HC Zondag 35; Het tweede gebod - De rechte kennis van God

zondag 17 mei 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. D. Heemskerk · 101 minuten

Transcript

0:00[GEZANG]

10:06Onze hulp en onze verwachting zij in de naam des Heren.

10:12Die de hemel en de aarde geschapen heeft.

10:16Die trouwen houdt en eeuwig leeft.

10:20En die nooit laat varen de werken zij der handen.

10:26Amen.

10:28Genade, barmhartigheid en vrede.

10:32Zij u van God den Vader.

10:35Door Christus Jezus zijn Zoon.

10:38In de gemeenschap des heiligen geestes.

10:43Amen.

10:46Gemeente, vooraf moeten we u bekendmaken dat gisteravond, zaterdagavond 16 mei, overleden is.

10:55Mevrouw Jacoba Breen Westdijk.

10:59Woonachtig aan de Vlietberglaan 104.

11:02In de leeftijd van 88 jaar.

11:05In verband hiermee beginnen we deze dienst met het zingen van Psalm 89, vers 19.

11:12Gedenk, o heren, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.

11:15Het leven is een damp, de dood wendt ieder uur wat er verder volgt.

11:20Psalm 89, vers 19.

11:23[GEZANG]

13:56Gemeente, wij openen in dit avontuur godsheilig een dierbare woord in het Oude Testament.

14:02Eerst in de profeet Isaiah.

14:05Daarvan nadert het 40ste hoofdstuk te beginnen bij vers 12 tot en met 31 en daarna uit Ezekiel hoofdstuk 20 vers 6 tot en met 10.

14:16Ik noem u eerst Isaiah 40 vers 12 tot 31 en daarna Ezekiel 20 vers 6 tot en met 10.

14:26Toch vooraf doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

14:36Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des Hebels en der Aarde, en in Jezus Christus, zijn enig geboren

14:48Zoon, onze Heere, die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus,

15:01is gekruisigd, gestorven en begraven.

15:05[GEZANG]

15:27Ik geloof in de Heilige Geest.

15:32Ik geloof in Heilige.

15:36De algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden, wederopstanding des feestes en

15:48een eeuwig leven.

15:52Ik noem nu als onze eerste schriftlezing Isaiah 40, vanaf het twaalfde vers.

15:58Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

16:02Wie heeft de wateren met zijn vuist gemeten?

16:06En van de hemelen met de spanden maatgenomen.

16:10En heeft men een drieling het stof der aarde begrepen.

16:13En de bergen gewogen in een waag.

16:16En de heuvelen in een weegschaal.

16:20Wie heeft een geest des heren besteed.

16:22En wie heeft hem als een raadsman onderwezen.

16:27Met wien heeft hij raad gehouden die hem verstand zou geven.

16:31En hem zou leren van het paddesrechts.

16:34En hem wetenschap zou leren.

16:37En hem zou bekendmaken.

16:39Den weg des veelvoudigen verstands.

16:43Zie de volken zijn geacht als een druppel van een emmer.

16:47En als een stofje van de weegschaal.

16:49Zie hij werpt de eilanden heen als dun stof.

16:54En de lieve non is niet genoegzaam om te branden.

16:58En zijn gedierte is niet genoegzaam ten brandoffer.

17:02Alle volken zijn als niets voor hem.

17:06En ze worden bij hem geacht minder dan niet en ijderlijd.

17:11Bij wien dan zult gij God vergelijken?

17:14Of wat gelijkenis zult gij op hem toepassen?

17:18De werkmeester giet een beeld.

17:21En de goudsmit overtrekt het met goud.

17:24En giet er zilveren ketenen toe.

17:27Die verarmd is, dat hij niet te offeren heeft.

17:31Die kiest een hout uit, dat niet verrotten.

17:34Hij zoekt zich een wijze werkmeester.

17:37Om een beeld te bereiden dat niet wankelen.

17:40Weet gij lieden niet?

17:41Hoort gij niet?

17:43Is het u van de aanbeginner niet bekend gemaakt?

17:46Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?

17:50Hij is het die daar zit boven den kloot der aarde.

17:54En derzelver inwoners zijn als springkanen.

17:58Hij is het die de hemelen uitspant als een dunne doek.

18:03En breidt ze uit als een tent om te bewonen.

18:07Die de vorsten teniet maakt, de rechters der aarde, maakt hij als eidelheid.

18:13Ja, zij worden niet geplant.

18:16Ja, zij worden niet gezaaid.

18:19Ja, hun afgehouden stam wordt tot niet in de aarde.

18:23Ook als hij op hen blazen zal, zo zullen zij verdorren.

18:27En een stormwind zal hen als een stoppen wegnemen.

18:31Bij wien dan zult gelieden mij vergelijken?

18:35Die ik gelijk zijn, zegt de heilige.

18:39Heft uw ogen op omhoog en ziet wie deze dingen geschapen heeft.

18:44Die een getal hun heer voortbrengt.

18:47Die ze alle benamen roept vanwege de grootheids en de krachten.

18:52En omdat hij sterk van vermogen is.

18:55Er wordt er niet één gemist.

18:58Waarom zegt gij dan o Jacob en spreekt o Israël.

19:03Mijn weg is voor de Heren verborgen en mijn recht gaat van mijn God voorbij.

19:09Weet gij het niet?

19:11Hebt gij niet gehoord dat de eeuwige God, de Heren, de schepper van de einde der aarde, nog moeder nog mat wordt?

19:20Er is geen doorgronding van zijn verstand.

19:23Hij geeft de moeder kracht en hij vermenigvuldigt de sterkte dien die geen krachten heeft.

19:31De jongen zullen moeder en mat worden.

19:33En de jongelingen zullen gewisselijk vallen.

19:36Maar die de heren verwachten zullen de kracht vernieuwen.

19:41Zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden.

19:45Zij zullen lopen en niet moeder worden.

19:48Zij zullen wandelen en niet mat worden.

19:53Noemt u Ezekiel 20 en daarvan vers 6 tot en met 10.

20:00Waar Gods woord als volgt tot ons komt.

20:03Ezekiel 20 vanaf vers 6.

20:06Tenzelfde dagen hief ik mijn hand tot hen op.

20:10Dat ik hen uit Egypteland uitvoeren zou.

20:14In een land dat ik voor hen uitgespeurd had.

20:17Vloeiende van melk en honing.

20:20Het welk het sieraad is van alle landen.

20:24En ik zei er tot hen in ieder werpende vervoeisselen zijn er ogen weg.

20:29En verontreinigt u die niet met de drekgoden van Egypte.

20:33Ik, de Heere, ben uw God.

20:37Maar zij waren weder spannend tegen mij.

20:40En wilden naar mij niet horen.

20:43Niemand wierp te vervoezelen zijn er ogen weg.

20:47Nog verliet de drekgoden van Egypte.

20:50Daarom zeide ik dat ik mijn grimmigheid over hen uitgieten zou.

20:55Om mijn toren tegen hen te volbrengen.

20:58In het midden van Egypteland.

21:00Toch.

21:00Ik deed het om mijn snaams wil.

21:03Opdat hij niet ontheiligd werd.

21:06Voor de ogen der heideren.

21:07In welke midden zij waren.

21:10Aan welke ik mij.

21:12Voor derzelfde ogen bekend gemaakt heb.

21:15Om hen.

21:16Uit Egypteland.

21:17Uit te voeren.

21:19En ik voerde hen.

21:20Uit Egypteland.

21:22En bracht hen in de woestijn.

21:25Tot zover.

21:27De schriftlezingen verenigen wij ons in gemeenschappelijk gewet.

21:34Almachtige, eeuwige God, wij begonnen deze dienst met de beleidenis van de vergankelijkheid.

21:41Van ons niet te bestaan dat we hier geen blijvende stad hebben.

21:47Dat een moeder, schoonmoeder, een oma uit het midden van haar familie is weggenomen door de majesteit van de dood.

21:57Heilig dan de roepstemmen aan hun hart en gedenk u ze in hun rouw en verdriet.

22:03En schenk u de ondersteuning.

22:06Wil zo uw zegen niet onthouden, uw bijstand genade betonen.

22:12En Heren, u brengt ons vanavond weer hier, onder uw onvergankelijk eeuwig blijvend woord.

22:20Die bijzondere bemoeienis die u met een ieder van ons wilt hebben.

22:25Het zonlicht wat ons beschijnt.

22:28Uw dag die u ons geeft.

22:30De deuren van dit bede huis die weer open mochten staan.

22:36Of dat we met deze plaats verbonden mogen zijn.

22:39En uw woord wat geopend mag worden.

22:43Onder uw belofte dat zolang de zon en de maan schijnt.

22:48Zult u doorgaan met uw kerkvergaderend werk.

22:51Om uit dat gevallen menselijke geslacht.

22:54Uw volk te formeren wat uw lof zal vertellen.

22:58Onder de belofte van uw getuigenis.

23:01Dat uw woord nooit ledig tot u wederkeren zal.

23:05Maar dat het zal doen hetgeen u behaagt.

23:08En dat het voorspoedig zal zijn in hetgeen waartoe u het zendt.

23:12Wil dan zo in dit avontuur onder ons wonen en in ons werken.

23:19Door het woord uw genade.

23:21Door de kracht van uw heilige geest.

23:24Ons niet doen naar onze zonden.

23:27En ons niet vergelden naar onze ongerechtigheden.

23:30Maar ons nog gedachtig zijn.

23:32Vanwege uw trouw en zout verbond.

23:35Vanwege hem die gij gegeven hebt.

23:38Die aan uw rechterhand zit.

23:40Die de voorspraak is voor overtreders.

23:44Gedenk ons dan zo in uw genatige ontferming.

23:47En schenk nog een onderscheide zegen.

23:50Het zij tot ontdekking.

23:52Het zij tot aansporing.

23:54Tot vertroosting of bemoediging.

23:57Nadat een ieder van ons nodig geeft.

24:00Onderwijs u ons.

24:01Vanuit de leerderkerk.

24:03Door de werking van uw heilige geest.

24:06En tot roem van uw genade.

24:08Wil overal waar uw woord gepredigd wordt.

24:11Uw koninkrijk bouwen.

24:13Uw naam verherken.

24:15Gedenk u de arbeid in uw koninkrijk.

24:18Van evangelisatie.

24:20Van zending.

24:21Van diakonaat.

24:23dichtbij of verderaf, wil al degene die daartoe zijn uitgegaan, ook uit het midden van de gemeente zijn er, uw hulp, uw bijstand genadig betonen, opdat

24:36zij die arbeid mogen verrichten en ook mogen ervaren dat gij van hun wetenschap hebt en dat hun arbeid niet ongezegend is.

24:47Heren, wil zo zijn met uw kerk waar vervolging, waar verdrukking is.

24:52Wil, te midden van alle nood, waar de vorst de duisternis rondgaat als een briezende leeuw, uw hulp, uw bijstand genadig betonen.

25:02Gedenk u ook uw bondsvolk Israël, de beminden, naar uw verkiezing om te vateren wil.

25:08Waarvan uw woord ook spreekt, wil ze gedenken.

25:12En ook in deze tijd, waarin de vijandschap meer en meer toeneemt.

25:19Zij haast een eenling geworden zijn te midden van alle volkeren.

25:23Wil niet te min uw verbond bestendigen, uw trouw betonen.

25:28Een zegening en schenken voor tijd en eeuwigheid.

25:32Heren, wil zo deze ganse schepping die buiten het paradijs verkeert.

25:38En om onze zonde wil onder de vloek ligt.

25:42Die u niet te min in stand houdt, nog bezoekt met uw zegen.

25:47nog de blijken van uw trouw en onderhouding geeft, maar ook toont uw kastijdingen, uw beproevingen, in oorlogen, geruchten van oorlogen, pestilentieën, in

26:00rampen, al die dingen moeten geschieden.

26:02En u roept daarin op tot erkenning van uw majesteit en van uw grootheid, tot eerbied en onderwerping aan uw regering.

26:12Wil dat nog genadiglijk werken.

26:15Maar ook ons als land en volk gedenken.

26:18Wil toch bekering geven bij overheden, bij onderdanen.

26:23Hun dure roeping doen verstaan.

26:26Wil het vorstenhuis ook gedenken.

26:29Ook daar hartvernieuwende genade betonen.

26:33En hen voegen bij diegenen uit het geslacht van Oranje.

26:37Die uw woord hebben gevreesd.

26:40En voor u hebben geweest.

26:43Gedenk zo ook het kerkelijke leven in alle gebrokenheid.

26:48Gij zijt er toch, die de koning der kerk zijt, de grote herder der schapen.

26:54Wil zo uw macht, uw majesteit nog betonen, uw naam nog groot en heerlijk maken.

27:00En ons in dit avontuur niet aanzien in onszelf, maar ons gedachtig zijn.

27:05Om zijn het wil, die gij altijd hoort, om Christus willen.

27:12Uitgenade.

27:13Amen.

27:14De

27:18apostel Johannes gemeente die zegt niemand heeft ooit God gezien.

27:23Hij is een geest die hem aanbidden.

27:25Je moet hem aanbidden in geest en in waarheid.

27:29Maar de enige geboren zoon die in de school des vaders is.

27:33Die heeft hem ons verklaard.

27:37Hij is de kernbron van de majesteit en de grootheid van God.

27:43Hij geeft de recht tot de wijzing.

27:46Om te komen tot de juiste kennis van onze schepper.

27:49Van onze formeerder.

27:51Van onze getrouwe onderhouder.

27:54Van straks onze rechtvaardige rechter.

27:57Die hier in de tijden het evangelie nog betoont.

28:01De genadige redder te willen zijn.

28:04We willen daarbij stilstaan.

28:05De rechte kennis van God aan de hand van de katechismes afdeling.

28:10Die aan de orde van behandeling is.

28:11Dat zondag 35.

28:14Zondag 35, die we eerst met elkaar zullen lezen.

28:20Vraag en antwoord 96,

28:23zondag 35.

28:25Waar gevraagd wordt, wat eist God in het tweede gebod?

28:30En het antwoord dat wij God in geen allerlei wijze afbeelden.

28:36En op geen andere wijze vereren dan hij in zijn woord bevoden heeft.

28:42Vraag 97, mag men dan ganselijk geen beelden maken?

28:47En het antwoord, God kan en mag in geen derlei wijze afgebeeld worden.

28:53Maar de schepselen, al is het dat zij mogen afgebeeld worden, zo verbiedt toch God hun beeldenis te maken en te hebben om die te vereren of God daardoor

29:06te dienen.

29:07En vraag 98, maar zou men de beelden in de kerk?

29:12Als boeken der leken niet mogen dulden?

29:14Nee.

29:15Want wij moeten niet wijzer zijn dan God.

29:18De welke zijn christenen niet door stomme beelden.

29:22Maar door de levende verkondiging zijn woords wil onderwezen hebben.

29:28Het gaat gemeente in deze vragen en antwoorden over de rechte kennis van God.

29:34We letten ten eerste op de heenwijzing naar het woord.

29:36Ten tweede op de waarschuwing uit dit woord.

29:39En ten derde...

29:41Op de onderwijzing door dit woord.

29:42De rechte kennis van God.

29:45Die ontvangen we ten eerste door de heenwijzing naar het woord.

29:49Ten tweede volgt er een waarschuwing uit dit woord.

29:52En ten derde ook de onderwijzing door dit woord.

29:56Maar voordat we hier nader bij stil hopen te staan.

29:59Gaan we eerst zingen uit Psalm 97.

30:03En daarvan vers 4.

30:06Vers 5 en 7.

30:08Psalm 97 vers 4.

30:09Dat ieder schaamrood zij die onbeschroomd en vrij een beeld durft eer bewijzen.

30:17Het vijfde vers.

30:18Hans Sion was verheugd en juicht.

30:21O heren van vreugd met Uda's dochter en scharen.

30:24En ook het zevende vers.

30:26Gods vriendelijk aangezicht heeft vrolijkheid en licht voor al oprechten harten.

30:33En even als.

30:35Vanmorgen nog de mededelingen.

30:38Dat

30:41betreft dan woensdag 20 mei is er de Jong Volwassen Kring.

30:45Aanvang half acht.

30:46De avond zal geleid worden door evengeleest H.

30:49Bor.

30:50Vrijdag 22 mei zal de kerkelijke huwelijksbevestiging...

30:54van Martijn Cornelis Melisand, kelderweg 6...

30:59en Maartje Mastenbroek, kelderweg 38 plaatsvinden.

31:03In deze dienst zal dominee Everhelst voorgaan.

31:07En de dienst vangt aan om drie uur.

31:10En voor deze voornemens geldt zo de Heer wil.

31:13En we leven en we collecten in deze dienst.

31:15En in de eerste voor de diakonie.

31:17De tweede voor de kerkfotij.

31:19De derde voor de aflossende kerk.

31:21En we bevelen deze collecten van harte in hun mildadigheid aan.

31:25Terwijl we zingen uit Psalm 97 vers 4, 5 en 7.

31:30Het

31:30[GEZANG]

38:57godsgemeente heeft een drieënlijf functie.

39:00In het eerste stuk komen we de wet tegen als de spiegel.

39:04Zoals die vanmorgen ons ook is voorgelezen.

39:07Die ons voorgehouden wordt.

39:09En als het licht van de heilige geest dan ons omschijnt.

39:13En ook in ons schijnt.

39:15Dan leren wij onze zonden, onze schuld kennen.

39:18In het licht van Gods heilige wet.

39:21Waaruit kent gij uw ellende?

39:23Uit de wet Gods, de ontdekkende betekenis van die heilige wet.

39:27In het tweede stuk, stuk van de verzoening.

39:30Dan komt die wet opnieuw terug.

39:33En leren we verstaan dat we op geen enkele wijze aan deze wet gehoorzaam kunnen zijn.

39:41Nooit zullen worden dat we tegen al Gods geboden zwaar en menigmaal gezondigd hebben.

39:48Geen daarvan gehouden hebben.

39:50En nog steeds tot alle boosheid geneigd zijn.

39:54Zodat het bloed van de zonen Gods het enig middel tot behoud is.

39:59Maar dan komt die wet weer terug in het derde stuk.

40:02Want het is de wil Gods.

40:04En hij heeft geboden dat we daarna zullen handelen, zullen wandelen en zullen leven.

40:10En die wet waarvoor u leert vallen in het eerste stuk.

40:14Die wet die u leert rechtvaardigen in het tweede stuk.

40:19Die wet die krijgt u ook lief in het derde stuk.

40:23Om in beginsel naar Gods geboden begerend te wandelen.

40:32Dat ik doen zal.

40:33Dat vinden we terug.

40:34In de behandeling van Gods heilige wet.

40:38Maar.

40:38Dan gaat die wet ook ver.

40:41Dat gebod is zeer wijd.

40:43David zegt in alle volmaaktheid.

40:45Heb ik een einde gezien.

40:47Maar uw gebod strekt zeer ver.

40:50Daar komen we achter.

40:52Als die wet ook behandeld wordt.

40:54In de heiligmaking.

40:55Het gaat niet alleen om onze werken.

40:58Het gaat niet alleen om onze woorden.

41:00Maar het gaat ook om onze gedachten.

41:02Een volkomen gehoorzaamheid, eist God.

41:06En komen we te meer erachter dat de allerheiligste in dit leven, de allervoernaamste gelovigen, niet verder zullen komen dan een klein beginsel van

41:18die ware, gode, verheerkende gehoorzaamheid.

41:23Het gaat er ook in dit gebod over het verbod om afbeeldingen te gebruiken.

41:30Misschien eerst voor de helderheid.

41:32Misschien zijn er wel kinderen in de kerk of jongeren die zeggen, ja, waar gaat het nu om in de katechismes?

41:40Er staat toch in Genesis 1 vers 26 dat God gezegd heeft, laat ons mensen maken naar ons beeld en naar onze gelijkenis.

41:52Naar Gods beeld geschapen.

41:55Dat is zo, maar dat beeld is niet vleeslijk.

41:59Want God is een geest.

42:01Maar het beeld Gods is de ware kennis, de gerechtigheid en de heiligheid.

42:07En de Heer heeft ons geschapen naar zijn beeld.

42:11Vast weten jullie nog wel van de categorisatielessen.

42:15Dat daar zijn onmededeelbare eigenschappen van God.

42:19Dat zijn eigenschappen die uitsluitend aan God toebehoren.

42:25En die nooit aan het schepsel...

42:28...gegeven zijn, ook nooit aan het schepsel meegedeeld zullen worden.

42:34Onmededeelbare eigenschappen.

42:36En dan moet u denken aan de alomtegenwoordigheid.

42:39Dan moet u denken aan de alwetendheid.

42:42Dan moet u denken aan de almacht.

42:44Dat zijn onmededeelbare eigenschappen.

42:47Die zullen nooit aan het schepsel gegeven worden.

42:51En zijn ook in de Statenrechtheid niet aan het schepsel meegedeeld.

42:56Daar zijn ook mededeelbare eigenschappen.

42:59Dat is goedheid, dat is liefde, dat is kennis, dat is gehoorzaamheid.

43:06Die eigenschappen zijn in God volmaakt en volkomen.

43:12Maar als u nu staat in de schrift dat u ons geschapen heeft naar zijn beeld.

43:16Om dan maar een voorbeeld te gebruiken voor de eenvoudigheid.

43:21Als we een munt hebben waar het beeldenis van de koning op staat.

43:26En we hebben een stuk klei of leem en we drukken die munt, dat afbeelden van de koning af in dat leem, in dat klei.

43:36Dan verliest die munt niets aan waarde.

43:40Die blijft van dezelfde waarde.

43:43Maar in die klei, in dat leem zien we dan de afbeelding afgedrukt.

43:49En zo heeft God die eigenschappen die in hem voorkomen zijn.

43:54Kennis.

43:55Gerechtigheid en heiligheid.

43:58Die heeft hij afgedrukt in het schepsel wat hij geformeerd heeft uit het stof der aarde.

44:05De mens is uit stof geschapen.

44:09Een levende geest is hem ingeblazen.

44:12En God heeft die volmaakte eigenschappen afgedrukt.

44:16Hij heeft ze volkomen.

44:18Maar hij heeft ze in het schepsel gelegd.

44:21Dat is geschapen naar Gods beeld.

44:24Maar u hoort het.

44:26Dat is geen vleeslijke zaak.

44:28Dat is geen tastbare zaak.

44:30Kennis, gerechtigheid.

44:32Kennis is de gemeenschap met God.

44:36Gerechtigheid is de gehoorzaamheid aan God.

44:38En heiligheid, dat is de zondeloosheid voor God.

44:42Dat zijn dus geestelijke zaken.

44:45Hij heeft ons geschapen naar zijn beeld.

44:49En vanavond gaat het er in de katechismes over.

44:53De heren niet mogen afbeelden op geen enkele wijze.

44:59Een uitdrukkelijk verbod.

45:02We hebben vanavond gelezen gemeente uit de profeet Ezekiel.

45:06Aangrijpend is dat.

45:08Als de heren zegt dat hij het volk uitgevoerd heeft uit Egypte.

45:14En hij had hun een land toegezegd.

45:16Vloeiende vermelken honing.

45:19En dan zegt de heren bij monden van die profeet.

45:23Ik wilde hen dit land geven het welke sierad is van alle landen.

45:28Maar zij hadden zich verontreinigd met de drekgoden van Egypte.

45:34Ze hadden allerlei afbeeldingen gemaakt van beesten en dieren.

45:39Terwijl ze daarin geknecht lagen, zwart van de dienstbaarheid.

45:45Maar volgens de profeet Ezekiel, volgens het spreken gods, hadden zij ondanks.

45:51De banden waarin ze verkeerden.

45:53Het woord wat tot hen klonk door Mozes.

45:58Die sprak van hun aanstaande redding en uitvoering uit Egypte.

46:04Maar ondanks dat bleven zij hangen aan die drekgoden.

46:09Maar zij waren weer wederspannig tegen mij.

46:12En wilden naar mij niet horen.

46:15Niemand, zo staat het gemeente.

46:18Dat volk, dat lag daar.

46:21Zwart van de dienstbaarheid.

46:23Bij de tichel steden neer.

46:25En dan zegt de heren.

46:26Niemand wierp te vervoeselen zijn er ogen weg.

46:31Nog verliet de drekgoden van Egypte.

46:34Zo ernstig toch de situatie.

46:36Dus terwijl dat volk nog in de banden lag.

46:39Schreeuwde van benauwdheid.

46:41En toch hingen zij de drekgoden van Egypte aan.

46:45De heren sprak van de belofte van het land.

46:49Van hun aanstaande verlossing.

46:51En niemand van hen wierp zijn vervoerselen weg.

46:56En daarom zei ik, zal mijn grimmigheid over hen uitgieten.

47:00Zal de toren over hen laten komen.

47:03Doch, ik deed het om mijn snaams wil.

47:06Zo staat er, opdat hij niet ontheiligd werd.

47:10En ondanks hun hang naar de drek goden.

47:14Hun ongerechtigheid en boosheid.

47:16Ik voerde hen uit Egypteland.

47:20En brachten in de woestijn.

47:21Nu zult u misschien begrijpen.

47:24Ook de jongens en meisjes vanavond in de kerk.

47:28Terwijl dat volk dan uitgevoerd werd.

47:31Met het bloed van het lam aan de zijpost.

47:34Aan de bovendorpel.

47:36Terwijl Egypte geslagen werd en de eerstgeborenen.

47:39En het volk uittoog.

47:42Beladen met de schatten van Egypte met gejuich.

47:45Aan de rode zeedag stond.

47:47En daar ook doorgevoerd werd door die wonderhand en trouw van God.

47:51En dan komen ze bij de berg Horeb.

47:54En dan sidderen ze en beven ze.

47:57Als daar de wet verkondigd wordt van de tien geboden van de berg Horeb.

48:02Toen de heren daar onder de tekenen van rook en vuur zijn tien woorden deed horen.

48:08Dan staat er toen het volk zoek zag.

48:11Weken ze af en stonden van verre.

48:15En ze zeiden tot Mozes, spreek gij niet voor ons.

48:18Tegen die grootheid, die majesteit en die heilige God.

48:23En Mozes ging de berg op.

48:25U kent de geschiedenis.

48:27Het duurde te lang gemeente.

48:29En wat deden ze onderaan die berg?

48:32Ze hadden zo gesidderd.

48:34Ze hadden zo gebeest.

48:35En ze verwielen weer tot de afgoderij.

48:39Tot het formeren van een gouden kalf.

48:42En dat gouden kalf zetten ze in het midden.

48:45En ze zeiden, dat is de Heere die ons uit Egypteland heeft uitgevoerd.

48:50Ze beelden hem af in een gouden kalf.

48:54Het vervoezel van Egypte.

48:57Zo dringend gewaarschuwd.

49:00Zo wonderlijk uitgeleid.

49:03Zo krachtig de prediking van de heilige wet van God.

49:07Aan de voet van de berg gestaan.

49:10En dan onderaan die berg.

49:12Als Mozes uitblijft.

49:15Een gouden kalf geformeerd.

49:16En gedanst.

49:18Een feest gevierd.

49:19Rond dat gouden kalf.

49:22De toren gods kwam openbaar.

49:24U kent de geschiedenis.

49:26En 3000 van het volk werden verslagen.

49:30Door de stam van Levi.

49:32Die aan deze afgoederij niet had meegedaan.

49:36En later komt die kalverdienst weer terug.

49:39Jerobeam.

49:40Die bang is.

49:42Dat er van dat tien stammenrijk te veel zullen afvallen aan het twee stammenrijk van Juda.

49:49Als ze naar Jeruzalem zouden optogen drie maal per jaar.

49:53Om daar de dienst des heren te vervullen.

49:56Hij bracht een alternatief aan voor het volk.

50:01Altaren te dan en altaren te betel.

50:04U behoeft niet zo ver te reizen.

50:06U behoeft niet meer naar Jeruzalem te gaan.

50:10Kalverdienst.

50:11Opnieuw de kalverdienst te dan.

50:14U

50:16hoort dan telkens dat sombere refrein in het Oude Testament.

50:20Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël zondigend deed.

50:26Elke koning die hem opvolgde, die handelde naar de wijze van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël zondigend deed.

50:37Het volk had in Jeruzalem moeten komen om de naam des heren daar te noemen.

50:43De waarachtige godsdienstgemeente is gegrond op de schrift.

50:49Op het woord van de levende God.

50:52De woordopenbaring.

50:54Door de kracht van de heilige geest.

50:57Geloof.

50:58Waar geloof.

51:00Is een geestelijke verlichting.

51:02Gewerkt door de heilige geest.

51:05Die de betrouwbaarheid.

51:07De waarachtigheid van het woord van God.

51:10Leert beleiden.

51:11Leert omhelzen.

51:13Leert eerbiedigen.

51:15Zich aan dat woord leert onderwerpen.

51:19En zich ook door dat goddelijke woord laat gezeggen.

51:23En het vlees van u en van mij.

51:27Dat wil zo graag tastbare zaken.

51:30Zichtbare zaken.

51:32Gevoelige zaken.

51:34Maar de Heer zegt.

51:36We hebben het gelezen uit de profeet Isaiah.

51:38Bij wie dan zult gij mij vergelijken.

51:42En welk gelijkenis zult u toch op mij toepassen?

51:47Als Jozua het volk ingeleid heeft in het land van der belofte.

51:53Dan geeft hij Jozua 24 een duidelijke afscheidsreden.

51:58En dan herinnert hij dat volk aan hun afkomst.

52:02Uit Abraham.

52:04Ze zijn gekomen van de overzijde.

52:06Uit het Urdagaldeen.

52:08Uit het heidendom.

52:10En ze zijn omringd door allerlei afgodische volken die de afgoden ook dienen.

52:16Zij hebben daar een plaats van afzondering.

52:19Wat gaat u doen?

52:21Met zo'n afkomst, met zulke verzoekingen en verleidingen om u heen.

52:27Dan zegt Jozua aangaande mij en mijn huis.

52:30Wij zullen den heren dienen.

52:33En dan zegt het volk ook, maar wij zullen dat ook doen.

52:36Ja, maar u kunt de heren niet dienen.

52:38Neem maar.

52:39Wij zullen ook de heren dienen.

52:42Die

52:44afbeeldingen gemeente die gemaakt werden.

52:46Dat is toch onzagelijk.

52:48Dat een grote schepper aller dingen.

52:51In een nietig onderdeeltje van zijn schepping afgebeeld wordt.

52:57En zo aangebeden en geprezen wordt.

53:01Een nietig afgodsbeeldje.

53:04Wat de plaats inneemt van de aanbidding.

53:08De grootmaking.

53:09Van de grote schepper aller dingen.

53:12U weet, Bach is een groot componist geweest.

53:16Heeft talloze orgelwerken geschreven.

53:19Maar als u nu één klein onderdeeltje van Bach zou nemen en u zou zeggen dat is Bach.

53:25Doet u toch hem, de gave die hij ontvangen had, geen recht.

53:30Rembrandt is een groot schilder geweest met talloze schilderijen.

53:34En als u nu één klein...

53:37pentekeningetje of schilderijtje van hem zou nemen en zou zeggen dat is Rembrandt, dan doet hij toch die schilder met zijn bijzondere gaven geen recht.

53:46Maar hoeveel te meer de grote schepper aller dingen.

53:50Als we zijn majesteit, zijn grootheid zien die hij gegeven heeft in zijn goddelijke werken van zon, maan en sterren, van aarde en zee, van

54:02bomen en planten, van vissen en vogels.

54:05Op allerlei wijze.

54:06En al die mensen.

54:08En u neemt dan één klein onderdeeltje uit die schepping.

54:12Een kalf.

54:13Of één of ander dier.

54:15En zoals dat volk dan zei.

54:17Dat is de Heere.

54:18Welke onrecht.

54:20Welke ontzaggelijke afgoderij.

54:22Welke smaadheid.

54:24Voor de grote schepper.

54:26Aller dingen om hem te vergelijken.

54:29Met de zon.

54:30Wat een stukje van zijn schepping is.

54:33Om hem te aanbidden in de maan of met de sterrenwereld.

54:38Of om hem af te beelden in een stuk hout of in een stuk steen.

54:42En daarvoor te krillen en te buigen.

54:45Of in de natuurverschijnselen zoals vroeger onze voorouders hem verheerlijk hebben.

54:51De god van de donder of van de oorlog.

54:55De hemellichamen.

54:57De profeet in Isaiah die zegt een man die gaat naar bos en die hakt een boom om.

55:04En van de ene helft van die boom, die werpt hij in het vuur.

55:07En hij zegt, ik word warm.

55:10En van die andere helft laat hij een afgodsbeeld snijden.

55:13En hij buigt zich daarvoor neer.

55:16Grote dwaasheid toch.

55:18Als we zo daarin zouden opgaan.

55:21Het volk Israël gemeente heeft de afgoden gediend van de omliggende volkeren.

55:26U kent de geschiedenissen wel uit het Oude Testament.

55:29Uit de tijd van de richteren.

55:31Uit de tijd van de koningen.

55:34waarin elke keer weer of het nu Baal was of andere namen...

55:39waar het volk zich verboog, waar koningen in voorgingen...

55:44met alle schandelijke gevolgen...

55:46en ook met alle plagen die daarom over hen gekomen zijn.

55:53Toen is de ballingschap gekomen.

55:55En na die ballingschap leest u niet meer van afgoden in de tempel.

56:00Dat is een goede les geweest.

56:03Maar toen kwam er een andere afgoderij.

56:06Toen kwam de eigen gerechtigheid.

56:08De werkheiligheid.

56:10Toen kwam het farisiësme dat kwam naar voren.

56:13Toen ging men op in het menselijke.

56:15In het vleeslijke.

56:17Misschien kent u dat ook al uit uw eigen leven.

56:20Eerst in de wereld geleefd.

56:22Uzelf uitgeleefd in de zonderdienst.

56:25En toen kwam er een breuk met de wereld en met de zonderdienst.

56:29En dan zoeken we de heren te behagen.

56:31We gaan breken met de zonde.

56:34We lopen het gevaar dat we wettig worden.

56:37Dat we in onze werken opgaan.

56:39We zijn toch nu beter.

56:41We doen beter.

56:42En kijk eens hoe we gevorderd zijn.

56:45Het gevaar van de eigen gerechtigheid en de werkheiligheid ligt er op de loer.

56:50Moeten we ook weer kwijt.

56:52We moeten ook leren verstaan dat al onze gerechtigheden een wegwerpelijk leed zijn voor God.

56:59En dat we op die wijze...

57:01Niet kunnen behagen.

57:03Maar als het dan vanavond gaat over beeldendienstgemeente.

57:07Ja, u zal zeggen, waar hebben we het over?

57:10Want er is nog niemand in de kerk of met ons meeluisterend.

57:13Die vanavond buigt voor een houten beeld.

57:17Of voor een stenen beeld.

57:18Dat doen wij gelukkig niet meer.

57:21Beelden maken van de levende God.

57:24Is dat zo?

57:26Maken wij geen beelden van de heren?

57:29Hebben wij geen bepaalde voorstelling van hem buiten het woord en los van het woord?

57:37Ik denk aan het beeld gemeente dat we maken.

57:39Het zal toch wel meevallen.

57:41Het zal toch zo ernstig niet zijn.

57:44Ja, er wordt gezegd eer dat hij de zonde ongestraft niet blijven.

57:48Heeft hij zich gestraft aan zijn eigen lieve zoon?

57:51Maar ach, het zal toch zo ernstig niet zijn.

57:54Kunnen we toch niet voorstellen dat de Heere zo met mij zal doen?

57:59Dat hij mij zal straffen.

58:01Dat hij mij in de hel zal werpen.

58:03Kunnen we ons toch niet voorstellen.

58:05Wij zijn toch keurig, netjes, kerkelijk, belevend.

58:08Dat zal toch wel voldoende zijn.

58:11Zo ernstig zal het niet zijn.

58:13Maar gedenk aan die wenende vrouwen achter de zaligmaker.

58:19En dat de zaligmaker zei, ween niet over mij.

58:22Maar ween over uzelf.

58:25Want als dit gebeurt aan het groene hout.

58:30Aan het dorre geschieden.

58:33Ja het beeldgemeente wat vele mensen hebben.

58:36Ook op het kerkelkerf.

58:37Ja maar zo hoeft het niet meer.

58:39Ja maar zo nauw ligt het niet.

58:41Zo precies moeten we het niet benemen.

58:44En toch staat er in de schrift.

58:46Indien de rechtvaardige nauwelijks zalig zal worden.

58:50Waar zal dan de goddeloze.

58:52Waar zal die dan verschijnen.

58:56Beeldgemeente.

58:57Wat we maken.

58:59Van onze schepper.

59:01Van ons onderhouder.

59:03Van onze rechtvaardige rechter.

59:06Wat niet in overeenstemming is met het woord van God.

59:11Ja, zegt een ander.

59:13God is liefde.

59:15Dat is zo.

59:16Zo staat het ook in de Bijbel.

59:18God is liefde.

59:20Maar wat bedoelt u daarmee?

59:23Welk beeld hebt u daarbij?

59:25Dat u de wereld handhaaft.

59:27Dat u leeft naar het goeddenken van uw eigen hart.

59:31En straks komt de dood en er zal God wel liefde zijn.

59:35Ja, dan hebt u een beeld van God gemaakt.

59:38Wat geheel buiten het woord, wat geheel niet naar de schrift is.

59:44God is liefde met een hoofdletter.

59:47De apostel Johannes zegt het duidelijk.

59:49Maar de schrift zegt die de naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.

59:56De apostel Paulus zegt, word.

59:59Deze wereld niet gelijkvormig.

1:00:02Duidelijke geboden die tot ons komen.

1:00:04En de apostel Johannes.

1:00:06Die zegt als onze broeder niet lief hebben.

1:00:09De liefde gods is niet in ons.

1:00:12En ook hij waarschuwt.

1:00:14Voor de vermenging met de wereld.

1:00:16En met de zonderdienst.

1:00:17Dus het is niet de liefde van toegefelijkheid.

1:00:21Het is niet zo'n liefde die gepaard gaat.

1:00:24Met een hartendienst aan de zonde.

1:00:27En aan de wereld.

1:00:28Integendeel.

1:00:30Als deze liefde ons hart ingenomen heeft.

1:00:34Dan heeft het ook een heiligende betekenis in die zin.

1:00:38Dat we begeren naar al Gods geboden te handelen en te wandelen.

1:00:44De tweede plaatsgemeente.

1:00:46Dan spreekt ook de katechist van de waarschuwing uit het woord.

1:00:49Geen beelden.

1:00:51Want de kerk wandelt door het geloof.

1:00:54En niet door de aanschouwing.

1:00:57Als schiende den onzienlijke.

1:01:00Zo wandelt de arme zon daar.

1:01:02Door de kracht van woord en geest in geloof.

1:01:06U ziet de uitbreiding gemeente bij dit gebod.

1:01:09Dat deze zonde van afgoderij.

1:01:12Door de heren zeer ernstig wordt genomen.

1:01:15Ze wordt bezocht aan het derde.

1:01:18En aan het vierde geslacht.

1:01:20Degenen die mij haten.

1:01:23Denk aan Jeroboam.

1:01:25En aan zijn nageslacht.

1:01:27Hoe de toren gods over hem gekomen is.

1:01:30Denk aan Agab, Isebel.

1:01:32Met hun schandelijke ba als dienst.

1:01:35Hoe de toren gods ook over zijn nageslacht gekomen is.

1:01:39Dat de Heer de opdracht gaf.

1:01:40Om dat geheel uit te roeien.

1:01:43Bedenkt dit ouders?

1:01:46Groothouders?

1:01:46Welk voorbeeld laten we na?

1:01:48En onze kinderen?

1:01:50En onze kleinkinderen?

1:01:51Wat denkt u?

1:01:53Als we gestorven zijn, wat zullen ze dan van ons memoreren?

1:01:57Wat is hen dan opgevallen in onze handel en in onze wandel?

1:02:01Kunnen we toch bij onszelf nagaan?

1:02:04Wat zal er dan nablijven in hen?

1:02:06Welk voorbeeld hebben wij gegeven?

1:02:08En wat weet u misschien zelf al van het voorgeslacht?

1:02:11Hoe dat in eenvoudigheid, in gebondenheid aan het goddelijke woord geleefd heeft.

1:02:17En licht mocht verspreiden.

1:02:21Soms met een lantaarn op de rug.

1:02:23Maar een zoutend zout in het midden van een krom.

1:02:26En van een verdraaid geslacht.

1:02:29Denk aan het huisgezin van Jacob gemeente.

1:02:32Hij bracht zijn gezin op de verkeerde plaats.

1:02:36Het was een aartsvader.

1:02:38Hij had de Heer beloofd.

1:02:39Te Bethel.

1:02:41Op deze plaats zal ik wederkomen.

1:02:43Als u me zeer gezegend hebt.

1:02:45Dan zal ik u de tiende geven aan u van alles wat ik bezit.

1:02:50En de Heer had hem gezegend.

1:02:52Hij was tot twee heren geworden.

1:02:55En hij stopte bij Sichem.

1:02:57En hij bouwde al daar een altaar.

1:03:01En zijn geliefde vrouw Rago, die had toch wel die terefin.

1:03:07Daar was ze toch wel zeer aan gebonden.

1:03:09Die had ze meegeroofd uit haar vaderlijk huis.

1:03:12En dan komt daar dat oordeel over Jacob en zijn huisgezin, Simeon en Levi.

1:03:18Dina die verontreinigd wordt.

1:03:20De moordpartij van Simeon en Levi.

1:03:24Kunt u zien, gemeente, als ouders kinderen op.

1:03:29De verkeerde plaats brengen.

1:03:32Als ouders aan de wereld meedoen.

1:03:35Wat dan het gevolg is.

1:03:37Dan spreekt Jacob met grote kracht.

1:03:40Doet weg de vreemde goden.

1:03:42Die in het midden van u zijn.

1:03:45Reinigt u.

1:03:46En verandert uw klederen.

1:03:49Verklaarders zeggen.

1:03:50Die kinderen droegen ook wereldse kleding.

1:03:53Die moesten ook weg.

1:03:55En toen sprak Jacob weer met kracht.

1:03:58Toen de heren tot Jacob sprak.

1:04:00Kwam er een duidelijke breuk en herstel.

1:04:03Doet weg de vreemde goden.

1:04:05Het waren er nogal wat.

1:04:07Kinderen hadden ook afgodsbeelden.

1:04:09Doet weg de vreemde goden die in het midden van u zijn.

1:04:12Reinigt u en verandert uw klederen.

1:04:16Kijk en als dan weer gebroken mag worden met de zonde.

1:04:20Als dan weer de begeerte komt om naar godsgeboden te leven.

1:04:24Als we dan een geestelijke opruiming mogen houden.

1:04:26En voor de heren mogen buigen.

1:04:29Dan staat er ook in datzelfde gedeelte van Gods heilige wet.

1:04:32En doet barmhartigheid aan duizenden der gelen.

1:04:36Die hem lief hebben en die zijn geboden onderhouden.

1:04:43We zijn ook tegen afbeeldingen van de zaligmaker.

1:04:46Tenminste persoonlijk ben ik daar ook tegen.

1:04:49Misschien denkt u daar anders over.

1:04:50Maar daar moeten we op tegen zijn.

1:04:54Op grond ook van de schrift.

1:04:57De zaligmaker staat afgebeeld.

1:04:59In het woord.

1:05:01En dan zegt Isaiah 53.

1:05:03Hij had geen gedaante.

1:05:05Nog heerlijkheid.

1:05:07Als we hem aanzagen.

1:05:09Zo was er geen gedaante.

1:05:10Nog heerlijkheid.

1:05:11Dat wij hem zouden begeerd hebben.

1:05:14U ziet allerlei platen.

1:05:16Allerlei afbeeldingen soms.

1:05:18Maar dat is niet nodig.

1:05:21Gemeente.

1:05:22De schrift hebben we.

1:05:23Het woord hebben we.

1:05:25We hebben geen platen.

1:05:26Geen afbeeldingen nodig.

1:05:28Als het gaat.

1:05:29Om de zaligmaker van zondaren.

1:05:32Het gaat om zijn waarachtige.

1:05:35Rechtvaardige menselijke natuur.

1:05:37Dat hij zo betaald heeft.

1:05:39Aan dat strafwijzend recht.

1:05:41En dat hij zo de verzoening.

1:05:43Teweeg gebracht heeft.

1:05:44Door zijn offer.

1:05:46Zijn schoonheid is een geestelijke schoonheid.

1:05:49Als hij aan beden wordt.

1:05:51Dan is het door het onderwijs van het woord.

1:05:54Wat de herders ontvingen.

1:05:56Van de engelen.

1:05:57En wat de wijzen ontvingen.

1:06:00Door het hemelse tekenen door de schrift.

1:06:02Zij aanbaden hem.

1:06:04Dan lag hij in de kribbe van Bethlehem.

1:06:08Hij is blank.

1:06:10Zo zegt de bruiter het hooglied.

1:06:12Zonder erfschuld.

1:06:14Zonder erfsmet.

1:06:15Rijn en zuiver.

1:06:17Dat is de schoonheid van de borg en middelaar bij zijn geboorte.

1:06:22En bij het kruis.

1:06:23Als hij zelfs verborgen is voor het oog van zijn discipelen op dat moment.

1:06:28Dan is hij rood.

1:06:30Dan betaalt hij aan het strafwijzend recht.

1:06:33Dat is zijn geestelijke schoonheid.

1:06:35En die draagt de meneer boven 10.000.

1:06:39Het gaat dus om het oog des geloofs.

1:06:42Daar wandelen die MS-gangers over de weg.

1:06:45Ze zijn hem kwijt naar hun beleving.

1:06:48En ze praten met smart over de omstandigheden waarin ze verkeren.

1:06:53En er komt de zaligmaker.

1:06:55Hoe gaat hij zichzelf bekendmaken?

1:06:58Hoe?

1:07:00Spreekt hij tot deze mannen.

1:07:02Het toont niet dat hij de Christus is.

1:07:05Hij zegt niet hier ben ik.

1:07:07Nee.

1:07:08Hij zegt oh gij onverstandigen en tragen van hart.

1:07:13Om te geloven.

1:07:14Al hetgeen.

1:07:16Mozes en de profeten.

1:07:18Wat in de schriften gesproken is.

1:07:20Moest de Christus niet al deze dingen leiden.

1:07:23En al zo in zijn heerlijkheid ingaan.

1:07:26Begonnen hebbende van Mozes en de profeten.

1:07:28Gaf hij een onderwijs.

1:07:30Toen gingen ze hem zien.

1:07:32In zijn noodzakelijkheid.

1:07:35In de betaling die hij verricht had.

1:07:38De voldoening die hij gegeven had.

1:07:40Aan het strafwijzend recht.

1:07:42De verzoening die hij teweeg gebracht had.

1:07:44Voor armen en verloren zondaren.

1:07:46En achteraf zeggen ze.

1:07:47Was ons hart niet brandende in ons.

1:07:51Toen hij tot ons sprak op de weg.

1:07:53En toen hij ons de schriften opende.

1:07:57Dus.

1:07:59Geen afbeeldingen.

1:08:00Van hem.

1:08:01Maar de tekening.

1:08:03In het woord van de levende God.

1:08:05Onderzoek de schriften.

1:08:07Die zijn het.

1:08:08Die van hem getuigen.

1:08:11Maar van mensen.

1:08:13Zo zegt de katechisme.

1:08:14Mogen wel afbeeldingen gemaakt worden.

1:08:16Ter herinnering.

1:08:18Niet tot verering.

1:08:20Zeker niet tot aanbidding.

1:08:22Maar ter herinnering.

1:08:24Ook van Gods kinderengemeente.

1:08:27Zet u niet op een voetstuk.

1:08:29Laat u niet Rooms worden wat dat betreft.

1:08:32In de Roomse kerk had je dan die heiligen die stonden dan hoog aan de muur.

1:08:36Dat waren toch zulke voorname mensen geweest.

1:08:39Zulke zondeloze schepselen.

1:08:41Die konden er ook zelfs voorbidding voor u doen.

1:08:44Die mocht u ook aanbidden.

1:08:46Laten we dat niet doen.

1:08:47Ook met Gods kinderen.

1:08:49Die hebben er zeker geen welgevallen in als u dat zou doen.

1:08:54Integendeel.

1:08:54U mag ze lief hebben om de genade Gods.

1:08:57U mag hun onderwijzingen ter harte nemen in zoverre die naar de schrift zijn.

1:09:03Want ook kinderen gods kunnen bepaalde wangedachten hebben.

1:09:09Cyprianus was een groot kerkvader.

1:09:11En Augustinus had een diep ontzag voor die kerkvader.

1:09:16Maar hij zegt, ik aanvaard hem in zoverre hij naar het woord spreekt.

1:09:23Dan aanvaard ik hem.

1:09:24Misschien had die man ook wel bepaalde dingen.

1:09:27Waarvan Augustinus in twijfel over was of dat wat naar de schrift was.

1:09:32Maar wat naar de schrift was, dat aanvaarde hij.

1:09:36Daar gaat het om gemeente.

1:09:38Dat we van Gods kinderen ook niet bepaald heilige maken in die zin.

1:09:43Alsof ze zonder gebreken, zonder tekorten, zonder zwakheden zijn geweest.

1:09:48En ook niet dat we hun weg die zij gegaan zijn.

1:09:53Waar de Heer hen in geleid heeft, geleerd heeft.

1:09:56Als normatief houden.

1:09:58Zo alleen kan het.

1:09:59En zo alleen moet het.

1:10:01Die wegen zijn onderscheiden.

1:10:03U vindt wel verschillende portretten.

1:10:05Van Gods kinderen in de schrift.

1:10:07Ik denk aan het portret.

1:10:09Wat de apostel Paulus.

1:10:11Door de kracht van de heilige geest.

1:10:13Laat zien van zichzelf.

1:10:15Waarvan ik de voornaamste ben.

1:10:17Dus hij zegt niet.

1:10:19Ik ben de meest bekeerde.

1:10:20Ik ben het meest vergevorderd.

1:10:23Hij zegt.

1:10:24Dit is een getrouw woord.

1:10:26Alle aanneming waardig.

1:10:28Dat Christus Jezus in de wereld gekomen is.

1:10:31Om de zondaren zadig te maken.

1:10:34Van welke ik de voornaamste ben.

1:10:39Sommige mensen, gemeenten die zijn zo vroom.

1:10:41Die zeggen er staat één fout in de Bijbel.

1:10:44Ik vind het verschrikkelijk.

1:10:45Er staat geen fout in de Bijbel.

1:10:46Die zeggen want ik ben nog een voornamer zondaar.

1:10:49Als u dat zo zegt.

1:10:51Dan bent u ver van de plaats van de ootmoed af.

1:10:53Dat durf ik u wel te zeggen.

1:10:55Staat geen fout in de Bijbel.

1:10:57De apostel heeft dat gezegd.

1:10:58Door de kracht van de heilige geest.

1:11:01Waarvan ik de voornaamste ben.

1:11:03Om daarin duidelijk te maken.

1:11:04De grote langmoedigheid van God.

1:11:06Dat is het portret wat hij geeft.

1:11:08De langmoedigheid van God.

1:11:11Die daarin schittert.

1:11:13Tot een voorbeeld van de langmoedigheid van God.

1:11:16Die in hem geloven zullen.

1:11:18Ten eeuwige leven.

1:11:20Zo schildert hij zichzelf af.

1:11:22Ook in het woord van God.

1:11:25Zal u nog een portret tonen uit de Bijbel.

1:11:28Van de moordenaar aan het kruis.

1:11:30Ook een portret.

1:11:32En daar schittert de diepte van Gods genade in.

1:11:35Van de vrijmacht van hem.

1:11:37Dat hij zo'n moordenaar.

1:11:40Op één dag.

1:11:41Binnen enkele uren.

1:11:43Een veel dieper gezicht.

1:11:45Een veel heerlijkere gezicht geeft.

1:11:47Op de Christen der schriften.

1:11:49Als de apostelen die drie jaar lang.

1:11:52Op de leerschool gezeten hebben.

1:11:54Wat een bewijs van de vrijmacht, van de almacht en van de rijkdom van Gods genade in die moordenaar.

1:12:03En als u dan toch wil weten wat ootmoed is, dan zou ik het portret van Rutte willen voorhouden.

1:12:09Die Rutte Moabitische.

1:12:11Wat een ootmoed bij die vrouw.

1:12:13Wat een hartelijke vernedering en onderwerping dat ze zo ootmoedig gemaakt wordt en blijft.

1:12:21Arme werk gaat doen op de akker van Boas.

1:12:24En als ze dan door Boaz aangesproken wordt vanwege de vrezen gods, vanwege haar onberouwelijke keuze.

1:12:32Ja, dan kan ze het niet ontkennen.

1:12:33Dan zegt ze dat je naar mijn hart gesproken hebt, Boaz.

1:12:38Hoewel ik niet ben als één uw dienstmaagde.

1:12:42Dan hebt u een portret wat ook betekent en inhoudt.

1:12:47En anderzijds gemeente, dan tekent ook de heilige schrift.

1:12:52De zonde van Gods volk uit.

1:12:55Opdat we niet op mensen zouden steunen.

1:12:59Ons betrouwen zouden stellen.

1:13:01Maar omdat we op de Heren zouden bouwen.

1:13:04En Hem voorberachtig zouden houden.

1:13:07Dan zijn die portretten ook van kinderen Gods.

1:13:09Soms met zwarte randen.

1:13:11Soms met strepen erdoor.

1:13:13Als het gaat over Simpson.

1:13:15Of als het gaat over Gideon.

1:13:17Als het gaat ook over David.

1:13:20Of over wie dan ook.

1:13:22Hun zonden worden niet verborgen gehouden.

1:13:26Ze worden ook opgetekend niet tot navolging.

1:13:29Niet tot verheffing van ons om erboven te staan.

1:13:33Maar tot waarschuwing en tot opwekking dat we te maken hebben.

1:13:40Met een warmhartig, genadig ontvermer in het hemelsheiligdom.

1:13:44Die zondaren zaligt om niet tot vertroosting ook.

1:13:49Als we zelfs struikelen.

1:13:51Of als we zelf ook zouden wankelen of vallen.

1:13:54De derde plaatsgemeente dan spreekt ons de katechisme van de onderwijzing van het woord.

1:14:00Vraag en antwoord 98.

1:14:01Maar zou men de beelden in de kerk als boekende leken niet mogen dulden?

1:14:08Nee, is het antwoord.

1:14:10Daarin was Calvin onderscheiden van Luther.

1:14:13Calvin moest niks hebben van beelden.

1:14:16Die wilde uitsluitend de verkondiging van het woord in de kerk.

1:14:19Maar Luther...

1:14:20Die vond het geen bezwaar dat de beelden in de kerk bleven staan.

1:14:24En die konden wel gebruikt worden ook als boeken der leken.

1:14:28Voor mensen die eenvoudig waren.

1:14:31Kijk, dat was de apostel Paulus, dat was Petrus.

1:14:34Boeken der leken, dan konden ze wat gemakkelijker de zaken misschien begrijpen.

1:14:41Ja, het is al gauw te moeilijk, gemeente de kerk, vindt u niet?

1:14:44Het is al gauw te moeilijk.

1:14:46Ja, het is zo moeilijk, ik begrijp het niet.

1:14:49Mag ik vragen hoeveel tijd u besteedt aan bijbelstudie door de week.

1:14:54Hoeveel tijd u bezig bent met de dingen van Gods Koninkrijk.

1:14:59Vergelijk het eens met de hobby die u hebt.

1:15:02Met de vrije tijd waar we die doorbrengen.

1:15:05Vaak komt het woord van God er maar karig vanaf, vindt u niet.

1:15:10We hebben vaak haast.

1:15:12We hebben een drukke agenda.

1:15:14We hebben veel bezigheden.

1:15:16We lijken niet zo op die lieden van Berea.

1:15:19Die onderzochten dagelijks de schriften.

1:15:23Of die dingen al zo waren.

1:15:25Daar zit het op vast.

1:15:27Kijk als we maar veel bezig ermee zijn.

1:15:30En bovenal als we vragen om de verlichting van de heilige geest.

1:15:34Dan wordt de moeilijkheidsgraad al spoedig voor ons weggenomen.

1:15:39Daarom kanttekeningen van de Statenvertaling.

1:15:43Wat zijn er ook talloze hulpmiddelen in ons binnen.

1:15:47De heer Jezus zegt in die gelijkenis van die rijke man.

1:15:51Mozes en de profeten is voldoende tot zaligheid.

1:15:57Neem vader Abraham.

1:16:00Maar als Lazarus uit de doden zal opstaan.

1:16:02Als zij Mozes en de profeten niet zouden horen.

1:16:06Als zou er iemand uit de doden opstaan.

1:16:09Ze zullen zich niet laten gezeggen.

1:16:11U en ik we hebben toch wel veel meer.

1:16:14In onze woning als Mozes en de profeten.

1:16:17Misschien nog wel een boekenkast vol.

1:16:19Misschien nog wel van het voorgeslacht.

1:16:21Moeten ze eens nakijken.

1:16:23Zitten er onderstrepingen erbij?

1:16:25Dat ze onderstreep zijn.

1:16:27Dat ze daar lering uit hadden.

1:16:29Of vertroosting in vonden.

1:16:31In datgene wat nagelaten is.

1:16:33Ook uit het voorgeslacht.

1:16:35Oh, als iets moeilijk is.

1:16:38Ja, dan moeten we er meer tijd voor vrijmaken.

1:16:40Dat is heel eenvoudig.

1:16:42Dan moeten we vragen om licht, om wijsheid.

1:16:45Die moorman vond het ook zo moeilijk.

1:16:47Hij begreep er niets van.

1:16:49En hij zegt tegen Philippus.

1:16:51Hoe zou ik toch kunnen zo mij niet?

1:16:54Iemand onderricht.

1:16:56En hij bad Philippus dat hij bij hem op de wagen zou komen zitten.

1:17:01Om hem onderwijs te geven.

1:17:04Dat is de weggemeente.

1:17:06Niet door stomme beelden erbij te halen.

1:17:10Zo zegt de katechismus.

1:17:12Niet zulke hulpmiddelen die onze aandacht wegnemen van het geschreven woord.

1:17:18Van de openbaring van de schrift.

1:17:20Van de verkondiging van het woord van de levende God.

1:17:24Oud testamentische schaduwdienst.

1:17:27Nieuwe testament.

1:17:28De volle openbaring.

1:17:31Waardoor zijn de meeste mensen bekeerd geworden.

1:17:34Door de verkondiging van het woord.

1:17:363000 op één keer.

1:17:38Volgende week zult u er ongetwijfeld...

1:17:41We leveren welzijn meer van horen.

1:17:433000 op één keer.

1:17:45Ik noemde jullie moorman.

1:17:47Dan komt Lydia, enkele vrouwen, bij de rivier onder de verkondiging van het woord.

1:17:54En de Heer opende haar hart, zodat ze acht nam op hetgeen van de apostel Paulus gesproken werd.

1:18:01Geen beelden, geen stomme beelden.

1:18:05In de prediking van het woordgemeente moeten we ook maar voorzichtig zijn met allerlei verhaaltjes.

1:18:11Soms is dat de gewoonte dat er allerlei verhaaltjes ook door de prediking heen klinken.

1:18:18Het is me wel eens opgevallen als er een verhaaltje verteld wordt, wordt het muistil in de kerk.

1:18:23En het woord dan, het spreken gods dan, dat is toch van veel meer waarde als verhaaltjes, vertelsels van mensen, kinderen.

1:18:32Te oppassen dat de bediening van het woord, dat moet woordbediening zijn.

1:18:38Predik het woord, zegt een apostel Paulus.

1:18:41Houd aan tijdelijk, ontijdelijk bestraf.

1:18:45Wederleg en vermaan in alle langmoedigheid en leer.

1:18:51Ik hoor al iemand denken.

1:18:53Maar de heer Jezus gebruikte ook gelijkenissen.

1:18:56U hebt gelijk.

1:18:57Maar is het u wel eens opgevallen.

1:19:00Dat die gelijkenissen een diepte hadden.

1:19:03Die niet direct verstaan werden.

1:19:06Er staat dat de discipelen vragen.

1:19:10Eenvoudig beeld.

1:19:11Een zaaier die uitgaat om te zaaien.

1:19:13Een visser die het net uitwerpt om te vissen.

1:19:17En dan zegt de discipelenvraag.

1:19:20Heren, verklaar ons deze gelijkenis.

1:19:24En dan zegt de zaligmaker.

1:19:26U lieden is het gegeven de verborgenheden gods te verstaan.

1:19:31Maar tot de anderen spreek ik in gelijkenissen.

1:19:34Opdat ze horende horen en niet verstaan.

1:19:39Het was niet altijd voor de gemakkelijkheid zo'n gelijkenis.

1:19:43Maar als u gaat vragen, verklaar het ons.

1:19:47Dan geeft de Heer onderwijs.

1:19:49We moeten oppassen, gemeente, dat u niet met een verhaaltje naar huis gaat.

1:19:54Maar dat u met een schrift naar huis gaat.

1:19:57En als het verhaaltje langer blijft hangen dan het schriftwoord...

1:20:02dan zijn we met een stom beeld naar huis gegaan.

1:20:06En niet met de levende verkondiging van het woord van God.

1:20:10Daar gaat het om.

1:20:11Het woord David vroeg.

1:20:13Maak in uw woord mijn gang.

1:20:16En mijn treden vast.

1:20:18De schat van het woord.

1:20:20Waar steeds nieuwe en oude dingen uitgenomen moeten worden.

1:20:25De schrift die spreekt.

1:20:27Dan zegt een apostel.

1:20:28En dit is het woord.

1:20:31Wat onder u verkondigd is.

1:20:34En hoe zalig.

1:20:35Is dat volk wat dat geklank kent.

1:20:38We gaan dat ook eerst zingen uit psalm 89.

1:20:41En daarvan het zevende vers.

1:20:43Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort.

1:20:47Zij wandelen heren in het licht.

1:20:49Van het goddelijke aanschijnwoord.

1:20:52Het zevende vers van psalm 89.

1:20:55Als

1:20:56[GEZANG]

1:23:45de apostel Peter is gemeente gezalfd door de heilige geest.

1:23:49Op de dag van pinsteren.

1:23:50Zijn mond opent.

1:23:52Dan verklaart hij de schrift.

1:23:54Dan predikt hij vanuit de schrift.

1:23:57De Christus der schriften.

1:23:59Die jij niet gekruisigd hebt.

1:24:02Gaat het woord open.

1:24:03Schat van het woord.

1:24:05En als de apostel Paulus tot apostel geroepen wordt.

1:24:10Dan staat er in het woord handelingen 9.

1:24:13Hij predikt het.

1:24:14Daar stond Christus.

1:24:16Dat hij de zoon van God is.

1:24:18Grijpt u het.

1:24:19Het woord gaat open.

1:24:21En de Christus wordt verkondigd.

1:24:23Die alle eer, alle aanbidding waardig is.

1:24:27Die heeft de strijd gestreden.

1:24:29Die is afgedaald uit de schooters vaders.

1:24:33Die heeft de prijs betaald.

1:24:35Die heeft de worstelingen gekend.

1:24:38De zegen verworven.

1:24:39En die heeft ook geboden aan de apostelen.

1:24:42Er moet in mijn naam gepredikt worden.

1:24:46Bekering en vergeving van zonde.

1:24:49Onder alle volken.

1:24:51Beginnende te Jeruzalem.

1:24:53Dat is toch duidelijk die opdracht.

1:24:55Dat is toch helder.

1:24:57Zoals het in de schrift staat.

1:24:59Dat is toch een duidelijke opdracht die dan gegeven wordt.

1:25:03Door de koning der kerk.

1:25:06Gods woord te prediken.

1:25:07Bron voor de prediking is de schrift.

1:25:11En u en ik hebben een hang.

1:25:13Naar het tastbare.

1:25:15Naar het zichtbare.

1:25:17Naar het gevoelige.

1:25:18Als we daar nu een beetje in gebouwd worden.

1:25:21En daar het een en ander van mogen horen.

1:25:24Maar de schrift.

1:25:26We moeten afgebroken worden.

1:25:28Achteruit minder worden.

1:25:30Arme zonder worden.

1:25:32En blijven.

1:25:33Hij moet wassen.

1:25:35Zo zei Johannes de Doper.

1:25:37Ik moet minder worden.

1:25:39Hij zei niet ik ben een keer minder geworden.

1:25:41Ik moet minder worden.

1:25:44En als er een die van de moeder schoot.

1:25:46Geroepen en afgezonderd was.

1:25:48Dan was het toch Johannes de Doper.

1:25:51En die gaf dat getuigenis.

1:25:54Kijk de vorste duisternis die praat de zonde goed.

1:25:57Zit hier toch niet in.

1:25:59Wat maakt dat nu uit.

1:26:01Hij vergoeilijkt de zonde en de zondedienst.

1:26:04Die en die doet het toch ook.

1:26:06Kunt u toch wel ook doen.

1:26:08U kunt er toch wel in meegaan.

1:26:10Om u te verleiden.

1:26:11Dat doet de schrift niet.

1:26:13Dat doet het woord van God niet.

1:26:15Die geeft een helder duidelijk geluid.

1:26:19Trekt zuivere grenzen.

1:26:21En roept ons op tot een volkomen gehoorzaamheid aan zijn geboden.

1:26:27En als we de zonde gedaan hebben, dan toont de vorst de duisternis.

1:26:31De diepte van onze schuld en de vloek over onze zonden.

1:26:36En dat we nooit meer bekeerd kunnen worden.

1:26:39Dat er geen weg, geen middel meer voor ons is.

1:26:42Vooral als we een godzoeker worden.

1:26:45Als het waarheid wordt in ons hart.

1:26:47En ook dat zegt de schrift niet.

1:26:50Altijd de schrift gemeten.

1:26:51Dan klinkt vanuit het woord dat er nog een middel in weg is.

1:26:55Voor de voornaamste der zondaren.

1:26:58Dat de Heere lang moedig is, niet willend dat enigen verloren gaan.

1:27:02Maar dat we tot berachtige bekering komen.

1:27:05Ziet, het woord is ontdekkend, schuldigstellend, vermanend.

1:27:12Maar ook vertroostend, onderwijzend, moedgevend.

1:27:17Bewarend voor de wanhoop.

1:27:19Gevende een gegronde hoop buiten onszelf.

1:27:22In de Christus der schriften.

1:27:24De zaligmaker van zondaren.

1:27:27En ons niet door allerlei beelden buiten dat woord om laten leiden.

1:27:33Arme mensengemeenten in de middeleeuwen.

1:27:36Die op de heilige gewezen werden.

1:27:40Waar de schrift geen enkele grond voor geeft.

1:27:42Die stenen beelden aanbaden.

1:27:45Wat de schrift zo duidelijk afwijst.

1:27:49Die door hun goede werken hun plichten.

1:27:52Minder de zaligheid te kunnen verdienen.

1:27:55Waar het woord zo scherp afwijzend over is.

1:27:59Maar u en ik.

1:28:00Wij ook verkeerend onder het woord.

1:28:02Onder de boodschap van wet en evangelie.

1:28:05Hoe staan we tegenover hem.

1:28:08Onze schepper.

1:28:10Onze getrouwe onderhouder.

1:28:13Straks onze rechtvaardige rechter.

1:28:15Die van het verderf ons leven wil verschonen.

1:28:19Met goedheid en barmhartig heen ons kronen.

1:28:22Die in onze nood de redder wil zijn.

1:28:25En tot ons komt in het gewaad van het woord.

1:28:28Het geloof is uit het gehoor.

1:28:32En het gehoor door het gepredikte woord.

1:28:37Dus geloof is de aanvaarding van de berachtige waarheid van het woord.

1:28:43Het is de vaste grond der dingen die men hoopt.

1:28:47En het bewijst er zaken die men niet ziet.

1:28:51Hebreeu 11 vers 1.

1:28:54Dat is het wezenlijke van het geloof.

1:28:57Een vaste grond der dingen die men hoopt.

1:29:00En die hoop wordt gewerkt door de geest.

1:29:03Een verlichting in uw verstand.

1:29:06En een onderwijzing in uw hart.

1:29:10Dat u godsgetuigen is.

1:29:13Dat dierbare evangelie voorberachtig houdt.

1:29:17Daarop betrouwt, daarna hongert en daarna dorst.

1:29:21Maak in uw woord, dat is bijbelsbevinding gemeente.

1:29:25Maak in uw woord mijn gang en treden vast.

1:29:30Merk op mijn ziel wat antwoord God u geeft.

1:29:34Hij spreekt gewis tot elk die voor hem leeft.

1:29:37En dan staat er nog in de schrift, hoort, niet ziet.

1:29:42En niet of u ook wat gevoeligheid hebt.

1:29:45mag u soms hebben, is groot, maar is weer van voorbijgaande aard, is niet de grond voor het geloof.

1:29:52De grond voor het geloof is de zuivere, berachtige waarheid van het woord.

1:29:58Dat het een harte zaak voor ons mag zijn.

1:30:01En liefde werkt de dienst van de levende God.

1:30:04Zegt David gemeen toe, zoet zijn mij uw redenen geweest.

1:30:10Ziet nogmaals hoe hij handelt met die emmersgangers.

1:30:14Hij zegt niet hier ben ik.

1:30:16U hoeft niet langer in droefheid te verkeren.

1:30:20Wees verblijfd.

1:30:21Hier sta ik.

1:30:22Dat zegt hij niet.

1:30:23Hij zegt ook niet tegen hem een scharpe.

1:30:25Jullie zijn toch bekeerd.

1:30:27Jullie weten toch wel wat er in je leven gebeurd is.

1:30:30Het woord is je toch niet onverschillig.

1:30:32Je hebt toch wel eens aan de voeten van de zaligmaker gezeten.

1:30:36Dat ook allemaal niet gemeente.

1:30:38Hij zegt oog hij overstandigen.

1:30:41Tragen van hart.

1:30:42Om te geloven.

1:30:44En die opent de schrift.

1:30:45En die toont een geestelijk beeld van zijn noodzakelijkheid.

1:30:51Van zijn onmisbaarheid.

1:30:53Van zijn volkomen middelaarsarbeid.

1:30:56Van zijn dierbaarheid.

1:30:58Van zijn gepastheid.

1:31:00Van zijn almachtige kracht en gewilligheid.

1:31:03Om armen verloren zondaren zalig te maken.

1:31:07Ja, kijk, dat beeld moeten wij wel gelijk worden.

1:31:10De avondzang die zegt...

1:31:14Maak ons uw beeld gelijk.

1:31:17Hoe komt u aan dat beeld?

1:31:19Komt herwaarts tot mij.

1:31:22Allen die vermoeid en belast zijn.

1:31:25En ik zal u rust geven.

1:31:27En dan komt het beeld.

1:31:28En leert van mij dat ik zachtmoedig ben.

1:31:32En nederig van hart.

1:31:34En gij zult rust vinden voor uw zielen.

1:31:37Ja, dan mogen we vragen.

1:31:39O zoon, maak ons uw beeld gelijk.

1:31:42Zo wie achter mij wil komen.

1:31:45Die verlogenen zichzelf.

1:31:48Die nemen zijn kruis op.

1:31:50En die volgen wij.

1:31:52Wel nu gemeente.

1:31:53Het woord van de levende God.

1:31:55Dan zegt de apostel Petrus.

1:31:58Wij hebben het profetische woord.

1:32:00Wat zeer vast is.

1:32:02En gij doet wel.

1:32:03Als gij daarop acht geeft.

1:32:05Als op een licht schijnende in de duistere plaats.

1:32:09Totdat de dag aanlichtte.

1:32:12En de morgenster Christus Jezus opga in uw harten.

1:32:17Amen.

1:32:18Eindigen wij met het gebed.

1:32:22Heere, gij bracht ons in uw trouwe goedheid ook in dit avontuur hier samen.

1:32:27Schenk zo toch de toepassende kracht van het beleidende schrift op ons hart.

1:32:35Opdat datgene wat we beleiden doorleefd mag worden.

1:32:40Ervaren mag worden.

1:32:42Ondervonden mag worden.

1:32:43Om werkelijk af te zien.

1:32:46Van alles wat buiten u is.

1:32:49Wat geen waarde heeft.

1:32:52En te leren zinken.

1:32:54En zakken in geestelijke zin.

1:32:56Op dat betrouwbare goddelijke woord van u.

1:33:00De openbaring van hem.

1:33:02De dierbare evangelie.

1:33:05Ontferming zo naar uw barmhartigheden.

1:33:08Weer ons zo gedenken heren.

1:33:10O.

1:33:11In deze nieuwe week die we begonnen zijn ons kracht te geven.

1:33:15Tot de arbeid die verricht moet worden waar u ons ook gesteld hebt.

1:33:19Ons bewaren en behoeden op en over de wegen.

1:33:22Ons lust geven om uw woord te onderzoeken, te lezen.

1:33:27Schenk zo ook het bruidspaar.

1:33:30Uw zegen ook als ze voor u hopen te verschijnen.

1:33:33Ook op die voor hen en hun familie zo belangrijke dag.

1:33:38Gedenk ze nu getrouw ontferming.

1:33:41Gedenk ook de predikant op wie uw beroep is uitgebracht.

1:33:44Geef hem ook licht en wijsheid om ook daar in uw weg te gaan.

1:33:49Kon het zijn dat ook dit deel uw erven verblijkt mocht worden met uw daden.

1:33:55Heren ontferm u zo naar uw warmhartigheden.

1:33:58In de genadige vergeving van al het zondige.

1:34:01In het spreken en bij het luisteren.

1:34:04Wij vragen u dit om Jezus willen.

1:34:06Uit genade.

1:34:08Amen.

1:34:10Wij zingen tot slot uit Psalm 43, een dag van het derde en het vijfde vers.

1:34:16Psalm 43, vers 3.

1:34:18Zend, Heren, uw licht en waarheid neder.

1:34:21En breng mij door die glansgeleid tot uw gewijde tenten weder.

1:34:26En ook het vijfde vers, mijn ziel, hoe treurt ge dus verslagen.

1:34:30Psalm 43, vers 3 en 5.

1:34:33[GEZANG]

1:38:35Gaat u heen in vrede, dragende de zegen des Heren.

1:38:38De Heren zegenen u en behoeden u.

1:38:42De heren toe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig.

1:38:47De heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.

1:38:53Amen.

1:38:54[GEZANG]