uw tevoren aangediende zegen, opdat die gereed zij al
19:42zo...
19:43Als een zegen en niet als een vrekheid.
19:46En dit zeg ik.
19:48Die spaarzamelijk zaait zal ook spaarzamelijk maaien.
19:53En die in zegeningen zaait zal ook in zegeningen maaien.
19:58Een iegelijk doe gelijk hij in zijn hart voorneemt.
20:02Niet uit droefheid of uit nooddwang.
20:05Want God heeft een blijmoedige geven lief.
20:09En God is machtig alle genade te doen overvloedig zijn in u, opdat gij in alles, alle tijd, alle genoegzaamheid hebbende, tot alle
20:21goed werk overvloedig moogt zijn.
20:24Gelijk er geschreven is, hij heeft gestrooid, hij heeft de armen gegeven, zijn gerechtigheid blijft in der eeuwigheid.
20:34Doch die het zaad de zaaier verleent, die verlenen ook brood tot spijzen.
20:39En vermenigvuldigen uw gezaaisel en vermeerderen de vruchten uw gerechtigheid.
20:47Dat gij in alles rijk wordt tot alle goeddadigheid, welke door ons werkt dankzegging tot God.
20:55Want de bediening van deze dienst verhult niet alleen het gebrek der heiligen.
21:01Maar is ook overvloedig door vele dankzeggingen tot God.
21:05Terwijl zij door de beproeving deze bediening God verheerlijken.
21:10Over de onderwerping uw beleidenis.
21:13Onder het evangelie van Christus.
21:16En over de goeddadigheid der mededeling aan hem.
21:20En aan allen.
21:22En door hun gebed voor u.
21:25Welke naar u verlangen.
21:27Om de uitnemende genade gods over u.
21:32Doch gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gaven.
21:38Tot zover de schriftlezing.
21:42Laten wij nu eerst de heren vragen om zijn onmisbare zegen.
21:46Laten wij bidden.
21:51Heren, u bent een wonderdoend God die wonderen werkt.
21:56Wonderen op wonderen doet horen.
22:00Want zelfs uw naam is wonderlijk.
22:04U gaf uw zoon tot een volkomen verzoening.
22:09En vanmorgen daalde u zo laag af dat u zich liet afbeelden in de eenvoudige tekenen van brood en wijn.
22:20En we hebben het gezien voor onze ogen dat het brood gebroken werd en de wijn vergoten.
22:27Wat heeft het u gekost?
22:30O God aller genade.
22:32Om
22:34verzoening aan te brengen.
22:36Het heeft uw zoon gekost.
22:39Het heeft zijn leven gekost.
22:42En daarom zijn bloed reinigt van alle zonden.
22:50Dat hebben we allemaal nodig.
22:52Of we jong zijn of dat we oud zijn.
22:56Heren u weet ook of wij het werkelijk nodig hebben.
23:03En als we het nou niet nodig hebben, heren, werk dan dat we het nodig krijgen.
23:09En omdat we gaan zien, heren, dat we voor u niet kunnen bestaan, tenzij wij geborgen zijn in het volbrachte werk van uw Zoon.
23:21En werk daartoe krachtig met uw geest, heren, dat doorwerkende kracht.
23:28Van uw heilige geest.
23:30Die onwederstandelijke kracht van uw heilige geest.
23:35Dat we geen rust meer zouden vinden.
23:38Buiten het vaste fundament.
23:41De Heere Jezus Christus.
23:44Zeg ons dan de rust op.
23:47Als we in een valse rust leven.
23:50En als we gerust door kunnen leven.
23:53Buiten Christus.
23:55En Heere we hebben nodig.
23:58Om door u gered te worden.
24:01Nodig om door u getrokken te worden.
24:05We hebben nodig heren dat u ons leidt en leert.
24:10En dat is toch waarom u ook vanavond nog weer samenbrengt.
24:15Onder de verkondiging van uw woord.
24:18Het zij dat we hier zijn.
24:20Of dat we thuis meeluisteren of vanuit het ziekenhuis.
24:25En heren dan is het nodig telkens weer opnieuw.
24:30Dat we de toevlucht nemen tot uw Zoon.
24:34Niemand komt tot de Vader dan door hem.
24:38En wat een wonder is het, heren, dat er een vrijmoedige toegang is.
24:44Daar u toch een ontoegankelijk licht bewoont.
24:48Maar een vrijmoedige toegang in uw Zoon.
24:52Een verse en een levende weg.
24:55Dat offer 2000 jaar geleden gebracht.
24:59Op de kruisheuvel Golgotha.
25:01Is nog even vers als toen.
25:05En het is levengevend.
25:09Dat hebben we nodig heren.
25:12En geef dat wij zo ook in die dankbaarheid zouden leven.
25:17Dan weten we hoe groot onze zonden en ellende zijn.
25:22Maar ook hoe wij van onze zonden en ellende verlost zijn.
25:28Dat door het volkomen werk van uw Zoon.
25:32En dan om u daarvoor dankbaar te zijn.
25:37Heren, want dankbaar te zijn om uw genade.
25:44Heren, werk het nog.
25:46Want als ons hart er vol van is, dan gaat onze mond ervan overlopen.
25:56En om zo ook onze naasten nog te winnen voor Christus.
26:02Dat het gezien wordt dat uw dienst een liefdedienst is.
26:08Die nog nooit iemand verdroten, nog nooit iemand teleurgesteld heeft.
26:15Met u vallen we nooit om.
26:18Met mensen komen we beschaamd uit.
26:21Maar met u toch nooit, heren.
26:24Want u maakt uw woord waar.
26:27Werk dan nog krachtig in de gemeente.
26:32Maar ook daar buiten.
26:34Ook de andere kerken op ons dorp, heren.
26:38Schenk nog de krachtige doorwerking van uw heilige geest.
26:44Al uw geroepen knechten.
26:47En als ze niet geroepen zijn, roep ze dan alsnog, heren.
26:52En werk nog, heren, door woord en geest.
26:57We hebben nodig om eerlijk gemaakt te worden.
27:01Maar niet alleen.
27:02Op ons dorp.
27:03Ook op het eiland.
27:05Ja in heel ons land.
27:07Maar ook buiten de landsgrenzen.
27:10Breid uw koninkrijk nog uit.
27:13En zegen daartoe het werk.
27:15Van evangelisatie en van zending.
27:18Het werk wat er vanuit de gemeente gedaan wordt.
27:22Tot uitbreiding van uw koninkrijk.
27:26We dragen het alles aan u op, heren.
27:29Gedenk zo ons land en volk, de overheid, het koningshuis.
27:35Die in gevangenissen verblijven.
27:37Een wonder, heren, dat wij niet in de gevangenis zitten.
27:43En laat het niet een eenvoudige en makkelijke uitdrukking zijn.
27:49Maar een diep besef dat het uw genade is.
27:53Dat ons weerhoudt van de zonde.
27:57Dat er in ons geen enkele kracht is om de zonde te weerstaan.
28:03En dan wordt het een wonder, heren, waarom wij daar niet zitten.
28:07Maar dan komt er ook bewogenheid met mensen die er wel zitten.
28:12En niet alleen degenen die gevangen zijn, maar ook hun directe betrekkingen.
28:18Gezinnen, families, vrienden die daarbij betrokken zijn.
28:23We dragen ze alle aan u op, heren.
28:26Gedenk nog.
28:27Naar de grootheid van uw genade.
28:31Zo dragen we de gasten van de oase aan u op heren.
28:35We zeggen uw naam dank.
28:37Dat zij zo ook de rust mogen krijgen.
28:42Maar zegen het ook dat het mag zijn tot herstel.
28:47We denken aan degene in de Vlietberg.
28:51De bewoners maar ook al het personeel.
28:55De bewoners en het personeel van de vijver.
28:59Heren ontferm u over hen.
29:01Kunnen zo moeilijke vragen zijn.
29:05En waarom de dingen gebeuren in ons leven als er beperkingen komen.
29:11En we van het een op het ander moment beperkt zijn.
29:16Niet meer kunnen doen wat we graag zouden willen doen.
29:21Maar op dat alles.
29:24Niet alleen de moeilijke dingen.
29:26De ingewikkelde dingen.
29:29Maar ook de mooie dingen die u ons nog geeft.
29:32Ons alles zou brengen.
29:35Aan uw voeten.
29:37Zou brengen aan de voet van het kruis.
29:42Daar waar het alles reinigende bloed stroomt.
29:47Langs dat ruw houten kruis.
29:50Het is verdiend.
29:53Door uw zoon.
29:55Daarom doet u nog niet met ons.
29:58Naar onze zonde.
30:01Maar werk dan nog krachtig, heren.
30:04Uw grote naam ter eer.
30:08Waar we dan ook mee te maken hebben.
30:10Ze zorgen zijn in onze gezinnen.
30:14Als er zorgen zijn in pleeggezinnen.
30:17Als er zorgen zijn in onze huwelijken.
30:22Of in de familiekring.
30:25We leggen het alles voor u neer, heren.
30:29En om dan in alles het van u te verwachten, gedenk zo naar de grootheid van uw genade.
30:37De veelheid van uw goede tierenheid.
30:42Omring ons met uw trouwe vaderzorg.
30:48Onthoud ons de werking en de bediening van uw heilige geest niet.
30:54Want die hebben we nodig in het spreken en in het luisteren.
30:59Ontferm u over ons, dat bidden wij van u.
31:03Om Christus wil alleen.
31:06Amen.
31:10Namens de kerkenraad zijn er nog de volgende afkondigingen.
31:14Woensdag 16 september is er een kerkdienst.
31:17En in deze dienst zal dominee J.H.
31:20van der Velde uit Nieuwe Tongen voorgaan.
31:23De dienst vangt aan om half acht.
31:27Zaterdag 19 september is de gemeentedag.
31:31Aanmelden kan nog tot morgenavond.
31:33Meer informatie vindt u in de laatste kerkbode.
31:38In
31:40de morgendienst van zondag 20 september zal aandacht worden gegeven aan de opening van het winterwerk.
31:46En smiddags zal er dan een preekbespreking worden gehouden waarvoor alle jongeren vanaf 14 jaar worden uitgenodigd.
31:56De aanvang is om half drie.
32:02Als ik het heb over jongeren, dat dat niet stopt bij zestien, ook niet bij zeventien.
32:08Maar als je je jong voelt, hartelijk welkom op deze preekbespreking.
32:14Het is zo mooi en goed om met elkaar na te spreken over de preek.
32:20Zeker als die gaat over de opening van het winterwerk.
32:26Wat nodig is in het winterwerk, maar ook wat nodig is in jou.
32:32En in uw leven.
32:35Aanmelden voor de beleidingscategorisatie, dat is nog mogelijk tot vrijdag 18 september.
32:43Van de genoemde voornemens geldt zo de Heere wil.
32:47En wij leven.
32:51In de dienst der offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd.
32:55De eerste is de noodhulpcollecte voor de slachtoffers van de overstroming in Nepal en Tibet.
33:02De tweede collecte is bestemd voor de kerk Volgdij.
33:06En de derde voor de aflossing van de kerk.
33:10Alle collecten worden hartelijk in die mildadigheid aanbevolen.
33:15En ik gebruik maar de woorden van de apostel Paulus die wij zojuist hebben gelezen.
33:21De Heer heeft een blijmoedige gever lief.
33:24Wij
33:26gaan zingen met elkaar op Psalm 23.
33:29En wij zingen daar alle drie de verse van.
33:33De Goddesheils wil mij ten herder wezen.
33:36Dat is het eerste vers.
33:38Het tweede vers.
33:38Ik vrees niet.
33:40Nee.
33:41Schoon ik door duistere dalen in doodsgevaar bekommerd om moest dwalen.
33:47En ook het derde vers.
33:48Gij zalf mijn hoofd.
33:50Gij doet mijn blijdschap groeien.
33:52Wij noemden u alle drie de versen uit psalm 23.
33:56[GEZANG]
41:53Gemeente, opnieuw nemen wij hooglied 1 als tekst.
41:58En als kerntekst wil ik u noemen het eerste gedeelte van vers 4.
42:05Deze woorden trek mij, wij zullen u nalopen.
42:15Wij hebben tijdens de voorbereiding stilgestaan bij de bruid.
42:21Vanmorgen tijdens de bediening van het heiligavondmaal stonden we stil bij de bruidegom.
42:28Wij staan vanavond stil bij het leven van de bruid met haar bruidegom.
42:35Het leven van de bruid met haar bruidegom.
42:40Een viertal gedachten daarbij.
42:43Wij staan stil in de eerste plaats bij haar getuigen.
42:47Ten tweede bij haar vreugde.
42:50In de derde plaats bij haar zoeken.
42:54En in de vierde plaats bij haar uitzien.
42:59Het leven van de bruid met haar bruidegom.
43:03Haar getuigen in de eerste plaats.
43:07Ten tweede haar vreugde.
43:10In de derde plaats haar zoeken.
43:13En in de vierde plaats haar uitzien.
43:18Gemeente, wij hebben gewoon in het dagelijkse leven een uitdrukking.
43:24En die zegt, en onze jongens en meisjes kennen dat ook wel waar.
43:29Het hart vol van is, daar loopt de mond van over.
43:36We kunnen heel veel dingen zeggen, we kunnen heel veel praten.
43:39Sommige mensen praten omdat hun mond toch al beweegt.
43:43Maar als het werkelijk ons hart gaat raken, dan hoor je dat.
43:49Dan praten mensen daarover met vuur, met warmte.
43:57Dan merk je dat het hen raakt.
44:02En zo is het ook in het leven van de bruid.
44:05Als het gaat over haar bruidegom, als het gaat over zijn onuitsprekelijke liefde die hij aan haar bewezen heeft, dan kan ze haar mond niet
44:17houden.
44:19Dan is zij een levende getuige.
44:24En daarom staan we in het eerste plaats stil bij haar getuigen.
44:33Als u hoofdstuk 1 van Hooglied leest, dan
44:38vraag je wel af, wie is dan de bruidegom?
44:41De bruidegom, natuurlijk zeggen wij, de bruidegom dat is Christus.
44:48De bruidegom van zijn bruidskerk.
44:52Hij het hoofd, de koning van zijn kerk, van zijn gemeente.
44:59Maar
45:03er wordt niks over hem.
45:04Tenminste, niet dat hij zelf iets zegt van zichzelf.
45:09Dat hij zich bekend maakt in dit hoofdstuk, dat vindt u niet.
45:14Dus wat wij van hem weten, is wat de bruid van hem getuigt.
45:20Door het getuigenis van de bruid wordt hij ons bekendgemaakt.
45:27En
45:29dat is bijzonder, dat is de werking, dat is de kracht van de Heilige Geest.
45:34Die zo ook Salomo heeft geïnspireerd om deze dingen op te schrijven.
45:41Om de bruid dat te laten zeggen.
45:44En die bruid, zij is vol van de liefde van de bruidegom.
45:53Niet haar liefde tot de bruidegom.
45:56Maar de liefde van de bruidegom tot haar.
46:00Als Paulus zegt niets.
46:03kan ons scheiden van de liefde van Christus...
46:06dan doelt hij op die liefde dat Christus hem heeft liefgehad.
46:14En juist daar schiet het het wonder.
46:16Dat horen wij ook in het leven van de bruid.
46:19De bruid, zij heeft geen hoge dunk van zichzelf.
46:24De bruid, zij is niets van zichzelf.
46:27En ze moet het alles en alleen hebben van haar bruidegom.
46:32Ze moet het hebben van zijn liefde.
46:34En daar is zij vol van.
46:36Daar is zij verwonderd over.
46:39Waarom was het op haar gemunt?
46:43En waarom heeft de bruidegom naar haar omgezien?
46:49Terwijl er zoveel zijn.
46:51De maagden hebben uw lief.
46:56Dat is haar getuigenis zelf.
46:59Maar daarbovenuit schittert zijn liefde.
47:05Ondanks haar zwartheid, ondanks haar tekorten en haar afmakingen.
47:12Misschien wel een ouderwets woord, een afmaking, maar eigenlijk
47:18ook weer een heel normaal woord.
47:19Wij kunnen ons ergens van afmaken.
47:27En dan doen we niet wat van
47:31ons gevraagd wordt.
47:33Afmakingen,
47:35zonde van bedrijf en zonde van nalatigheid.
47:42Pikzwart.
47:43Maar de bruid kan niet zonder.
47:47De bruidegom.
47:50Ze heeft hem nodig.
47:52En niet één keer.
47:55Maar steeds weer.
47:57En steeds meer.
47:59Heeft zij de bruidegom nodig.
48:02Zij kan het niet doen.
48:04Met de dochters van Jeruzalem.
48:07En dat is een prachtig beeld gemeente.
48:10De dochters van Jeruzalem.
48:11Wij zouden zeggen.
48:12Dat zijn.
48:14Lieve kinderen van God.
48:16Misschien wel een beetje van hun plek af.
48:20Maar wat heeft de bruid eraan.
48:23Als de dochters van Jeruzalem het van haar zouden overnemen.
48:28Als ze haar de handen op de schouders zou leggen.
48:33Zij kan het er niet mee doen.
48:37Wat hebben wij eraan.
48:39Als alle mensen het van ons kunnen overnemen.
48:42Onze bekering.
48:44Ons leven.
48:45En de heren weten er niet van.
48:47En daarom gaat het de bruid maar om één ding.
48:51De liefde van haar bruidegom.
48:55Die dochters van Jeruzalem zien laag op haar neer.
49:00En dat vanwege haar afkomst.
49:03En dat ze maar van het veld afkomt.
49:06En daar altijd hard gewerkt heeft.
49:09En daardoor zwart is vanwege de zon die haar beschenen heeft.
49:19Maar juist dat.
49:24Daarom maakt ze haar bruidegom groot.
49:27Die is alles voor haar.
49:33En gemeente, als het nou goed gaat en als het nou makkelijk is.
49:39En misschien was dat ook wel uw ervaring van morgen.
49:42Als u aan de tafel hebt deelgenomen dat het zo goed was.
49:48Dat je zegt, kon ik maar blijven zitten.
49:53Maar we kunnen niet blijven zitten.
49:58En we moeten weer de
50:01nieuwe week in.
50:03We mogen weer de nieuwe week in.
50:06En
50:11misschien al zoveel strijd gehad na vanmorgen.
50:15En
50:19dan de heren groot maken.
50:23Dan zijn naam loven.
50:26En prijzen.
50:30En als de heren zo dichtbij is.
50:33En zijn liefde ervaren wordt.
50:36Dan gaat het nog wel.
50:38Maar als
50:41Satan nou eens op uw nek zit.
50:43En die zegt.
50:45Klopt niks van bij jou.
50:50Allemaal inbeelding.
50:53Eén grote droom.
50:56Om dan de heren groot te maken.
51:00En dan maar eenvoudig zijn woord naspreken.
51:06En juist als ik het niet begrijp.
51:11En als ik een onbegrepen weg moet gaan.
51:16En dan toch de heren de lof en de eer toebrengen.
51:24Gemeente, als het ergens indruk maakt, is dat het.
51:29Onder moeilijke omstandigheden.
51:31En dan grootspreken van de heren.
51:34Nee, niet van uzelf.
51:36Niet van wat u allemaal hebt meegemaakt.
51:40Niet gedenk aan hetgeen ik heb gedaan.
51:43Maar hetgeen hij heeft verricht.
51:46Aan zijn doorluchte wonderdaan.
51:55Want hij stort zijn naam uit als olie.
52:02En als het gaat over zijn naam, gemeente, dat is hij zelf.
52:07Dat is zijn wezen.
52:10En wij kennen zijn naam uit de Bijbel, maar ik denk niet half genoeg, gemeente.
52:14Want hij gebruikt wel meer dan honderd namen in de Bijbel van zichzelf.
52:20Niet alleen heren, kleine letters, grote letters.
52:25Niet alleen Jezus of Heren Jezus of Heren God.
52:30Niet alleen Christus of Jezus Christus.
52:34Maar zoveel namen meer.
52:35Een burcht, een toevlucht, een rots, een schuilplaats.
52:40En noemt u maar op.
52:43Hij stort zijn naam uit als olie.
52:50Zo maakt hij zich bekend.
52:53Hij maakt zich bekend in zijn gewilligheid.
52:58Dat hij nou een gewillige zaligmaker.
53:01Gemeente vele malen gewilliger.
53:06Is hij om u te ontvangen.
53:08Dat u gewillig bent om tot hem te gaan.
53:12Vele malen gewilliger.
53:15Om u te ontvangen.
53:18Hij maakt zich bekend in zijn onvoorwaardelijke liefde.
53:24Dat er nou niets in u is.
53:27Dat hij geen enkel aanknopingspunt vindt in u.
53:33Maar dat hij zich zo bekend maakt.
53:36Opdat die liefde uw harde hart zou breken.
53:41En dat er weder liefde zou komen.
53:44Net als bij de bruid.
53:45Omdat hij mij eerst heeft lief gehad.
53:50Zo maakt hij zich bekend in zijn trouw.
53:54Als u de hele Bijbel doorleest.
53:57En met name het Oude Testament.
53:58Het volk Israël zijn eigen volk.
54:02Waarmee hij een verbond heeft opgericht.
54:05Een eeuwig verbond.
54:09En dat volk.
54:11Ze wijken van hem af.
54:13Ze dienen de afgoden.
54:16Ze offeren hun kinderen aan de molig.
54:22En ondanks hun ontrouw blijft hij de getrouwe.
54:29Onbegrijpelijk.
54:31En daarom dan komt de vraag tot u en tot jullie.
54:36Maar ook tot mij.
54:38Bent u dan zijn getuige.
54:42Een levende getuige.
54:47Als u nou vanmorgen aan de bediening hebt deelgenomen.
54:51Van het heiligavondmaal.
54:55En u hebt hem ontmoet.
54:57U
54:59hebt hem gezien.
55:00Aan de ronde tafel.
55:03De koning.
55:05Die nou gemeenschap wil oefenen.
55:08Met zijn onderdanen.
55:11Met zondaren.
55:13Omdat hij ze lief gehad heeft met hun eeuwige liefde.
55:19Als u zo zijn liefde hebt ervaren.
55:26Bent u dan ook zijn getuige.
55:30En dat u hem groot maakt.
55:34En dat u getuigt van zijn liefde.
55:38En dat voor zo een.
55:48Om nou uw naaste te winnen voor Christus.
55:52Zegt onze Heidelbergse katechismes.
55:54Om nou uw naaste jaloers te maken.
56:02Maar gemeente, als u nou af moest blijven vanmorgen.
56:11Om welke reden dan ook.
56:14Nou, misschien moet ik daar toch iets meer van zeggen.
56:19Misschien is de reden heel eenvoudig.
56:24Omdat u geen kerkelijk recht hebt.
56:28Omdat u geen beleidend lid bent.
56:32Moet u afblijven.
56:36Moet u afblijven.
56:42En daarom doe ik dan ook gelijk maar weer een ernstige oproep.
56:49Als het gaat over de beleideniskategorisatie.
56:52En
56:56bijzonder, ik heb er ook iets van geschreven in de kerkbode.
57:01Zo gingen onze vaderen ervan uit dat als er een begeerte kwam naar het heiligavondmaal.
57:10Is die niet gewekt vanmorgen.
57:15Omdat u iets ervaren hebt van zijn onbegrijpelijke zondaarsliefde.
57:23Dat als er een begeerte komt naar het heiligavondmaal.
57:28Dat we dan het onderwijs moeten volgen.
57:32Zodat ook met kracht en met troost het heiligavondmaal gebruikt kan worden.
57:39En dan moet de kategorisatie volgen, de beleidemiskategorisatie.
57:46Was er een begeerde gemeente?
57:48Een
57:51uitzien om
57:54nou te delen in die liefde van de Heer Jezus Christus?
58:02Of was er ook geen begeerde?
58:05Het
58:12raakt me niet.
58:15Het smaakt me niet.
58:21Of misschien zat u zelfs wel vol kritiek.
58:26Moet je kijken, die ging aan en die ging aan.
58:31En hoe kan het?
58:33Hoe bestaat het?
58:36Als dat het geval is, gemeente, dan moet u altijd de weg van Matthäus 18 bewandelen.
58:42De koninklijke weg.
58:44Als u ziet dat een broeder, en dat geldt uiteraard ook voor een zuster, zondigt.
58:51Bestraf u tussen hem.
58:53En u alleen.
58:56Dus dan ligt er een taak.
59:02Gemeente, als je dat allemaal op een rij zet.
59:05Ook als het gaat om de bediening van het heiligavondmaal.
59:12Wat ligt er dan in schuld?
59:14Toch gaan
59:17we dan ook eerlijk met elkaar om.
59:21Eerlijk, dat wil zeggen zoals de Heer ons dat voorschrijft in zijn woord.
59:31En als wij met één vinger naar iemand anders wijzen, dan wijzen we er met drie naar onszelf.
59:40Gij zijt die man.
59:42Gij zijt die vrouw.
59:49De bruidgemeente kan niet anders.
59:57Misschien waren er andere dingen die u tegenhielden.
1:00:01Maar de bruid, ze breekt overal doorheen.
1:00:06En waarom?
1:00:07Ze kan niet zonder haar bruidegom.
1:00:11Ze heeft hem nodig.
1:00:14Niet alleen tot vergeving van zonde.
1:00:18Niet alleen tot rechtvaardiging.
1:00:20Maar ook tot heiliging.
1:00:22Om nou heilig voor zijn aangezicht te leven.
1:00:26Om nou een levende getuige van hem te zijn.
1:00:30Kan ze niet zonder en buiten hem.
1:00:37Dan hebben wij altijd een week van voorbereiding.
1:00:40Maar dan mogen we ook wel een week van nabetrachting hebben gemeente.
1:00:45Om zo...
1:00:46De nieuwe week in te gaan.
1:00:52En te getuigen.
1:00:55Wie nou de bruidegom is voor u.
1:01:00En wat hij nou gedaan heeft in
1:01:05uw leven.
1:01:06En dan gaat het niet om u.
1:01:08Maar dan gaat het om hem.
1:01:10Om hem groot te maken.
1:01:14Om hem alle lof en alle eer toe te brengen.
1:01:19Omdat het enkel en alleen.
1:01:22Zijn genade is.
1:01:24Het was onze eerste gedachte.
1:01:26Haar getuigen.
1:01:28We
1:01:30gaan naar onze tweede gedachte.
1:01:31Haar vreugde.
1:01:33De
1:01:38koning heeft mij gebracht in zijn binnenkamer.
1:01:42En wij zullen ons verheugen.
1:01:46En in u verblijden.
1:01:51Dan is er vreugde en blijdschap bij de bruid.
1:01:56En waarom?
1:01:58Zij is in de binnenkamer geweest.
1:02:01Bij haar bruidegom.
1:02:03En daar heeft ze iets gezien van de grote verborgenheid van het evangelie.
1:02:11De grote verborgenheid der godzaligheid.
1:02:16Ze heeft daar iets van gezien.
1:02:18Van dat plaatsvervangend werk.
1:02:21Dat nou haar schuld overgenomen is door haar borg.
1:02:26En dat hij zich borg stelt.
1:02:29En daarom is
1:02:33er vreugde en blijdschap.
1:02:38Vreugde en blijdschap.
1:02:41Omdat ze mocht delen in de schatten van de koning.
1:02:47Misschien kunt u zich nog het bezinningsuur herinneren.
1:02:50Het is een feest.
1:02:51Een koninklijk feest.
1:02:54Daar waar de koning zijn schatten uitstalt.
1:02:58Maar ook van die schatten uitdeelt.
1:03:03En ze heeft het daar ervaren, daar in de binnenkamer, waar
1:03:10de meest tere zaken met elkaar gedeeld zijn.
1:03:14Ze heeft het daar ervaren dat de bruidegom van haar weet en dat hij haar kent.
1:03:21Dat hij weet van de strijd die zij te strijden heeft.
1:03:26Want de strijd van het geloof, dat is weliswaar een goede strijd, maar wel een strijd.
1:03:34En gemeente, als u niet van strijd weet, wat hebt u dan aan deze bruidegom?
1:03:41Om het nou alles met hem te delen.
1:03:45De strijd die
1:03:48soms lijkt over uw hoofd, boven uw hoofd te gaan.
1:03:53En dat u hem niet aankomt, maar hij weet het.
1:03:57Wat u kunt dragen, om u te beproeven.
1:04:02Om nou het kostelijke van het snode te scheiden.
1:04:08Zodat hij meer gaat schitteren.
1:04:11En hij meer de lof en de eer zal ontvangen.
1:04:16Hij kent de zorgen van zijn bruid.
1:04:21En misschien hebt u zo ook vanmorgen wel aan de tafel gezegd.
1:04:26Overmand door zorgen.
1:04:30Zorgen over kinderen.
1:04:32Als de Heere u die gegeven heeft.
1:04:35En dat u ziet dat uw kinderen andere keuzes maken.
1:04:40Zorgen over ouders.
1:04:42Zorgen over uw gezondheid.
1:04:45Zorgen over uw financiën.
1:04:48Wat kan ons alles niet bezighouden gemeente.
1:04:52En de bruidegom, zij heeft het ervaren.
1:04:55Hij weet overal van.
1:04:57En ze mag het alles bij hem neerleggen.
1:05:01Al haar vragen.
1:05:03Die dingen die ze niet begrijpt.
1:05:05De moeilijke dingen in het leven.
1:05:08De gedachten die ze heeft, die gedachten die zomaar alle kanten op kunnen vliegen.
1:05:14En ze niet in de tang kan houden.
1:05:19Soms in haar slaap.
1:05:21Maar ze weet het.
1:05:23Bij hem is alles veilig.
1:05:28Maar ze weet ook dat hij haar trekken moet.
1:05:34En als het gaat over dat woord trekken, gemeente, dat heeft met kracht te maken.
1:05:40Dat is nodig.
1:05:42Als hij niet zijn kracht aan haar betoont, dan vliegt ze zo alle kanten op, ze weet het.
1:05:51En als het maar even goed gaat, ze heeft het nodig dat hij haar trekt, dan zal zij hem nalopen.
1:06:00Als hij gaat trekken, dan gaat ze zijn voetstappen drukken.
1:06:07En dat nalopen, dat is dan niet maar shock, shock, shock, omdat het moet.
1:06:13Maar dan is het een vurig nalopen van hem.
1:06:18Een gewillig.
1:06:19Ze wil niet anders.
1:06:21Dat is de lust van haar leven.
1:06:24Daar vindt ze haar vermaak in.
1:06:27Dan mag ze op hem zien.
1:06:29Dan mag ze hem navolgen.
1:06:32Dan mag ze gewillig haar kruis op zich nemen.
1:06:36Omdat hij zegt, neemt uw kruis op u.
1:06:41En leert van mij dat ik zachtmoedig ben.
1:06:46Want zijn juk is zacht en zijn last is licht.
1:06:52Dan mag ze alles negeren wat er om haar heen gebeurt.
1:06:56Want ze mag hem zien en hem volgen.
1:07:02Als zij hem ontmoet.
1:07:05Gemeente, vreugde en blijdschap.
1:07:10Als ze zo dicht bij hem mag leven.
1:07:14Dan reist ze haar weg met blijdschap.
1:07:17Denkt u aan de moorman.
1:07:19Die moorman.
1:07:22En in een ogenblik.
1:07:24Oh wat heeft deze man vragen gehad.
1:07:27Maar als dan Filippus zich bij de wagen voegt.
1:07:32En hij gaat hem Christus verkondigen.
1:07:37Want dat waren de vragen.
1:07:38Van wie zegt de profeet dit?
1:07:41Zegt hij dat van zichzelf of zegt hij dat van een ander?
1:07:45En Philippus gaat het hem uitleggen.
1:07:47Dat lam dat stemmeloos is voor het aangezicht van degene die hem scheert.
1:07:55Zo ter slachting geleid.
1:07:57En dan gaat hij het zien.
1:07:59Het bloed van de Heer Jezus Christus reinigt van alle zonden.
1:08:05Wat verhindert mij om gedoopt te worden?
1:08:08En Philippus antwoordt, indien gij gelooft, het is geoorloofd.
1:08:13Ik geloof dat Jezus is de Christus, de Zonengods.
1:08:20En dan wordt hij gedoopt en dan reist hij zijn weg met blijdschap.
1:08:26Misschien dat u het opgevallen is vanmorgen in het lezen van het avondmaalsformulier.
1:08:31Opdat wij des te vaster zouden geloven.
1:08:36Tot dat verbond der genade te behoren.
1:08:41Dat verbond wat van geen wijken en van geen wankelen weet.
1:08:48Dan kan het toch niet anders gemeente.
1:08:50Of wij reizen onze weg met blijdschap.
1:08:54Dan is het bepaald niet aantrekkelijk.
1:08:58Als je alleen maar droefheid ziet.
1:09:01Och, ach, och.
1:09:05Het is moeilijk.
1:09:07Ik heb een strijd.
1:09:10En kan allemaal waar zijn, gemeente.
1:09:13Maar laten we onze ellende voor de binnenkamer houden.
1:09:18En onze vreugde voor de huiskamer.
1:09:21Om de heren groot te maken.
1:09:23In alles.
1:09:28Als zij aan des konings tafel zit.
1:09:32Getuigt ze.
1:09:34Dan
1:09:36geeft mijn nardes zijn reuk.
1:09:41Dan verspreidt ze een liefdelijke reuk.
1:09:47Dan verspreidt ze de reuk van Christus.
1:09:52En gemeente, dat ziet op de gaven van de Heilige Geest.
1:09:59De geestesgave.
1:10:03U zegt misschien, nou tegenwoordig hebben we ook een evangelische dominee.
1:10:07Die heeft het over geestesgave.
1:10:09Maar het is voluit bijbels, gemeente.
1:10:13Alleen wij moeten onderscheid maken.
1:10:17Want de Heere geeft...
1:10:21Zijn gaven.
1:10:23En
1:10:25daar zitten ook hele bijzondere gaven bij.
1:10:28Maar zal ik u eens eenvoudig een paar geestesgaven noemen.
1:10:35Misschien de belangrijkste geestesgaven zijn de ambten.
1:10:40Die de heren aan zijn kerk geeft.
1:10:45Om zijn kudde te leiden en te wijden.
1:10:50Een geestesgave.
1:10:54Het geloof.
1:10:56Een gave gods.
1:10:58De
1:11:00werkmeester van het geloof is de heilige geest.
1:11:04Een belangrijke geest te schaven is het geloof.
1:11:09Een
1:11:12andere belangrijke geest te schaven is het gebed.
1:11:16Zo wordt de heilige geest genoemd de geest der genade en der gebeden.
1:11:25Er wordt vanuit evangelische kringen nog wel eens naar de traditionele kerken.
1:11:31Verweten dat er de geest niet meer werkt.
1:11:35Maar gemeente de geest werkt krachtig.
1:11:40En die geest die
1:11:43gaat door.
1:11:47Zolang zijn koninkrijk nog niet volmaakt is.
1:11:51Zolang dat koninkrijk nog niet volgemaakt is.
1:11:56En er nog toegebracht moeten worden.
1:11:59Zolang werkt die geest.
1:12:01Zult u die geest niet bedroeven.
1:12:04En de werking van die geest niet uitblussen.
1:12:09Of de werking van die geest weerstaan.
1:12:13Het kan zo makkelijk gemeente.
1:12:15Als er een bepaalde gedachte in u opkomt.
1:12:19En misschien ook wel vanmorgen gebeurt.
1:12:24En dat u dacht.
1:12:27Wat zou het bijzonder zijn als de Heer mij aan de tafel brengt.
1:12:34Ik heb wel eens bij een oudvader gelezen.
1:12:36Die zegt zoek die gedachte aan te wakkeren.
1:12:41Niet met een slok koffie wegspoelen.
1:12:45Maar aanwakkeren.
1:12:47Roep de heren aan.
1:12:49Hij laat toch geen bidder staan.
1:12:52Alles wat gij begeren zult in mijn naam.
1:12:56Dat zal ik u geven.
1:12:59Is dat dan geen begeerte in zijn naam?
1:13:03Als we mogen delen.
1:13:05In zijn volheid en in zijn rijkdom.
1:13:08Maar
1:13:15als u nou vanmorgen aan de tafel geweest bent.
1:13:20Of zeg ik het dan te activistisch.
1:13:23Maar gaat u dan ook die reuk voortbrengen.
1:13:30Om met vreugde en
1:13:34met blijdschap.
1:13:35Te staan in het midden van een wereld.
1:13:40Die in het verlorene ligt.
1:13:43Zoveel hopeloosheid en moedeloosheid.
1:13:47Gemeente.
1:13:52En zeker ook bij onze jongeren.
1:13:56Wat is het perspectief van deze wereld?
1:14:00Nou, niks.
1:14:020,0.
1:14:05Deze wereld gaat voorbij.
1:14:07Met al zijn begeerlijkheid.
1:14:09En dat is nu niet anders dan 2000 jaar geleden.
1:14:12De wereld is van zijn plaats.
1:14:14En die komt ook nooit meer op zijn plaats.
1:14:17Vandaarom heet het wereld.
1:14:20Maar er is een ander perspectief.
1:14:23Een nieuwe hemel.
1:14:26En een nieuwe aarde.
1:14:29Waarop gerechtigheid woont.
1:14:32En dat heeft alles te maken met het volkomen werk van deze bruidegom.
1:14:39Die zijn leven gaf aan
1:14:43het vervloekte kruishout.
1:14:46Zou u dan niet zijn reuk voortbrengen?
1:14:50Ja, als
1:14:54je vanmorgen aan de bediening geweest bent.
1:14:56Ja, maar ook als je niet geweest bent.
1:15:01De Heere is het zo waardig.
1:15:03En
1:15:06ziet u het dan niet?
1:15:08Dat juist daarom deze bruidegom zo nodig is in uw leven.
1:15:15En waar de bruid van overtuigd was.
1:15:18Zonder hem kon zij niets doen.
1:15:21En daarom had ze hem nodig.
1:15:23En kon ze niet buiten hem en niet zonder hem.
1:15:28Om zo de reuk van Christus te verspreiden.
1:15:34Uit
1:15:37vreugde en
1:15:39blijdschap.
1:15:41Onze tweede gedachte.
1:15:43Haar vreugde.
1:15:45We gaan naar onze derde gedachte, haar zoeken.
1:15:51Want tegelijk, gemeente, zien wij deze bruid zoeken.
1:15:57En ze vraagt er daar.
1:16:01Zeg mij aan, die gij die mijn ziel lief heeft, waar gij wijt.
1:16:07En waar gij de kudde legert in de middag.
1:16:12Want zij wil bij die kudde behoren.
1:16:16Ze wil deel uitmaken van die kudde.
1:16:20En waarom wil ze deel uitmaken van die kudde?
1:16:23Omdat over die kudde de trouwe hedderzorg gaat.
1:16:29Ze wil behoren bij die schapen.
1:16:35Nou, als u, en ongetwijfeld zijn er misschien mensen die schapen hebben hier.
1:16:42Maar mijn schoonvader was boer, die heeft ook nog alle schapen gehad.
1:16:46Maar knots eigenwijs.
1:16:48Zou jij een schaap genoemd willen worden?
1:16:54Maar om je te laten leiden door deze trouwe header.
1:17:01Die zijn leven stelt voor de schapen.
1:17:07En om nou gemeenzaam te zijn met hen.
1:17:12Gemeente, daarom is het zo nodig.
1:17:15Om ook gemeente te zijn.
1:17:17Het staat dwars op onze tijdgeest van individualisme.
1:17:22Je moet voor jezelf opkomen.
1:17:25Dwars daartegen in geeft ons de Heere gemeente.
1:17:32Om als kudde geleid en gewijd te worden.
1:17:40Daar waar de kudde is, daar is ook de hedder.
1:17:44Daar is het veilig.
1:17:47Maar daar is ook voedsel.
1:17:49Daar is warmte.
1:17:51Daar zorgt de hedder voor.
1:17:55En daar is liefde.
1:17:58Om steeds weer die liefde te ervaren.
1:18:05Een gemeente dan...
1:18:07zien wij gelijk iets anders.
1:18:09De bruid zo vol van de liefde...
1:18:13en
1:18:15tegelijk mist er ook wat.
1:18:21Nou, dat is een kenmerk van het Koninkrijk Gods.
1:18:25Het is er en
1:18:29tegelijk is het er nog niet.
1:18:31Dat
1:18:34wordt in de theologie het reeds en het nog niet genoemd.
1:18:40Het Koninkrijk Gods is er.
1:18:43Daar getuigt de Heer Jezus van als hij...
1:18:46begint aan zijn rondwandeling op aarde, dan zegt hij, bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij.
1:18:54En
1:18:58tegelijk gaat
1:19:01Satan rond als een briezende leeuw.
1:19:04Hoe
1:19:06zit dat?
1:19:07Wat zien wij van dat koninkrijk?
1:19:12En gemeente, dan komt het heel dichtbij.
1:19:14Dat geldt niet alleen voor dat koninkrijk in het algemeen, maar dat geldt voor alle inwoners van dat koninkrijk.
1:19:29Een klein beginsel van deze nieuwe gehoorzaamheid.
1:19:37Of zoals de apostel Paulus schrijft het hier, is het alles ten dele.
1:19:43Wij kennen ten dele, wij weten ten dele, wij profiteren ten dele.
1:19:49En
1:19:55daarom is er bij de bruid ook een zoeken.
1:19:58En
1:20:01als u de Bijbel goed leest, gemeente, dan ziet u...
1:20:06Dat er ook heel veel nadruk in de Bijbel ligt op dat zoeken.
1:20:14Zoek de Heren en leef.
1:20:21De Heren spoort ons aan om te zoeken.
1:20:25Hij heeft zelf vanuit de hoge hemel neergezien of er iemand verstandig was.
1:20:31Of er iemand was die naar hem vroeg of naar hem zocht.
1:20:35En hij heeft er niet één gevonden.
1:20:39En daarom roept hij op.
1:20:42Zoek mij.
1:20:48Laat in u verblijt zijn, allen die u zoeken.
1:20:53Dat vindt u in psalm 40, maar ook in psalm 70.
1:20:58Laat in u verblijt zijn, die u zoeken.
1:21:05Dus dan is alle onschuld wordt ons uit handen genomen.
1:21:14U zegt misschien, ja, ik ben vreemdeling.
1:21:17Ja, maar waarom zoekt u dan niet?
1:21:20Zoek den Heren.
1:21:25En als u zegt dat u hem gevonden hebt.
1:21:29Dan hebt u hem niet.
1:21:34Want gemeente.
1:21:35Hij is altijd groter.
1:21:38Het
1:21:42is hier alles ten dele.
1:21:44Dus daar is de eeuwigheid voor nodig.
1:21:47Om nou hem te kennen.
1:21:49Om hem nou te zien.
1:21:51In zijn volheid.
1:21:53Het lam staande als geslacht.
1:21:58Hij
1:22:02is altijd groter.
1:22:05Hij is altijd liefdelijker.
1:22:09Hij is altijd dierbader.
1:22:14Hij is altijd getrouwer.
1:22:20En om niet meer te noemen.
1:22:22Hij is altijd gewilliger.
1:22:25Gewilliger.
1:22:28Om de puinhopen van uw bestaan op te ruimen.
1:22:32De chaos die u gemaakt hebt.
1:22:37Om het te vergeven.
1:22:39Om verzoening aan te brengen.
1:22:42Om u te wassen.
1:22:44En te reinigen.
1:22:46In zijn bloed.
1:22:48En daarom gemeente de kerk van God.
1:22:52Gods kinderen.
1:22:56Ze raken nooit gearriveerd.
1:22:58Het
1:23:00is onmogelijk.
1:23:03Maar er blijft een heimwee.
1:23:06Een
1:23:07uitzien.
1:23:09Want ze
1:23:11krijgen het niet kloppend.
1:23:13En telkens weer.
1:23:15Dan kan je je verbazen.
1:23:17Dan kan je
1:23:19schrikken.
1:23:21Over je eigen gedachten.
1:23:24Over je eigen verlangens.
1:23:26En daarom een uitzien.
1:23:30En dat vinden we ook in het leven van de bruid.
1:23:33Onze vierde gedachte.
1:23:35De bruid ze heeft heimwee.
1:23:38Ze wil hem zien.
1:23:40Ze wil altijd met hem zien.
1:23:43Ze ziet uit naar de trouwdag.
1:23:46Om altijd bij de heren te zijn.
1:23:49Hier een vreemdeling.
1:23:52Een bijwoner.
1:23:54Niet thuis.
1:23:57Onveilig.
1:23:58De
1:23:59mist in haar leven mist zoveel.
1:24:03En daar kan ze niemand anders de schuld van geven.
1:24:07Dan alleen zichzelf.
1:24:11Wat mist ze dan?
1:24:13Ze mist dat omgaan met de Heer.
1:24:18Die nauwe omgang.
1:24:21Eén verkeerde gedachte.
1:24:23En ze merkt het al dat hij wijkt.
1:24:28Eén zonde.
1:24:30Met
1:24:32woorden.
1:24:33Of met daden.
1:24:36En de Heere wijkt.
1:24:38Want de zonden maken scheiding.
1:24:40Tussen de Heere en ons.
1:24:43Wat komt het dan op aan?
1:24:48En soms mag ze hem ervaren.
1:24:52Dan zijn het toch ook de hoogtijdagen van Gods kerk.
1:24:57Als hij zijn gemeenschap gaat uitoefenen.
1:25:01Met de bruid.
1:25:04Maar ze heeft er niet genoeg aan.
1:25:08En misschien zijn er wel onder ons die verkering hebben.
1:25:13Prachtig hè, dat is toch het beeld van hooglied.
1:25:17De voorbereiding op het huwelijk.
1:25:20En als je verkering hebt, dan wil je elkaar toch steeds beter leren kennen.
1:25:30En dan komt er een begeerte, een drang om te gaan trouwen.
1:25:35Om samen door het leven te gaan.
1:25:39En de trouwdatum is vastgesteld.
1:25:45En dat is het kenmerkende.
1:25:47Dan wordt alles ondergeschikt gemaakt.
1:25:50Aan die trouwdatum.
1:25:54Hé, ga je mee?
1:25:57Een avondje met vrienden?
1:25:59Je bladert in je agenda.
1:26:01Geen tijd.
1:26:02Er moet nog zoveel gebeuren.
1:26:05De trouwdag is aanstaande.
1:26:09Ga je mee?
1:26:11Het
1:26:12kost wel wat geld.
1:26:14En je denkt, onmogelijk.
1:26:18Ik heb al mijn geld nodig.
1:26:20De trouwdag.
1:26:22Is aanstaande.
1:26:24Alles ondergeschikt maken.
1:26:27Aan dat moment.
1:26:29Dat je altijd bij elkaar bent.
1:26:32Is dat niet het leven.
1:26:34Van de bruid.
1:26:36Hier op aarde.
1:26:38Het leven van Gods kerk.
1:26:41Om nou alles.
1:26:43Aan dat moment.
1:26:46Ondergeschikt te maken.
1:26:48Hij komt.
1:26:49Hij komt.
1:26:53En dan is het de bruidegom.
1:26:56Die haar prijst.
1:26:59Die haar schoonheid prijst.
1:27:02Haar ogen zijn als duivenogen.
1:27:08Daar schittert de onschuld in.
1:27:12Onbegrijpelijk.
1:27:13Ze is toch zwart vanwege de zonde.
1:27:17Ja, maar God ziet haar niet meer aan in zichzelf.
1:27:23Maar in zijn zoon.
1:27:26En ze ziet in die ogen de oprechtheid.
1:27:31De trouw.
1:27:32De nederigheid.
1:27:35En
1:27:37het staat vast.
1:27:43Gij zijt schoon mijn liefste.
1:27:46Ja liefelijk.
1:27:49Ook groent onze bedsteden.
1:27:53De balken onze huizen zijn zeders.
1:27:56Onze galerijen zijn cypressen.
1:27:59Het
1:28:00staat alles vast.
1:28:02Het zal komen.
1:28:04Het
1:28:05zal uitlopen.
1:28:08Op het altijd bij elkaar zijn.
1:28:14Ja, maar als je dan ziet op de omstandigheden.
1:28:19Ja, maar dat is niet het geloof.
1:28:22Ja, maar als ik dan zie op mijn eigen leven.
1:28:26Dat is niet het geloof.
1:28:29Het geloof rust op de belofte.
1:28:37Ook groent onze bedsteden.
1:28:41Het staat vast.
1:28:45Omdat hij de overwinnaar is.
1:28:50Dood en graf overwonnen.
1:28:54Het eeuwige leven verworven.
1:28:58En om dat nou weg te schenken.
1:29:02Aan doodschuldige zondaren.
1:29:05Die niet anders hebben verdiend dan de eeuwige dood.
1:29:10Daaraan wil hij nu het eeuwige leven schenken.
1:29:14Hij
1:29:16overwinnaar.
1:29:18En in hem meer dan overwinnaars.
1:29:25Of zoals het getuigen is van de vroege kerk.
1:29:30Die heimwee hebben.
1:29:33Komen thuis.
1:29:37Amen.
1:29:42Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 45.
1:29:46En wij zingen daar nu van het zevende vers.
1:29:49Straks leidt men haar in statie uit haar woning.
1:29:53In kleding.
1:29:54Rijk gestikt.
1:29:56Tot hare koning.
1:29:58En wat er verder volgt.
1:29:59Zevende vers.
1:30:01Uit Psalm 45.
1:30:02[GEZANG]
1:33:39Laten wij eindigen met dankgebed.
1:33:45Heren u bent alle lof en eerwaardig.
1:33:50U gaf uw zoon.
1:33:53En hij heeft dat grote offer gebracht.
1:33:57Zo volkomen.
1:33:59Zo volmaakt.
1:34:01Maar ook zo heerlijk.
1:34:05Dat er niets van ons bij hoeft.
1:34:09Maar ook niets van ons bij kan.
1:34:13En dat maakt het ook scherp heren.
1:34:16Dat snijdt door ons vlees.
1:34:20Verkruisig ook ons vlees.
1:34:24Opdat wij sterven zouden aan alles wat van ons is.
1:34:28Onze werken.
1:34:31Onze godsdienstige verrichtingen.
1:34:35En opdat er maar één overblijft.
1:34:38De bruidegom.
1:34:41Om nou door hem geleid te worden.
1:34:44Om te leven met dat verlangen.
1:34:49Dat uitzien.
1:34:51Wanneer komt die dag?
1:34:54Heren, we hebben vele redenen om u te danken.
1:34:59Dat we nog gemeente mogen zijn.
1:35:02Dat u ons de verkondiging van het woord geeft.
1:35:06De bediening van de sacramenten.
1:35:10Veel redenen om u te danken.
1:35:12Ook
1:35:14voor het gemeentewerk.
1:35:16De ouderen die van de week op reis waren.
1:35:21Maar ook weer veilig thuis mochten komen.
1:35:25Als u het geeft, heren.
1:35:28De gemeentedag, aanstaande zaterdag.
1:35:33Dat we gemeente mogen zijn.
1:35:36Maar dat zo ook het winterwerk weer aan mag vangen.
1:35:41Dan zeggen we uw naam dank voor, heren.
1:35:43Wat een bemoeienis.
1:35:45Wat een arbeid.
1:35:48Wat een mest.
1:35:50Legt u om onze levensboom.
1:35:53En heren, opdat het ons zou bekeren tot u.
1:35:58Geef dan een ieder wat nodig is, heren.
1:36:03En opdat we zoals de bruid zouden getuigen.
1:36:10Dat
1:36:12we die vreugde en blijdschap mogen kennen.
1:36:16Maar ook dat zoeken en
1:36:19dat verlangen.
1:36:20Dat uitzien naar
1:36:23uw komst op de wolken des hemels.
1:36:27Heren, aanvaard ook onze dank.
1:36:31En ga met ons de nieuwe week in.
1:36:35Geef hen ieder wat nodig is.
1:36:38Om in afhankelijkheid van u te leven.
1:36:43Tot de eer en de verheerlijking van uw naam te leven.
1:36:49Opdat het gezien wordt.
1:36:53Wat het betekent.
1:36:55Het leven met u.
1:36:57Hoe goed het is.
1:36:58U te kennen.
1:37:01Heren werk dan nog.
1:37:04We vragen het van u.
1:37:07Niet om iets in ons.
1:37:09Maar enkel uit genade.
1:37:13Om de verdiensten van uw Zoon.
1:37:17De Heer Jezus Christus.
1:37:19Doe het nog.
1:37:21Om zijn wil alleen.
1:37:24Amen.
1:37:27Onze slotsang is uit Psalm 34.
1:37:29Het eerste vers.
1:37:31Ik loof den Heren mijn God.
1:37:33En ook het elfde.
1:37:35De Heren verlost en spaart zijn volk.
1:37:39Dat op zijn hulp vertrouwt.
1:37:41We noemden u het eerste en het laatste vers uit Psalm 34 als slotsang.
1:37:46[GEZANG]
1:41:39Ga dan in vrede naar uw woningen.
1:41:41Verheft uw harten tot God.
1:41:43En ontvang de zegen des Heren.
1:41:46De genade van onze Heer Jezus Christus.
1:41:50De liefde Gods.
1:41:52En de gemeenschap van de Heilige Geest.
1:41:55Zij.
1:41:56En blijven met u allen.
1:42:00Amen.
1:42:00[GEZANG]