Hooglied 1: 2b; De bruidegom uit het Hooglied

zondag 13 september 2026 · 09:30 uur · Heilig Avondmaal · Ds. R. van de Kamp · 123 minuten

Transcript

0:00Onze

0:00[GEZANG]

10:16hulp en onze verwachting is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft,

10:25die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in der eeuwigheid, en die niet laat varen de werken van zijn handen.

10:36Amen.

10:39Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

10:46En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

10:50En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is.

10:54De eerstgeborene uit de doden.

10:58En de overste van de koningen der aarde.

11:03Amen.

11:07Kom gemeente, laten we met elkaar zingen.

11:09Uit psalm 100, het eerste vers.

11:12Juich aarde, juich alom de heren.

11:16En ook het vierde vers, want goede tieren is de Heere, zijn goedheid eindigt nimmer meer.

11:24Wij noemden u het eerste en het laatste vers uit Psalm 100.

11:28De

11:29[GEZANG]

14:15schriftlezing voor vanmorgen vindt u opnieuw in Hooglied 1.

14:20Maar

14:22stellen wij ons eerst voor de spiegel van Gods heilige wet.

14:28Toen sprak God al deze woorden, zeggende...

14:32Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.

14:39Gij zult geen andere gode voor mijn aangezicht hebben.

14:43Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen

14:55dat in de wateren onder de aarde is.

15:00Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen, want ik, de Heere, uw God, ben een ijverig God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde

15:12lid dergenen die mij haten, en doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben en mijn geboden onderhouden.

15:23Gij zult de naam des Heere, uw God, niet eindelijk gebruiken.

15:27Want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.

15:32Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt.

15:35Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.

15:39Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.

15:42Dan zult gij geen werk doen.

15:45Gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.

15:56Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is, en hij rustte ten zevende dagen.

16:06Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.

16:12Eer uw vader en uw moeder op dat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heer uw God geeft.

16:20Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echt breken, gij zult niet stelen.

16:26Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

16:30Gij zult niet begeren uw naaste huis.

16:34Gij zult niet begeren uw naaste vrouw.

16:38Nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd.

16:42Nog zijn os, nog zijn ezel.

16:46Nog iets dat uw naaste is.

16:52Wij noemden u als schriftlezing hooglied 1.

17:01Het hooglied het welk van Salomo is.

17:04Hij kussen mij met de kussen zijns monds, want uw uitnemende liefde is beter dan wijn.

17:13Uw olieën zijn goed tot reuk, uw naam is een olie die uitgestort wordt.

17:21Daarom hebben u de maagde lief.

17:24Trek mij, wij zullen u nalopen.

17:28De koning heeft mij gebracht in zijn binnenkamer.

17:33Wij zullen ons verheugen en in u verblijden.

17:38Wij zullen uw uitnemende liefde vermelden meer dan de wijn.

17:43De oprechten hebben u lief.

17:47Ik ben zwart, toch liefelijk, gij dochteren van Jeruzalem, gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.

17:59Ziet mij niet aan dat ik zwartachtig ben?

18:03Omdat mij de zon heeft beschenen.

18:06De kinderen mijner moeder waren tegen mij ontstoken.

18:10Ze hebben mij gezet tot een hoedster der wijngaarden.

18:15Mijn wijngaard die ik heb, heb ik niet gehoed.

18:19Zeg mij aan, gij die mijn ziel lief heeft, waar gij wijt.

18:24Waar gij de kudde legert in de middag.

18:27Want waarom zou ik zijn als een die zich bedekt bij de kudde uwer met gezellen?

18:34Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen, zo ga uit op de voetstappen der schapen en wijd uw geiten bij de woningen der hedderen.

18:46Mijn vriendin, ik vergelijk u bij de paarden in de wagens van Faro.

18:52Uw wangen zijn liefelijk in de spangen, uw hals in de parelsnoeren.

18:58Wij zullen uw gouden spangen maken met zilveren stipjes.

19:03Terwijl de koning aan zijn ronde tafel is, geef mijn nardes zijn reuk.

19:09Mijn liefste, is mij een bundeltje meren dat tussen mijn borsten vernacht.

19:14Mijn liefste, is mij een tros van cyprus in de wijngaarden van Engedi.

19:21Zie, gij zijt schoon, mijn vriendin.

19:24Zie, gij zijt schoon, uw ogen zijn duivenogen.

19:28Zie, gij zijt schoon, mijn liefste.

19:31Ja, liefelijk.

19:33Ook groent onze bedsteden.

19:35De balken onze huizen zijn seders.

19:39Onze galerijen zijn cypressen.

19:43Tot zover de schriftlezing.

19:46In de voorbeden hopen wij te gedenken aan het echtpaar Tarnus de Jong, oude heel 17.

19:54Dat maandag 7 september mocht de gedenken 25 jaar getrouwd te zijn.

20:00We denken ook aan Karel-Jan Kastelein, Havenweg 41...

20:04en Jans van Veen uit Urk...

20:06die donderdag 17 september in het huwelijk hopen te treden.

20:11De kerkelijke huwelijksbevestiging zal plaatsvinden door dominee H.

20:16van Beek...

20:16vanuit de hersteld hervormde gemeente Urk, Elim.

20:21De dienst is om drie uur in het kerkje aan de zee op Urk.

20:26Laten wij de heren vragen om zijn...

20:30Onmisbare zegen.

20:31Heer

20:36het is onbegrijpelijke.

20:40Onbeschrijfelijke zondaarsliefde.

20:43Waardoor u uw zoon gegeven hebt.

20:47Van eeuwigheid gegeven.

20:49Van eeuwigheid onderhandeld.

20:53Over dat grote werk van de zaligheid.

20:57En

20:59hoe een gevallen Adams kind.

21:03Op grond van recht en gerechtigheid.

21:07Weer met u verzoend kon worden.

21:12En uw zoon hebt u gegeven.

21:15En hij heeft zich laten geven.

21:17En we zeggen u nameltmoedig dank heren.

21:20Want het is toch de enige reden waarom wij hier vanmorgen.

21:27Als gemeente samen mogen komen rond de bediening van uw woord.

21:32En van het sacrament van het heiligavondmaal.

21:35De enige reden.

21:38Daar u zelf uit de hoge hemel neer hebt gezien.

21:42Of er iemand verstandig was.

21:44Of er iemand was die naar u vroeg.

21:47Of naar u zocht.

21:49En u hebt er niet één gevonden.

21:52Maar u bent het die naar ons vraagt.

21:56Die roept en nodigt.

21:59En heren geef.

22:01Dat vanmorgen velen de toevlucht zullen nemen tot u.

22:07Die het leven bij zichzelf niet meer kunnen houden.

22:11Die het zien dat ze zwart zijn.

22:14Laag van afkomst.

22:17Omdat heren alles verzondigd is.

22:21Wij tegen u hebben opgestaan.

22:25U de rug en de nek hebben toegekeerd.

22:28Om nooit meer tot u terug te keren.

22:32En het is een wonder van uw genade heren.

22:36Als we het gaan zien.

22:37En als het nood wordt.

22:40En daardoor ook schuld wordt.

22:44En we bidden het van u heren.

22:46Werkt nog krachtig met de werking.

22:49De bediening van uw heilige geest.

22:52Het is toch die geest die ontdekt.

22:55En overtuigd.

22:57En dat hebben we nodig heren.

22:59Want wij duwen het weg.

23:01En wij willen het niet zien.

23:03En wij denken dat we nog heel wat zijn.

23:07Maar heren door het ontdekkende licht van uw heilige geest.

23:11Gaan we het zien.

23:13Dat we alles, maar dan ook alles verzondigd hebben.

23:17Nergens geen recht meer op hebben.

23:20Niets verdiend hebben.

23:22Maar dat uw zoon het verdiend heeft.

23:25Door zijn grote offer gebracht.

23:29Op de kruisheuvel Gogelta.

23:32Heeft hij volkomen betaald.

23:35En als we het niet alleen horen van morgen.

23:38Maar ook zien.

23:39Hoe zijn lichaam gebroken is.

23:43In het breken van het brood.

23:45We zien hoe hij zijn bloed vergoten heeft.

23:49In het vergieten van de wijn.

23:51Heren, geef dat zondaars harten gebroken worden.

23:56En dat we als een arme zondaar de toevlucht zullen nemen tot u.

24:04Dan zijn zondaren toch welkom bij u, heren.

24:08Het is toch uw liefste werk.

24:10En hoewel de bruid zwart is, is zij aantrekkelijk voor de bruidegom.

24:17En juist omdat ze zo zwart is.

24:21Daarom heeft hij betaald.

24:24Daarom heeft hij gewerkt.

24:28Dat grote wonder van genade.

24:32Heren, zo dragen we de gemeente aan u op.

24:35Heren, geef wat nodig is vanmorgen.

24:39We hier zijn of als we thuis meesluisteren.

24:44En heren, geef wat nodig is in de krachtige doorwerking van uw heilige geest.

24:53Zijn kracht zal doen.

24:55Maar opdat ook het sacrament.

24:57Zijn kracht zal doen.

24:58En zijn troost zal geven.

25:01Bezwaarden.

25:02En verslagen harten.

25:04Zou versterken.

25:07Bemoedigen.

25:08Vertroosten.

25:10Heren wat hebben wij nodig.

25:12U hebt het toch zelf daartoe ingesteld.

25:15Doe dat.

25:16Tot mijn gedachten is.

25:18Totdat ik kom.

25:20En daarom heren.

25:22Dat er ook het verlangen zou zijn naar de bruidegom.

25:26Het verlangen zou zijn naar de bruiloft.

25:30Een verlangen naar de trouwdag.

25:33Om altijd bij de heren te zijn.

25:37Heren werk dat zo.

25:39Ook in het midden van de gemeente.

25:42En geef wat nodig is.

25:44En dan is het ook bijzonder heren.

25:47Dat u nog het huwelijk geeft.

25:49Als een afspiegeling.

25:52Van het huwelijk tussen de bruidegom en de bruid.

25:56En zo mochten ook het echtpartanus die jong gedenken.

26:01Dat ze 25 jaar door de band van het huwelijk met elkaar verbonden waren.

26:07En we bidden heren voor dit echtpaar.

26:10En geef wat nodig is.

26:12Want uw zegen was in het begin van het huwelijk nodig.

26:17Maar is ook na 25 jaar nog steeds nodig en misschien wel meer en meer nodig.

26:24En Heere, gedenk hen dan samen met de kinderen en de kleinkinderen.

26:30En geef wat nodig is om te leven uit de volheid en de rijkdom van de Heere Jezus Christus.

26:39Want dat is toch het leven.

26:41Dat is toch ook het echte huwelijksleven.

26:45En dat bidden we ook, heren, voor Karel Jan en Jans.

26:49Als zij u het geeft in deze week, elkaar het ja-woord zullen geven, elkaar trouw zullen beloven.

26:59Heren, ontferm u over hen.

27:02Want zij zijn niet trouw, wij zijn niet trouw.

27:08En daarom moeten we het hebben van uw trouw.

27:12Heren, schenk uw onmisbare zegen voor hen, ook voor de wederzijdse ouders.

27:19En dat ze zich mogen verwonderen over uw goedheid en over uw genade.

27:27Ze zich mogen verwonderen over dat u de getrouwe en de onveranderlijke verbondsgod bent.

27:36Dat ze ook heilig met elkaar zullen leven, elkaar geloof.

27:42En trouw houdende naar uitwijzen van het heilige evangelie.

27:48Heren werk dan nog krachtig.

27:50Zo dragen we alle zieken aan u op.

27:54Heren die in het ziekenhuis verblijven.

27:57Die binnenkort het ziekenhuis weer verlaten.

28:01Heren geef wat nodig is als een operatie staat te wachten.

28:06Of onderzoeken wachten.

28:08Uitslagen.

28:10Hebben we het telkens weer nodig om te zien dat alles in uw hand ligt, heren.

28:16En dat u het bent die ons ziekte en gezondheid toeschikt uit uw vaderlijke hand.

28:25Heren, als er therapieën of behandelingen ondergaan, medicijnen gebruikt wordt.

28:32Schenk uw onmisbare zegen.

28:36Maar dat alles ook mag zijn in afhankelijk feit van u.

28:39Omdat u het bent die alle dingen stuurt en leidt.

28:45En dat u ook overal uw wijze bedoelingen mee hebt.

28:48En dat wij zo in alles ook u zullen nodig hebben.

28:53In alle moeite en verdriet.

28:57Gemis, we dragen weduwe en wedunaren aan u op.

29:01Hier als een spanningenzuin in het huwelijk.

29:05Of in het gezin.

29:06Of de werkkring.

29:08Of de familiekring waar we deel van uitmaken.

29:12Er kan zoveel zijn heren.

29:14En het is toch alles een gevolg van de zonde.

29:19En wat een wonder is het dat u juist daarom uw zoon gegeven hebt.

29:25Tot een volkomen verzoening.

29:28Heren werk dan nog krachtig.

29:31Geef wat nodig is.

29:33In een ieders leven.

29:35En bijzonder ook vanmorgen.

29:37Onthoud ons de werking.

29:39En de kracht van uw heilige geest.

29:42Niet in de bediening van het woord.

29:45Maar ook in de bediening van het sacrament.

29:48Van het heilig avondmaal.

29:49We bieden het van u.

29:51We smeken het van u.

29:53Hoor nog.

29:54Om Christus wil alleen.

29:58Uit genade.

30:00Amen.

30:05Namens de kerkraad zijn er nog de volgende afkondigingen.

30:08Woensdag 16 september is er een kerkdienst.

30:12En in deze dienst zal dominee J.H.

30:15van der Velde uit Nieuwe Tongen voorgaan.

30:17De dienst vangt aan om half acht.

30:22Zaterdag 19 september is de gemeentedag.

30:25Aanmelden kan nog tot morgenavond.

30:28Meer informatie vindt u in de laatste kerkbode.

30:33In de morgendienst van zondag 20 september zal aandacht worden gegeven aan de opening van het winterwerk.

30:41En smiddag zal er dan een preekbespreking worden gehouden waarvoor alle jongeren vanaf 14 jaar worden uitgenodigd.

30:50De aanvang is half drie.

30:53Het

30:54aanmelden voor de beleideniskategorisatie is nog mogelijk tot vrijdag 18 september.

31:01Van de genoemde voornemensgeld.

31:03Zo de heren wil.

31:05En wij het zullen beleven.

31:08Tot zover de afkondiging.

31:10In de dienst der offeranden.

31:12Worden van u een drietal gaven gevraagd.

31:15De eerste collecte.

31:16De noodhulp collecte.

31:19Voor de slachtoffers van de overstroming.

31:22In Nepal en Tibet.

31:24De tweede collecte.

31:25Is bestemd voor de kerkvaldij.

31:27En de derde.

31:29Voor de aflossing van de kerk.

31:31Alle drie de collecten van harten in uw milddadigheid aanbevolen.

31:36De heren zegenen u en uw liefde gaven.

31:41Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 45.

31:44En wij zingen daarvan het eerste en ook het vierde vers.

31:49Mijn hart vervuld met heilbespiegelingen zal het schoonste lied van ene koning zingen.

31:57En ook het vierde vers, O God, uw God heeft mild u overgoten met vreugde zelf, meer dan u meegenoten.

32:07En wat er verder volgt, eerste en vierde vers uit psalm 45.

32:13[GEZANG]

38:47Gemeente, de tekst voor vanmorgen is opnieuw hooglied 1 en wij nemen nu als kerntekst het tweede gedeelte van vers 2.

38:59Vers 2b.

39:02Waar Gods onfeilbaar woord als volgt luidt.

39:05Want uw uitnemende liefde is beter dan wijn.

39:13Stonden wij in de voorbereiding stil bij de bruid uit het hooglied.

39:19Wij staan nu stil bij de bruidegom uit hooglied 1.

39:27We hebben gezien wie de bruid is.

39:29Zij...

39:31Als zij op zichzelf ziet, is zij zwart.

39:35En dat schildert haar lage afkomst.

39:39Zij is niets.

39:41Zij heeft alles verzondigd.

39:45Zwart als de tenten van Kedar.

39:49Maar in de ogen van haar bruidegom is zij liefelijk.

39:56En dat is voor haar onbegrijpelijk.

40:01Het is de liefde van de bruidegom die haar hart heeft vervuld.

40:08En daarom is er liefde gekomen van haar tot haar bruidegom.

40:14En zij is vol van die liefde.

40:17En zij wordt gedreven door die liefde.

40:21En daarom verlangt zij een kus van zijn liefde.

40:26Hij kussen mij met de kussen zijn mond.

40:30Omdat er genade op zijn lippen is uitgestort.

40:36En daar heeft zij behoefte aan.

40:38Zij kan niets.

40:39Zij is niets.

40:41Ze heeft niets.

40:42Ze wil niets.

40:44En daarom heeft ze het alles van hem nodig.

40:52Herkent u het gemeente?

40:53Als

40:57de Heere zijn liefde gaat afdrukken in uw harten.

41:04Die onbeschrijfelijke zondaarsliefde.

41:09Dat ik voor u, daar gij anders, de eeuwige dood had moeten sterven.

41:15Dan kan het toch niet anders.

41:17Of dan komt er wederliefde.

41:20Misschien ziet u wel uit zo, ook vanmorgen.

41:24Naar die gevoelige genade.

41:28Om het nog weer eens te ervaren.

41:31Als de Heer er nog overkomt.

41:35En zijn liefde afdrukt in onze harten.

41:39Zij wil zijn liefde ervaren.

41:44En daarom bijzonder als ze mag worden binnengeleid in zijn binnenkamer.

41:53Daar in de binnenkamer, daar wordt de gemeenschap ervaren.

41:59Daar mag ze hem ervaren.

42:03Maar dan mag ze ook de vrede ervaren.

42:06De vrede die alle verstand te boven gaat.

42:11Onbegrijpelijk.

42:12Als de Heilige Geest gaat overtuigen en ontdekken.

42:17En het zonder register openlegt.

42:21De schuld bekend gaat maken.

42:24Dan komt er onrust.

42:25En

42:27onrustig is mijn hart totdat het rust vindt.

42:31In God.

42:34Als Christus zich openbaart.

42:37En bekend maakt.

42:41Dan mag er niet alleen vrede zijn.

42:44Dan mag er ook vreugde zijn.

42:48Dan mag er ook blijdschap zijn.

42:52Gemeente.

42:55En opdat ook die blijdschap vanmorgen gewerkt zal worden.

43:03Ik heb het nog wel eens van een jongere gehoord.

43:06Die zei tegen mij.

43:09Weet u wat ik mis?

43:12De blijdschap.

43:16En ik bedoel geen oppervlakkige blijdschap.

43:19Maar de blijdschap van het geloof.

43:23Nee ik heb het niet.

43:25Maar één ding is zeker.

43:27Ik krijg het.

43:30Omdat ik het geloof.

43:32Het geloof rust op de belofte.

43:38Wat de Heere beloofd heeft.

43:40En dat hij beloofd heeft.

43:42De vergeving van zonde.

43:44En het eeuwige leven.

43:47En daarom ligt het vast.

43:49En om dat geloof te versterken laat de Heer vanmorgen zijn tafel aanrichten.

43:57Om

44:00zijn uitmuntende liefdesuitingen met

44:07haar te delen.

44:10Gemeenschap te oefenen met

44:14zijn onderdane.

44:16Als

44:18het hoofd van zijn gemeente.

44:20Om

44:22haar dan opnieuw te verzegelen.

44:28De zegels van zijn verbond.

44:31Waarin hij beloofd heeft.

44:34De vergeving van zonden.

44:36De verzoening.

44:38En

44:40het eeuwige leven.

44:44En daarom heeft de bruidegom zijn leven gegeven.

44:49Er moest betaald worden.

44:51Er moest aan Gods gerechtigheid genoeg geschieden.

44:57En hij heeft zijn leven gewillig gegeven.

45:01In de nooit begonnen eeuwigheid.

45:04Hebben de vader en de zoon onderhandeld over dat grote werk van de zaligheid.

45:10En dan moet u mij goed begrijpen.

45:12Onderhandelen dat lijkt erop of dat ze het niet eens werden met elkaar.

45:18Maar zo bedoel ik het niet.

45:20Daar is dat grote werk van de zaligheid uitgedacht en uitgewerkt.

45:27En de zoon heeft gezegd.

45:29Zie ik zal komen o vader.

45:31Om uw wil en uw welbehagen te doen.

45:36En hij is gekomen en hij heeft zich neer laten leggen daar in die beestenstal, in die kribbe.

45:46Gewonden in doeken.

45:50En zijn hele leven was lijden van de kribbe naar het kruis.

45:57En hij heeft het alles gewillig ondergaan.

46:01Hij heeft zich laten bespotten.

46:04Hij heeft zich laten uitlachen.

46:08En met name, en dat is diep gegaan gemeente, als het gaat om het bespotten in zijn ambtelijke bediening.

46:16Ze hebben hem bespot in zijn profetisch ambt.

46:20Ze hebben hem geslagen en gezegd profiteer ons.

46:24Wie heeft u geslagen?

46:26Ze hebben hem bespot in zijn koninklijke bediening.

46:29Een purperen mantel om een riet kroon op zijn hoofd.

46:34Een staf in zijn hand.

46:37De koning der joden.

46:39Maar wat het de meest geraakt heeft, is het bespotten in zijn priestelijke bediening.

46:46Indien gij dan de Christus zijt, kom af van het kruis.

46:52Maar gemeente, hij kon niet af van het kruis.

46:58Kon hij er dan niet van af?

47:03Nee, want hij wilde niet van het kruis af.

47:10Hij wilde betalen.

47:13Uw schuld en jouw schuld wilde hij vereffenen.

47:20En daarom moest hij de vervloekte kruisdood ondergaan.

47:32Voor die zwarte bruid die

47:35het alles verzondigd heeft.

47:40Daar er niemand was die naar hem vroeg of naar hem zocht.

47:45Was

47:47hij het die haar zocht.

47:52En wat heeft zij verdiend?

47:55Als ze op zichzelf ziet.

47:57Dan

48:00ziet ze niet anders als zonde.

48:04Afmakingen.

48:05Tekorten.

48:06Dan ziet ze niet anders als ongeloof.

48:11De heren voor verdacht houden.

48:13Altijd weer te klein van hem denken.

48:17Maar

48:23door genade komt ze tot de conclusie.

48:27Want uw uitnemende liefde is

48:32meer.

48:33Beter dan wijn.

48:37En dan wordt met de wijn wordt de rijkdom van deze wereld voorgesteld.

48:43De goede dingen van deze, de overvloed van deze wereld.

48:48Maar

48:51ze willen het zo van het ene op het andere moment inruilen.

48:56Om zijn liefde te ervaren.

48:59Want uw uitnemende liefde is beter dan de wijn.

49:06En zijn naam.

49:08Is een uitgestorte olie.

49:12Een uitgegoten zalfolie.

49:17Uw olieën zijn goed tot reuk.

49:23En welke olieën zijn dat dan?

49:26Gemeente, dat zijn de olieën waarmee hij gezalfd is.

49:31Door zijn vader.

49:34Door de Heilige Geest.

49:39En waarom is hij gezalfd?

49:41Of beter gezegd, waartoe is hij gezalfd?

49:45Hij is gezalfd tot profeet, priester en koning.

49:50En dat is nou precies wat de bruid nodig heeft.

49:54Ze heeft een profeet nodig die haar leert en die haar onderwijst.

49:59Die haar helpt, die haar voorgaat.

50:03Ze heeft deze grote profeet nodig.

50:09Gods raad en wil aangaande de zaligheid te openbaren.

50:16En zij heeft nodig een priester.

50:20Want zelf redt ze het niet.

50:23Haar offers zijn onvoldoende, zijn ontoereikend.

50:28Daarom heeft ze het offer nodig van deze grote hoge priester.

50:33Die niet alleen...

50:36Hoge priester is maar ook zelf het offer was.

50:40En daarom uw olie zijn goed tot reuk.

50:45Zij heeft hem nodig niet alleen als profeet en als priester.

50:49Maar

50:50ook als koning.

50:52Dat betekent dat zij koning af moet zijn.

50:57Maar wat ziet ze het graag.

50:59Dat hij haar leven bestuurt en leidt.

51:03En dat ze zo heel haar leven.

51:06Mag leggen in die doorboorde middelaars handen.

51:10Omdat ze weet.

51:12Dat ze daar veilig ligt.

51:14En daarom.

51:16Uw uitnemende liefde.

51:18Is beter dan de wijn.

51:21En die naam.

51:22Die is uitgegoten.

51:25Die naam is uitgegoten.

51:29Op allen.

51:31Die hem kennen.

51:34En die nou.

51:36Door het geloof.

51:37Die zelfde zalving deelachtig zijn.

51:41Daar spreekt onze Heidelbergse katechismes over in zondag 12.

51:45Als er gevraagd wordt waarom wordt hij Christus.

51:49Dat is gezalfde genaamd.

51:51Dan wordt in dezelfde zondags afdeling gevraagd.

51:55En waarom wordt gij dan een christen genaamd.

52:00Nou omdat ik door het geloof.

52:03Dezelfde zalving deelachtig ben.

52:07Dat ik als een profeet zijn naam beleid.

52:12Maar ook als priester mijn leven offer.

52:16Als een levend dankoffer.

52:19En dat ik eenmaal met hem zal regeren.

52:23Over alle schepselen.

52:26Profeet, priester en koning.

52:29Omdat door het geloof.

52:33Dezelfde zalving deelachtig ben.

52:38De bruidegom brengt haar in zijn binnenkamer.

52:47En waar ziet dat dan op gemeente?

52:49Als het gaat over zijn binnenkamer.

52:52Dat ziet op de verborgenheid van het evangelie.

52:58De verborgenheid der godzaligheid.

53:02Die groot is.

53:04Omdat God.

53:07Geopenbaard is in het vlees.

53:09Dat is toch onbegrijpelijk.

53:11Dat de hoge, de heilige, de verhevende God.

53:16De eeuwig levende.

53:20Mens geworden is.

53:22Dat de vader zijn zoon gegeven heeft.

53:26En dat hij ontvangen is.

53:28Door de heilige geest.

53:31Een verborgenheid.

53:34En wat hebben wij nodig om steeds weer en steeds meer...

53:39om in die verborgenheid ingeleid te worden.

53:44En wat is er dan veel te leren om te zien...

53:48dat

53:50daar nu verzoening, vergeving ligt...

53:54in het allesreinigende bloed van de Heer Jezus Christus.

53:59Maar er is zoveel meer te leren als het gaat...

54:03Om het kindschap.

54:04Als het gaat om de hemelse vreugde.

54:09En de bruidegom hij wil het haar leren.

54:12En daarom laat hij zijn tafel aanrichten.

54:16Om haar te brengen in zijn binnenkamers.

54:21Die binnenkamers het ziet op het koninkrijk gods.

54:25Dat koninkrijk dat

54:30nog niet volmaakt is.

54:33Maar volmaakt zal worden dat koninkrijk waar hij zal zijn.

54:39Alles en in allen.

54:42En waar niemand meer zal zeggen ik ben ziek.

54:46Waar alle tranen van de ogen zullen afgewist zijn.

54:50Waar geen droefheid, geen rouw, geen gekrijt meer zal zijn.

54:57Dat koninkrijk gods waar hij koning zal zijn.

55:03En regeren zal naar zijn beste wetten.

55:07Daar

55:11ziet de bruid naar uit.

55:14Om met hem aan te zitten.

55:16Met de koning aan te zitten aan zijn ronde tafel.

55:21Een ronde tafel.

55:24Zodat iedereen elkaar kan zien.

55:27Dan is er niet alleen de gemeenschap met de bruidegom.

55:31Maar ook de gemeenschap met allen.

55:35Die zijn verschijning hebben liefgekregen.

55:38De

55:42harte wens van de bruid.

55:44Om

55:46zo met de koning te zitten.

55:49Aan zijn tafel.

55:55Ziet u de tafel staan.

55:57Gemeente.

55:59De

56:00tafel van de koning.

56:05En begeert u een kus.

56:08Van

56:10zijn mond.

56:13Kus de zoon.

56:19Opdat hij over u niet.

56:22Hoe

56:26moet het?

56:27Hoe

56:31moet ik aan de tafel?

56:35Dan zijn het de woorden van de bruidegom zelf.

56:39Ga uit.

56:41Op de voetstappen der schapen.

56:45En als u uitgaat op de voetstappen der schapen.

56:49Dan zult u de header treffen.

56:51De goede header.

56:54Die zijn leven stelt voor de schapen.

56:59Alle dingen zijn gereed.

57:03Er is betaald.

57:06Volkomen betaald.

57:08En

57:11daarom is een zwarte bruid.

57:13Is

57:15welkom aan zijn tafel.

57:21Zonder hem.

57:23Niet verder te kunnen leven.

57:27Maar een diep, diep verlangen.

57:31Naar zijn gemeenschap.

57:35Ga uit.

57:36Op

57:38de voetstappen der schapen.

57:42Amen.

57:47Wij gaan zingen met elkaar op Psalm 95, het eerste vers.

57:52Kom, laat ons samen, Israels heren, de rotsteen van ons heil met eer, met God gewijde zang ontmoeten.

58:02En wat er verder volgt, eerste vers uit Psalm 95.

58:06Dan

58:07[GEZANG]

1:00:24gaan wij nu over tot de bediening van het sacrament van het Heilige Avondmaal en lezen daartoe het tweede gedeelte.

1:00:32van het formulier om het heilige avondmaal te houden.

1:00:36Ten

1:00:40andere laat ons nu ook overdenken...

1:00:44waartoe ons de Heere zijn avondmaal heeft ingezet.

1:00:48Namelijk dat wij zullen doen zouden tot zijn gedachten is.

1:00:54Maar aldus zullen wij zijn er daarbij gedenken.

1:00:58Eerstelijk dat wij ganselijk in onze harten vertrouwen...

1:01:02dat onze Heere Jezus Christus...

1:01:05Naar luid van de belofte die de volvader in het oude testament van de beginnen afgeschied zijn.

1:01:11Van de vader in deze wereld gezonden is.

1:01:16Ons vlees en bloed heeft aangenomen.

1:01:19De toren gods onder welke wij eeuwiglijk hadden moeten verzinken.

1:01:23Van het begin zijn er menswording.

1:01:26Tot het einde zijn levens op aarde voor ons heeft gedragen.

1:01:31En alle gehoorzaamheid en gerechtigheid der goddelijke wet voor ons heeft vervuld.

1:01:39Namelijk toen hem de last van onze zonde en van de toren gods het bloedige zweet in de hof uitgedrukt heeft.

1:01:49Waar hij gebonden werd opdat hij ons zou ombinden.

1:01:54Daarna ontelbare smaatheden geleden heeft.

1:01:59Opdat wij niet meer meer te schande zouden worden.

1:02:03Onschuldig ter dood veroordeeld is.

1:02:06Opdat wij voor het gericht gods zouden vrijgesproken worden.

1:02:11Ja zijn gezegend lichaam aan het kruis heeft laten nagelen.

1:02:15Opdat hij het handschrift onze zonde daaraan zou hechten.

1:02:20En heeft al zo de vervloeking van ons op zich geladen.

1:02:25Opdat hij ons.

1:02:27Met zijn zegening vervullen zou.

1:02:30En heeft zich vernederd.

1:02:32Tot in de allediepste versmaatheid.

1:02:35En angst der hel.

1:02:36Met lichaam en ziel.

1:02:38Aan het houden des kruises.

1:02:40Toen hij riep met luider stem.

1:02:43Mijn God, mijn God.

1:02:46Waarom hebt gij mij verlaten?

1:02:49Omdat wij tot God zouden genomen.

1:02:51En nimmer meer van hem verlaten worden.

1:02:55En heeft eindelijk met zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige testament.

1:03:01Het verbond der genade en der verzoening besloten toen hij zei het is volbracht.

1:03:09En omdat wij vastelijk zouden geloven dat wij tot dit genadeverbond behoren.

1:03:16Nam de Heer Jezus in zijn laatste avondmaal het brood.

1:03:20En als hij gedankt had.

1:03:23brak hij het en gaf het zijn discipelen en zeiden, neemt eet, dat is mijn lichaam, het welk voor u gegeven wordt.

1:03:32Doe dat tot mijn gedachten is.

1:03:35Desgelijks na het avondmaal nam hij de drinkbeker en gedankt hebben de gaf hun dien, zeggende, drinkt allen daaruit.

1:03:44Deze drinkbeker is het nieuwe testament in mijn bloed, het welk voor u.

1:03:50En voor velen vergoten wordt tot vergeving der zonden.

1:03:55Doe dat zo dikwijls als gij dienst zult drinken tot mijn gedachtenis.

1:04:01Dat is zo dikwijls als gij van dit brood eet.

1:04:04En van deze beker drinkt zult gij daardoor als door een gewisse gedachtenis en pand.

1:04:13Vermaand en verzekerd worden van deze.

1:04:16Mijn hartelijke liefde en trouw jegens u.

1:04:20Dat ik voor u, dat gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

1:04:25Mijn lichaam aan het hou des kruises in de dood geven.

1:04:31En mijn bloed vergieten.

1:04:33En uw hongerig en dorstige zielen.

1:04:36Met dit mijn gekruisigd lichaam.

1:04:39En vergoten bloed tot het eeuwige leven.

1:04:43Spijzen en laven.

1:04:46Even zekerlijk als een iegelijk dit brood voor zijn ogen gebroken.

1:04:51En deze beker hem gegeven wordt.

1:04:54En gij die tot mijn gedachten is met uw mond eet en drinkt.

1:05:00Uit deze inzetting des heiligavondmaals van onze Heere Jezus Christus zien wij.

1:05:07Dat hij ons geloof en betrouwen op zijn volkomen offerande.

1:05:13Die eenmaal aan het kruis geschiet is.

1:05:16Als op de enige grond en fundament onze zaligheid wijst.

1:05:20Waar hij onze hongerige en dorstige zielen.

1:05:24Tot een waarachtige spijs en drang des eeuwige levens geworden is.

1:05:30Want door zijn dood heeft hij de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer.

1:05:37Namelijk de zonde weggenomen.

1:05:39En ons de levendmakende geest verworven.

1:05:43Opdat wij door die geest.

1:05:46Die in Christus als in het hoofd.

1:05:49En in ons als zijn lidmaten woont.

1:05:52Met hem waarachtige gemeenschap zouden hebben.

1:05:57En al zijn goederen het eeuwige leven.

1:06:00De gerechtigheid en de heerlijkheid deelachtig worden.

1:06:04Daarbenevens.

1:06:06dat wij ook door dezelfde geest onder elkander als lidmaten van één lichaam...

1:06:12in waarachtige broedelijke liefde verbonden worden.

1:06:16Gelijk de heilige apostel spreekt, één brood is het.

1:06:20Zo zijn wij vele één lichaam, terwijl wij alle eensbroods deelachtig zijn.

1:06:27Want gelijk uit vele graankorrels één meel gemalen en één brood gebakken wordt...

1:06:34en uit vele bezien druiven, samengeperst zijnde één wijn, en drank vliet en zich onder één vermengt, al zo zullen wij allen, die

1:06:47door het waarachtige geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde om Christus onze lieve zaligmakers wil, die ons tevoren zo

1:06:59uitnemend heeft liefgehad, al tezamen.

1:07:03Eén lichaam zijn.

1:07:04En zulks niet alleen met woorden.

1:07:07Maar ook met de daad.

1:07:09Jegens elkander bewijzen.

1:07:12Daartoe helpen ons de almachtige.

1:07:16Barmhartige God en Vader.

1:07:18Van onze Heere Jezus Christus.

1:07:22Door zijn heilige geest.

1:07:25Amen.

1:07:26En opdat wij dan dit alles mogen verkrijgen.

1:07:30Laat ons onszelf voor God verootmoedigen.

1:07:33En hem het waarachtig geloof om zijn genade aanroepen.

1:07:45Barmhartige God en Vader.

1:07:47Wij bidden u.

1:07:49Dat gij in dit avondmaal.

1:07:51Waarin wij oefenen de heerlijke gedachtenis.

1:07:55Van de bittere dood van uw lieve zoon.

1:07:59Jezus Christus door uw heilige geest.

1:08:03In onze harten wilt bewerken.

1:08:06Dat wij ons met waarachtig vertrouwen.

1:08:09Aan uw Zoon Jezus Christus.

1:08:13Hoe langer hoe meer overgeven.

1:08:16Opdat onze bezwaarde en verslagen harten.

1:08:20Met zijn waarachtig lichaam en bloed.

1:08:23Ja met hem waarachtig God en mens.

1:08:27Het enige hemelse brood.

1:08:30Door de kracht des heilige geestes gespijzigd en gelaafd worden.

1:08:36En dat wij niet meer in onze zonde, maar hij in ons.

1:08:42En wij in hem leven.

1:08:44En zo waarachtiglijk het nieuwe en eeuwige testament en verbond der genade deelachtig zijn mogen.

1:08:53Dat wij niet twijfelen of gij zult eeuwiglijk.

1:08:57Onze genadige vader zijn.

1:09:00Onze zonden nimmer meer toerekenende.

1:09:04En met alle dingen aan lichaam en ziel verzorgende.

1:09:08Als uw lieve kinderen en erfgenamen.

1:09:12Verleen ons ook uw genade.

1:09:15Dat wij getroost ons kruis op ons nemende.

1:09:19Ons zelfverlogene.

1:09:21Onze heiland beleiden.

1:09:24En in alle droevenis met een opgeheven hoofd onze Heere Jezus Christus uit de hemel verwachten.

1:09:32Waar hij onze sterfelijke lichamen aan zijn verheerlijk lichaam gelijk maken.

1:09:39En ons tot zich nemen zal in eeuwigheid.

1:09:43Verhoor ons, o God en barmhartige Vader.

1:09:49Door Jezus Christus die ons aldus heeft leren bidden.

1:09:54Onze Vader die in de hemelen zijt.

1:09:57Uw naam worden geheiligd.

1:10:00Uw koninkrijk komen.

1:10:02U wil geschieden gelijk in de hemel.

1:10:05Al zo ook op de aarde.

1:10:08Geef ons heden ons dagelijks brood.

1:10:11En vergeef ons onze schulden.

1:10:14Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

1:10:18En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

1:10:23Want u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.

1:10:30Wil ons ook door dit heiligavondmaal sterken in het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, waarvan wij beleidenis doen met mond en hart,

1:10:42sprekende ik geloof in God de Vader.

1:10:47De Almachtige.

1:10:49Schepper des hemels en der aarde.

1:10:52En in Jezus Christus zijn enige geboren zoon.

1:10:57Onze Heere.

1:10:58Die ontvangen is van de Heilige Geest.

1:11:02Geboren uit de maagd Maria.

1:11:04Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.

1:11:08Is gekruisigd.

1:11:10Gestorven en begraven.

1:11:14Nedergedaald ter helle.

1:11:16En ten derde dagen wederom opgestaan van de doden.

1:11:20Opgevaren ten hemel.

1:11:23Zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders.

1:11:27Van waar hij komen zal om te oordelen.

1:11:31De levende en de doden.

1:11:34Ik geloof in de heilige geest.

1:11:38Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.

1:11:43De gemeenschap der heiligen.

1:11:46vergeving der zonden, wederopstanding des vleeses en een eeuwig leven.

1:11:55Amen.

1:11:56Opdat

1:11:59wij dan met het waarachtige hemelse brood Christus gespijzigd mogen worden, zo laat ons met onze harten niet aan het uiterlijke brood en wijn blijven

1:12:12hangen, maar onze harten opwaarts in de hemel verheffen.

1:12:17Waar Jezus Christus is.

1:12:20Onze voorspraak.

1:12:21Ter rechterhand zijn hemelse vaders.

1:12:25Waarin ons ook de artikelen van ons christelijk geloof wijzen.

1:12:29Niet twijfelende.

1:12:31Of wij zullen zo waarachtiglijk door de werking des heilige geestes.

1:12:37Met zijn lichaam en bloed.

1:12:39Aan onze zielen gespijzigd en gelaafd worden.

1:12:44Als wij het heilige brood.

1:12:47En de heilige drank tot zijn gedachtenis ontvangen.

1:12:53Gemeente, als de tafel in gereedheid gebracht wordt, verzoek ik u te zingen.

1:12:59Uit Psalm 26, het achtste vers.

1:13:02Wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor u kniel in het huis dat gij u hebt gesticht.

1:13:11En ook het twaalfde vers.

1:13:13Nu stap ik.

1:13:16Rustig aan.

1:13:17Op de voetstappen der schapen.

1:13:20Ik betreed een effe baan.

1:13:24En wat er verder volgt.

1:13:26Achtste en twaalfde vers.

1:13:29Absalom 26.

1:13:30Als de tafel in gereedheid wordt gebracht.

1:13:34[GEZANG]

1:18:08Gemeente.

1:18:09Wat

1:18:11ziet de bruidegom in de bruid?

1:18:15Wat

1:18:18ziet hij in haar uiterlijk?

1:18:24Ze is zwart.

1:18:27Zwart, dat

1:18:30ziet op haar lage afkomst.

1:18:33Zij heeft dus blijkbaar altijd in het veld gewerkt.

1:18:37Zij moest in het veld werken.

1:18:41En daarom zwart door de zon.

1:18:45Zwart

1:18:47vanwege de zonde.

1:18:51Vanwege haar afmakingen.

1:18:54Vanwege haar tekorten.

1:18:58Vanwege haar werken.

1:19:01Die niet kloppen.

1:19:04En de bruid.

1:19:05Ze heeft niets.

1:19:07Waar ze zich op kan beroemen.

1:19:12En toch.

1:19:14Zegt de bruidegom.

1:19:17Dat zij de schoonste is.

1:19:20Onder de vrouwen.

1:19:23Wat ziet hij.

1:19:24In haar.

1:19:28Het is zijn liefste werk.

1:19:31Om zondaren zalig te maken.

1:19:36Zijn liefste werk.

1:19:38Om zondaren te ontvangen.

1:19:41Die geen raad meer weten met zichzelf.

1:19:46Die alles verzondigd hebben.

1:19:50Die zwart zijn vanwege de zonde.

1:19:53Die wil hij wassen.

1:19:55En reinigen.

1:19:57In zijn alles reinigende bloed.

1:20:00En daarom heeft hij zichzelf gegeven.

1:20:05Ik voor u.

1:20:07Dat

1:20:08hij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

1:20:15Zeg mij, waar u wijt.

1:20:18Nou,

1:20:20zegt de hedder,

1:20:22volg dan de voetstappen der schapen.

1:20:30Alle dingen zijn gereed.

1:20:32Hij

1:20:34heeft zijn leven gegeven.

1:20:37Er is verzoening aangebracht.

1:20:40Er

1:20:42is vergeving mogelijk.

1:20:45Alles in hem.

1:20:47En

1:20:50daarom roept hij en nodigt hij.

1:20:54Kom tot de bruiloft,

1:20:57want alle dingen zijn gereed.

1:21:02Ga op de voetstappen der schapen.

1:22:37Dan zullen we overgaan tot de bediening van deze tafel.

1:22:41Het

1:22:48brood dat wij breken is

1:22:53de gemeenschap aan het lichaam van Christus.

1:22:59Neemt, eet.

1:23:02Gedenkt en geloofd dat het lichaam van onze Heer Jezus Christus gebroken is.

1:23:11Tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

1:23:17De

1:25:10drinkbeker der dankzegging die wij dankzeggende zegenen.

1:25:15Is de gemeenschap aan het bloed van Christus.

1:25:20Neemt.

1:25:22Drinkt allen daaruit, gedenkt en gelooft.

1:25:26Dat het dierbaar bloed van onze Heer Jezus Christus vergoten is.

1:25:32Tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

1:28:17Van zijn olieën is goed.

1:28:20Dat

1:28:22ziet op de zalving van

1:28:25de Vader door de Heilige Geest.

1:28:28En daarom leek het mij goed om...

1:28:30Iets te lezen over het lijden van de Heer Jezus Christus in zijn ambten.

1:28:36In de eerste plaats in zijn profetisch ambt.

1:28:40Dat vindt u in Marcus 14.

1:28:43Het evangelie naar de beschrijving van Marcus.

1:28:47Het

1:28:48veertiende hoofdstuk en we lezen daar vanaf vers 57 tot 65.

1:29:01Marcus 14, vanaf vers 57.

1:29:03En enige opstaande getuigde valselijk tegen hem, zeggende...

1:29:08We hebben hem horen zeggen, ik zal deze tempel die met handen gemaakt is, afbreken...

1:29:15en in drie dagen een andere zonder handen gemaakt bouwen.

1:29:20En ook al zo was hun getuigenis niet eenparig.

1:29:26En de hoge priester in het midden opstaande vraagde Jezus, zeggende, antwoord gij niets, wat getuigen deze tegen u?

1:29:35Maar hij zweeg stil en antwoordde niets.

1:29:41Wederom vraagde hem de hoge priester en zeide tot hem, zijt gij de Christus, de Zoon des gezegende Gods?

1:29:48En Jezus zeide, ik ben het.

1:29:52En gijlieden zult de zoon des mensen zien zitten ter rechterhand der kracht gods.

1:29:58En komen met de wolken des hemels.

1:30:02En de hoge priester verscheurende zijn klederen zeide.

1:30:06Wat hebben wij nog getuigen van nodig?

1:30:09Je hebt de godslastering gehoord.

1:30:11Wat doet u lieden?

1:30:13En zij allen veroordeelde hem des dood schuldig te zijn.

1:30:19En sommigen begonnen hem te bespuwen.

1:30:22En zijn aangezicht te bedekken en met vuisten te slaan.

1:30:26En tot hem te zeggen profeteer.

1:30:29En de dienaars gaven hem kinnebakslagen.

1:30:34Tot zover.

1:30:36Laten wij met elkaar zingen.

1:30:38Psalm 132.

1:30:40En daarvan het zesde vers.

1:30:43En dan verzoek ik u als wij dat vers gezongen hebben.

1:30:46Om uw plaats weer in te nemen.

1:30:50Wij zingen Psalm 132, vers 6.

1:30:53Bekleed, o hoogste majesteit, uw priesters met gerechtigheid.

1:30:59En wat er verder volgt, zesde vers uit Psalm 132.

1:31:03[GEZANG]

1:35:11Wat maakt de bruid nou zo aantrekkelijk voor de bruidegom?

1:35:18Het

1:35:23is haar liefde tot hem, haar

1:35:27uitzien, haar verlangen.

1:35:31En waarom heeft ze hem dan lief?

1:35:34Omdat hij haar eerst heeft lief gehad.

1:35:37De bruidegom verlustigt zich in zijn eigen werk.

1:35:43Daar is niets van de bruid bij.

1:35:46Daar hoeft ook niks bij.

1:35:49Het is enkel en alleen zijn genade.

1:35:55Wat maakt haar zo aantrekkelijk?

1:35:58Als hij die blosjes op haar wangen ziet.

1:36:02De blosjes van schaamte.

1:36:05Schaamte omdat

1:36:08zij het steeds weer verzondigt.

1:36:11Haar afmakingen.

1:36:14Haar tekorten.

1:36:16Haar ongeloof.

1:36:18Haar kleindenken van hem.

1:36:22En daar schaamt ze zich over.

1:36:26En dat vindt hij nou juist zo aantrekkelijk.

1:36:32Zijn er

1:36:33vanmorgen.

1:36:37Die zo het leven bij zichzelf niet meer kunnen houden.

1:36:42En daarom een borg, een middelaar nodig hebben.

1:36:48Een bruidegom nodig hebben.

1:36:53De bruid wist het ook niet hoe ze bij hem moest komen.

1:36:58En hij zegt tegen haar, ga op

1:37:02de voetstappen der schapen.

1:37:06Dat zal u brengen bij de header.

1:37:10Die goede header die zijn leven stelt voor de schapen.

1:37:16Dat ik voor u.

1:37:18Dat

1:37:20gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

1:37:23En opnieuw laat hij zijn verbondsdis aanrichten.

1:37:28En de nodiging uitgaan.

1:37:31Want alle dingen zijn gereed.

1:37:35Ga dan op de voetstappen der schapen.

1:38:52En nog.

1:38:53is er plaats.

1:38:56Aan deze tafel zijn nog drie stoelen over.

1:39:03Maar zijn genade is zo oneindig groot.

1:39:10En daarom kunnen er ook drie tafels komen.

1:39:14En dat is niet om iets in de bruid.

1:39:18Maar dat is enkel en alleen vanwege de onbegrijpelijke liefde van de bruidegom.

1:39:28Hij wil zijn liefde kwijt van

1:39:31morgen.

1:39:33Aan doodschuldige zondaars.

1:39:39Er is maar één naam.

1:39:41Er is maar één middel.

1:39:45En dat is de naam van de bruidegom.

1:39:51Zijn olie, zijn goed tot reuk.

1:39:55Als er dan niemand meer is.

1:39:58Dan gaan wij ook over tot de bediening van deze tafel.

1:40:02En dat zal dan ook de laatste tafel zijn.

1:40:18Het brood dat wij breken.

1:40:22Is de gemeenschap.

1:40:25Aan het lichaam van Christus.

1:40:28Neemt, eet, gedenkt en gelooft.

1:40:33Dat het lichaam van onze Heer Jezus Christus gebroken is.

1:40:39Tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

1:42:37De drinkbeker der dankzegging die wij dankzeggende zegenen.

1:42:42Is de gemeenschap aan het bloed van Christus.

1:42:48dringt allen daaruit, gedenkt en gelooft, dat een dierbaar bloed van onze Heer Jezus Christus vergoten is, tot een volkomen

1:43:00verzoening van al onze zonden.

1:43:04Ik

1:45:37wil een gedeelte lezen van zijn lijden in de koninklijke bediening en in zijn priestelijke bediening, naar aanleiding van Marcus 15.

1:45:47En het eerste gedeelte vindt u in vers 16 tot 20.

1:45:53Marcus 15,

1:45:55vanaf vers 16 tot 20.

1:46:01En de krijgsknechten leidden hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse benden samen, en deden hem een purperen mantel aan, en een doornen kroon

1:46:13gevlochten, hebbende zetten hem die op.

1:46:17En begonnen hem te groeten, zeggende, wees gegroet, gij koning der joden.

1:46:22En sloegen zijn hoofd met haar rietstok en bespogen hem en vallend op de knieën aanbaden hem.

1:46:30En als ze hem bespot hadden, deden ze hem de purpere mantel af en deden hem zijn eigen klederen aan en leiden hem uit om hem te kruisigen.

1:46:42En ik lees verder in vers 24.

1:46:49En als zij hem gekruisigd hadden, verdeelde zij zijn klederen werpend het lot over dezelfde, wat een iegelijk wegnemen zou.

1:46:59En het was de derde ure en zij kruisigde hem.

1:47:03En het opschrift zijn beschuldiging was boven hem geschreven, de koning der joden.

1:47:10En zij kruisigde hem met twee moordenaars, één aan zijn rechter en één aan zijn linkerzijde.

1:47:17En de schrift is vervuld geworden die daar zegt, en hij is met de misdadigers gerekend.

1:47:26En die voorbijgingen lasterden hem schuddende hun hoofden en zeggende, ha, gij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, behoud u zelf en

1:47:38kom af van het kruis.

1:47:40En insgelijks ook de overpriesters met de schriftgeleerden zeiden tot elkaar er als spottende.

1:47:46Hij heeft anderen verlost.

1:47:48Zichzelf kan hij niet verlossen.

1:47:51De Christus, de koning Israëls komen nu af van het kruis.

1:47:56Opdat wij het zien en geloven mogen.

1:48:00Ook die met hem gekruist waren.

1:48:04Smaden hem.

1:48:05Tot zover.

1:48:07Laten wij met elkaar zingen uit Psalm 132.

1:48:11En nu het negende vers.

1:48:14Want Sion.

1:48:16Is van God begeerd.

1:48:18Het wordt met zijn woning hoog vereerd.

1:48:22En wat er verder volgt.

1:48:23Negende vers uit psalm 132.

1:48:26[GEZANG]

1:52:29Geliefde in de heren.

1:52:30Terwijl de heren nu aan zijn tafel onze zielen gespijzigd heeft.

1:52:35Zo laat ons altijd samen zijn naam met dankzegging prijzen.

1:52:39En een iegelijk spreken in zijn hart.

1:52:42Al dus psalm 103.

1:52:44Loof den heren mijn ziel.

1:52:47En al wat binnen in mij is zijn heilige naam.

1:52:51Loof de Heere mijn ziel en vergeet geen van zijn weldaden.

1:52:55Die al uw ongerechtigheid vergeeft.

1:52:58Die al uw krankheden geneest.

1:53:01Die uw leven verlost van het verderf.

1:53:04Die u kroont met goede tierenheid en barmhartigheden.

1:53:09Barmhartig en genadig is de Heere langmoedig.

1:53:13En groot van goede tierenheid.

1:53:16Hij zal niet altoos twisten.

1:53:18Nog eeuwiglijk de toren behouden.

1:53:21Hij doet ons niet naar onze zonden.

1:53:23En vergelt ons niet naar onze ongerechtigheden.

1:53:27Want zo hoog de hemel is boven de aarde.

1:53:30Is zijn goede tierenheid geweldig over degenen die hem vrezen.

1:53:36Zo ver het oosten is van het westen.

1:53:38Zo ver doet hij onze overtredingen van ons.

1:53:43Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt zich de Heere over degene die hem vrezen.

1:53:51Die ook zijn eigen zoon niet gespaard heeft, maar hij heeft hem voor ons allen overgegeven en ons alles met hem geschonken.

1:54:02Daarom bevestigt God daarmee zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is.

1:54:11Als wij nog zondaars waren, zo zullen wij ook veel meer door hem behouden worden van zijn toren, nadat wij door zijn bloed gerechtvaardigd zijn.

1:54:23Want indien wij met God verzoend zijn door de dood zijn zoons, toen wij nog vijanden waren, veel meer zullen wij behouden worden door zijn leven, nadat wij

1:54:35met hem verzoend zijn.

1:54:40Des Heere lof verkondigen.

1:54:42Van nu aan tot in der eeuwigheid.

1:54:46Amen.

1:54:48Laten wij nu eindigen met dankgebed.

1:54:52O

1:54:55barmhartige God en Vader.

1:54:58Wij danken u van ganser harte.

1:55:01Dat gij uit grondeloze barmhartigheid.

1:55:04Ons uw enig geboren zoon.

1:55:07Tot een middelaar en offer voor onze zonde.

1:55:11En tot een spijs en drang des eeuwige levens geschonken hebt.

1:55:15En dat gij ons geeft een waarachtig geloof.

1:55:19Waardoor wij zulke uw weldaden deelachtig worden.

1:55:23Gij hebt ons ook tot sterking daarvan.

1:55:26Door uw lieve zoon Jezus Christus het heiligavond maar laten instellen.

1:55:32En verordenen.

1:55:34Wij bidden u o getrouwe God en Vader.

1:55:38Dat gij door de werking uw heilige geestes.

1:55:41De gedachtenis van onze heren Jezus Christus.

1:55:45En de verkondiging van zijn dood.

1:55:47Ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof.

1:55:52En in de zalige gemeenschap van Christus wilt laten gedijen.

1:55:57Door hem uw lieve zoon Jezus Christus.

1:56:02In wiens naam wij onze gebeden besluiten.

1:56:06Gelijk hij ons geleerd heeft, zeggende onze Vader, die in de hemelen zijt, uw naam worden geheiligd, uw koninkrijk komen, uw wil geschieden

1:56:18gelijk in de hemel, al zo ook op de aarde.

1:56:22Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

1:56:33En leid ons niet in verzoeking.

1:56:35Maar verlos ons van de boze, want u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.

1:56:46Amen.

1:56:51Onze slotsang, gemeente, is uit psalm 79 en daarvan het zevende of laatste vers.

1:57:00Zo zullen wij...

1:57:02De schapen uwerwijden in eeuwigheid uw lof, uw eer verbreiden.

1:57:09En wat er verder volgt, zevende of laatste vers uit psalm 79 als slotzang.

1:57:15Ga

1:57:16[GEZANG]

1:59:43dan in vrede naar uw woningen, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heren.

1:59:50De Heren zegenen u en behoeden u.

1:59:54De Heere doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

1:59:59De Heere verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

2:00:05Amen.

2:00:06[GEZANG]