PrekenHHG Ouddorp

HC Zondag 45 Het gebed als voornaamste stuk van de dankbaarheid

18:30 uurAvonddienstDs. R. van de Kamp103 min
Nog niet gestart Kanttekeningen 2

Transcript

♪ Gezang

En onze verwachting is in de naam des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heeft. Die trouw houdt van geslacht tot geslacht en die leeft tot in de eeuwigheid. En die niet laat varen de werken van zijn handen. Amen. Genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal. En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn. En van Jezus Christus die de getrouwe getuige is. De eerstgeborene uit de doden. En de overste van de koningen der aarde. Amen. Kom

gemeente laten wij met elkaar zingen uit psalm 88. Het eerste vers. O God mijns heils. Mijn toeverlaat tot u. Heb ik mijn droeve klachten. En wat er verder volgt. Eerste vers. Uit Psalm 88.

♪ Gezang

Vanavond met de kerk van alle tijden. Alle plaatsen beleiden is. Van ons algemeen en ongetwijfeld. Christelijk geloof. Met de woorden van de twaalf artikelen. En zingen daarna. Uit Psalm 95. Het derde vers. Zijn is de zee. Ze is door zijn kracht. Met alle drogen voortgebracht. En dan de derde vers uit Psalm 95. Na de beleidenis van het geloven. En ieder van u spreekt met mij in zijn of haar hart. Al dus, ik geloof in God, de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde. En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heer. Die ontvangen is van de Heilige Geest. Geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle. Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtige vaders,

En de doden. Ik geloof in de heilige geest. Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk. De gemeenschap der heiligen. Vergeving der zonden. Wederopstanding des vlees'ers. En een eeuwig leven. Amen.

♪ Gezang

In de algemene zendbrief van de apostel Jacobus. En we lezen daar het vierde hoofdstuk. Dus de schriftlezing voor vanavond is Jacobus 4. Vanwaar komen krijgen en vechterijen onder u? Komen zij niet hiervan, namelijk uit uw wellusten die in uw leden strijd voeren? Gij begeert en hebt niet. Gij beneidt. En ijvert naar dingen en kunt ze niet verkrijgen. Gij vecht en voert krijg, toch gij hebt niet omdat gij niet bidt. Gij bidt en gij ontvangt niet omdat gij kwalijk bidt. Opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zou. Overspelers en overspeelsters, weet gij niet dat de vriendschap der wereld een vijandschap gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand gods gesteld. Of meent gij dat de schrift de geest zegt? De geest die in ons woont, heeft die lust tot neidigheid.

Ja, hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de schrift, God er wederstaat de hoofdwaardige, maar de nederige geeft hij genade. Zo onderwerpt u dan goden. Weder staat de duivel en hij zal van u vlieden. Naak tot God en hij zal tot u naken. Reinig de handen, gij zondaars en zuiver de harten, gij dubbelhartigen. Gedraagt u als ellendige en treurt en weent. Uw lachen worden veranderd in treuren en uw blijdschap in bedroefdheid. Vernedert u voor de Heere en hij zal u verhogen. Broeder spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet en oordeelt de wet. Indien gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter. Er is een enig wetgever die behouden kan en verderven. Doch wie zijt gij die een ander oordeelt?

Wij zullen heden of morgen naar zulke stad reizen en al daar een jaar overbrengen en koopmanschap drijven en winst doen. Gij die niet weet wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven. Want het is een damp die voor een weinig tijd gezien wordt en daarna verdwijnt. In plaats dat gij zult zeggen, indien de Heere wil en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen. Maar nu roemt gij in uw hoogmoed. Alle zoldanige roem is boos. Wie dan weet goed te doen en niet doet, dien is het zonde. Tot zover de schriftlezing.

In de voorbeden hopen wij te gedenken aan de heer H.M. Florestein, Vlietberglaan 145. Hij moest vanwege afnemende krachten opgenomen worden in het ziekenhuis de Dirksland. We denken ook aan mevrouw J. Nelis, geboren vroeg in de wei, molen 1095. Zij kwam na een geslaagde behandeling weer thuis uit het ziekenhuis. We denken ook aan mevrouw J. Aleman, geboren Meijer, kelderenweg 7. Zij kwam opnieuw ten val en moest in het ziekenhuis worden geopereerd aan een gebroken heup. En we denken ook aan mevrouw T. Meijer. Geboren Mierop de Gracht 31. Zij hield problemen met de wond na een operatie. En hiervoor werd zij opgenomen in het Erasmus Medisch Centrum. Laten wij de Heere vragen om zijn onmisbare zegen.

Heere, wat een wonder is het. En we zeggen uw naam daar dank voor. Dat er een vrijmoedige toegang is tot uw genadetron. Want als wij op onszelf zien wie wij zijn, dat wij van u zijn afgeweken, dat wij het zelf beter weten, dan is het onmogelijk, daar u de heilige en de verheven God in de hemel bent, om tot u te naderen. Maar u hebt een vrijmoedige toegang gegeven in uw Zoon. Hij...

Volkomen beantwoord aan uw goddelijke wil. En daarom mogen we nog tot u komen. Ook vanavond. Als gemeente. Voor uw aangezicht. En het is onbegrijpelijk Heere. Maar laat daarom ook het gebed het voornaamste stuk van de dankbaarheid zijn. Als we zien wat het u gekost heeft. Dat u uw enige geboren zoon gegeven hebt. En dat hij zich gewillig heeft laten geven. Dat hij de dood is ingegaan. Om van de dood te redden. Dat hij de dood heeft overwonnen. Door zich eraan te onderwerpen. Zodat wij niet de eeuwige dood hoeven te sterven. En dan is het bijzonder Heere. Als u ons als gemeente. Op deze dag voor de tweede keer weer samenbrengt. Of thuis meeluisterend. De middelen verbonden. En dat u ons nog spreken wilt van vrede. Terwijl wij u de oorlog verklaard hebben. Is er vrede in uw zoon.

Voor een ieder die in hem gelooft. Heere werkt aan dat ware geloof. Daar is de Heilige Geest toch de werkmeester van. En u brengt ons vanavond in de werkplaats van de Heilige Geest. Onder de verkondiging van het woord. En onder de bediening der verzoening. Heere geef. Dat wij die geest niet zouden weerstaan. En de werking daarvan zouden uitblussen. Maar werk nog onwederstandelijk. En breng nog tot bekering, jongens en meisjes, de jongeren in de gemeente. Maar ook als we op leeftijd zijn of nog in de kracht van ons leven. Heere, we bieden om uw genade. Verzoem de zware schuld en bewijs ons. Uit genade, eens genade. Dan bent u in alles nodig, Heere. En dat is toch die ware dankbaarheid. Dat we gaan zien dat we zonder u niet kunnen leven.

Buiten u, dat is er geen leven. Maar een eeuwig zielsverderf. Heere, werk dan nog krachtig in de gemeente. Daar er zoveel zieken zijn. We denken aan de heer Florestein die in het ziekenhuis moest worden opgenomen. En mevrouw Aleman. En mevrouw Meijer. En Heere, als ze daar... Zijn dat ze het ook ervaren mogen. Dat u er bent. Want. Als u erbij bent. Dan kunnen we overal zijn. Maar als u er niet bij bent. Dan kunnen we nergens zijn. En we bidden Heere. Of u hen goed ernaar bij wilt zijn. En geven wat nodig is. De middelen die gebruikt worden. Dat die gezegend worden. En dat ze mogen. Herstellen als het in uw raad kan bestaan. Daar u het zelf belooft van alle krankheden te genezen. Maar dat ziet niet alleen op het lichamelijke. Maar ook op onze geestelijke krankheden.

En wat een wonder Heere. Als we mogen rusten en zo dragen we de zieken aan u op Heere. Maar ook haar die weer mocht thuiskomen uit het ziekenhuis. Mevrouw Nelis. Waar leven nog gespaard hier en bewaard. Maar in alles bent u nodig. En daarom bidden wij Heere. Ook voor degene die niet met name genoemd zijn. Als er een ernstige boodschap kwam. Als nog onderzoeken wachten. Als er nog een zware operatie wacht. Heere en u weet alle dingen. En u weet wat nodig is voor het lichaam. Maar in bijzonder voor de onsterfelijke ziel. Geef dan wat nodig is. Ontferm u over hen Heere. En werk nog krachtig.

En zo dragen we de gemeente aan u op, daar waar moeite is en verdriet is. Waar zorgen zijn, waar rouw is, gemis, weduwe en wedunaren. Heere, gedenkt nog naar de grootheid van uw genade. Dat we telkens weer bij de oorzaak moeten bepaald worden. We zijn van u afgeweken en we hebben u de oorlog verklaard. En daarom, Heere, is er zoveel moeite. Zijn onze dagen kort en zijn we zat van onrust. En Heere, het is eigen schuld. Maar wat een wonder als we met die schuld toch de toevlucht mogen nemen tot uw Zoon. Die nou niets liever doet dan zondare welkom heten. En dat nou uw rechterstoel veranderd is in een genadetron. En we zeggen uw naam ootmoedig dank, Heere. Maar wat hebben we nodig om te leren bieden? Zoals ook de discipelen dat aan u vroegen.

Leer ons bieden, want wij weten niet te bieden zoals het behoort. Heere, bedeel ons met die geest der genade en der gebeden. En op dat zal ook, Heere, wij u recht zouden kennen. En dat u het bent die nou horen wilt. Ja, zelfs het geroep van de jonge raven hoort. Heere, gedenk dan nog naar de grootheid van uw genade. Gedenk de bewoners en het personeel van de Vlietberg. De bewoners en het personeel van de Vijver.

Ja, allen en ook als er gescheiden gewoond moet worden vanwege de zorg die nodig is. Heere, gedenk dan nog naar de grootheid van uw genade. Alle nood, de nood van ons land en volk. De nood van de regering. Het zij landelijk of provinciaal of hier ter plaatse. Burgemeester en wethouders, de gemeenteraad. Alle die een taak of verantwoordelijkheid hebben, we dragen ze aan u op, Heere. Werkt nog krachtig door zending en evangelisatie. Werkt nog krachtig onder het Joodse volk. Als de spanningen weer toenemen in het Midden-Oosten. We bidden, Heere, om uw nabijheid. In het bijzonder voor degene die u mogen kennen. Niet alleen onder het Joodse volk, maar ook onder de omringende volkeren. We bidden om uw nabijheid. En Heere, opdat uw grote daden gezien en erkend zullen worden.

Maar u geeft ook nog blijdschap en vreugde. Daar Matthijs Grinwis samen met Mariska Roosendaal... In deze week in het huwelijk hopen te treden. En dat is bijzonder dat u man en vrouw bij elkaar brengt. Bijzonder Heere als daar liefde ontstaat. En dat die liefde zich verdiept. En dat er dan het verlangen komt om samen door het leven te gaan. Dat zijn dingen die zijn niet vanzelfsprekend. Maar dat is omdat u dat werkt. Zo brengt u nog man en vrouw bij elkaar, zoals u eens met Adam en Eva deed.

En dat gaat door, Heere, en we dragen het bruidspaar aan u op, als ze elkaar trouw zullen beloven. Maar wat zegt hun trouw, Heere, opdat ze dan van uw trouw zouden verwachten? Maak u ze getrouw, en dat zo ook hun huwelijk. Een beeld mag zijn. Een afschaduwing mag zijn. Van het huwelijk van Christus met zijn bruid. Kerk. Heere, werk dat nog. Gedenk zo ook de wederzijdse ouders. Als zoon of dochter het huis uitgaat. Maar er ook een zoon of dochter bij mag komen. Heere, dan bent u in alles nodig. Gedenk zo nog. Naar de grootheid van uw genade. We hebben veel van u te vragen, Heere. Gedenk ons zo.

Onthoud ons toch de werking, de bediening van uw heilige geest niet. Maar leid nog in al de waarheid. Dat bieden wij van u. Om Christus wil alleen. Amen. Namens uw kerkenraad zijn er nog de volgende afkondigingen. Woensdag 14 oktober is er weer een doordeweekse kerkdienst. En in deze dienst zal dominee H. Lascha uit Katwijk voorgaan. De dienst vangt aan om half acht. En in verband met de bediening van de heilige doop op zondag 25 oktober... is er vrijdagavond 16 oktober doopzitting. En de aanvang is zeven uur.

voornemens geldt zo de Heer er wil en wij het zullen beleven. Tot zover de afkondigingen. De diensten en offeranden worden van u een drietal gaven gevraagd. De eerste collecte is bestemd voor het plaatselijk evangelisatiewerk. Tweede voor de kerkvoogdij en de derde voor de aflossing van de kerk. We bevelen alle drie de collecte van harte in uw milddadigheid aan. En de Heere zegene u. En uw liefde gaven. Wij gaan zingen met elkaar. Uit psalm 123. En wij zingen daarvan vers 1 en vers 2. Psalm 123 vers 1. Ik hef tot u die in de hemel zit mijn ogen op en bid. En ook het tweede vers. Geef ons gena. Geef ons gena o Heere. Red ons tot uw eer. En wat er verder volgt. Vers 1 en vers 2, Absalom 123.

♪ Gezang

Gemeente, aan de beurt van behandeling is zondag 45. De vragen 116, 117, 118 en 119. En dan wordt er gevraagd in vraag 116, waarom is het gebed de christenen van node? Antwoord daarom dat het het voornaamste stuk der dankbaarheid is welke God van ons vordert en dat God zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegene geven wil die hem met hartelijk zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken. Wat

behoort tot zulk een gebed dat Gode aangenaam is? En van hem verhoord wordt. Antwoord eerstelijk dat wij alleen de enige ware God. Die zich in zijn woord ons geopenbaard heeft. Om al hetgeen dat hij ons geboden heeft te bidden van harte aanroepen. Ten andere dat wij onze nood en ellendigheid recht en grondig kennen. Opdat wij ons voor het aangezicht zijn er majesteit verootmoedigen. Ten derde dat wij deze vaste grond hebben. Dat hij ons gebed niet tegenstaande wij zoeks onwaardig zijn. Om des Heere Christus wil zekerlijk wil verhoren. Gelijk hij ons in zijn woord beloofd heeft.

Wat heeft ons God bevolen van hem te bidden? Antwoord alle geestelijke. En lichamelijke noodruft. Welke de Heere Christus begrepen heeft. In het gebed dat hij ons geleerd heeft. Hoe luidt dat gebed? Antwoordt onze Vader. Die in de hemelen zijt. Uw naam worden geheiligd. Uw koninkrijk komen. U wil geschieden gelijk in de hemel. Al zo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden. Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking. Maar verlos ons van de boze. Want u is het koninkrijk. En de kracht. En de heerlijkheid. In der eeuwigheid. Amen. Tot zover zondag 45.

Zondag 45 bepaalt ons bij het gebed als het voornaamste stuk van de dankbaarheid. Het gebed als het voornaamste stuk van de dankbaarheid. Een drietal gedachten. Ten eerste door ons roepen tot God. In de tweede plaats door onze verootmoediging voor God. En in de derde plaats... Door ons vertrouwen op God. Het gebed als voornaamste stuk van de dankbaarheid. Ten eerste door ons roepen tot God. Ten tweede door onze verootmoediging voor God. En ten derde door ons vertrouwen op God.

Gemeente, wat is nou dankbaarheid? Wanneer ben je nou dankbaar? En wij kunnen dankbaar zijn als er een bijzondere gebedsverhoring heeft plaatsgevonden. U was in nood, u hebt geroepen tot de Heere en hij heeft uitkomst gegeven. Ja, dan ben je dankbaar, toch? Het kan ook zijn in het materiële. Je staat voor een examen of je moet rijexamen doen en je ziet het tegenop. Je vraagt aan de Heere of hij door wil helpen, je helpen wil. En als je dan je diploma mag halen, dan ben je dankbaar. Toch? Maar

toch de vraag, wat is nou ware dankbaarheid? En die ware dankbaarheid is er alleen maar, gemeente, als wij mogen weten hoe groot onze zonde en ellende is. En hoe ik van die zonde en ellende verlost word. En dan is er ware dankbaarheid. hoe ik gode dankbaar ben voor zulke verlossing.

Dus die ware dankbaarheid is er alleen maar als u weet... uit welke grote nood en dood de Heer u verlost heeft. Dat u het gezien hebt dat u voor eeuwig verloren moest gaan... vanwege uw zonde, eigen schuld. En dat er geen ontkomen aan is van uw kant. Dat er geen weg meer terug is van uw kant. En als er dan een weg geopend wordt in zijn zoon. En als zijn zoon zich gaat openbaren aan uw ziel. Dan is er de ware dankbaarheid.

Maar dan de volgende vraag. En hoe moet ik dan dankbaar zijn? En wat betekent dat dan? Wat betekent dat dan voor mijn leven? Leven uit die ware dankbaarheid. En wij denken dan vaak aan David. Als David de ark opbrengt, dan is hij zo blij en dankbaar. Dan loopt hij te springen en te huppelen voor de ark. Is dat dan ware dankbaarheid, gemeente? Als je de hele dag loopt te zingen, is dat dan de ware dankbaarheid?

De Heidelbergse Catechismus is heel eenvoudig. En u moet niet in de war raken als het gaat over stukken. De Heidelbergse Catechismus die leert ons drie stukken. Ellende, verlossing en dankbaarheid. Maar als het dan gaat over zondag 33. Uit hoeveel stukken bestaat de warachtige bekering? Nou dat bestaat uit twee stukken. Een afsterven van de oude mens en een opstanding van de nieuwe mens. Maar als het gaat over de ware dankbaarheid bestaat het ook uit twee stukken. En dat is namelijk gebod en gebed.

En daarom wordt in het stuk van de dankbaarheid in de Heidelbergse Catechismus... wordt het gebod behandeld, wordt de wet behandeld. En die wet wordt behandeld dus in het licht van de dankbaarheid. Gun ons door het geloof in Christus krachten om die te doen. Uit dankbaarheid. En daarop volgt het gebed. En

misschien is het gebed ook wel een gebod. Tenminste als ik de onderwijzer volg. In zondag 45. Dan vindt u dat op verschillende plekken terug. Kijk maar in vraag en antwoord 116. Daarom dat het het voornaamste stuk der dankbaar is. Welke God van ons vordert.

Dus daar ligt een eis. Een eis tot het gebed. Maar ook als u kijkt in het antwoord op 117. Om al hetgeen dat hij ons geboden heeft te bidden. En dat wij hem daarom aanroepen. Maar de onderwijzer noemt het gebed het voornaamste stuk van de dankbaarheid. En dat wil niet zeggen dat het gebod dus niet belangrijk is. U moet dat niet tegen elkaar uitspelen.

Maar het belangrijkste stuk van de dankbaarheid, dat is het gebed. En waarom is dat nou het belangrijkste stuk van de dankbaarheid, gemeente? Omdat in het gebed naar voren komt dat wij de Heer nodig hebben. Dat wij Hem in alles nodig hebben. Dat we beseffen dat wij zonder hem niets kunnen doen. Geen stap kunnen zetten. En daarom hem ook in alles nodig hebben. En daarom moeten wij hem ook aanroepen voor alle geestelijke, maar ook alle lichamelijke noodruft.

Omdat alle dingen in zijn hand liggen. Hij het is die alle dingen stuurt en leidt. En wij dus... volledig afhankelijk zijn van de Heer. Van zijn besturing en van zijn leiding. En die afhankelijkheid komt tot uitdrukking in het gebed. Dan hebt u hem nodig, hebt u hem in alles nodig.

Dan bid je meer met de pet op dan met de pet af. Dat wil zeggen, dan gaat het gebed de hele dag door. Als je aan het stoffen bent. Of aan het stofzuigen. Of achter je bureau zit. Je zit in een vergadering. En dan maar zuchten tot de Heere.

Het voornaamste stuk van de dankbaarheid. En dat is hem aangenaam. Een aangenaam gebed. Dat ook van hem verhoord wordt. Dus gemeente. Dat gebed. En dat komen we straks wel verder op. Wat dan dat gebed precies inhoudt. En wat dan hem aangenaam is. Maar dat aangename gebed dat wordt door hem verhoord. En daarom wijst de apostel Jacobus erop. Zoals we dat gelezen hebben. Gij bidt en gij ontvangt niet. Omdat gij kwalijk bidt. Opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zat. Dat betekent, bij ons gebed, daar zitten altijd weer van die vervelende bijbedoelingen bij. We hebben altijd weer onszelf op het oog. In plaats van dat wij de eer en de naam van de Heere zoeken.

Dat aangename gebed zegt het antwoord op vraag en antwoord 117. Is eerstelijk dat wij alleen de enige ware God. Die zich in zijn woord ons geopenbaard heeft. Van harte aanroepen. Wij moeten dus bidden tot de enige. Er is maar één God. De almachtige. De alomtegenwoordige. De alwetende God. En omdat hij al ontegenwoordig is en almachtig is, is hij ook de enige God. En zijn er geen andere goden. Dus wij moeten de enige ware God aanbidden. Misschien zegt u wel, ja dat is logisch. Want je bidt natuurlijk niet tot Allah of tot Boeddha. Nee, wij moeten tot de God van Abram, Isaac en Jacob roepen.

Maar gemeente, welk beeld heeft u dan van God? Welk beeld heeft u dan van de Heere? Want het gaat erom om de enige ware God te aanbidden. En wat kan ons godsbeeld, wat kan dat verwrongen zijn? Door moeilijke omstandigheden, door lastige ervaringen, misschien wel traumatische ervaringen. Kan dat godsbeeld zo vervrongen zijn?

Maar om dan de enige ware God te aanbieden. Welk beeld heeft u dan van hem? En jullie, jongens. Wie is de Heer voor je? En dan zegt de onderwijzer. Dat die ene ware God. Dat die zich in zijn woord openbaart. Nee, het is geen grillige God waar je van moet afwachten.

Het is geen torenend God. Ja, maar hij torent toch over de zon. Ja, hij torent over de zonde. Maar toren, gemeente, is gekrenkte liefde. Misschien denkt u wel, ja, maar God is toch onbereikbaar. Wat moet ik nog beginnen? Tot hem naderen. Hij die een ontoegankelijk licht bewoont.

Hoe openbaart de Heer zich in zijn woord. Hij openbaart zich als genadig. Genadig dat betekent gemeente om niet. Dat betekent dat u niet iets hoeft te zijn. Of iets mee hoeft te brengen. Of eerst in een bepaalde toestand hoeft te verkeren. Dan was het voor eeuwig verloren geweest.

Maar hij is genade, geen aanzien des persoons bij hem. De enige ware God is barmhartig. Barmhartig, dat betekent letterlijk een brandend hart. Met innerlijke ontverming bewogen. Rommelende ingewanden. Overgevallen Adamskinderen, zijn schepping. Deze God maakt zich bekend als een gaarne vergevend God. Hoe u het dan ook verzondigd hebt. En

hoe een chaos het ook is in uw leven. Maar hij zegt, zie hier ben ik, zie hier ben ik. Gemeente, hij is langmoedig. Goede tieren. Ontfermend. Weldadig. U zegt, hoe kan het? Hoe is het mogelijk? Want wij hebben toch alles verzondigd. Ja gemeente het kan. En maar vanwege één oorzaak. En dat is omdat hij uit onbegrijpelijke zondaarsliefde. Zijn enig en eeuwig geboren zoon gegeven heeft. En dat zijn zoon gezegd heeft vader ik zal komen. Om u welbehagen te doen.

En daarom kan hij genadig zijn en barmhartig zijn. De Heere ziet de zonde niet door de vingers. Maar hij vergeeft ze. Op grond van recht en gerechtigheid. Op grond van het volbrachte werk van zijn zoon. En door het werk van zijn zoon is de vader nu volkomen tevreden.

En hij heeft als het ware het stempel van zijn goedkeuring erop gezet. Dat werk van zijn zoon. Daarom heeft hij hem ten derde dagen opgewekt uit de doden. En daarom heeft hij hem opgenomen in heerlijkheid. Heeft hem een plaats gegeven aan zijn rechterhand.

Zijn toren is geblust. Kunt u het vatten? Gemeente, dat is toch niet te vatten? Eén groot wonder. Kijk, en als je dat gaat zien, dan ga je hem ook, zoals de onderwijzer zegt, hem van harte aanroepen. Dan zit het niet meer hier in je verstand, maar dan zit het hier in je hart.

Dan heb je hem nodig. En dan kun je niet meer zonder hem. En daarin wordt hij verheerlijkt. Daarom is het gebed het voornaamste stuk van de dankbaarheid. Door ons roepen tot God. Hem van harte aanroepen. En gemeente, waarom? Waarom kan het? Omdat hij zelf is die daartoe uitnodigt. Hij roept. Wend u toch naar mij toe. En wordt behouden.

En prachtig, voordat de dienst begon. Wat de ouderling weer roept. En daarom heeft hij nog wat tot u te zeggen. Hij roept. Hij nodigt. En gemeente, weet u waarom er zoveel onzekerheid is? Prachtig. Het is een vraag die mij vaak bezig gehouden heeft.

Totdat ik bij Brakel las in zijn redelijk godsdienst. Die hebt u vast wel in huis staan, maar leest u hem ook? En Brakel zegt, hoe komt het? Dat er zoveel onzekerheid is over wie de Heer is. Hij zegt, lopen ze dan niet tot Jezus? Ja, dat doen ze wel.

Hij zegt, maar de grond waarop ze tot hem gaan is verkeerd. En wat is dan de grond om tot hem te gaan? Dat is zijn eigen nodiging. En dat hij het is nou die raadt en bidt. Dat hij het is die met uitgebreide armen staat.

En zegt roep mij aan in de dag uw benauwdheid. En ik zal u uithelpen. En gij zult mij eren. Het voornaamste stuk van de dankbaarheid. Door ons roepen tot God. Of durft u het niet gemeente? Tot hem te roepen. Misschien dat er wel iemand is vanavond die zegt.

Maar is het niet brutaal? Of met een ouderwets woord is het niet aanmatigend. U mag komen. U mag komen zoals u bent. U mag niet blijven wie u bent. Want de Heer vraagt waarachtige bekering. Maar u mag komen wie u... En hij is vele malen gewilliger om zondaren te ontvangen... dan dat u gewillig bent om tot hem te gaan.

Wilt u tot hem gaan? En hem van harte aanroepen. Deze enige ware God. Onze eerste gedachte. We gaan naar onze tweede gedachte. Door onze verootmoediging voor God. Gemeente wat kunt u bidden? De discipelen die konden het niet. Hoewel ze zoveel onderwijs hadden ontvangen. Zo dicht leefden bij God. Hun meester bij de Heer Jezus. En toch was hun vraag. Meester leer ons bidden. Want wij weten niet te bidden. Zoals het behoort. En dat betekent gemeente. Dat wij de werking. En de kracht. Van de Heilige Geest nodig hebben.

Die Geest die door Zacharia. De profeet Zacharia. De Geest der genade. En der gebeden. Wordt genoemd. Of zoals Paulus. Die geest noemt dat het die geest is die leert bidden met onuitsprekelijke zuchtingen. Het kan wel als de nood zo groot zijn. En dat u niet meer weet hoe het moet. Dat u zelfs niet meer weet waar u op moet vragen. En dat die geest dan leert zuchten. Dat er alleen nog maar een zucht over blijft.

De geest der genade en der gebeden. Maar nu zegt de onderwijzer, dat is in vraag 116, dat hij zijn genade en de heilige geest alleen aan diegene geven wil, die hem met hartelijk zuchten, zonder ophouden, daarom bidden en daarvoor danken. Maar dan zitten we vast, toch? Want

die geest is nodig. Om hem recht aan te roepen, om recht tot hem te bidden. Maar hij wil die geest alleen maar geven aan degene die die geest hebben. Dus dat loopt vast. Wij zouden dat zeggen, het lijkt wel een dodelijke omarming. Om nou recht te bidden heb ik de geest nodig. Maar

hij wil die geest alleen maar geven aan degene die die geest hebben. Ik hoop, gemeente, en bid. Dat het zo vanavond bij u vastloopt. En dat u zegt, hoe moet het? Dan is het onmogelijk. Ja, bij u is het onmogelijk. Maar in uw mogelijkheid, daar ligt nou Gods mogelijkheid.

Onbegrijpelijk. En dat doet nou roepen tot hem. Als u het niet meer opgelost krijgt. Als u het niet meer op een rijtje krijgt. Als u niet meer weet hoe het moet. En hoe vaak hebt u zich al hopeloos verklaard. Gemeente wij kunnen ons al tien keer hopeloos verklaard hebben. En dat we toch nog gewoon weer doorgaan. Maar

als de Heer een streep trekt. Dan zit het vast. Dan kom u er niet meer uit. En dan blijft er een roepen over tot hem. Wees mij de zon daar genadig. Wie kan er dan nog bidden? En misschien zegt u wel gelijk, ik kan niet bidden.

De gemeente vroeg het toen mijn kinderen nog thuis waren. En dan gaf ik ze wel eens een klusje. Van, doe maar eventjes de straat vegen. En dan zeiden ze, dat kan ik niet. En dan zei ik, naar buiten toe en rap. Aan de gang.

En als ik ze dan zag tobben met een veel te grote bezem. En ze zeiden, papa gaat echt niet. Dan zei ik, kom, dan zal ik je helpen. Begrijpt u, gemeente? Dat ziet de Heer er nou zo graag. Dat u het niet redt.

Maar u mag niet van tevoren al zeggen, ik kan het niet. Maar uit de nood. Dat ik mijn noodrecht ken. Zodat wij ons voor het aangezicht zijner majesteit verootmoedigen. Ootmoed. Gewend is een ouderwets woord, maar ood, dat betekent makkelijk. En moed, dat betekent een houding. Hoogmoed, dat staat tegenover oodmoed. Maar oodmoed, dat is een makkelijke houding.

Dan kunnen ze over je heen lopen. Dan kunnen ze alles tegen je zeggen. Want je beseft het, het is waar. U mag ook zeggen, verootmoediging, dat is klein worden voor de Heer. Dan pas je in een luciferdoosje. Omdat de Heere zo onbeschrijfelijk goed is. En dat voor een slecht mens.

En dat de Heere zo onvoorstelbaar trouw is. En dat ten opzichte van onze ontrouw. En dat de Heere barmhartig en genadig is. Terwijl het onverdiend is. Om nou je nood en ellende recht te kennen. Gemeente, misschien zeg ik wel iets raars. Maar ik hoop dat het ook herkent. Dan

kan het wel eens nood zijn. Omdat het geen nood is. Dan kan het wel eens schuld zijn. Omdat het geen schuld is. Dus maar niet te makkelijk zeggen. Maar zonde maar meer voelen. Als ik maar meer zicht had op mijn zonde. Als ik maar meer kennis had van mijn zonde.

Dat is al schuld. Maar dat zien we niet. Totdat de Heilige Geest u gaat overtuigen en ontdekken. Weet u waarom het geen nood is in uw leven? Omdat u het woord niet gelooft. De Heer heeft gesproken tegen Adam en Eva. Ten dagen als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.

En ze hebben gegeten. En dat betekent gemeente, jongens en meisjes. U moet allemaal de dood sterven. Letterlijk staat er in de grondtaal. U moet stervende sterven. Dat is de eeuwige dood. Hoe komt het toch? Wij weten allemaal dat als er geen wonder in ons hart gebeurt. Dat we voor eeuwig verloren zijn. Toch?

Dat hoef ik u niet te vertellen. Dat wist u wel. U weet dat u ieder moment kan sterven. Hoe komt het dat we nog onbekeerd door kunnen leven? Dan zou er toch geen rust meer moeten zijn, gemeente. Maar iedereen heeft iets bedacht. Zij is een vrouw op de sterfbed tegen mij. U dacht toch niet dat de Heer het niet barmhartig was?

Zo barmhartig dat hij een mens niet in de hel laat branden. De Heer is oneindig barmhartig, maar ook rechtvaardig. En daarom roept hij nog. En nodigt hij nog. Maar ziet u het. Wij geloven de Heere niet op zijn woord. En dat geldt niet alleen voor zijn zegeningen. Voor zijn beloften. Dat geldt ook voor zijn straffen. En daarom is het geen noodgemeente. Het is aangrijpend. En daarom alle reden. Zo moet ik u de schuld aanzeggen. Vanavond. Alle reden. Om ons voor God te veroutmoedigen.

En in het bijzonder, reden tot verootmoediging in het bijzonder. Als u ziet dat hij uit oneindige zondaarsliefde zijn zoon gegeven heeft. Wat een liefde. Wie heeft zijn kind ervoor over? God de Vader. Uit oneindige zondaarsliefde. Hij wil redden uit alle nood. En gemeente, daarom... Is het nodig dat wij hem recht kennen. Die alleen enige ware God. Hem recht kennen. En heel indrukwekkend. Zo begint de grote reformator Calvin zijn institutie. Dat godskennis en zelfkennis gaan gelijk op. Er is geen godskennis zonder zelfkennis. En geen zelfkennis zonder godskennis. En

dat maakt het juist zo indrukwekkend. Reden tot dankbaarheid. Zoals de juwelier dat doet in de etalage. Die mooie wit gouden ringen. Die legt hij op een zwart kussentje. Als wij zo de Heere mogen zien. Tegen de zwarte achtergrond van ons bestaan. Dan komt er... De ware verootmoediging. Maar

dan komt er ook de ware dankbaarheid. Onbegrijpelijk. Het gebed als voornaamste stuk van de dankbaarheid. Door onze verootmoediging voor God. Onze tweede gedachte. We gaan naar onze derde gedachte. De derde door ons vertrouwen op God. En daarom... Het is een aangrijpend gemeente. Zoals Jacobus het vierde hoofdstuk begint. Van waar komen krijgen en vechterijen onder u?

Of misschien moet ik het op een andere manier verwoorden. Zoals de apostel Paulus het verwoordt. Als het gaat over zijn onderwijs, over het heiligavondmaal. En dat ging helemaal verkeerd in de gemeente van Corinthe. Paulus zei, is het daarom dat er zoveel zieken en zwakken onder u zijn.

Het is elke keer weer nodig, gemeente, om de spiegel voorgehouden te krijgen. En Jacobus roept dan ook op in vers 10, vernedert u voor den Heere. En hij zal u verhogen. En wat een wonder is het dan, gemeente. Als wij zijn wil op het oog krijgen. U wil geschieden. Gelijk in de hemel, al zo ook op de aarde. Als

wij bidden over eenkomstig Gods wil, dan is ons gebed bij voorbaat verhoord. Ziet u het? Ellende, verlossing, dankbaarheid. Drie stukken nodig te weten om getroost te leven en eenmaal zalig te sterven. Maar dat daar dan ook die ware dankbaarheid uit voortkomt. En dat dat het gebed bepaalt.

En de Heidelbergse katechist dus noemt het een vaste grond. Ten derde dat wij deze vaste grond hebben. Dat hij ons gebed niet tegenstaande wij zulks onwaardig zijn. Om des Heeren Christus wil, zekerlijk wil verhoren. Gelijk hij ons in zijn woord beloofd heeft. Wat heeft hij beloofd? Alles wat gij begeren zult in mijn naam, dat zal ik u geven. Dat heeft hij beloofd. Alles wat gij begeren zult in mijn naam. Alles wat uw bid overeenkomstig zijn wil. Dat zal hij verhoren. Gemeente, is dan het gebed om waarachtige bekering? Is dat gebed om de ontdekking van schuld en

de vergeving van zonde, is dat niet overeenkomstig zijn wil? Als de Heere u daarbij gaat bepalen, gemeente, door de werking en de kracht van de Heilige Geest, dan ga je je vinger erbij zeggen. Dan zeg je, Heere, u moet het verhoren. Dat hebt u beloofd. Dat

is toch brutaal? Nee, dat is wat de Heere nou graag ziet. Dat u hem houdt aan zijn woord. Dat is het geloof. Dat geloof dat houdt de Heere aan zijn woord. Dat wijst hem op zijn belofte. En daarom gemeente als de Heere u een belofte geeft. Dan geeft hij daar ook de werkzaamheden mee. Dan kunt u hem niet meer loslaten. Dan krijgt u de vervulling nodig.

Ja maar ik heb het niet verdiend. Ik ben het onwaardig. We hebben niks verdiend. Hij heeft het verdiend. Om des Heeren Christus wil. En onbegrijpelijk gemeente. Als u daarover nagedenken. Zeker met het oog op het gebed. Dat wij nou geen hoge priester hebben. Die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden.

Dus hij weet precies waar uw zwaktes liggen. Dan hoeft u zich niet te schamen. Maar om het nou maar eerlijk voor de Heere neer te leggen. Gemeente, zijn wij wel eerlijk genoeg? Ja, dominee, ik kan me niet bekeren. De Heere moeten het doen.

Maar weten Heere dat ook? Heb u hem dat ook verteld? Dat u het zelf niet kunt. Alles wat gij begeren zult in mijn naam. Klopt. En hij zal open doen. Zoekt en gij zult vinden. Ja, maar dat vertrouwen. Dat is het geloof, gemeente. Dat is het vertrouwen. Hoe

kom ik dan aan dat vertrouwen? Nou, dat vertrouwen, zegt de Heidelbergse katechisme sinds zondag zeven. Dat werkt de Heilige Geest door het evangelie. En dit is het evangelie. Dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. Vrienden van mijn ouders.

Die zei dan altijd punt. Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. Punt. Niet meer en niet minder. En dat hij het is die nou met uitgebreide armen staat gemeente. Opdat u zich vanavond voor het eerst of opnieuw zout werpen. In zijn bebloede armen. Hij heeft betaald. De schuld volkomen vereffend.

En daarom, daar hebt u het weer. Een gebod. Wat heeft ons God bevolen van hem te bieden? Alle geestelijke en lichamelijke nooddrift. Ja, in de eerste plaats alle geestelijke nooddrift. Het gaat om uw ziel, gemeente. Het gaat om uw eeuwig welzijn. Een eeuwig leven of een eeuwig sterven. Dan

mag het niet een misschien zijn. Maar dan moet er volkomen zekerheid zijn. Dan moet het opgelost zijn tussen de Heere en hun ziel. En gemeente, ik hoop u geen rust te geven buiten Christus. Het kan alleen maar door het volbrachte werk van zijn Zoon.

En dat u zo tot hem de toevlucht neemt. Met al uw nood. Met al uw vragen. Met al uw zorgen. Met al uw twijfels. Met alle aanvechting en strijd. Met alle onbegrepenheid. Maar niet alleen de geestelijke nooddrift. De geestelijke behoefte. Ook de lichamelijke behoefte.

Om voor de eenvoudige dingen. Nou de Heere aan te roepen. Ik denk aan een verhaal. En misschien, want Evangelist Bor, die komt hier wel vaker. Misschien dat hij het zelf wel een keer verteld heeft. En anders vraagt u het maar na. Ik heb het ook bij tweede hand, het verhaal.

Maar dominee de Vries had gepreekt op de evangelisatiepost van Evangelist Bor. En hij gaat naar huis, laat zijn sleutels vallen in de put. Putdeksel eraf. Gegraaid in die put. Mouwen opgestroopt. Kon het niet vinden. Borgen probeert. Ook niet. Komt er iemand uit de evangelisatiepost.

Met allemaal tattoos. En die zegt. Wat zijn jullie aan het doen? Ja sleutels in de put gevallen. En we kunnen ze niet vinden. Hebben jullie gebeden? En die man die gaat in gebed. En hij doet één graai. En hij haalt zo de sleutels eruit.

Ook lichamelijke noodreft. Wie ging er naar de Heer Jezus toe? Mensen die niet konden zien, mensen die niet konden horen, mensen die meelaats waren, mensen die bloedvloeiden, mensen die... Vult u maar aan. Ook om nou met alle lichamelijke nooddrift tot hem de toevluchten te nemen. En gemeente, waarom gebeuren nou de dingen in uw leven?

Zijn het niet allemaal roepstemmen en dat de Heer u wil leren? Dat u nou totaal afhankelijk bent van hem. En opdat u nou hem in alles nodig zal hebben. En wij zijn geneigd om bij de moeilijke dingen. En als er tegenspoed is. En als er ingewikkelde dingen zijn die wij geen plek kunnen geven. Om dan de Heere aan te roepen in onze nood.

Maar waarom vraagt u het niet? Als het goed gaat. Heere, waarom gaat het zo goed? De meest ernstigste roepstem. Als er voorspoed is. Dan hebt u geen overmatige zorgen. Dan hebt u alle tijd. Om de Heere te zoeken. En daarom gebeuren al die dingen.

Tot de kleinste dingen toe. De dagdagelijkse dingen gemeente. Om dan alles. In zijn hand te leggen. Dat is. Een aangenaam gebed. Wat door hem verhoord wordt. En zeker gemeente als het gaat. Om de dingen van de eeuwigheid. Opdat zijn huis vol worden. Dat zou ons dagelijkse gebed toch moeten zijn. Heere breng nog toe. Tot de gemeente die zalig wordt.

Opdat hij alle lof en alle eer zou ontvangen. Tot in alle eeuwigheid. Daarom heeft hij mensen geschapen. U geschapen. En jou geschapen. En mij geschapen. Om hem de lof. En de eer toe te brengen. En daarom is het gebed. Het voornaamste stuk. Van de dankbaarheid. Amen.

Wij gaan zingen met elkaar op psalm 103. Het eerste vers. Loof, loof de Heere. Mijn ziel. Met alle krachten. Loof, loof mijn ziel. De hoorde der gebeden. Vergeet nooit een. Van zijn weldadigheden. Psalm 103 vers 1.

♪ Gezang

Laten wij eindigen met dankgebed. Heer u bent het waardig dat we u alle lof en eer toebrengen. U maakt zich bekend. In uw woord. Als de enige ware God. En dat u zeer barmhartig bent. En een ontvermer. En wat hebben we het nodig, Heere, om het te leren, om het te zien. Open onze ogen door de werking en de kracht van uw Heilige Geest. En opdat we u nodig zullen hebben, in alles nodig zullen hebben. Ook als wij nu weer een nieuwe week zijn ingegaan. Het werk wacht of niet wacht.

Maar we hebben u in alles nodig. Of het nu op school is. Op kantoor. Of waar we ons werk hebben. In huis of buitenshuis. Heer u bent in alles nodig. Ga zo met ons. En opdat het ook ervaren wordt. Dat u alle dingen weet en kent. Dat er rust ervaren mag worden. Als we zo al onze nood en ellende recht kennen. Maar het bij u kwijt mogen. Dus we zien op de nood in deze wereld. De nood, de verdeeldheid van de kerk. En

we bieden, Heere, op dat we het zien zouden. Beleiden zouden. Onze schuld hebben we tegen u op het hoogst misdaan. We zijn van het heilspoor afgegaan. Ja, wij en onze vaderen tevens. Heere, gedenk ons zo. Ga met ons de nieuwe week in. Ook als de kerkenraad weer vergadert. Om de belangen van de gemeente te behartigen. Heere, schenk uw zegen. En dat er zo een opzien mag zijn naar u. Om het ook daarin als stuk, het voornaamste stuk van de dankbaarheid, van u te verwachten.

Heere, aanvaard ook onze dank. Dat u het weer gaf dat ook deze dag twee keer het woord verkondigd mocht worden. Aanvaard ook onze dank, maar hoor ook ons gebed. U bent toch een hoorder der gebeden. Dat vragen we van u. Om Christus wil alleen. Amen.

Onze slotsang is uit Psalm 107, derde vers. Hier raakten zij aan het kwijnen door dorst en hongersnood. En ook het zevende vers, toch riepen ze in de ellende de Heere ootmoedig aan. Hij deed hun angsten ende en hen het gevaar ontgaan. We noemden u het derde en het zevende vers uit Psalm 107 als slotsang.

♪ Gezang

Ga dan in vrede naar uw woningen, verheft uw harten tot God en ontvang de zegen des Heeren. De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde Gods en de gemeenschap van de Heilige Geest, zij en blijven met u allen. Amen.

♪ Gezang