0:00[GEZANG]
9:24Onze hulp en onze verwachting.
9:27Zij in de naam des Heren.
9:31Die de hemel en de aarde geschapen heeft.
9:35Die trouwe houdt en eeuwig leeft.
9:39En die nooit laat varen de werken zijner handen.
9:45Amen.
9:47Genade, barmhartigheid en vrede.
9:51Zij u van God den Vader.
9:54door Christus Jezus zijn Zoon in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
10:03Amen.
10:05Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 81, daarvan vers 4 en 12.
10:13Psalm 81, vers 4, want dit is het bevel van de Heren der Heren aan zijn Israël.
10:22En ook het twaalfde vers opent uw mond.
10:25eist van mij vrijmoedig op mijn trouwverbond.
10:29Wat er verder volgt in de versen 4 en 12 van Psalm 81.
10:34[GEZANG]
13:32Gemeente, wij openen Gods heilig en dierbaar woord in het Nieuwe Testament in de handelingen der apostelen.
13:39Daarvan nadert het eerste hoofdstuk te beginnen bij het vierde tot en met het veertiende vers.
13:45Noem u als onze schriftlezing handelingen 1 vanaf vers 4 tot 14.
13:56Toen
13:59sprak God al deze woorden, zeggende...
14:02...nog
14:16enige gelijkenis maken.
14:21Van hetgeen dat boven in den hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
14:33Gij zult u voordien niet buigen, nog hen dienen, want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoekt aan de kinderen,
14:45aan het derde en aan het vierde lid dergenen die mij haten.
14:51En doe warmhartigheid aan duizenden dergenen die mij lief hebben.
14:57En mijn geboden onderhouden.
15:00Gij zult de naam des heren uw schots niet eindelijk gebruiken.
15:06Want de heren zal niet ons schuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.
15:13Gedenk den sabbedag dat gij dien heiligt.
15:16Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
15:21Maar de zevende dag is de Sabbat des Heren uw schots.
15:26Dan zult gij geen werk doen, gij, nog uw zoon, nog uw dochter, nog uw dienstrecht, nog uw dienstmaagd, nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten
15:38is.
15:39Want in zes dagen heeft de Heere den hemel en de aarde gemaakt, de zee en alles wat daarin is.
15:48En in ruste.
15:50Ten zevende dagen.
15:52Daarom zegelen de heren den sabbedag.
15:55En heiligen den zelven.
15:58Eer uw vader en uw moeder.
16:01Opdat uw dagen verlengd worden in het land.
16:04Dat u de heren uw God geeft.
16:08Gij zult niet doodstaan.
16:10Gij zult niet echtbreken.
16:13Gij zult niet stelen.
16:15Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
16:20Gij zult niet begeren uw snaasten huis, gij zult niet begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstknecht, nog zijn dienstmaagd, nog zijn os, nog
16:33zijn ezel, nog iets dat uw snaasten is.
16:38Ik noem u als onze schriftlezing Handelingen 1, te beginnen bij het vierde vers, waar Gods woord als volgt tot ons komt.
16:50En als hij met hen vergaderd was, beval hij hun, dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de beloften des vaders, die gij, zeide
17:02hij, van mij gehoord hebt.
17:05Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met een heilige geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
17:15Zij dan die samengekomen waren, vraagden hem, zeggende, Heren,
17:20Zult gij in deze tijd aan Israël het koninkrijk weder oprichten.
17:27En hij zei er tot hem het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden.
17:33Die de vader in zijn eigen macht gesteld heeft.
17:37Maar gij zult ontvangen de kracht des heiligen geestes die over u komen zal.
17:43En gij zult mijn getuige zijn zo te Jeruzalem als in geheel Judea.
17:51En tot aan het uiterste der aarde.
17:55En als hij dit gezegd had werd hij opgenomen.
17:58Daar zij het zagen.
18:00En een wolk nam een weg van hun ogen.
18:03En al zo zij hun ogen naar de hemel hielden.
18:07Terwijl hij heenvoer.
18:09Zie twee mannen stonden bij hen in witte kleding.
18:14Welke ook zeiden gij Galileese mannen.
18:18Wat staat gij en ziet op naar de hemel.
18:22Deze Jezus die van u opgenomen is in de hemel.
18:26Zal al zo komen gelijkerwijs gij hem naar de hemel hebt zien heen varen.
18:34Toen keerde zij weder naar Jeruzalem.
18:36Van de berg die genaamd wordt door Lijfberg.
18:40Welke is daar bij Jeruzalem.
18:42Liggende van daar een Sabbatsreis.
18:45En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal waar zij bleven, namelijk Petrus en Jacobus en Johannes en Andreas, Philippus en Thomas,
18:58Bart Lumeus en Matthäus, Jacobus de zoon van Alfeus en Simon Zelotus en Judas de broeder van Jacobus.
19:08Deze allen waren eendrachtelijk volhardende.
19:13In het bidden en smeken met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus en met zijn broederen.
19:21Tot zover de schriftlezing.
19:25Gemeente, daar het in dit morgenuur bediening zal zijn van het sacrament van de heilige doop, lezen wij eerst het formulier om de heilige doop aan de kinderen te bedienen.
19:34De
19:40hoofdson van de leer des heiligen doops is in deze drie stukken begrepen.
19:46Dat wij met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren.
19:51En daarom kinderen des torens zijn.
19:55Zodat wij in het Rijk Gods niet kunnen komen.
19:59Tenzij wij van nieuws geboren worden.
20:03Dit leert ons de ondergang en besprenging met het water.
20:08Waardoor ons de onreinheid onze zielen wordt aangewezen.
20:13Opdat wij vermaand worden.
20:15...een mishagen aan onszelf te hebben...
20:18...ons voor God te veroodmoedigen...
20:21...en onze reinigmaking en zaligheid...
20:24...buiten onszelf te zoeken.
20:27Ten tweede betuigt en verzegelt ons de heilige doop...
20:31...de afwassing der zonden door Jezus Christus.
20:35Daarom worden wij gedoopt in de naam Gods...
20:39...des vaders en des zoons en des heilige geestes.
20:44Want als wij gedoopt worden in de naam des vaders, zo betuigt en verzegelt ons God de Vader dat hij met ons een eeuwig verbonden genade opricht, ons
20:57tot zijn kinderen en erfgenamen aanneemt en daarom van alle goed ons verzorgen en alle kwaad van ons weren of ten onze beste keer wil.
21:10En als wij in de naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon dat hij ons wast in zijn bloed van al onze zonden.
21:19Ons in de gemeenschap zijn doods en zijn er weder opstanding indijvende.
21:25Al zodat wij van al onze zonden bevrijd en rechtvaardig voor God gerekend worden.
21:33Desgelijks als wij gedoopt worden in de naam des Heilige Geestes.
21:37Zo verzekert ons de heilige geest door dit heilig sacrament.
21:41Dat hij in ons wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil.
21:47Ons toe eigenende hetgeen wij in Christus hebben.
21:52Namelijk de afwassing onze zonden.
21:54En de dagelijkse vernieuwing onze levens.
21:58Totdat wij eindelijk onder de gemeente eruit verkoren.
22:01En in het eeuwige leven onbevlekt zullen gesteld worden.
22:06Ten derde, overmids zijn alle verbonden twee delen begrepen zijn, zo worden wij ook weder van God door den doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid,
22:19namelijk dat we deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganse harten,
22:31van ganse zielen, van ganse gemoeden.
22:35En met alle krachten de wereld verlaten.
22:38Onze oude natuur doden.
22:40En in een nieuw godzalig leven wandelen.
22:44En als wij somtijds uit zwakheid in zonde vallen.
22:48Zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen.
22:51Nog in de zonde blijven liggen.
22:55Overmids de doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is.
22:59Dat wij een eeuwig verbond ter genade met God hebben.
23:04En hoewel onze kinderen deze dingen niet verstaan.
23:08Zo mag men ze nog dan staar om van den doop niet uitsluiten.
23:13Aangezien zij ook zonder hun weten ter verdoemenis in Adam deelachtig zijn.
23:20En al zo ook weder in Christus tot genade aangenomen worden.
23:25Gelijk God spreekt tot Abraham den vader aller gelovigen.
23:31En over zulks mede tot ons en onze kinderen, zeggende in Genesis 17.
23:37Ik zal mijn verbond oprichten tussen mij en tussen u.
23:42En tussen uw zaad na u in hun geslachten tot een eeuwig verbond.
23:47Om u te zijn tot een God en uw zaad na u.
23:52Dit betuigt ook Peter zijn handelingen twee met deze woorden.
23:56Want u komt de belofte toe en uw kinderen.
24:01En allen die daar verre zijn, zoveel als er de Heere onze God toeroepen zal.
24:08Daarom heeft God voormaals bevolen hen te besnijden.
24:12Het welke een zegel des verbonds en der gerechtigheid des geloofs was.
24:17Gelijk ook Christus hen om helst de handen opgelegd en gezegend heeft.
24:23Terwijl dan nu de doop in de plaats te besnijden is gekomen is.
24:27Zo zal men...
24:29De kinderen als erfgenamen van het Rijk Gods en van zijn verbond dopen.
24:34En de ouders zullen gehoorzaam zijn hun kinderen in het opwassen hiervan breder te onderwijzen.
24:42Opdat we dan deze heilige ordening Gods tot zijn eer, tot onze troost en tot stichting der gemeente uitrichten mogen.
24:50Zo laat ons zijn heilige naam al dus aanroepen.
24:55O
24:59almachtige eeuwige God.
25:02Gij die naar uw streng oordeel de ongelovige en onboedvaardige wereld met een zonvloed gestraft hebt.
25:11En den gelovige Noach zijn acht zielen uit uw grote barmhartigheid behouden en bewaard.
25:19Gij die den verstokte vare-o met al zijn volk in de rode zee verdronken hebt.
25:26En uw volk Israël droogvoets daardoor geleid.
25:31Door het welk de dood beduid werd.
25:33Wij bidden u bij uw grondeloze warmhartigheid.
25:38Dat gij deze kinderen genadiglijk wilt aanzien.
25:42En door uw heilige geest uw zoon Jezus Christus inlijven.
25:48Opdat zij met hem in zijn dood begraven worden.
25:53En met hem mogen opstaan in een nieuw leven.
25:57Opdat zij zijn kruis hem dagelijks navolgende vrolijk dragen mogen.
26:03Hem aanhangende met berachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.
26:10Opdat zij dit leven, het wel toch niet anders is dan een gestatige dood, om uwentwil getroost verlaten.
26:19En ten laatste dagen voor de rechterstoel van Christus, uw Zoon.
26:24Zonder verschrikken mogen verschijnen.
26:27Door hem.
26:29Onze Heer Jezus Christus.
26:31Uw Zoon.
26:32Die met u en de Heilige Geest.
26:36Eén ene God leeft.
26:38En regeert in eeuwigheid.
26:42Amen.
26:45Geliefden in de Heer Jezus Christus.
26:47Je hebt gehoord dat de dopen ordening Gods is.
26:51Om ons en ons zaad zijn verbond te verzegelen.
26:55Daarom moeten wij hem tot dat einde en niet uit gewoonte of bij gelovigheid gebruiken.
27:01Opdat het er openbaar wordt dat gij al zo gezind zijt, zult gij van uwentwegen op de hierna volgende vragen ongeveinslijk antwoorden.
27:12Maar vraag ik ook de moeders op te staan voor hun zitplaats.
27:19Eerst lukt hoewel onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerhande ellendigheid.
27:27Ja, aan de verdoemen is zelf onderworpen.
27:30Of ge niet bekend dat zij in Christus geheiligd zijn.
27:34En daarom als lidmaat in zijn gemeente behoren gedoopt te wezen.
27:40Ten andere of ge de leert die in het Oude en Nieuwe Testament.
27:45En in de artikelen des christelijke geloofs begrepen is.
27:49En in de christelijke kerk al hier geleerd wordt.
27:52niet bekend de waarachtige en de volkomen leer der zaligheid te wezen.
27:57En ten derde, of ge niet belooft en voor u neemt, deze kinderen als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn, waarvan gij vader en moeder zijt, in de voorzijde
28:10leer naar uw vermogen te onderwijzen of te doen en te helpen onderwijzen.
28:17Vader de Bruyne, wat is hier op uw antwoord?
28:21Moeder De Bruine Sperling, wat is hier op uw antwoord?
28:25Vader Hoek, wat is hier op uw antwoord?
28:29Moeder Hoek Metzke, wat is hier op uw antwoord?
28:34Vader Melisand, wat is hier op uw antwoord?
28:37Vader Meijer, wat is hier op uw antwoord?
28:41Moeder Meijer Jong, wat is hier op uw antwoord?
28:45Vader Melisand, wat is hier op uw antwoord?
28:49Moeder Melisand Aleman, wat is hier op uw antwoord?
28:55Vader Nijkamp, wat is er op uw antwoord?
28:58En moeder Nijkamp-Tanus, wat is er op uw antwoord?
29:04Ouders, een groot wonder is u voor het eerst bij vernieuwing ten deel gevallen.
29:08Dat de grote schepper alle dingen ook dat nieuwe schepsel gegeven heeft.
29:14En David ook getuigenis van doet in Psalm 119 als hij zegt...
29:18Uw handen hebben mij gemaakt en bereid van prils te begin af.
29:23Is dat een groot wonder.
29:26Uit de hand des heren.
29:28Het huwelijk ook.
29:29Met deze zegen ook bezocht.
29:32Een groot wonder van de grote schepper.
29:35Maar uw kind heeft ook een bijzondere plaats ontvangen.
29:40Het is immers geboren op het kerkelijk erf.
29:43En dat geeft ook een bijzondere verantwoordelijkheid.
29:47En dat gevoelde dezelfde psalmdichter ook in psalm 119.
29:51Die zegt, heren, bekende vers.
29:54Psalm 119, vers 3.
29:56Och, schonk je mij de hulp van uw geest.
29:59Maar onberijmd dan zegt dan de dichter.
30:02Heren, gij hebt geboden dat men uw bevelen zeer bewaren zal.
30:08Geboren onder het woord.
30:09Op het kerkelijk erf.
30:11Onder het geklank van zijn getuigenis.
30:14Onder zijn heilig gebod.
30:16Gij hebt geboden dat men uw bevelen zeer bewaren zal.
30:21Dat te erkennen.
30:23Dat doet de dichter en dat behoren wij ook te doen.
30:26Om staan aan te onderwerpen dat te gevoelen dat God een recht heeft op ons en ook op onze kinderen.
30:33En op de gehoorzaamheid aan zijn geboden.
30:37Dat is het uitgangspunt wat de schrift neemt.
30:40Dat is het uitgangspunt wat de Heer neemt.
30:43Dat hij recht heeft op de gehoorzaamheid aan zijn inzettingen en zijn geboden.
30:49Maar de dichter die ervaart en die gevoelt.
30:53En hopelijk dat het ook uw ondervinding mag zijn.
30:56En wordt dat we dat in eigen kracht niet kunnen.
30:59Dat de Heer er wel recht op heeft.
31:01Dat hij dat waardig is.
31:03Dat we ook een gevoel hebben in ons hart.
31:06Dat we daar ook liefde toe krijgen.
31:11Maar we herkennen dat met ons ja-woord.
31:14Met de beleidenis die we daarin ook doen.
31:16Voor Gods aangezicht.
31:18Maar dat de beleving is.
31:21Dat we daar niet aan kunnen beantwoorden.
31:23De dichter neemt dus een laag uitgangspunt in.
31:28Hij neemt een bijbels uitgangspunt in.
31:30Als hij ziet op de heren.
31:32Op het bevel van zijn woord.
31:34Maar als hij ziet op zichzelf.
31:36Dan zit een lagende grond.
31:38Dan heeft hij geen hoge gedachten.
31:40En geen hoge verwachtingen van zichzelf.
31:43En daar roept hij het uit in diezelfde psalm 119 vers 3.
31:48Och dat mijn wegen gericht werden.
31:51Om uw inzettingen te bewaren.
31:54Dat hoort u ook.
31:56Daarin doet hij beleidenis.
31:58Van zijn onbekwaamheid.
32:00Van zijn krachteloosheid.
32:02Daarin doet hij ook beleidenis.
32:04Van zijn tere afhankelijkheid van de heren.
32:08En van zijn genade.
32:10Hij heeft er geen recht op.
32:11De heren is het waardig.
32:13Hij beleidt erin ook de vrijmacht van God.
32:16Och, zegt hij, dat mijn wegen gericht werden.
32:19Om uw inzettingen te bewaren.
32:21Ik hoop dat u als vader en moeder bij de opvoeding.
32:25Maar veelmaals op deze wijze dat woordje och.
32:30Mag uitroepen aan de troon der genade.
32:33In afhankelijkheid aan de troon der genade.
32:37In een hartelijke gebondenheid aan zijn woord.
32:40In een erkenning van zijn recht.
32:43En van zijn woord en van zijn waarheid.
32:45In de beleidenis voor onze krachteloosheid.
32:48En hulpeloosheid en afhankelijkheid.
32:51Och, dat ik verwaardigd werd.
32:55Mijn kind, mijn kinderen op te voeden.
32:57In de weg van uw geboden en van uw inzettingen.
33:02Dat zou toch een groot wonder zijn.
33:04Als deze beden, als dat woordje och.
33:08Als die gedurige beleving van het recht van God op ons en op ons zaad.
33:16Onze verlorenheid en ellendigheid.
33:18Wat we dan verwoorden in het woordje och.
33:22Als we zo in deze erkenning.
33:25Deze doorleving.
33:27Deze smeking.
33:28Als dat kenmerkend mag zijn.
33:30Voor de opvoeding van uw kind.
33:32Van uw kinderen.
33:34Dat geven u de heren door zijn genade.
33:38Dat zijn zo.
33:40Gemeente.
33:41Als nu de kinderen worden binnengebracht.
33:44Dan zingen wij uit psalm 105.
33:46En daarvan het vijfde vers.
33:48God zal zijn waarheid niet meer krenken.
33:51Maar eeuwig zijn verbond gedenken.
33:54Zijn woord wordt altoos trouw volbracht.
33:58En na de bediening van het sacrament zingen wij staande.
34:01De bekende zegenbeder uit psalm 134.
34:04Het derde vers.
34:05Dat is heren zegen op u daan.
34:08Eerst nu.
34:09Psalm 105 vers 5.
34:12Straks na de bediening.
34:13Staande, Psalm 134, vers 3.
34:17[GEZANG]
36:46Anne Johanna de Bruyne, ik doop u in de naam des vaders en des zoons en
36:55des heiligen geestes.
37:09Jelle Hoek, ik doop u in de naam des vaders en des zoons en
37:18des heiligen geestes.
37:33Cornelia Annigje Elisabeth Meijer, ik doop u.
37:37In de naam des vaders en
37:40des zoons en
37:43des heiligen geestes.
38:01Cornelis Teunis Melisand.
38:03Ik doop u in de naam des vaders en des zoons en
38:09des heiligen geestes.
38:20Luc Nijkamp.
38:22Ik doop u in de naam des vaders en des zoons en
38:28des heiligen geestes.
38:32Amen.
38:32[GEZANG]
40:28Gemeente, eindigen we deze bediening van het heilige sacrament met het gebed zoals u dat vindt in het formulier.
40:34En vragen we tevens een zegen over de bediening van het woord.
40:38En in de voorbeden willen we gedenken aan de rauwdrakende Fabilis Luymen en Meuleman die in de afgelopen weken aan het geopend graf stonden.
40:47En koningin Maxima die vandaag haar verjaardag mag gedenken.
40:52Martijn Medisant en Rieke Mastenbroek die vrijdag in het huwelijk op te treden.
40:57En ook aan de kerkraadsvergadering van maandag 18 mei.
41:02Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
41:08Almachtige, barmhartige God en Vader.
41:11Wij danken en loven u.
41:13Dat gij ons en onze kinderen.
41:16Door het bloed van uw lieve zoon Jezus Christus.
41:19Al onze zonden vergeven.
41:22En ons door uw heilige geest tot lidmaten.
41:25Van uw ene geboren zoon.
41:28En als u tot uw kinderen aangenomen hebt.
41:31En ons dit met een heilige doop bezegelt en bekrachtigt.
41:35Wij bidden u ook door hem uw lieve zoon.
41:40Dat gij deze kinderen met uw heilige geest altijd wilt regeren.
41:45Opdat zij christelijk en godzadiglijk opgevoed worden.
41:50En in den Heere Jezus Christus wassen en toenemen.
41:54Opdat zij uw vaderlijke goedheid.
41:57En barmhartigheid.
41:59Die gij deze kinderen.
42:01En ons allen bewezen hebt.
42:03Mogen bekennen.
42:04En in alle gerechtigheid.
42:07Onder onze enige leraar.
42:09Koning en hoge priester.
42:11Jezus Christus.
42:13Leven.
42:14En vrolijk tegen de zonde.
42:16De duivel.
42:17En zijn ganse rijk strijden en overwinnen mogen.
42:21Om u.
42:22En uw zoon Jezus Christus.
42:25Midschaders ten heilige geest.
42:27Den enige en waarachtige God.
42:30Ewiglijk te loven.
42:32En te prijzen.
42:34Herig hij geeft zo.
42:36Voor de hoorbare verkondiging.
42:39Ook de zichtbare verkondiging.
42:42Met dezelfde boodschap.
42:44Van die drie kenmerkende zaken.
42:47Voor het waar geestelijk leven.
42:50Ontdekking.
42:51Aan onze zondere schuld.
42:53Door het water van de heilige doop.
42:55De heenwijzende betekenis van het bloed.
42:59De vergeving in dit water van de heilige doop.
43:03En ook dat noodzakelijke werk van de toepassing.
43:07De heiliging.
43:08De kracht van de heilige geest.
43:11Het derde gedeelte.
43:13Wil het genadiglijk uitwerken.
43:15In de harten van de ouders.
43:18Bij aanvang of voortgang.
43:20Bij deze kinderen.
43:22Ja, schenk ons toch alle de betekenis te verstaan van dit sacrament van de heilige doop.
43:29Wat in het midden van de gemeente bediend wordt zoals we hier samengekomen zijn.
43:35Zoals er meegeluisterd wordt.
43:37Het herinnert ons aan onze afkomst.
43:40Het heeft als ontslaggelijke bericht.
43:43Aangaande onze toekomst.
43:46Als wij niet leren buigen voor uw majesteit en grootheid.
43:51Maar het toont ook uw bijzondere bemoeienis.
43:54Dat u met een eet betuigt, hoorbaar en zichtbaar.
43:59Dat u geen lust hebt in onze dood, maar daarin.
44:02Dat wij ons zouden bekeren en zouden leven.
44:06En komt u met de boodschap van uw goddelijke getuigenis ook in dit morgenuur tot ons.
44:12Schenk ons oren om te horen en een hart om op te merken.
44:17Door ons uw roepstem verstaan die telkens tot ons komt.
44:22Vanuit de werken van de schepping.
44:24Vanuit uw trouwe zorg in de onderhouding.
44:27Maar bovenal in de bediening van uw goddelijk woord.
44:31In de roepstem die dan op grond van uw getuigenis.
44:36Op het kerkelijkerf.
44:38Binnen de omtuining van het verbond.
44:41Tot ons komt.
44:43Ook dat wij tot u zouden leren roepen.
44:47En opdat we gehoor zouden geven aan dat bevel van u in die gestalte.
44:54Al wat wij dan van u smeken.
44:56Dat zult u dan niet doen ontbreken.
44:59Ontferm u zo naar de grootheid uw barmhartigheid.
45:03En gedenk zo naar uw genade ook in dit morgenuur.
45:09Onder en door de prediking van het woord.
45:11Schenk ons een tong om te spreken.
45:14Een oor om te horen.
45:16Een hart om op te merken.
45:18Gedenk u heren ook die bijdraaddragende families.
45:21Die de afgelopen weken aan het graf stonden.
45:24Van een geliefde vader.
45:25Een man.
45:26Een vader.
45:27Een grootvader.
45:29Van een geliefde moeder.
45:31Een oma.
45:32Die u zijn gedenken aan ondersteunen.
45:34Als de leegte beleefd gaat worden.
45:36Een lege plaats meer en meer ervaren wordt.
45:40Dat u zonder vertrouwsting geeft in het hart.
45:43Door de kracht van uw geest en van uw woord.
45:46Gedenk ook alle andere rouwdragenden die korter of langere tijd geleden.
45:51Die smartelijke weg moesten gaan.
45:54Wil u ze ook in de verder weg.
45:56Als het gemis meer en meer gevoeld wordt.
45:59Werkelijkheid geworden is.
46:01Toch ook uw ondersteuning, uw trouw.
46:03Uw goedheid niet onthouden.
46:06Heren, gedenk u zo de zieken.
46:08Hier zijn er de ziekenhuizen.
46:10In de verplegingrichtingen of thuis.
46:13Zij die behandelingen ondergaan.
46:15Of die onderzoeken wachten.
46:18Of die op welke wijze ook het zorgen met noden bezet zijn.
46:24Wat het lichamelijke betreft.
46:27Wat het psychische betreft.
46:29Wil u ze genadiglijk ondersteunen en sterken.
46:32En geven ook wat in die wegen van noden is.
46:36Doe ze toch uw zoeken.
46:38Onder de verdrukkingen.
46:41Onder de kaststijdingen.
46:43Gij die toch de krank heen kent en liefderijk geleest.
46:48Gedenk zo, heren, in alle noden, alle zorgen, u op het allervolmaaks bekend.
46:54U weet de weg die gegaan moet worden, het kruis wat gedragen wordt.
47:00Geef zo uw genadige zegen.
47:03Gedenk u dan ook de bewoners van de vijver, de bezoekers van de oase.
47:08Wil ze ook allen erbij zijn, ook in...
47:11In onderscheide omstandigheden.
47:13Uw genadige hulp.
47:15Uw bijstand.
47:16Niet onthouden.
47:18Wil zo.
47:20Denken ook.
47:21De vorstin die jarig is.
47:23Geef u ook haar.
47:24Die genade.
47:26Die onmisbaar is.
47:27Dat ze leert buigen voor uw majesteit.
47:30En voor uw grootheid.
47:32Wil zo ook uw handen ontfermend uitbreiden.
47:35Ook over het bruidsparwend.
47:37Wat in het huwelijk hoopt te treden.
47:39Vergezel ze nog.
47:40Met uw gunst, met uw zegen.
47:42Dat uw woord de lamp voor de voet.
47:45Het licht op het levenspad mag zijn.
47:48Gedenk zo in uw getrouwe ontverming.
47:50Ook aan de kerkraad die in vergadering hoopt te gaan.
47:54Wil ook daar wijsheid en licht in geven.
47:57Gedenk u ook de beroepenpredikant.
48:00Waar een beroep is uitgegaan.
48:02Ook vanuit de kerkraad, vanuit het midden van de gemeente.
48:06Wil hem ook wijsheid en licht geven.
48:09Hoop dat u de weg mag weten die hij ook hierin mag gaan.
48:13En dat u ook zijn hart neigt om ook in dit deel van uw erven, arbeid, nog verder voor te mogen zetten.
48:21Ligt alles besloten in uw goddelijke raad.
48:24Gedenk zo in uw getrouwe ontverming naar de grootheid uwer barmhartigheid.
48:30Wil zo uw woord zegenen hier en overal waar uw goddelijke getuigenis verkondigd wordt.
48:37Bouw uw koninkrijk nog op.
48:39Verbreek de werken van de vorste duisternis.
48:42Wij vragen u dit om Jezus willen.
48:46Uitgenade.
48:47Amen.
48:53Gemeente de Zaligmaker.
48:54Voor zijn lijden en voor zijn sterven.
48:57Dan vinden we die op de berg.
48:59Tabor de berg ter verheerlijking.
49:02En er zijn Mozes en Elia uit het hemels heideltom afgedaald.
49:07Die met hem spreken over zijn aanstaande lijden en sterven.
49:11Wat hij zal volbrengen.
49:14Dat hij de weg van lijden en sterven zal gaan.
49:18Dat is voor de strijd die hij nog moet strijden.
49:21Dat is voor het ogenblik dat hij die bittere beker tot een laatste druppel zal leegdrinken.
49:28En zo aan het recht van God de Vader voldoening zal geven.
49:32En verzoening zal verwerven voor zijn ganse kerk.
49:36Op de dag van de hemelvaart.
49:38Dan vindt u weer een verheerlijking van de zonen gods.
49:43Na de strijd.
49:44Na het offer.
49:46Nadat hij de prijs betaald heeft.
49:48De schuld verzoend heeft.
49:50Het recht verheerlijk heeft.
49:52Het woord bevestigd heeft.
49:54Dan daalt niet Mozes en Elia af uit het hemelsheiligdom.
49:59De triomferende kerk die afdaalt naar de koning der kerk.
50:04Maar dan vaart de koning der kerk op.
50:08Naar Mozes.
50:09Naar Elia.
50:10Naar die ganse verloste kerk.
50:13Om daar met triomf ontvangen te worden.
50:15De verheerlijking ook in te gaan.
50:19Maar een strijdende kerk.
50:21Die blijft op aarde achter.
50:23Die heeft wel iets aan schout.
50:25Op de dag van hemelvaart.
50:28Van die verheerlijking.
50:29Van die lofprijzing van de koning.
50:32Maar daalt af.
50:34Naar het aardse Jeruzalem.
50:36We willen er ook bij stilstaan.
50:37Aan de hand van de woorden van onze tekst.
50:39Die u vindt.
50:40Uw voorgerezen schriftgedeelte.
50:42De handelingen der apostelen.
50:44Het eerste hoofdstuk, het twaalfde tot en met het veertiende vers.
50:48Handelingen 1, vers 12 tot en met 14.
50:52Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
50:55Toen keren zij weder naar Jeruzalem.
50:58Van de berg die genaamd wordt door Lijfberg.
51:01Welke is nabij Jeruzalem.
51:03Liggende vandaar een Sabbatsreis.
51:07En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal.
51:11waar ze bleven, namelijk Petrus en Jacobus en Johannes en Andreas, Philippus en Thomas, Bartolomeus en Matthäus, Jacobus,
51:23de zoon van Alfeus, en Simon Zelotus en Judas, de broeder van Jacobus.
51:29Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus.
51:40En met zijn broederen.
51:42Wij willen vanuit deze tekstwoorden stilstaan.
51:45Gemeente ten eerste bij de afdaling door de discipelen.
51:49Ten tweede bij de vergadering van de discipelen.
51:52En ten derde bij de toezegging aan de discipelen.
51:56Onze tekstwoorden die spreken ons van de afdaling door de discipelen.
52:00De vergadering van de discipelen.
52:02En de toezegging aan de discipelen.
52:05Maar voordat wij hierna erbij stil hopen te staan gaan we eerst zingen.
52:09En wel uit Psalm 119, het derde, het veertiende en het zevenenzestigste vers.
52:17Psalm 119, vers 3.
52:18Och, schonk gij mij de hulp van uw geest, mocht die mij op mijn paan ten leidsman strekken.
52:26Het veertiende vers.
52:27Och, dat ik klaar en onderscheiden zag hoe ik mij naar uw bevelen moet gedragen.
52:33En vers 67.
52:34Maak in uw woord mijn gang en treden vast.
52:39Er zijn er nog afkondigingen.
52:43Zoals u al begrepen zult hebben, de kerkraad heeft in de kerkraadsvergadering van 13 mei besloten om een beroep uit te brengen op dominee R.
52:53van den Kamp uit Opheusden.
52:55Het beroep is gisteren 16 mei ingegaan.
52:59Dominee van den Kamp hoopt woensdag 3 juni uw gemeente te bezoeken en voor te gaan in de weekdienst.
53:06Wij vragen u om dominee van den Kamp met zijn vrouw en gezin.
53:10...op te dragen in het gebed.
53:15Woensdag 20 mei is er de Jong Volwassen Kring, aanvang half acht.
53:21De avond zal geleid worden door evengeleest H.
53:23Bor.
53:25Vrijdag 22 mei zal de kerkelijke huwelijksbevestiging...
53:29...van Martijn Cornedes Melisand, Kelderweg 6...
53:33...en Maartje Mastebroek, Kelderweg 38, plaatsvinden.
53:37In deze dienst zal dominee Everhelst voorgaan.
53:41De dienst vangt aan om drie uur voor deze voornemensgeld, zo de Heere wil.
53:47En wij leven en doen collecten in deze dienst.
53:50En in de eerste voor de diakonie, de tweede voor de kerfhoedij, de derde voor de aflossingkerk.
53:55We bevelen deze collecten van harte in de mildadigheid aan.
53:59En wij zingen uit Psalm 119, vers 3, 14 en 67.
54:04[GEZANG]
1:02:05Olijfberg, gemeente, die spreekt van de diepte van de vernedering van de Zaligmaker.
1:02:10Waar hij geworsteld heeft, die bange strijd in de hof.
1:02:14Waar hij gekropen heeft als een worm en geen man.
1:02:17Toen de drinkbeker vol van de mengeling van de toren van God hem werd aangereikt.
1:02:23Op Lijfberg is ook de plaats geweest van dat smartelijk verraad van Judas.
1:02:29Die hem verraadde met een kus.
1:02:31Het is de plaats geweest van zijn gevangenneming.
1:02:34Het is de plaats geweest van de verlating van zijn liefste vrienden, al de apostelen.
1:02:40Die hebben hem daar verlaten en die zijn van hem gevlucht van die berg.
1:02:45En nu is het de plaats geweest van de verhoging, van de verheerlijking.
1:02:50Nu verlaat hij zijn discipelen wat het lichaam betreft.
1:02:54Niet wat zijn geest betreft.
1:02:56Die zal hij straks met volle kracht ook neerzenden op de dag van pinsteren.
1:03:02Maar nu verlaat hij de scharen van de discipelen op deze berg ter verheerlijking.
1:03:08In Zachariah, gemeente de profeet, het veertiende hoofdstuk, het vierde vers.
1:03:13Er staat geschreven dat zijn voeten zullen staan op de olijfberg.
1:03:18Dat gebeurt op de dag van hemelvaart.
1:03:21Dan staan zijn voeten op deze olijfberg.
1:03:25Maar dan vaart hij ook op in het binnenste heiligdom.
1:03:28In de hemel der hemelen.
1:03:30De grote hoge priester gaat het binnenste heiligdom binnen.
1:03:35Omdat de tekenen en de bonden die hem geslagen zijn.
1:03:39Omdat het bloed der verzoening te tonen aan God de Vader.
1:03:44Opdat ook daar mogen zijn die door hem aan de Vader gegeven zijn.
1:03:51En we hebben het overdacht op de dag van hemelvaart.
1:03:54Dat de discipelen daar omhoog stonden te staren.
1:03:57En door de engelen vermaand werden.
1:04:00Dat hij zou wederkomen op de grote dag.
1:04:04Dus oordeels.
1:04:05De hemel weer toegesloten.
1:04:07De strijd weer in.
1:04:09En de waarheid is verheven boven de bovenste wolken.
1:04:16En nu gaan zij terug.
1:04:18Koning der kerk.
1:04:19Met al zijn engelen omstuwd.
1:04:22Ingegaan.
1:04:23In het hemels Jeruzalem.
1:04:25De plaats waar de lofzang tot in alle eeuwigheid aangeven zal worden.
1:04:31De plaats van de zonderloosheid.
1:04:33De plaats van de gerechtigheid waar geen vijand, geen zonde ooit meer zal zijn.
1:04:39Geen moeite, geen ongemak, geen strijd en ook geen eigen ik ooit meer ervaren zal worden.
1:04:47Daar zullen zij godsknechten met hun zaad.
1:04:52Zij die zijn naam beminnen erfelijk wonen is dat ook.
1:04:57U en mijn toekomstgemeente mag toch wel de vraag zijn.
1:05:02Na de dag van hemelvaart.
1:05:04Als die discipelen een ogenblik de hemel ingezien hebben.
1:05:08En hun strijd weer moeten voortzetten op deze aarde.
1:05:12Maar daar zullen zij straks godsknechten met hun zaad.
1:05:16Zij die zijn naam beminnen.
1:05:19Bemint u de naam van deze gezegende borg.
1:05:22Een zaligmaker.
1:05:24Gesmaat.
1:05:25Gehoond op aarde.
1:05:27Met doornen gekroond door de vijanden.
1:05:31Maar de eerkroon heeft hij ontvangen van God de Vader.
1:05:35En die zullen ook al degenen ontvangen die zijn naam ook beminnen.
1:05:40Zij teruggemeenten van de berg af.
1:05:43Dat is ook wat.
1:05:45Nu zonder de tastbare, de lichamelijke nabijheid van hun gezegende koning.
1:05:50Nu van de berg af waar de hemel ontsloten was.
1:05:55En nu naar het aardse Jeruzalem.
1:05:57Die stad vol vijandschap.
1:06:00Die stad vol tegenstanders.
1:06:03Die stad die het uitgeroepen heeft.
1:06:07Kruist hem.
1:06:08Weg met hem.
1:06:09Wij willen niet dat deze koning over ons zal zijn.
1:06:13Die stad waar duidelijk ervaren zal worden.
1:06:17Hier is het land.
1:06:18Daar rusten niet.
1:06:21Zonder hoofd.
1:06:22Op de dag van hemelvaart.
1:06:24Aanschouwd.
1:06:25Met hem gezet.
1:06:26In de hemel.
1:06:28In het hemels Jeruzalem.
1:06:30Maar nu terug naar het aardse Jeruzalem.
1:06:34Ze hebben wel gezien dat na de spotkroon op aarde, na de hoonkroon die op aarde zo vaak gedragen moet worden, de doornenkroon van verdrukkingen en
1:06:47kasteidingen die op aarde zo menigmaal op het hoofd gezet wordt, wacht wel de eerkroon.
1:06:53Na de boet en de klaagzang die zo menigmaal hier gezongen moet worden, vooral ziende op onszelf,
1:07:00Op onze afmakingen.
1:07:01Op onze overblijvende gebreken en zwakheden.
1:07:05Dan wacht wel de lofzang.
1:07:07Na de duisternis.
1:07:09De dagen van de duisternis zullen op aarde in geestelijke zin vele zijn.
1:07:14Wacht wel het ontoegankelijk licht.
1:07:17Na de strijd en de worsteling hier op aarde.
1:07:21Tegen die driekoppige vijand.
1:07:23Wacht wel de eeuwige overwinning.
1:07:26Hier de vijanden.
1:07:28De macht van de vorst.
1:07:29De duisternis.
1:07:30De duivel.
1:07:31De moeite.
1:07:33En daar de liefde.
1:07:34En de engelen gods.
1:07:36En de kerk.
1:07:37En bovenal de koning de kerk.
1:07:40De zaligmaker van zondagen.
1:07:43Want de lofzang zal bovenal om hem gaan.
1:07:47Om hem de eer en de aanbidding en de grootmaking te geven.
1:07:51Ze gaan terug gemeente.
1:07:54Geen tegenspraak deze keer bij deze apostelen.
1:07:57Bij deze discipelen.
1:07:59Zo vaak ook de zaligmaker weersproken.
1:08:02Niet eens met zijn leer.
1:08:04Van de kruisdood.
1:08:06En van de opstanding.
1:08:07Niet eens met de wegtinging.
1:08:09Van smaatheid.
1:08:11En van verdrukking.
1:08:12Maar nu zijn ze gehoorzaam.
1:08:15Zonder koning.
1:08:16Althans een zichtbare.
1:08:18Tasbare aanwezigheid.
1:08:20Niet meer bij hen.
1:08:21En dan van de berg af.
1:08:24Onbevreesd.
1:08:25Gaan ze naar Jeruzalem.
1:08:26Er staat zelfs in Lukas 24, een van de laatste versen, dat zij hem aanbaden.
1:08:33Hem de eer gaven.
1:08:35En dat ze met blijdschap vervuld waren.
1:08:39Dat ze God loofden.
1:08:41Hem de eer en de aanbidding gaven.
1:08:43Zo zijn ze teruggegaan.
1:08:45Diezelfde apostelen.
1:08:46Dus zo'n kracht is eruit gegaan van de gebeurtenis van de hemelvaart.
1:08:51Zo'n sterkte hebben ze ondervonden dat ze teruggegaan zijn.
1:08:55Met grote blijdschap en verheuging.
1:08:59Denken aan het oude testament.
1:09:02Als David de ark gods opgebracht heeft naar de stad Jeruzalem.
1:09:07En als daar die ark in het heiligdom gebracht is.
1:09:10Dan is daar David met grote blijdschap met het volk ook bijeen.
1:09:16En we nu de ark gods, de Christus der schriften.
1:09:19De zaligmaker van zondaren.
1:09:22Ingegaan in het hemelse heiligdom.
1:09:25Wat een kracht gaat eruit voor deze apostelen van de gebeurtenis van de hemelvaart.
1:09:33God lovende, dankende en hun koning in de hemel.
1:09:38En zij op de aarde, hun koning in het hemels-Jerusalem.
1:09:43En zij naar het aards-Jerusalem.
1:09:45God lovende en dankende en hem prijzende.
1:09:51Het is ook gemeente een wandel door het geloof.
1:09:56Gegrond op het woord, gewerkt door de geest en niet een wandel in de aanschouwing.
1:10:03Het is zo genoten, het is zo ook weer toegesloten.
1:10:08Maar in de tweede plaats dan spreekt ook de tekst van de vergadering van de discipelen.
1:10:13Die zijn samengekomen in een opperzaal, zo staat er.
1:10:16De verklaarders zijn het hier niet over eens, welke plaats of daarmee bedoeld wordt.
1:10:22Sommigen zeggen dat het in de tempel geweest is, een van de bijgebouwen in de tempel.
1:10:27Maar gezien het gezelschap van deze discipelen en de vrouwen, een vrij groot gezelschap, of ze daar nu dagenlang gehuisvest konden blijven in
1:10:39een van de bijgebouwen van de tempel, gezien de vijandschap, de tegenstand van het Sanhedrin, van de fariseers tegen hen, dan is dat bepaald niet.
1:10:52Van te verwachten dat dat zo ook zou zijn.
1:10:56En dat ze waarschijnlijk geweest zijn in het huis van Maria.
1:11:01De moeder van Marcus en van Johannes.
1:11:04En dan ziet u in deze vergadering van deze apostel.
1:11:08Dan ziet u hier de eenheid ondanks de verscheidenheid.
1:11:13Er is verscheidenheid onder dit gezelschap.
1:11:17Het zijn mannen.
1:11:18Het zijn ook vrouwen.
1:11:20Sommige apostelen zijn gehuwd.
1:11:23Discipelinnen zijn erbij.
1:11:25Mannen en vrouwen zijn erbij aanwezig.
1:11:29En deze discipelen zijn hierbij één.
1:11:34Eenheid, ondanks alle verschijdenheid die er is.
1:11:38Want in de Christus der Schriften gemeente is er, als dat geloof aanwezig mag zijn, in de zaligmaker van zondaren, in de borgermiddelaar, dan is er...
1:11:49Geen onderscheid, dan is er geen verschil.
1:11:52Dan is alle één heiden of jood.
1:11:56Dat maakt niet uit, maar als dat geloof geoefend mag worden, dan zijn alle één in en door hem.
1:12:04Er zijn wel onderscheidige nadegaven.
1:12:09Er zijn een drietal apostelen die altijd een bijzondere plaats hebben ingenomen.
1:12:14Jacobus en Johannes en Petrus.
1:12:18Temidden van de andere discipelen.
1:12:20Deze drie discipelen zijn geweest in de woning van Jairus toen dat dochtertje opgewekt werd.
1:12:27Ze zijn aanwezig geweest op de berg van de verheerlijking.
1:12:32Ze zijn daarbij geweest in de hof van Gethsebene.
1:12:36Ze hebben dus een bijzondere plaats gehad.
1:12:39Dat kan gemeente.
1:12:40Er is onderscheid.
1:12:42Ook in de genade gods.
1:12:44Daar zijn er die mogen honderdvoudige vrucht voor brengen.
1:12:48Daar zijn er die mogen dertigvoudige vrucht voortbrengen.
1:12:51Daar zijn er die brengen zestigvoudige vrucht voort.
1:12:54Daar is onderscheid.
1:12:56Maar in de gronderzaak is er eenheid.
1:12:59Eenheid in de waarheid.
1:13:02Ze zijn onderscheiden ook wat hun beroepen betreft.
1:13:05Er zijn vissers onder.
1:13:07Er is ook een arts onder.
1:13:09Lucas was medicijnmeester.
1:13:11En er is ook een tollenaar onder.
1:13:14Levi, Matthäus was tollenaar.
1:13:17Van oorsprong.
1:13:19Een strijder.
1:13:20Oorspronkelijk is er onder.
1:13:22Simon Silotus.
1:13:24Maar eenheid van de apostelen.
1:13:27Ondanks de verscheidenheid.
1:13:29En de onderscheidenheid.
1:13:31Zijn ze hier in een.
1:13:33Zijn ze hier in eenheid.
1:13:35Bij een.
1:13:36Petrus wordt als eerste genoemd.
1:13:39En niet volgens de Roomse kerk.
1:13:41Omdat hij de belangrijkste apostel is.
1:13:43Maar zeggen de verklaarders.
1:13:44Omdat hij naar alle waarschijnlijkheid.
1:13:46De oudste is.
1:13:49Sommigen hebben ook verschillende namen.
1:13:52Daarbij gekregen.
1:13:53Petrus wordt ook wel Zefas genoemd.
1:13:56Jacobus en Johannes.
1:13:57Worden ook wel zonen van Boanerges genoemd.
1:14:01En Nathanael.
1:14:03Wordt ook wel Bartholomeus genoemd.
1:14:05Zoals hij hier ook.
1:14:06In deze tekstwoorden.
1:14:07Ook verwoord wordt.
1:14:10Verschillende gaven.
1:14:11Onderscheiden karakters.
1:14:13Petrus zijn vurigheid.
1:14:16En Johannes, vooral getekend ook door de liefde.
1:14:19Een onderscheiden weg, ook wat een levenseinde ook was.
1:14:23Peter is ondergatens, martelijke martelaars dood.
1:14:26En hij vraagt aan de Heer Jezus, maar wat zal deze?
1:14:30En dan doet hij op Johannes.
1:14:32Johannes weer een zeer onderscheiden weg.
1:14:35Hoge leeftijd mag hij bereiken.
1:14:37En grote openbaringen worden hem geschonken.
1:14:42Boekopenbaringen.
1:14:43Wat hij door de kracht van de heilige geest heeft opgeschreven.
1:14:46En Jacobus die zo kort na de zalving.
1:14:50Na de bediening van de heilige geest op de dag van pinsteren.
1:14:54Al de martelaars dood moet sterven.
1:14:57U ziet erin gemeend als het gaat om de schrift.
1:15:01Al deze beelden, deze voorbeelden zijn ons gegeven.
1:15:05Opdat we bijzonder zouden zoeken door het geloof.
1:15:09Verenigd te zijn met hem.
1:15:11Andere mensen kunnen door hun onderwijs ons tot voorbeeld strekken.
1:15:16Maar de Heer Jezus heeft nooit gezegd, volg Johannes, of volg Petrus, of volg Jacobus.
1:15:23Neem die als voorbeeld van bekering, maar volg mij.
1:15:28Zo wie achter mij wil komen, die verlogenen zichzelf, die nemen zijn kruis op en die volgen mij.
1:15:37Andere mensen kunnen ons tot onderwijs indienen.
1:15:41Tot aansporing aanmoedigen.
1:15:43Maar het volgen dat gaat om hem.
1:15:46De zonen gods.
1:15:48De Christus der schriften.
1:15:50Deze discipelen hadden ook wel.
1:15:54In eerdere geschiedenissen hadden ze ook wel.
1:15:57Bepaalde gestaltes.
1:15:59Die niet zo voorbeeldig waren.
1:16:01Ze hebben wel strijd gekend.
1:16:03Wie van hen de meeste was.
1:16:05De na-ijver onder elkaar.
1:16:08Ze waren vertorend op Maria.
1:16:10Toen ze zo'n kostbare nardensalf uitstortte over de zaligmaker.
1:16:15Ze vergrimde op haar, zo staat er.
1:16:17En toen de zaligmaker sprak over de bittere, smakkelijke drinkbeker...
1:16:22die hij zou moeten leegdrinken tot de laatste druppel.
1:16:25Toen zeiden de zonen van Boernerges, dat kunnen wij ook wel.
1:16:29Bepaald, geen gestaltes die op dat moment spraken van oogmoed...
1:16:34en van nederigheid en van afhankelijkheid.
1:16:38Een Thomas.
1:16:40Die had zich zelfs ontrokken van het gezelschap van de andere discipelen.
1:16:43Door ongeloof en door twijfel ook bezet.
1:16:48Maar nu is het één.
1:16:51Eenheid in de waarheid.
1:16:54In de opgestaande borg een zalig maken.
1:16:57Ziet u wel dat alle verschillen daar wegvallen.
1:17:01Alle verschillen die verdwijnen daar.
1:17:05Verschillen ontstaan.
1:17:08Wanneer de verschillen onderling benadrukt gaan worden.
1:17:12Als mensen zich boven de ander gaan stellen in geestelijke zin.
1:17:16Of als ze zichzelf als maatstaf gaan stellen.
1:17:20In de weg en in de wijze van de bekering.
1:17:23Dan worden de verschillen benadrukt.
1:17:26En ontstaan er ook de verschillen.
1:17:29De geschillen en de strijdpunten.
1:17:32Als de verschillen benadrukt worden.
1:17:36Maar, ziet hier.
1:17:37Als de zaligmaker centraal mag staan.
1:17:40Als alle omhoog staren naar hem.
1:17:43Als hij in het hart en in het geloofsgezicht de eerste plaats inneemt.
1:17:49Dan vallen al die verschillen weg.
1:17:51Dan is er eenheid in de waarheid.
1:17:54Dat is nog zo gemeente op het kerkenkerf.
1:17:57Al die verschillen die benadrukt worden.
1:18:02In onderscheide wegen die de heren houdt.
1:18:05Met armen en verloren zondaren.
1:18:07In de onderscheidige nadegaven die hij uitdeelt aan deze of aan genen.
1:18:13Die zijn vaak de oorzaak van geschillen, van twistpunten.
1:18:18Maar als nu de zuigeling en de jongeling en de man en vader in Christus.
1:18:25Het gezicht mag hebben op hem, de zaligmaker van zondaren.
1:18:31Geborteld en gegrond mag zijn in de waarheid.
1:18:34De gedurige worsteling mag kennen met de dichter.
1:18:36Maak in uw woord mijn gang en mijn treden vast.
1:18:39Dan is er eenheid in de waarheid.
1:18:43Dan valt dat allemaal weg.
1:18:46Ongeacht leeftijd.
1:18:48Ongeacht taal.
1:18:50Ongeacht tijd en cultuur.
1:18:53Dan geldt het.
1:18:55Hij ziet hoe liefelijk is het dat broeders te samen wonen.
1:18:59Waar de liefde gods bovenal centraal mag staan.
1:19:03De gemeenschap der heiligen.
1:19:06Dan wordt beoefend wat er in de schrift staat.
1:19:08De ander uitnemender achten dan zichzelf.
1:19:13Dan is er de voorsmaak van het hemelsheiligdom.
1:19:17Dat die ganse kerk eeuwig verlost.
1:19:20Van zonde, van schuld, van moeite en nood.
1:19:24En vooral van zichzelf.
1:19:26Hem de eer, hem de aanbidding mag geven.
1:19:30Daar zal de eenheid.
1:19:32Volmaakt zijn als de Godder waarheid, de eer en de aanbidding ontvangt.
1:19:39Ene lofzang.
1:19:41Vrouwen zijn er ook bij, gemeente.
1:19:43Die hebben dezelfde plaats als de mannen in het koninkrijk van God.
1:19:49En het evangelie leert ons dat ze soms nog sneller van begrip zijn.
1:19:54En eerder bij de zaligmaker zijn als de apostelen.
1:19:59Verschillende voorbeelden staan ervan.
1:20:02En ze zijn ook hierbij tegenwoordig in deze vergadering.
1:20:06Derde plaats gemeente.
1:20:07Dan spreekt ook de tekst van de toezegging aan de discipelen.
1:20:11Want er staat in de woorden van onze tekst.
1:20:13Deze allen waren eendrachtiglijk volhardende in het bidden en smeken.
1:20:21In het bidden van deze discipelen met deze vrouwen.
1:20:25Zo waren ze bijeen eendrachtiglijk.
1:20:28Ze waren worstelend om de belofte gods.
1:20:33En die heren zou ze geen wezen laten.
1:20:36Maar hij zou de kracht van zijn heilige geest in een volle mate op en uit storten.
1:20:42En dat geeft hij ook op de pinsterdag.
1:20:45En wat blijkt dat gemeente?
1:20:47Die geest die dan, waar ze nu om worstelen, waar ze nu om vragen.
1:20:51Wat een verlichting of dat geeft, die geest.
1:20:55Wat een zicht mag dan Petrus hebben op de waarheid van het woord.
1:20:59Hoe verklaart hij dan de zonen gods?
1:21:02Uit allerlei teksten uit het Oude Testament.
1:21:05Is dat diezelfde discipel die zij tegen de zalig maken.
1:21:09Dat zal u geen zins geschieden heren.
1:21:12Als u dan gegrond in de waarheid.
1:21:15Zo'n licht mag hebben in het Oude Testament.
1:21:18Dat hij vanuit allerlei teksten van het Oude Testament bewijst.
1:21:24Dat Jezus is de Christus.
1:21:25De zonnegods die gij niet gekruisigd hebt.
1:21:29Wat een vrijmoedigheid.
1:21:31Mag je dan bezitten.
1:21:33Wat een duidelijkheid.
1:21:34Mag je dan uitspreken.
1:21:36Wat een verlichting.
1:21:38Is hem dan geschonken door de kracht van de heilige geest.
1:21:42Maar dit gaat eraan vooraf.
1:21:44Drie zaken.
1:21:45Daar staat ze waren aan het bidden.
1:21:47En smeken.
1:21:49Bidden is meer aanbidden.
1:21:51Meer God groot maken.
1:21:53Hem loven.
1:21:54Hem prijzen.
1:21:56Gaat er altijd aan vooraf gemeente.
1:21:58Niet uw situatie.
1:22:00Niet uw zonde, niet uw schuld.
1:22:02Nee, eerst de beleideris van de grootheid, van de majesteit, van de heerlijkheid van God.
1:22:10Dat gaat eraan vooraf.
1:22:12Zo heeft de zaligmaker ook zijn discipelen leren bidden.
1:22:15Eerst de aanbidding, de grootmaking van hem.
1:22:19En dan het smeken.
1:22:21Bidden en smeken.
1:22:23Dat is om de toepassing.
1:22:25Dat is om de persoonlijke ondervinding.
1:22:28Dat is een smeken om de vervulling van de belofte gods.
1:22:32Ik zal u geen wezen laten.
1:22:34Ik zal mijn geest op u zenden.
1:22:36En gij zult gezalfd worden met de kracht van de heidige geest.
1:22:39Bidden en smeken.
1:22:42En dan in eendracht ook.
1:22:44Dat is het tweede wat er staat.
1:22:46Eendrachtiglijk doen ze dat.
1:22:49En ook volhardende staat erbij.
1:22:51Ze zijn ook volhardende.
1:22:53En dat woord volhardende.
1:22:55Dat betekent in de grondtekst.
1:22:58Een sterk aanhouden.
1:23:02Volhardende.
1:23:02In het bidden.
1:23:04In het godprijzen.
1:23:05Loven.
1:23:07In het smeken.
1:23:08Aan de allerhoogste.
1:23:10Om de vervulling van zijn belofte.
1:23:12En ze zijn ook volhardende.
1:23:15Sterk aanhouden.
1:23:17Of ook wachten.
1:23:19Betekent dat woord ook.
1:23:20Ik blijf de heren verwachten.
1:23:22Mijn ziel wacht ongestoord.
1:23:24Ik hoop in al mijn klachten.
1:23:26Op zijn onfeilbaar woord.
1:23:30Betekent ook gemeente Volhardene.
1:23:32Steeds bij iemand blijven.
1:23:35Aanhouden.
1:23:36Steeds bij iemand blijven.
1:23:39Deze discipele gemeente.
1:23:42Die leefde binnen de omtuining van het verbond.
1:23:45Die leefde onder het gezag van het woord.
1:23:49En die had het ontvangen.
1:23:51De belofte gods.
1:23:53Maar nu ouders.
1:23:54Nu kom ik bij u vanmorgen.
1:23:56Als u hier stond vanmorgen voor het sacrament van de heilige doop.
1:24:00Dan gaat het ook om de belofte Gods.
1:24:02De belofte die de Heer geeft.
1:24:04Dat is een belofte van vergeving.
1:24:07En een belofte van heiliging.
1:24:10Het woord sacrament van de heilige doop.
1:24:13Dat beeldt ons uit.
1:24:15De ontdekkende genade van God.
1:24:17De vuilheid.
1:24:18De orijnheid.
1:24:20Waarin we ontvangen en geboren worden.
1:24:23Het duidt ook op de vergeving.
1:24:26Dat water van de heilige doop.
1:24:28Wat de Heer het toezegt.
1:24:30Wat hij belooft.
1:24:32Kinderen zijn geboren onder de toezegging van de belofte Gods.
1:24:37Kategismus in vraag en antwoord 74 geeft dat duidelijk aan.
1:24:42De toezegging van de belofte van God.
1:24:46Die dan ook tot ons komt onder de bediening van het woord.
1:24:51En ook de belofte van de heiliging.
1:24:54Vergeet ook die laatste vooral niet.
1:24:56Dat we in een nieuw, godzalig leven begeren te wandelen.
1:25:01Dat we de heren zoeken te dienen, te vrezen, van ganster gemoede, met alle krachten, de wereld verzaken, onze oude natuur doden.
1:25:10De belofte ook van de heiliging.
1:25:15Kenmerkend gemeente voor het waard zaligmakend geloof is, dat we niet alleen leven, uitzien, verlangen.
1:25:24Naar de belofte van de vergeving.
1:25:26Maar dat we ook verlangen en smeken en zuchten.
1:25:31Om de belofte van de heiligmaking.
1:25:34Het leven voor zijn aangezicht.
1:25:37Het leven in tere afhankelijkheid van hem.
1:25:40De levende God.
1:25:42Wel nu.
1:25:43Onze kinderen zijn geboren op het kerkenkerf.
1:25:48Onder de omtuining van het verbond.
1:25:52Onder het gezag van het woord van God.
1:25:56En ook onder het teken, het sacrament van de heilige doop.
1:26:01Hoorbaar en zichtbaar.
1:26:03Dat geldt niet alleen deze ouders.
1:26:06Dat geldt alle ouders van morgen in de kerk.
1:26:09Dat geldt eigenlijk u en mij, ons allemaal.
1:26:14Ook als we geen kinderen ontvangen hebben tot onze diepe smart.
1:26:19Maar dan geldt toch deze belofte.
1:26:22Want ik neem aan...
1:26:24Wat de meeste van ons betreft.
1:26:26Dat we het sacrament van de heilige doop ontvangen hebben.
1:26:30Aan ons voorhoofd.
1:26:32Misschien voor u al veertig jaar geleden.
1:26:35Misschien al vijftig jaar geleden.
1:26:37Misschien al tachtig jaar geleden gemeente.
1:26:40Maar het sacrament dat is aan uw voorhoofd aangebracht.
1:26:45En sinds die tijd leeft u op het kerkelijk erf.
1:26:50Binnen de grens van het verbond van God.
1:26:53Onder het gezag van het woord.
1:26:55En draagt u een teken, een zegel aan uw voorhoofd.
1:26:59Waarin God toezegt.
1:27:02De ontdekkende genade.
1:27:04Dat ik ga beleven hoe groot mijn zonden en ellende zijn.
1:27:07De vergevende genade.
1:27:10Door het bloed van de zonen gods.
1:27:12En de heiligmakende kracht.
1:27:14De belofte van God.
1:27:18Zoveel jaren algemeen.
1:27:20Denkt u er wel eens aan.
1:27:22Dat u gedood bent.
1:27:24Dat u een gedoopt voorhoofd hebt.
1:27:26Dat u al zo'n lange tijd leeft onder de belofte.
1:27:30Onder de toezegging van de vergevende liefde.
1:27:34En van de heiligmakende genade van God.
1:27:38De belofte die hij heeft toegezegd.
1:27:42Dat hij dat wil werken.
1:27:45Dus wij zijn afgezonderden.
1:27:48Wij zijn getekende mensenkinderen.
1:27:51Wij dragen een teken en zegel van de toezegging van de genade gods aan ons voorhoofd.
1:28:01Dus dat geldt ons allemaal, gemeente van morgen, deze ouders.
1:28:05En dat geldt ook u en mij.
1:28:08En wat doen we nu met die toezegging?
1:28:11Wat hebben wij gedaan met die toezegging van godsgenade?
1:28:16Nee, de heren eisten niet dat we zonderloos zouden leven.
1:28:22Want het wordt in dat formulier duidelijk gemaakt.
1:28:24Dat dat vanaf ons prilste begin niet mogelijk is.
1:28:28Maar beloften.
1:28:31Jongens en meisjes vanmorgen.
1:28:33Als je ouders iets beloven.
1:28:35En je zou het ook gaarne willen hebben.
1:28:38Wat ze beloven.
1:28:40En ze geven dat ook niet.
1:28:41Wat doe je dan?
1:28:43Dan herinner je toch die vader of die moeder aan zijn belofte.
1:28:46U hebt het toch beloofd, zegt u dan toch?
1:28:49Dan houdt het toch aan.
1:28:51Maar kijk als je er geen belang bij hebt.
1:28:54Als het geen waarde hebt.
1:28:56Dan heb je die vraag ook niet.
1:28:59Maar als je dat nu graag wil hebben.
1:29:00Begrijpt u het ouders van morgen.
1:29:04Gedoopte mensen.
1:29:05Begrijpt u het van morgen.
1:29:07Als u dat smekende leven nu mist.
1:29:11Als u dat nu niet kent.
1:29:14Als dat nu niet waar is.
1:29:15Wat we gezongen hebben.
1:29:17Al wat u ontbreekt.
1:29:19Schenk ik.
1:29:20Zo gij het smeekt.
1:29:22Mild.
1:29:23En overvloedig.
1:29:25Dan ligt het niet aan die toezegging.
1:29:28Dan ligt dat niet.
1:29:29Aan het verbond van God.
1:29:32Dan ligt dat niet.
1:29:33Aan die rijkwijde.
1:29:35Van zijn welmenende roepstem.
1:29:38Dan ligt het niet aan Christus.
1:29:40In het evangelie.
1:29:43Aangeboden zijnde.
1:29:44Zeggen onze datse vaderen.
1:29:46Maar dan ligt het nog.
1:29:48Aan uzelf.
1:29:49Dat u datgene wat onze schepper.
1:29:53Belooft.
1:29:54Toen zegt dat u dat geen waarde toekent.
1:29:59Dat dat geen kracht voor u heeft.
1:30:01Dat daar uw hart niet eruit gaat.
1:30:04Dat u daar niet van verlangt.
1:30:06Ja, maar u zegt, kijk, vroeger waren er zoveel mensen ook in Oudorp die de heren vreesden.
1:30:13Dat was nog eens een rijke tijd.
1:30:16Ja, en tegenwoordig, het is allemaal zo donker.
1:30:19Het is allemaal zo duister.
1:30:21Waar hoor je nog van krachtige, duidelijke werkingen?
1:30:25Van God de heilige geest.
1:30:27Ik ga weer even terug naar die discipelen gemeente.
1:30:30Naar die apostelen.
1:30:31Waar gingen die naartoe?
1:30:33Naar een stad vol godvrezende mensen.
1:30:37Naar een plaats.
1:30:38Waar het alleen maar licht was.
1:30:41Waar een plaats waar iedereen met verwachting uitzag.
1:30:44Naar de christens der schriften.
1:30:46Nee letten we eens op de tijd.
1:30:49Waarin zij leefden.
1:30:51Op de plaats.
1:30:53Waar zij naartoe gingen.
1:30:54Vol vijandschap.
1:30:56Vol tegenstand.
1:30:58Vol afkeer van die enige naam.
1:31:01En dat ze godlovende terugkeerden.
1:31:06Naar die stad Jeruzalem.
1:31:08Ze zagen niet op het Sanhedrin.
1:31:10Ze zagen niet op de vijanden.
1:31:13Ze zagen niet op de duistere tijden.
1:31:15Maar ze zagen op de belofte gods.
1:31:19Ze hadden een gezicht gehad van die gezegende koning.
1:31:22En ze waren gehoorzaam aan zijn woord.
1:31:25En ze gingen terug.
1:31:26Naar Jeruzalem.
1:31:28En zij waren eendrachtiglijk volhardende.
1:31:33In het bidden en smeken.
1:31:35Gevoelt u het gemeente.
1:31:37Daar ligt voor u en voor mij de oorzaak.
1:31:40Dat we altijd bezig zijn.
1:31:42Om ons te verontschuldigen.
1:31:45Om ons pad schoon te maken.
1:31:47Ook in geestelijke zin.
1:31:48Dat we allerlei redenen zoeken.
1:31:51Dat wij nog niet zo zijn als dat het behoorde te zijn.
1:31:56En dat ligt eigenlijk aan de tijd.
1:31:58En dat ligt eigenlijk aan deze en gene.
1:32:01Maar God zendt zijn woord in deze bedeling.
1:32:05Hij komt met zijn getuigenis.
1:32:08Hij komt met zijn afzondering.
1:32:10Met zijn toezegging.
1:32:12En die discipelen gaan naar de stad.
1:32:16Volhardende, eendrachtiglijk, smekende om de toepassende kracht.
1:32:22Waarvan het woord in het hart.
1:32:24Kijk, er gaat nu om.
1:32:26Ouders, daar gaat het nu om voor ons allen.
1:32:30Vanmorgen is het sacrament van de heilige dood bediend.
1:32:34En dan hebt u het al gehoord uit het formulier.
1:32:37Opdat wij een mishagen.
1:32:39Wat denkt u?
1:32:40Voor wie zou dat gelden?
1:32:41Voor die kinderen die gedoopt worden?
1:32:43Ja, straks.
1:32:44Als die ouders verwaardigd worden om ze op te voeden in de weg van het hoorn.
1:32:48Maar dat geldt nu u en mij.
1:32:50En daarom in het midden van de gemeente.
1:32:52Opdat wij een mishagen.
1:32:56O, zo'n lange tijd al.
1:32:58Dat teken aan ons voorhoofd gegeven.
1:33:00Zo lang geleden al.
1:33:03De toepassing, de toezegging van de belofte gods.
1:33:08Ons gegeven.
1:33:10Opdat wij een mishagen aan onszelf zouden hebben.
1:33:14Ons voor god zouden veroopmoedigen.
1:33:16Onze reinigmaking en zaligheid.
1:33:19Buiten onszelf zouden zoeken.
1:33:23Wij weerbarstige zondaren.
1:33:26Arme ellendige Adamskinderen.
1:33:29Maar bezocht met het woord.
1:33:32Afgezonderd binnen de omtuining van het verbond.
1:33:35Levend onder de toezegging van de genade gods.
1:33:41Kijk daar zijn u en ik verantwoordelijk voor.
1:33:45Zijn we smekende, eendrachtiglijk, volhardende, worstelende, smekende om de toepassende kracht.
1:33:56Van Gods genade.
1:33:59Zieten dan ook als onze kinderen straks groter worden.
1:34:03Dan kon het wel eens wat moeilijker worden.
1:34:06Dan konden ze misschien wel gedrag gaan vertonen.
1:34:09En ongetwijfeld zijn er ouders in de kerkgemeente.
1:34:13Die dat ervaren.
1:34:14Met kinderen die zich de doop gehouden hebben.
1:34:18Voor Gods aangezicht geweest zijn.
1:34:21Die dat teken van de toezegging dragen aan hun voorhoofd.
1:34:25Maar misschien wel gebroken hebben met het kerkelijk leven.
1:34:28Geel andere wegen zijn ingeslagen.
1:34:31Ja dan nog.
1:34:33Dan zegt de dichter herdenk.
1:34:37Aanschouw.
1:34:38Uw vastgestaafd verbond.
1:34:41Laat dat uw hart tot ons in liefde ontvonken.
1:34:46Hoort u hoe de dichter vraagt.
1:34:48Aanschouw heren.
1:34:49Uw vastgestaafd verbond.
1:34:52Laat dat uw hart tot ons in liefde ontvonken.
1:34:58Ziet, er is een oude predikant geweest, gemeente, die heeft gezegd.
1:35:03Domarie Fraanje uit Barneveld.
1:35:05Die zei, laat je gedoopt voorhoofd maar aan de heren zien.
1:35:10Doet u dat wel eens?
1:35:12Dat u uw gedoopt voorhoofd aan de heren laat zien.
1:35:16En dat u roept aan schouw, uw vastgestaafd verbond.
1:35:21Dat hij de getrouwe is, de warmhartige.
1:35:25En de berachtige is.
1:35:28Geen belang erbij.
1:35:30Bij zo'n dierbare toezegging.
1:35:34Geen waarde hecht u.
1:35:36Aan zo'n liefelijk woord.
1:35:39Van Gods belofte.
1:35:41Van zijn onwankelbare trouw.
1:35:43Van zijn genade.
1:35:45Zou het komen.
1:35:47Omdat het eerste stuk nog nooit is gaan spreken.
1:35:50Uw schuld.
1:35:51Uw verlorenheid.
1:35:53Zou het misschien daaraan liggen.
1:35:55Dat u denkt dat u hier nog vele jaren zal blijven.
1:35:59Zou het misschien daaraan liggen.
1:36:02Dat u er niet aan denkt dat u een ziel hebt.
1:36:04Voor de nimmer eindigende eeuwigheid.
1:36:07Het zou misschien de oorzaak kunnen zijn.
1:36:09Dat we niet gedachtig zijn.
1:36:11Dat we hier geen blijvende stad hebben.
1:36:14En naar die nimmer eindigende eeuwigheid gaan.
1:36:18Straks rekenschap af moeten leggen.
1:36:20Van ons rentmeesterschap.
1:36:23O, misschien dat u zegt, maar ik heb zo'n grote schuld.
1:36:26Hoe moet het ooit goed komen?
1:36:29Zo'n hardigheid van hart ervaren.
1:36:31Zo'n onbekeerlijk onboetvaardig bestaan waarmee ik te kampen heb.
1:36:37Ach, dan juist gemeen.
1:36:39Het is een genadeverbond.
1:36:41Het is een genade God die in Christus Jezus welmenend, indringend ons toeroept.
1:36:49Wat het onze eeuwige vrede is dienende.
1:36:52Al wat u ontbreekt.
1:36:55Er valt alles onder.
1:36:57Ook als u een boetvaardig hart mist.
1:37:00Ook als u geen traan kunt schrijven over uw zonde.
1:37:03Ook als u moet klagen over hem vergeten te hebben dagen zonder getal.
1:37:08Al wat u ontbreekt.
1:37:10Ze waren eendrachtiglijk.
1:37:13Volhardende.
1:37:14In het bidden.
1:37:15In het smeken.
1:37:17Het is verhoord geworden.
1:37:18Staat in Gods woord.
1:37:20Dat is de waarheid.
1:37:21Wel nu gemeente.
1:37:23Een prachtig woord hebben we ontvangen.
1:37:26Een zekere gewisse belofte.
1:37:29Die hoorbaar en zichtbaar.
1:37:31Ons verkondigd wordt.
1:37:33En verzegeld wordt aan ons voorhoofd.
1:37:35Een volkomen borg en middelaar.
1:37:38Wordt ons daarin gepredikt.
1:37:40Wij hebben nodig.
1:37:42Wet en evangelie.
1:37:44Om telkens weer.
1:37:46Te verstaan.
1:37:48Dat we armen verloren zondaren zijn.
1:37:50Daarom die toezegging.
1:37:52Van zijn genade.
1:37:54Dus wat moeten jullie doen?
1:37:56Jongens en meisjes vanmorgen.
1:37:59Op de knieën tot de Heer roepen.
1:38:01U hebt het beloofd.
1:38:02U hebt dat toegezegd.
1:38:05Wat moeten we doen?
1:38:06Ouderen met onze stramme knieën.
1:38:08Die misschien nog nooit in waarheid gebogen hebben voor de Zonengat.
1:38:13Ach, u hebt het al zo'n lange tijd geleden.
1:38:17Vader, ik heb gezondigd daarin.
1:38:19Tegen de hemel en voor u.
1:38:21Ik ben niet meer waardig.
1:38:23Uw verbondskind genaamd te worden.
1:38:26Maar zo te komen te naderen tot hem.
1:38:29Om te roepen om die betekenende zaak.
1:38:34Om de toezeggende kracht.
1:38:35Genoeg redenen gemeente.
1:38:37Ouders, gemeente hebben wij.
1:38:40Om biddende, smekende, volhardende, vertrouwende.
1:38:47Omdat God het gezegd heeft.
1:38:49Hij het beloofd heeft.
1:38:51En hij zegt, zou ik het zeggen?
1:38:54En niet doen.
1:38:55Zou ik het spreken?
1:38:57Zou ik het niet bestendig maken?
1:38:59Hij is geen God dat hij liegen zal.
1:39:03Hij is de berachtige, de betrouwbare geloof.
1:39:06De lastelijke, leugenachtige taal van de duivel niet.
1:39:10Die op allerlei mogelijke manieren ons zoekt af te houden van de troon der genade.
1:39:16Ons belemmeringen opwerpt om tot de zaligmaker van zondagen te gaan.
1:39:21Hij...
1:39:23Die ons zo liefelijk welmenend roept.
1:39:25Komt herwaarts tot mij.
1:39:27Om dan uit te gaan met een gedoopt voorhoofd.
1:39:31Dat denk ik ook.
1:39:32Gemeente u kent die uitspraak wel van de bekende eenvoudige landbouwer van Driebergen.
1:39:36Wilfred Floor.
1:39:38Die zei toen mijn kinderen klein waren.
1:39:41Toen sprak ik met mijn kinderen over de heren.
1:39:44En nu zijn mijn kinderen groot geworden.
1:39:47Nu spreek ik maar met de heren over mijn kinderen.
1:39:50Kent u dat?
1:39:51Met de heren spreken.
1:39:53Over uw kinderen herdenk.
1:39:56Uw vastgestaafd verbond.
1:39:59Dan zegt David in Psalm 119.
1:40:02Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.
1:40:08Wat gebeurt er dan als u levend gemaakt wordt?
1:40:12Dan gaat u de waarheid erkennen.
1:40:14Dan gaat u de waarheid voor waar houden.
1:40:17Dan gaat u die waarheid ook in zijn ontdekkende schuldigstellende kracht.
1:40:24U bent de zon daar.
1:40:27Maar.
1:40:28Dan ziet u ook in die waarheid.
1:40:30Hem.
1:40:31De godder waarheid.
1:40:33Die in Christus Jezus afgedaald is.
1:40:36Hoorbaar en zichtbaar.
1:40:38En die het zo duidelijk.
1:40:40Zo krachtig.
1:40:41Zo helder beloofd heeft.
1:40:43En die tot mij komt.
1:40:45Zal ik geen zins uitwerpen.
1:40:48O dat we toch.
1:40:49Alle zouden mogen betuigen.
1:40:52U.
1:40:53Uw woord.
1:40:54Uw toezegging.
1:40:55Heeft mij.
1:40:57Arme.
1:40:58Ellendige.
1:40:59Verloren zonder.
1:41:01Levend gemaakt.
1:41:02Amen.
1:41:03Eindigen wij met het gebed.
1:41:08Eerlijk.
1:41:08Hij bracht ons in dit morgenuur.
1:41:10Onder de hoorbare.
1:41:12En zichtbare verkondiging.
1:41:15Van uw woord.
1:41:17Van uw evangelie.
1:41:19Met deze ouders.
1:41:20Met deze kinderen.
1:41:22In het midden van de gemeente.
1:41:25Maar een boodschap voor ons allen.
1:41:28Een herinnering aan ons verleden.
1:41:33Misschien wel zoveel jaren geleden.
1:41:36Zo weinig om bekommerd.
1:41:39Zo weinig om gedacht.
1:41:41En nog minder om gesmeed.
1:41:44Misschien dat dat onze gestalte is.
1:41:47Maar geef dan dat bekende vers wat we gezongen hebben vanmorgen.
1:41:52Wat ook de kinderen allemaal mee konden zingen.
1:41:56In de beleving.
1:41:57Doe uw mond wijd open.
1:42:00En ik zal hem vervullen.
1:42:03Bewaar u ons voor de gestalte.
1:42:06Maar mijn volk wou niet naar mijn stemmen horen.
1:42:11Israël verliet mij en mijn geboon.
1:42:16Bewaar ons daarvoor.
1:42:18Bind ons aan uw getuigenis.
1:42:20Verzoen wat niet was naar uw woord.
1:42:22Bij het spreken, bij het luisteren.
1:42:25Zegen uw getuigenis aan ons allerhard.
1:42:29Gedenk u, heren, ook het ongeboren leven.
1:42:32We doen daar uw beschermende, bewarende hand over uitbreiden.
1:42:37In deze tijd, waarin al tientallen jaren lang in ons land, maar ook in allerlei landen, zo'n moord aan slag gedaan wordt op
1:42:50dat ongeboren leven.
1:42:51U geeft dat er nog moeders mogen zijn.
1:42:55Die dat hun liefde mogen verwachten, wil u ze ook zegenen en ook bedenken.
1:43:00Wil u ook zijn met die echtparen die nimmer mochten delen in de kinderzegen.
1:43:06Die ook hun smart, hun verdriet, hun leegte hebben.
1:43:09Wil u ze ook uw weg duidelijk maken.
1:43:12En hen ook schenken wat ze nodig hebben.
1:43:15Heere, gedenk ons in het verder van deze dag.
1:43:19Bewaar ons voor de zonde.
1:43:20Bind ons aan uw woord en dienst.
1:43:23Breng ons ook in dit avontuur.
1:43:25Hier weer bijeen rondom uw woord.
1:43:28En een beleidende kerk.
1:43:29Wij vragen het u.
1:43:31Om Jezus willen.
1:43:33Uit genade.
1:43:34Amen.
1:43:37Wij zingen tot slot de psalm 25 vers 2 en 6.
1:43:41Heren, hij maakt mij uw wegen.
1:43:44Door uw woord en geest bekend.
1:43:46En ook het zesde vers.
1:43:47Wie heeft lust een heren te vrezen.
1:43:49Het allerhoogst en eeuwig goed.
1:43:52Psalm 25 vers 2 en 6.
1:43:54[GEZANG]
1:48:37Ga nu heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
1:48:40De Heren zegenen u en behoeden u.
1:48:43De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
1:48:49De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
1:48:56Amen.
1:48:56[GEZANG]