PrekenHHG Ouddorp

Genesis 19: 1 - 11; Gods voorbereiding op de redding van Lot uit Sodom

09:30 uurOchtenddienstDs. J.H. van der Velden99 min
Nog niet gestart Kanttekeningen 1

Transcript

♪ Gezang

Meent allereerst een mededeling. U vraagt zich misschien af waar uw eigen predikant is. Hij is een doopdienstbijwoner van een van zijn kleinkinderen. En ik had nog gelegenheid en mag vanmorgen in uw midden voorgaan. Laat ons deze dienst beginnen. Onze hulp en onze enige verwachting is in de naam des Heeren. Die hemel en aarde geschapen heeft. Die trouw houdt. Eeuwig leeft. En niet laat varen de werken zijner handen. Amen.

Genade zij u en vrede. Van God de Vader. En onze Heere Jezus Christus. In de gemeenschap van de Heilige Geest. Amen. Laat ons de dienst voortzetten door samen te zingen. Uit Psalm 46 het eerste vers. God is ons een toevlucht, God is een toevlucht voor de zijnen, hun sterkte als zij door droefheid kwijnen. En wat verder volgt in het eerste vers van psalm 46. Het

♪ Gezang

voor Gods heilige wet, waarna wij zingen uit de eerste psalm, het eerste vers. Welzalig hij die in der bozen raad niet wandelt, nog. Op het pad er zondaar staat. En dat verder volgt in het eerste vers van psalm 1. Na de lezing van de wet des Heeren.

Toen sprak God al deze woorden zeggende. Ik ben de Heere uw God. Die u uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid hebt. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen in de water een onderdaad is. Gij zult u voor die niet buigen nog en dienen, want ik, de Heere, uw God, ben een ijveren God. Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten. En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben. En mijn geboden onderhouden. Gij zult de naam des Heeren uws Gods niet eidelijk gebruiken. Want de Heer zal niet onschuldig houden die zijn naam eidelijk gebruikt.

Gedenk de Sabbatdag dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen. Maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uws Gods. Dan zult gij geen werk doen. Gij nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is. En hij rustte ten zevende dagen. Daarom zegende de Heer de Sabbatdag en heiligde dezelfde.

Eer uw vader en uw moeder. Opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heere uw God geeft. Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet echtbreken. Gij zult niet stelen. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. Gij zult niet begeren uw snaasten huis. Gij zult niet begeren uw snaasten vrouw. Nog zijn dienst knecht, nog zijn dienst maagd. Nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets. Dat dus naasten is. Laat

♪ Gezang

ons het aangezicht van de Heere zoeken. Om hem te bidden om de opening van het woord in onze harten. Laat ons bidden. Glevende Heere. God van Abraham, Isaac en Jacob. De God van het verbond. De God die woord houdt. En dat voor mensen.

Die zo menigmaal het verbond van u overtreden. Met ons gedoopte voorhoofd. Ach, misschien niet roekeloos geweest. Misschien niet gezeten in de raad der spotters. Misschien ons niet begeven in zondig gezelschap. Maar het hart van ons, Heere. O, het hart van ons is onrein. Het

is een bron. Van ongerechtigheden. En als we zo stonden voor de spiegel van uw wet. Dan moeten wij onszelf aanklagen bij u. En hier zijn we. En als wij nu nog nooit werkelijk voor uw wet gestaan hebben. Als wij nog nooit in de schuld zijn gekomen. Voor u de heilige God.

Laat dat dan vandaag voor het eerst zijn. Dat wij voor u gaan buigen. Heere. U hebt ons de afgelopen week geschonken. We zijn gespaard en bewaard zoals we hier zitten, thuis. Met de gemeente hier verbonden zijn. U gaf ons het leven. Gezondheid, al was dat misschien gebrekkig. Ge weet het alles, u kent de gemeente.

Heere, we zijn gekomen weer. Voor de meesten vanuit een drukke week van werk en school en wat al niet meer. En u geeft u ons uw dag. De rustdag. Waarop u komt om ons te onderwijzen vanuit uw heilig woord. U komt Heere. Om ons teerkost te geven op de weg. U komt om uw volk en kinderen te vertroosten. Als zij vertroosting nodig hebben. En dat weet u op het best. Maar ook. Om te waarschuwen, te vermanen. Niet alleen uw kinderen, maar ook als wij nog zonder genade voorleven. O, dan komt u vanmorgen met zo'n ernstig woord de geschiedenis van Lot.

Heere, dan smeken we u om de opening van onze harten. Treed binnen, o God, met uw heilige geest. Vernieuw ons. Open onze... op dat we gaan verstaan in onze harten... om op te merken wat u tot ons te zeggen hebt. Ja, laat zo uw woord uitgaan in vrijmoedigheid. O, die vrijmoedige geest van u, verleen hem, Heere. Wij hebben het alles verzondigd. We kunnen geen rechten laten gelden bij u. Maar we pleiten op het werk van uw zoon, de Heer Jezus Christus.

Die dood is ingegaan om zondaars te redden. Uit de macht van de zonde. Te redden van de vloek vanwege onze zonde. O verlosser, middelaar, borg. Verhoog uzelf ook deze dag. Wilt u, Heere, de kruisbanier doen zien voor ons alleroog. Gedenk ons in al onze omstandigheden. Ook ons land en volk dragen we nu op. Als we de achterliggende week toch ook zulke bedroevende, aangrijpende dingen hebben gezien. Als het gaat om het Joodse volk in Israël. De Joden die in Nederland wonen en leven. Als er zo'n diep gewortelde haat ook in ons land onder onze volksgenoten is.

Die mensen die zijn niet veilig. O beveilig jij ze toch o God. Niet omdat ze beter zijn dan ons. Maar omdat ze uw oude verbondsvolk zijn. En omdat uw woorden en uw beloften nimmer haar vervulling zullen missen. Heere u hebt toch Abram en zijn zaad uitgekozen. Wij uit de heidenvolken mogen er ook in delen. O, wat ben u goed dat u ook naar ons uit de heiden hebt om willen zien.

En u rust op ons de taak om uw oude volk tot jaloersheid te verwekken. En wij beleiden u dat ons dat niet lukt. Heer, wat brengen we daarvan terecht? Wij bidden u, schenkt u herstel. Aan de wijnstok van Israël. Maar doe het ook, Heere, aan uw kerk die u in Nederland en in het Westen hebt geplant.

Bezoek uw wijnstok. Breng haar tot bloei, tot wasdom. Heere, zegen daartoe ook uw dienaar die u naar deze plaats gezonden hebt. En hier de herderstaf heeft mogen opnemen. O, onthoud hem de hulp en de leiding van uw geest niet. En wilt u hem keer op keer vervullen met uzelf. En gebruik hem als een middel in uw hand. Voor velen uit dit volk. Om ze te brengen tot de Christus van de schriften.

Heere zegen. Het werk van zending ver weg. Evangelisatie dichtbij. Breid dat koninkrijk van u uit. In de lengte, de breedte. Maar laat het ook in de diepte wortelen. Dat ook uw volk en kinderen die u overal over het ronder aarde hebt. Mogen opwassen in de kennis. Van de persoon van uw zoon Jezus Christus.

Heere zegen ons in dit samen zijn. We staan gereed uw woorden te open, uw woorden te lezen. Kom gij mee Heere. En doet u alles. En dat deze dag mag uitlopen. Tot de glorie van uw driemaal heilige naam. Dat wij voor u zullen buigen. Om u de eer te geven.

En om te eindigen. Niet in onszelf. Maar in u. O God. Hoor ons om Christus wil. Uitgenade. Amen. Wij openen Gods woord in het eerste Bijbelboek, Genesis, het negentiende hoofdstuk. En we lezen de eerste elf versen. We noemen nu Genesis 19, versen 1 tot en met 11. En

daar komt Gods woord als volgt tot ons. En die twee engelen kwamen te Sodom in de avond. En Lot zat in de poort te Sodom. En als Lot hen zag, stond hij op hun tegemoet en boog zich met het aangezicht der aarde. En hij zeide, zie nu, mijn Heere, keer toch in ten huize van uw knecht en vernacht en wast uw voeten en ge zult vroeg opstaan en gaan uw weegs. En zij zeiden, nee, maar we zullen op de straat vernachten. En hij hield bij hen zeer aan, zodat ze tot hem inkeerden en kwamen in zijn huis. En hij maakte hun maaltijd en bakte ongezuurde koekjes en ze aten.

Eer zij zich te slapen legden, zo hebben de mannen die er stad, de mannen van Sodom, van de jongste tot de oudste toe, dat huis omsingeld, het ganse volk van het uiterste einde af. En ze riepen Lot toe en zeiden tot hem, waar zijn die mannen die deze nacht tot u gekomen zijn? Breng hen uit tot ons, opdat wij hen bekennen.

Toen ging Lot uit tot hen aan de deur en hij sloot de deur achter zich toe. En hij zeide, mijn broeders, doe toch geen kwaad. Zie toch, ik heb twee dochters die geen man bekend hebben. Ik zal haar nu tot u uitbrengen en doet haar zoals het goed is in uw ogen. Alleenlijk doet deze mannen niets. Want daarom zijn zij onder de schaduw mijns daks ingegaan.

Toen zeiden zij, kom verder aan. Voort zeiden zij, deze ene is gekomen om als een vreemdeling hier te wonen. En zou hij alleszins rechter zijn? Nu zullen wij u meer kwaad doen dan hun. En ze drongen zeer op de man op lot en ze traden toe om de deur open te breken. Doch die mannen staken hun hand uit en deden lot tot zich inkomen in het huis. En ze sloten de deur toe. En ze sloegen de mannen die aan de deur van het huis waren met verblindheden. Van de kleinste tot aan de grootste. Zodat zij moeder werden om de deur te vinden. Tot zover onze schriftlezing. Er

zijn er voor u nog enkele mededelingen. Woensdag 14 oktober is er weer een doordeweekse kerkdienst. In deze dienst zal dominee H. Lasche uit Katwijk voorgaan. En de dienst vangt aan om half acht. Donderdag 15 oktober open Matthijs Grinwis. Willeminaweg 37 en Mariska Roosendaal uit Scherpenzeel in het huwelijk te treden. De kerkelijke huwelijksbevestiging zal plaatsvinden in de gereformeerde gemeente van Mageningen door dominee Dede Jong. Aanvang van de dienst is kwart voor twee. In verband met de bediening van de Heilige Doop op zondag 25 oktober is er vrijdagavond 16 oktober doopzitting aanvang. 7 uur. Van de genoemde voornemensgeld. Zo de Heere wil. En wij zullen leven. Dan de collecten in deze dienst. De eerste is voor het plaatselijk evangelisatiewerk. Tweede collect is voor de kerkvoogdij. En de derde voor de aflossing van de kerk. En deze collecten worden hartelijk.

In uw milddadigheid aanbevolen. En wij gaan nog zingen. Uit de 34ste psalm. De versen 4, 10 en 11. Vers 34, vers 4.

♪ Gezang

Deze schriftgedeelte, de eerste elf versen van Genesis 19, vormen ook tekstwoorden voor de prediking van morgen. Hieronder hebben we geschreven, Gods voorbereiding op de redding van Lot uit Sodom. Gods voorbereiding op de redding van Lot uit Sodom. Belet op twee aandachtspunten. Allereerst horen wij dat Gods bodem door lot wordt ontvangen. En in de tweede plaats van Gods bescherming die door lot wordt ervaren. Dus Gods bodem door lot ontvangen, Gods bescherming door lot ervaren. Het

is avond en de zon zakt in het westen al naar beneden. Nog eventjes en het is weer donker. Dan zal de nacht over Sodom, de Jordaanvlakte, vallen. En daar zit Lot, de neef van Abraham, in de poort van de stad Sodom. Lot in Sodom. De stad die de Heere wil verderven.

Ja, hoe is dat ook alweer gekomen? Dat Lot in de stad Sodom terecht is gekomen. En de jongens en meisjes. Die weten dat denk ik toch wel. Jongens en meisjes. Hoe is Lot in de stad Sodom terecht gekomen? Weten jullie nog? Dat Abram samen met Lot op die heuvel stond. En dat Abram zei Lot. Onze hedders. Die hebben ruzie met elkaar. En laat er tussen ons toch geen ruzie zijn. Dit moeten we niet willen, Lot. We moeten maar uit elkaar gaan. En Lot, kiest u maar eerst. Lot, als u rechtsaf gaat, dan ga ik linksaf met mijn kuddes. En Lot, als u links kiest, dan zal ik rechtsaf gaan.

Kies jij maar wat je wilt, mijn neef Lot. Ja, en Lot heeft zijn ogen laten vallen. Die vruchtbare Jordaanvlakte met die prachtige groene weides voor mijn schapen en mijn runderen. Nou, die keuze was voor Lot al heel snel gemaakt. Nou, als ik mag kiezen, ome Abram, dan ga ik de kant wel op van Sodom en Gomorra. En zo is het gebeurd.

Lot is gaan wonen in die aanlokkelijke Jordaanvlakte. En hij sloeg zijn tent op, kunt u lezen in Genesis 13. Hij sloeg zijn tent op tot aan Sodom toe. En de mannen van Sodom waren boos. En grote zondaars tegen de Heere. Lot, wist je dat niet? Dat de inwoners van die steden buitengewoon zondig waren. Nou, dat wist Lot heus wel. Maar Lot kon de verleiding niet weerstaan. Het materialisme. Die vruchtbare velden rondom de steden. En Lot volgde zijn innerlijke verlangen. Daar kan ik mijn kuddes vermeerderen. En in die steden kan ik mooi handel drijven. En

zo gedreven door aards verlangen. Waagde Lot zich uiteindelijk zelfs binnen Sodoms muren van die goddeloze stad. Hij is er middenin gaan wonen. Daar heeft Lot als vreemdeling een plekje ingenomen. De tent ligt opgerold, opgeruimd en Lot woont in een huis. Van steen met alle gemakken en luxe van ding. En

nu zit hij in de poort van de stad. Voordat de nacht valt. Nou dat laat wel zien hoe Lot thuis is geraakt in Sodom. Lot heeft daar zelfs een aanzienlijke positie verkregen. Want hij bij de mannen in de poort ziet. Dan ben je wel wat. En

als Lot daar in de poort zit. Ziet hij plotseling twee mannen op de stad afkomen. Die voor het vallen van de nacht nog de veiligheid van Sodom zoeken. Het zijn twee boden, wij weten het, Lot niet. Het zijn twee boden, twee engelen van de Heere. Om namens de Heere een nauwkeurig onderzoek in te komen stellen naar de zonde van Sodom. Zij komen om te beoordelen hoever de maat van Sodom al volgezondigd is.

Nou, daar weet Lot niets vanaf. Lot herkent in die twee mannen ook geen engelen. Net zo goed als Abraham dat niet herkende. Die drie mannen die eerst tot hem kwamen. Twee komen nu tot Lot. En dan letten we eens even op de overeenkomsten en verschillen tussen Abraham en Lot. De geschiedenis van Abraham zult u ook wel kennen.

Toen Abraham, die vader van de gelovigen, in de deur van zijn tent zat. Toen stonden er plots drie mannen voor hem. Lot zit ook in de poort van een wereldse stad. Abraham een vreemdeling op aarde. Een afgezonderd leven voor de Heere in een tent. En dat in het aan hem beloofde land. Hij is zijn leven lang een vreemdeling geweest. Maar Lot is als vreemdeling vertrouwd geworden met de gemakken van die goddeloze stad Sodom. In een land wat hem helemaal niet is beloofd.

Abraham ontving het voorrecht dat hij drie bezoekers mocht ontvangen. En die ene man, oh die was niemand anders dan de engel van het verbonden middelaar Christus Jezus. Die bij Abraham in zijn tent wilde komen om een vriendschappelijk bezoek bij zijn vriend Abraham af te leggen. Lot ziet twee reizigers tot zich komen.

De voornaamste bezoeker ontbreekt. De gunst die de Heer aan Abram heeft bewezen, wordt aan lot niet geschonken. De Heere Christus wil blijkbaar niet persoonlijk een bezoek afleggen in deze van God vervreemde stad. Dat alleen laat ons al zien dat dat verblijf van Lot in Sodom, dat staat op gespannen voet met het dienst aan de Heere God.

Net als oom Abram loopt ook Lot die vreemdelingen tegemoet. Ook Lot buigt zich met zijn aangezicht tot de aarde, net als Abraham dat deed. Op het allervriendelijkst ontvangt hij zijn bezoekers en nodigt ze, kom toch mee bij mij in huis, dan kun je overnachten.

Dan zul je morgenochtend vroeg opstaan en dan kunnen jullie je weg weer vervolgen. In de stad Sodom is er die zich bekommert om twee reizigers, dan alleen Lot. En wat zouden die twee engelen nu hebben opgemerkt in Lot, denkt u? Wel, als eerste merken die twee engelen op. Hé, deze Lot, hij is net zo gastvrij als zijn ome Abram. En ten tweede merken de engelen op.

Er is hier maar één rechtvaardige in Sodom. Die ons op een gastvrij onthaal nodig. Eerst maar eens een toepassing naar ons toe. Kan aan u en aan jou ook gemerkt worden. Valt u positief op in deze samenleving die steeds ik gerichter wordt? Zijn wij, om het met de woorden van de zaligmaker te spreken, zijn wij het zout van de aarde? Of zijn wij inmiddels net zo zouteloos geworden als de wereld? En wordt aan ons doen en laten niet meer geproefd? Dat wij behoren tot een ander koninkrijk.

Ons gedrag gemeente. Ons gedrag in een steeds goddelozer wordende samenleving. Ons gedrag is van het allergrootst belang. Als wij geen smaakmakers meer zijn in deze wereld. Dan dient dat zout nergens toe dan dat het weggeworpen wordt. Lot. Ondanks alles wat we over hem kunnen opmerken. Maar hij valt voor gods bodem op in Sodom. Hij is oprecht begaan met die twee mannen. Hartelijk gastvrij. En hierin merken die twee engelen op. Lot is van een ander kaliber dan de Sodomiet. Lot is met hetzelfde zout besprenkeld als zijn godvrezende oom Abraham.

Een godvruchtige vriend van mensen. Begaan met het lot van deze twee vreemdelingen die Sodom bezoeken op dit late uur. Lot is bepaald geen zouteloze hap. Lot, die man die smaakt naar meer. Maar zijn gastvrije opstelling, dat verdient het om te beproeven of Lot werkelijk een rechtvaardige is of niet. Nou, en om die oprechtheid van Lot op de proef te stellen. Nou, daarom gaan die twee engelen niet in op dat verzoek van Lot van kom nou toch bij mij mee naar huis om te vernachten. Nee, zeggen ze, nee, wij zullen op de straat wel vernachten. Voor ons is het feit dat we binnen de veilige muren van Sodom zijn. Dat is voor ons al voldoende beste man. Nu kunnen we onbezorgde nacht doorbrengen.

Maar wat denkt Lot? Oh nee. Die mannen weten niet dat het s'nachts binnen de muren van Sodom veel gevaarlijker is dan buiten de muren van de stad. Want de deuren van de stad gaan wel dicht en die houden de wilde dieren van het veld wel buiten. Maar weet Lot, s'nachts, oh dan worden de inwoners van de stad, die worden erger dan wilde beesten buiten de poort.

Nee, denkt Lot. Deze vreemdelingen gaan een veel grotere gevaren blootstaan dan buiten de stad. En dat mag niet gebeuren. En Lot houdt aan bij die gasten. Net zolang totdat ze met hem meegingen naar binnen in zijn huis. Ziet u hoe het Lot het aan zijn hart gaat. Dat zijn gasten geen kwaad mogen overkomen.

Ondanks het feit dat Lot zichzelf in die kwade atmosfeer van Sodom heeft gevestigd. En zich heeft ingelaten met dat goddeloze volk van Sodom. Toch proeven de bodem van God. De oprechtheid van een ware gelovige. In het gedrag van Lot. En zo gebeurt het. Nadat die engelen. de oprechtheid van Lotto op de proef hebben gesteld. Dat ze zich laten dwingen door Lotto met hem mee te gaan... en bij hem te overnachten.

Tussen haakjes. Dit moet voor Lotto een verademing zijn geweest. Dat hij zich in het gezelschap kan verheugen... van twee mannen met zulke eerlijke gerichten... die had hij zodoende nooit gezien. Lot heeft net als Abram zijn gasten ruimhartig onthaald. Op een heerlijke maaltijd. De

apostel Paulus in Hebreeën 13. Als Paulus aan deze gebeurtenis terugdenkt. Dan schrijft Paulus aan de Hebreeën. En vergeet de herbergzaamheid niet. Want hierdoor hebben sommigen. En dan denkt Paulus aan Abram, aan Lot. Sommigen. Onwetend engelen. Geherbergd. Voordat we nu naar ons volgende punt gaan.

Houdt u er rekening mee. Dat uw gedrag. Tegenover uw medemensen. Ja ook ten opzichte. Van vreemdelingen. Dat dat ertoe doet. Ja zozeer zelf. Dat uw opstelling. Naar uw naasten toe. Dat komt straks terug. Op de grote oordeelsdag. Als de Heer Jezus zijn discipelen onderwijs geeft over het laatste oordeel in Mattheüs 25. Dan blijkt Christus als rechter van hemel en aarde alle mensen te oordelen naar hun werken. De

rechtvaardige schapen aan zijn rechterhand en de onrechtvaardige bokken aan zijn linkerhand. En dan zal hij zeggen tot degene die aan zijn rechterhand staat. Komt in. Gij gezegende mijns vaders. Beërft het koninkrijk dat voor jullie is weggelegd. Van voor de grondlegging der wereld. Waarom? Nou dan komt het. Want ik ben hongerig geweest. En gij hebt mij te eten gegeven. Ik ben dorstig geweest. En u hebt mij te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling en gij hebt mij geherbergd. Voorwaar zeg ik u, zoveel gij dit aan een van mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat mij gedaan.

Lot, ondanks zijn katastrofale keuze om... In Sodom te gaan wonen. Aangetrokken door materialisme is Lot beïnvloed geraakt door al die pracht en praal van Sodom. Toch is Lot een rechtvaardige. Heere, zal Lot straks in het laatste oordeel zeggen. Heere, wanneer heb ik u dan een vreemdeling gezien? Wanneer heb ik u geherbergd? Dan zal Christus zeggen, Lot. Toen je die twee boden met gevaar voor je eigen leven hebt geherbergd. Maar Lot toen heb je dat aan mij gedaan.

Ondanks alles staat Lot aan de rechterhand van Christus op de grote dag van het oordeel. Lot had meer liefde tot God en zijn gebod dan voor zijn eigen eer. Waar zult u straks staan? In het grote oordeel. Rechts of links van Jezus. Met

andere woorden. Hoe leeft u nu, vandaag? Mag uw leven door het geloof in een nieuwe gehoorzaamheid. Al is dat met zoveel vallen en opstaan. Met het verzaken van jezelf. Of draait uw leven om eigen ik? Geen liefde tot je naaste. Dus ook niet door God.

De beslissingen die u nu neemt. Hebben direct gevolgen tot op de oordeelsdag. En aan de vruchten wordt de boom gekend. En dat Lot nu de proef van de engelen positief heeft doorstaan. Dat wordt alleen maar bevestigd als we zien wat er nu verder gaat gebeuren. En dan gaan we naar ons tweede punt. Gods bescherming door Lot ervaren.

Want ja dat Lot zijn gasten naar binnen heeft gedwongen. Nou dat blijkt echt geen overbodige luxe te zijn geweest. Want voordat die mannen zich te slapen kunnen leggen. Hebben de mannen van Sodom. En we lezen van de jongste tot de oudste toe. Dus alle mannen van de stad. Die hebben dat huis van Lot omsingeld. Het ganse volk van het uiterste einde af. Nu

zeggen wij wel eens de nacht is voor het ongedierte. En het gespuis dat zich nu in de nacht rondom dat huis van Lot heeft verrameld. Dit doet niet onder. Voor wenelend ongedierte. Het is nog erger zelfs. De lieden van Sodom hebben zichzelf verlaagd tot beneden de beesten. Wat hier in de nacht van Sodom duidelijk gaat worden. Is dat die lieden van Sodom door God zijn overgegeven aan hun lusten en begeertes. Wat we gaan zien gebeuren is een laatste trap. Op weg naar het definitieve oordeel van verwoesting. Het zal gaan blijken dat de maat inderdaad helemaal volgezondigd is.

Alle mannen, van de jongste tot de oudste toe. Ze zijn blijkbaar allemaal ingeseind. Blijkbaar heeft iemand of meerdere hebben gezien. Hé, die lot, wat is die aan het doen? Twee vreemdelingen, twee gasten. Hé, ze gaan bij Lot naar binnen. Ja hoor, zij doet de deur dicht en ze zijn de stad ingegaan. En ze hebben het overal rondgetoeterd. Gasten bij Lot, vreemdelingen, daar wordt feest vannacht. En

zo zijn ze allemaal verzameld. Als roofdieren zijn ze uit hun schuilhoeken tevoorschijn gekomen. Het is alsof ze een prooi ruiken in dat huis van Lot. En als hongerige wolven loopen ze rond om dat huis te snuffelen. Het is wat. De moraal in Sodom.

Omgekeerde wereld. In Sodom. Daar kent men het recht van gastvrijheid. Wat voor de oosterling zo belangrijk is. Kennen ze dat helemaal niet. Sodom, daar geldt maar één recht. En dat is recht van zinnelijke lust. Bevrediging van je eigen lust. Woeste, onnatuurlijk, ongerende seksuele drift. En

dit soort geweld was voor alle oosterste volken en culturen een gruwel. Sodom zonder roet tot de God van de hemel. Helemaal overgegeven. Aan afschuwelijke bewegingen. Zoals Paulus dat in Romeinen 1 noemt. Erger dan dierlijkheid. De menselijke natuur onwaardig. De waarheid van God. Dat minste wonkje. Goddelijk licht. Helemaal uitgedoofd. Door God overgegeven. In het oordeel van verblinding. Getekend. Tot de straf van het eeuwige vuur.

Onderschaamd roepen ze Lot en ze zeggen. Lot, waar zijn die mannen die deze nacht tot u gekomen zijn? Breng ze uit tot ons, opdat wij hen bekennen. Alle grenzen zijn verdwenen. Alle natuurwetten omgekeerd. Sodomie bedrijven. De mens der wetteloosheid. Verhit geworden schrijft Paulus. Verhit geworden in hun lusten tegen elkaar. Mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende. Jong en oud staat om lots huis heen te roepen om een groepsverkrachting.

Onbeschaamd in hun zonde. Rijp voor het eeuwige vuur. Die engelen die door God zijn gezonden. Om dat gerechtiglijk onderzoek in te stellen naar Sodom's zonde. Ze krijgen hier alle bewijsmateriaal op een serveerblaadje opgediend. Dat het verderf van Sodom geen uitstel meer kan leiden. Gods maat is vol.

Lot geeft die vreemdelingen hier. Dan zullen we eens eventjes los gaan. Kom op. Met die twee gasten van je. En let nu eens op de rechtvaardige Lot. Die man stapt met gevaar voor zijn eigen leven. Naar buiten. En hij doet de deur achter zich dicht. En daar staat Lot. Buiten de deur.

Lot stelt gastvrijheid en de eer van zijn gasten. Boven zijn eigen leven. Lot ziet het als zijn plicht. Om zijn nachtelijke bezoekers achter de deur te beschermen tegen de schandelijke misdaden van Sodom. En als een menselijk schild staat hij daar tussen zijn gasten en die woedende, briesende menigte. En dan zegt hij, mijn broeders, doe toch geen kwaad. Zo

vriendelijk mogelijk spreekt Lotse aan om een moreel appel op hen te doen. Doe geen kwaad. Maar dat vriendelijke woord van Lot, dat wordt overschaduwd. Door dat aanbod wat hij er dan op laat volgen. Zie toch, ik heb twee dochters die geen man bekend hebben. Twee maagden. Die verloofd zijn mijn jongens die naar alle waarschijnlijkheid hier tussen die woedende menigte staan.

Lot, wat ben je nu mee bezig? Lot. Nu probeer je tot een compromis te komen. Door de ene gruwelijke zonde in te wisselen. Voor een ander vreselijk kwaad. Hier mannen van Sodom. Neem mijn dochters maar. Doe maar met ze wat jullie willen. Als jullie aan die mannen maar niet komen. Mijn gasten.

Plaats de heiligheid van zijn gasten hoger. Dan de reinheid van zijn dochters. Lot wil zijn dochters opofferen om zijn gasten te redden. Dit aanbod van Lot, dat is toch een verschrikkelijke schending van zijn vaderlijke pleeg. Gelukkig wordt dit dwaze verschrikkelijke voorstel van Lot overschreeuwd door die menigte van mensen. Kom jij maar eens hier, Lot, zeggen ze. Zullen we jou wel eens een lesje leren? Deze een is hier gekomen. Om als een vreemdeling bij ons te wonen. En zou hij nu rechter over ons gaan spelen? Ze

blijven hem als een vreemdeling zien. Hoort u dat? Ja. Want Lot doet niet mee. Met hun perversiteit. Nee. Lot heeft in Sodom. Dag op dag. Zijn rechtvaardige ziel gekozen. Door het zien, door het horen van hun ongerechte gewerken. Dat is het getuigenis wat de apostel Petrus over Lot geeft.

En als dat nu niet in de Bijbel stond, dat getuigenis over Lot. Nou dan zouden wij Lot naar alle waarschijnlijkheid aan de linkerhand bij de bokken hebben geplaatst. Maar niet rechts bij de rechtvaardige schapen. Want Lot, Lot wat doet u hier toch in Sodom? Lot hier hebt u toch helemaal niets te zoeken? Kijk nu eens hoe die opgehitste mannen je nu willen overweldigen. Nu voelen ze zich beledigd. Doordat je niet mee beweegt met hun goddeloze wandaden. Hoe durft Lot rechter over ons te spelen? Is

dit niet steeds actueler aan het worden? Ook in ons land, in onze samenleving. Wie onverkort vast blijft houden aan een bijbelse visie op huwelijk en seksualiteit. Dan word je steeds meer gezien als iemand die rechter durft te spelen over andermans gevoelens. U beledigt mij als u zegt dat homoseksuele praxis...

Uitleven van allerlei andere vormen en varianten. Als u zegt dat dat zonde is voor God. Dan beledigt u mij. Dat mag u niet zeggen. Een gemeente laten we nu niet vergeten. En ook onder ons. Die anders geaard zijn. En die nu pijn voelen van binnen. Alleen al omdat dit schriftgedeelte bepreekt wordt. Maar ook. Want alles wat in Nederland gaande is, dat raakt ook hem. Terwijl ze in de strijd staan en er niet in mee willen. Maar het voelt alsof het over u of jou gaat. Die met homoseksuele gevoelens te maken hebt.

Als doorgaat in Nederland. Zoals nu gaat. Zitten wij straks in het beklaagde bankje. Om ons als achtergebleven vreemdelingen. Om ons te verantwoorden over ons eerbiedigen van Gods heilige en goede en rechtvaardige geboden tegenover een zich beledigd voelende meerderheid. Ik geef u door wat de Bijbelverklaarde Thomas Scott honderden jaren geleden al schreef. Hij

zegt het is een duidelijk teken dat zondaars zich rijp maken voor de ondergang. Als ze dol gemaakt door hun lusten. Zich kwaad maken over de geringste tegenwerking. En geen enkele controle meer verdragen. Geeft toch te denken. Afgelopen week de regenbloogvlag ook weer eens gehezen. Tweede kamer gebouw in Den Haag.

Wat kan het verleidelijk worden. Om maar een beetje water bij de wijn te doen. Om onze positie dan maar te redden. Een compromis. Niet doen. Dat probeerde Lot. Dat is een hele foute weg. Niet Lot navolgen. Maar weet u wat apostel Petrus heeft geschreven. Naar aanleiding van Lots benarde positie. Luister eens naar Petrus. Hij zegt. Zo weet de Heere de Godzaligen uit de verzoeking te verlossen. En de onrechtvaardigen te bewaren. Tot de dag van het oordeel. Om gestraft te worden.

Zo is het hier gebeurd. Bij Lot. Toen die menigte op Lot afstapte. En een poging ondernaam om de deur open te breken. Toen de nood op het oogst kwam. Was Gods redding nabij. En die mannen binnen. Die twee engelen staken hun land uit. En ze trokken Lot naar binnen. En ze sloten de deur toe.

Gods bescherming door Lot ervaren. Zo noemden we ons tweede punt. En het feit dat God Lot beschermt in het grootste gevaar. Is weer een bevestiging van Lots rechtvaardigheid. Ondanks dat verschrikkelijke voorstel wat Lot deed. Over zijn dochters. Ondanks al die verkeerde keuzes die Lot opgestapeld heeft in zijn leven. En daardoor zijn rechtvaardige ziel heeft gekweld. En zelfs zojuist geweld aandeed. Om

maar niet met zo domzonde bevlek te hoeven raken. Zo heeft Lot zijn geestelijk onderscheidingsvermogen behouden. Daar is Sodom. En dat was lots veiligheid. Tenmidden van dit grote gevaar. Midden in het oordeel. Wat voor Sodom wordt klaargemaakt. Is er ontkoming. Hemelse beveiliging. Voor Gods overblijfsel. Na de verkiezing. De maat van Sodom. Volgezondigd. En beide engelen. Gebruiken een door God verleende macht. Om in te grijpen. God trekt een grens. En daar kan alle geweld van mensen niet overheen komen. Kijk maar. Die mannen. Van de kleinste tot de grootste van Sodom. Ze zijn met verblinding geslagen. Gods straf. Als een opstapje naar het eeuwige verderf. Wat straks over alle inwoners zal worden uitgegoten. Kijk eens hoe ze onvermoeibaar bezig blijven met open ogen. En maar zoeken rond het huis van Lot. Waar is die deur nou toch gebleven?

Hoe kan dat nou? Waar is de deur? Waar is die? Heb je hem gevonden? Niemand ziet de deur meer. Verblinding door die engelen. En ze gaan met alle macht door. Want hun lusten, hun lusten die moeten bevredigd worden. Ontembaar. Dan zie je het. Overgegeven zijn ze. Overgegeven aan hun ongerechtigheid. Dus als er nog enige twijfel bestond. Of er tien rechtvaardigen waren. In Sodom. Denk aan dat gebed van Abraham. Om de stad te sparen.

Die zijn er niet. Die twijfel is nu weggenomen. Alle mannen van Sodom. En daar de vrouwen en de meisjes. Die kun je daar bijeen begrijpen zien. Buiten Lots deur. Woed de goddeloosheid. Als een onstuimige zee. En het huis van Lot. Het is als een veilige ark.

Op die zee mee. Veilig is. En daarin is Lot. Als in een heiligdom. Onder goddelijke bescherming. Gemeente. Wat ons. Onze kinderen nog te wachten staat. Ja wat de kerk in de toekomst nog te wachten staat. Weten wij niet. Maar laten wij dan van deze geschiedenis van Lot leren. Wat Calvijn hierbij opmerkt. Calvijn die zegt bij deze geschiedenis. En die bescherming van Gods engelen. Laten wij daarom met een kalm gemoed. Ruimte laten. Voor Gods voorzienigheid. En

laten we zonder schroom. Onze roeping vervullen. Doen wat de Heer ons beveelt. Dus onverkort vasthouden. Aan de waarheid van Gods woord. Ook al komt heel de wereld tegen ons op. Calvijn gaat verder. Hij zegt al laten Heere ons ook verpletteren. Toch zal die eenmaal tonen. Dat die ons nooit vergeten is.

Hij staat met zijn heilige engelen in. Voor de bewaring van zijn kerk. Dwars door het vuur van de beproeving heen. Door de hitte van de vervolgingen. En politieke dwang. Des Heere engels gaat. Een onverwimbere hemel wacht rondom hem. Die Gods wil betracht. Dus is hij wel bewaard.

Met een kalm gemoed ruimte laten voor Gods voorzienigheid, zegt Calvin. Hoe doe je dat toch? Ruimte laten voor Gods ingrijpen. Dan moeten we maar niet doen zoals Lot gedaan heeft. Door de grenzen op te zoeken om maar zoveel mogelijk van het aardse genot mee te willen pakken. Als een christen. Wij

moeten ons concentreren. Op dat woord van God. Gods wil volbrengen. In deze wereld. Op de positie. Waar de Heer u heeft geplaatst. Getrouw zijn aan God. En zijn woord. Een christen is geroepen. Tot navolging van de meester. En hoe dichter u. Door de goddelijke genade. Hoe dichter je nou. Bij Christus mag leven. Hoe kalmer je gemoed is. En hoe meer ruimte erover schiet voor Gods voorzienigheid. En als aardse omstandigheden je dan dreigen te overweldigen. In

die grootste smarte blijven onze harten kalm. Er is ruimte in de Heere gerust. Al zie ik nu geen uitweg, maar wie weet wat God nog doen zal. Lots huis als een veilige ark. Midden in het opkomende oordeel. En buiten de deur van lots huis. Je ruikt als het ware de zwaveldampen al. Van het naderende oordeel. De goddelozen. Die in verblinding, in verharding door het woede.

Buiten lots deur is er geen ontkomen meer aan. Het huis van Lot staat onder die hemelse bescherming. En dat is niet omdat Lot nu zo'n standvastige gelovige was. Nee, bepaald niet. Waarom wel? Waarom wordt Lot beschermd? Omdat God nu nooit laat varen de werken die zijn hand begon. We zien hier Gods... Sparende genade om Christus wil.

In dit gedeelte van de schrift. Wordt hier in u ook niet een prediking van Christus uitgebeeld. Hij is toch de verlosser, de redder. Voor wie? Voor wie is Christus nu een redder? Voor wie dreigt verloren te gaan. Voor die is hij een redder. Wat zien we in deze geschiedenis toch een goddelijke ontferming schitteren. Christus, die engel van het verbond, die zijn twee boden tot lot heeft uitgezonden. O Christus, hij zoekt dat ene verloren schaap in Sodom te behouden. Er wordt hier een hele reddingsoperatie opgetuigd door hemelse engelen. Om lot die zijn eigen muur vast heeft gevaren in het materialisme. Die man zit erin vast. En dan komen de hemelse engelen nou te benen. Om die man weg te halen. Te bevrijden van dat grote gevaar. Van de ondergang van Sodom.

Wat zien we hier toch. Een goddelijke liefde voor dat ene schaap. Dat verloren dreigt te gaan. Lot, het zwarte schaap. Ja, dat is waar. Lot is wel het zwarte schaap van de kudde. Maar wel een schaap van Christus. Het is er eentje van zijn kudde. Het is een zondaar waar Christus zijn leven voor wilde geven. En daarom is die man een rechtvaardiger. Daarom alleen. Ja, een door God gekend. En een geliefd schaap.

Nou zo is nu God gemeente. De Heere God. Hij strekt zijn beide reddende handen uit. Tot een man. Die de ene na de andere verkeerde keuze opeen gestapeld heeft in zijn leven. Dan ligt er toch een diepe troost. In dit gedeelte van de schrift. Troost. Voor een dwaalzik mens.

Door eigen schuld een afgedwaald schaap is. Heb je ook jezelf op de rand van de ondergang gebracht. Door eigen schuld. God grijpt hierin. En hij gebruikt daar zelfs zijn heilige engelen voor. Gods sparende genade. Nou dit is waarom er straks een kerk eeuwig thuis komt. Een

kerk van verzekerde Abrams. Een kerk van hardnekkige ongelovige Sarah's waar de Heere zelf aan te pas moet komen om ook Sarah tot het gelovende belofte te brengen. Een kerk zelfs van diep weggezonken lots. Een afgedwaalde toestand. Toch, toch liefhebbers van de gerechtigheid blijken te zijn. Als het erop aankomt, komt het toch voor de dag. En dan spaart Lot zichzelf niet voor zijn naaste.

Lot, hij moest. Christus wil gered worden. Als de enige weldoener van Sodom. En dan lag daar ook die voorbidding van zijn oom. De voorbidding van Abraham. Die gepleit heeft voor Sodom. En daar wilden de Heere niet om heen. Abram had de Heere aangegrepen op zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid. En Lot, hij zal als een brandhout uit het vuur worden gerukt. Tot verheerlijking van de vrije genade van God. Amen.

Laten wij gaan zingen uit Psalm 37. En daarvan het twintigste vers. Het heilot. Dat rechtvaardigen verkregen. Vloeit af van God. Hun sterkte. Als de angst. En knelt. En wat verder volgt. In het twintigste vers. Van Psalm 37. Heere

♪ Gezang

danken en bidden. Isaac. Lot. Wat bent u een wonderdoend God. Een verlossend God. Die niet loslaat. Waar u aan begonnen bent. Ondanks. Ondanks ons. Heere we verbazen ons over uw barmhartigheid. Dat u er zo eentje op na hebt gehouden. Lot. En u hebt hem opgenomen in de heerlijkheid toen die man stierf.

Heere. Dan is er toch een ruimte. Een ruimte voor zondaars bij u. Heere doe het ons zien. Doe het ons geloven. Dat u zeer gewillig bent. Om te behouden. Heere, we werden ook aangespoord om met een kalm gemoed ruimte te laten voor uw voorzienigheid.

Want ook in onze samenleving gaat het meer en meer knellen. Als het om deze zaken gaat, waar we ook vanuit de geschiedenis van Lot over hoorden. Heere, maak getrouw. Allen die op positie staan waar ze in het front staan. Tweede kamer, eerste kamer.

Geef ze door uw genade. Onverkort vasthouden aan uw woord. Dat bidden we voor allen Heere. Die soms wel eens bevreesd zijn. En hoeveel zijn dat niet? Opa's en oma's die bang zijn als ze zien. Waar gaat het heen en wat moet er worden van de kinderen. De kleinkinderen die u gegeven hebt. Nageslacht.

Maar Heere uw trouw zal toch nooit vergaan. Leer ons dan toch zien. Op die machtige arm waarmee u de vromen behoedt. En schraagt en sterkt en verlost uit het gevaar. Heere we bidden u. Houd ons allemaal. Ook onze jeugd. Houd ons vast. Bewaar ons bij uw woord.

Doe ons buigen Heere. Buigen voor koning Jezus. Dat we jong en oud. Het gewonnen zullen geven. En ook niet in de dwaasheid van lot zullen vervallen. Door maar zo ver mogelijk mee te proberen te gaan met deze wereld die vergaan zal. Maar Heere. Dat gij toch de eerste plaats zult hebben en behouden in ons leven.

En als wij nog genieten van de zonde. Dan is ons ook getekend waar dat op uitloopt. Als we daarin volharden. O God verhoed genadiglijk onze ondergang. En red ons door uw genade. En die ten dode wankelen. Zo bidden we voor onze overheid. Geef hart op wijsheid en verstand. Zijn minister-president het kabinet. Bekerende genade Heere.

Voor u is toch niets te verwonderlijk. Wij bidden u voor hem. Die zich vanmorgen geraakt voelen. Vanwege de materie. Van de homoseksualiteit. En voor wie dit een kruis is. Een eenzaam pad. En die zich zomaar klem kunnen voelen zitten. Tussen alles wat in Nederland gebeurt. Want het gaat ook over hem geaardheid.

Heere. Doe hem berust in u. Geef hen de troost van u Heere. En wilt u hen de krachten geven. Om die weg te gaan. Als een huwelijk niet voor hen is weggelegd. Heere God. Sterk ze toch. Vertroost met uw genade. Wij bidden het alles van u. Zegen de gemeente in het verdere deze dag. De avonddienst. Geef in alle getrouwheid onze plaats weer in te nemen. Om te horen wat u tot ons te spreken hebt. En dat we zomaar weer biddend naar de kerk zullen komen. Spreek Heere. Want uw dienstknecht, uw dienstmaagd hoort. Wij vragen het. De verzoening van alles wat niet was naar uw heilige wil. Neem dat uit genade weg. En hoor ons om Jezus wil. Amen.

Psalm 91, het vijfde vers. Ik steun op God mijn toeverlaat, dies heb ik niets te vrezen. Het vijfde van Psalm 91.

♪ Gezang

De gemeente gaat heen in vrede en ontvangt de zegen van de Heere die wij in zijn naam op u leggen. De Heere zegene u en hij behoedt u. De Heere doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig. De Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede. Amen.

♪ Gezang