0:00[GEZANG]
9:21Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die trouwe
9:33houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
9:41Amen.
9:43Genade, barmhartigheid en vrede, zij u van God den Vader.
9:50Door Christus Jezus zijn Zoon in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
9:59Amen.
10:02Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 30.
10:06En daarvan het tweede en het achtste vers.
10:09Psalm 30 vers 2.
10:11Mijn God, gij hebt mij op mijn klacht genezen en mijn smart verzacht.
10:16Gij hebt mijn ziel door angst beroerd.
10:19Als het het graf weer opgevoerd en ook het achtste vers.
10:22Gij hebt mijn weeklacht en geschrij veranderd in een blijde rij.
10:27Psalm 30, het tweede en het achtste vers.
10:30We
10:30[GEZANG]
15:01openen Gods heilig en dierbaar woord in het evangelie van Johannes.
15:05Daarvan nadert het elfde hoofdstuk te beginnen bij vers 38 tot en met 57.
15:12Ik noem u als onze schriftlezing Johannes 11 te beginnen bij het 38e.
15:18Tot en met het 57ste vers.
15:21Nog vooraf doen wij beleidenis van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
15:26Met de woorden van de twaalf artikelen.
15:30Ik geloof in God den Vader, den Almachtige.
15:36Schepper des hemels en der aarde.
15:39En in Jezus Christus, zijn enige geboren zoon, onze Heren.
15:45Die ontvangen is van den heiligen geest.
15:49geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter
16:01helle.
16:02Ten derde dagen wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand gods des almachtigen vaders.
16:15Van waar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
16:22Ik geloof in den heiligen geest.
16:26Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.
16:32De gemeenschap der heiligen.
16:36Vergeving der zonden.
16:39Wederopstanding des vleesjes.
16:41En een eeuwig leven.
16:45Ik noemde u als onze schriftlezing Johannes 11 te beginnen bij het 38e vers.
16:51Waar Gods woord als volgt tot ons komt.
16:54Jezus dan wederom in zichzelf een zeer bebogen zijnde kwam tot het graf.
17:02En het was in Spelonk en een steen was daar opgelegd.
17:07Jezus zei er neemt een steen weg.
17:10Marta de zuster is gestorvenen.
17:14Zijde tot hem, Heren, hij riep nu al, want hij heeft vier dagen al daar gelegen.
17:21Jezus zeide tot haar, heb ik u niet gezegd, dat zo gij gelooft, gij de heerlijkheid God zien zult.
17:29Zij namen dan de steen weg waar de gestorvenen lag.
17:33En Jezus schreef de ogen opwaarts en zei, Vader, ik dank u dat gij mij gehoord hebt.
17:40Doch ik wist...
17:42dat gij mij altijd hoort, maar om der scharen wil die rondom staat, heb ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven dat gij mij gezonden hebt.
17:55En als hij dit gezegd had, riep hij met grote stem, Lazarus, kom uit.
18:01En de gestorvenen kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken.
18:07En zijn aangezicht was omwonden met een zweedoek.
18:11Jezus zeide tot hen, ontbind hem en laat hem heen gaan.
18:16Velen dan uit de Joden die tot Maria gekomen waren en aanschouwd hadden hetgeen Jezus gedaan had, geloofden in hem.
18:27Maar sommigen van hen gingen tot de fariseeën en zeiden tot hen hetgeen Jezus gedaan had.
18:35De overpriesters dan en de fariseeën vergaderden den raad.
18:40En zeiden wat zullen wij doen.
18:42Want deze mens doet vele tekenen.
18:46Indien wij hem al zo laten geworden.
18:49Zij zullen allen in hem geloven.
18:52En de Romeinen zullen komen en wegnemen.
18:55Beide onze plaats en volk.
18:58En een uit hen namelijk Kajefas.
19:01Die deszelfde jaars hoge priester was.
19:05Zeiden tot hen gij verstaat niets.
19:07En gij overlegt niet dat het ons nut is.
19:11Dat één mens sterven voor het volk.
19:14En het gehele volk niet verloren gaat.
19:17En dit zeide hij niet uit zichzelf.
19:20Maar zijn de hoge priesters deszelfdejaars profiteerde hij.
19:24Dat Jezus sterven zou voor het volk.
19:28En niet alleen voor dat volk.
19:30Maar omdat hij ook de kinderen gods die verstrooid waren.
19:33Tot één zou vergaderen.
19:36Van die dag dan af raadslaagde zij tezamen.
19:40Dat zij hem doden zouden.
19:43Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder Joden.
19:47Maar ging vandaar naar het land bij de woestijn.
19:50Naar de stad genaamd Efraïm.
19:52En verkeerde al daar met zijn discipelen.
19:56En het paasga der Joden was nabij.
19:59En velen uit het land gingen op naar Jeruzalem.
20:02Voor het paasga opdat zij zichzelf reinigden.
20:07Zij zochten dan Jezus.
20:09[GEZANG]
20:28Tot zover de schriftlezing.
20:31Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
20:38Almachtige.
20:52Dat we dat mogen gevoelen en ervaren, ondervinden en beleven.
21:02Dat het uw getuigenis is wat eeuwig zeker is.
21:07En wat aan slechte ware wijsheid leert.
21:11Dat het niet eens mensenwoord is.
21:13Maar dat het de woorden en de werken van u zijn.
21:17De drie enige.
21:19Die gij geopenbaard hebt in uw goddelijk getuigenis.
21:23En door al de tijden heen.
21:25Door al de stormen en aanvallen van de macht van de vorste duisternis.
21:30Bewaard hebt.
21:31Hebt u verkondigen in allerlei delen van de wereld.
21:36In allerlei talen, onder allerlei volkenen.
21:39Maar ook in dit avontuur komt u met uw eeuwig blijvend getuigenis tot een ieder onze.
21:46Schenk dan, Heere, oren om te horen en een hart om uw woord op te merken en te bewaren.
21:54Dat door de werking van uw heilige geest uw getuigenis op onze harten gebracht mag worden.
22:00Kracht mag doen en vrucht zal mogen dragen.
22:04Uw naam ter eer.
22:06En onze zielen tot zaligheid.
22:09Bijzonder ook als u op deze dag niet alleen met het hoorbare, maar ook met het zichtbare, tastbare evangelie onder ons gekomen zijt.
22:19De prediking van het woord, maar ook de verkondiging door middel van de tekenen en zegelen van dat verbond wat van geen wankelen weet.
22:29Wat voortgekomen is uit die innerlijke bewegingen der barmhartigheid van u.
22:35Waardoor u gezonden heeft uw Zoon om die warmhartigheid in de weg van rechten van gerechtigheid te ontsluiten.
22:44Door het bitter lijden en sterven aan het vloekhout van het kruis.
22:49Heere schenkt ons een hart om dat recht te overdenken.
22:54Daarbij stil te staan bij stilgebracht te worden.
22:58En dat uw woord kracht mag doen tot roem van uw genade aan onze harten.
23:03Bij jong en oud.
23:06Een klein en groot zoals we hier samengekomen zijn.
23:09Zoals er meegeluisterd wordt.
23:12Weet u hoe het vanmorgen met een ieder geweest is.
23:16Het zij in het komen tot de tafel.
23:18Het zij in het afblijven en wat de redenen daarvan waren.
23:22Het is u op het aller volmaakt bekend.
23:25U bent de hartekender.
23:27U weet van onze overwegingen.
23:30Van onze noden en zorgen en zonden.
23:34Van onze bezwaren.
23:36Of hoe het ook geweest is.
23:38Ontferm u zo nog.
23:39Naar de menigvuldige rijkdom.
23:41Van uw barmhartigheid.
23:44In uw woord ook zegenen.
23:46Overal waar het gepredigd wordt.
23:48Ten midden van ons volkenland.
23:50Maar ook buiten onze grenzen.
23:52Als evangelisatie.
23:55Als zending.
23:56Als diakonale werkzaamheden.
23:58Ook uit het midden van deze gemeente.
24:00Verricht worden.
24:02Heren.
24:02Wil daar uw zegen aan verbinden.
24:05Gedenk u ze op die vooruitgeschoven posten.
24:08Schenk u hulp, uw kracht, uw bijstand.
24:12En dat het ook tot zegen mag zijn.
24:15Wil ook uw volk Israël gedenken.
24:18U kent ook daar de omstandigheden.
24:22Oorlog waarin ze gewikkeld zijn.
24:24De strijd die gevoerd wordt.
24:27De tegenstand die ervaren wordt.
24:30Wil gij ze gedenken naar uw trouwverbond wat van het eenwankerde weet.
24:35Het is toch uw volk wat u afgezonderd apart gezet hebt.
24:40En door al de tijden heen.
24:43Wie die plaats gegeven hebt in het land der beloften.
24:46Wil ze gedenken in de tijdelijke omstandigheden.
24:51Maar ook geestelijke zegeningen schenken.
24:54Uit uw trouw en zout verbond.
24:56Gedenk u heer uw kerk waar vervolging.
24:59Waar verdrukking is.
25:01Waar doodsbedreigingen geuit worden.
25:04Of kerken in brand gestoken of verboest worden.
25:07Wil toch in al die omstandigheden.
25:10Nog uw hulp, uw bijstand betonen.
25:13Staande houden.
25:14Als daar de verdrukking is.
25:17Vertroosten als er gevangenschap is.
25:20Ontferm u zo naar uw barmhartigheden.
25:23Ja, wil deze ganse schepping gedenken.
25:26Na de zondeval buiten het paradijs.
25:29Met doornen en disselen begroeid.
25:32In de duisternis gehuld.
25:34Zo spreekt uw woord over onze bedeling.
25:38Wil dan ook te midden van alle gerichten en kastijdingen die over de aarde gaan.
25:44Toch zegeningen schenken dat opgemerkt mag worden.
25:48Dat gij God zijt.
25:50Dat gij regeert door alles heen.
25:53Uw raad volvoert.
25:55Wil ook gedenken ons land, ons volk.
25:58En de overheid die over ons gesteld is, zo pas is aangetreden.
26:04Maar die toch met grote zorg vervult.
26:07Gezien het verval van de normen en waarden van uw woord.
26:11De geringschapping van het ongeboren leven.
26:15En van het oude leven van gehandicapten.
26:18De zorgen rondom uw dag en uw dienst.
26:22De toename van vreemde godsdiensten.
26:26Heren, wil toch uw gunst nog betonen.
26:29Breng ons weder, o God, ons huis.
26:32Het doet er niet uw toornigheid over ons.
26:35Gedenk ook het vorstenhuis.
26:38Schenk ook daar bekerende, hartvernieuwende genade.
26:42Wil zo uw hulp, uw bijstand betonen.
26:44Ook in het kerkelijke leven.
26:47Ondanks alle verscheurdheid en verdeeldheid.
26:50Uw kerk, uw gemeente bijeen vergaderen.
26:54En dat doet u toch onder en door de verkondiging van uw woord.
26:57Naar uw welbehagen.
26:59Door die levendmakende kracht van uw geest.
27:03Uitsluitend vanwege dat enige offer.
27:06Van hem de voorspraak voor overtreders.
27:10Die aan uw rechterhand zit.
27:12Gedenk ons dan ook in dit avontuur.
27:14Bij het spreken, bij het luisteren.
27:17Alleen om zijn het wil.
27:20Uit enkel genade om Christus willen.
27:24Amen.
27:29Gemeente, de kern van het evangelie wordt samengevat door de zonen gods.
27:33Als hij zegt de doden zullen horen.
27:36De stem van de zonen gods en die ze gehoord hebben.
27:40Die zullen leven.
27:42Wanneer de bekende Erskine, Erskine, Schotse prediker.
27:47Over die tekstwoorden een preek schrijft.
27:50Dan begint hij zijn preek.
27:52Met te zeggen nu is er niemand.
27:53In deze vergadering aanwezig.
27:56Voor wie deze boodschap.
27:59Geen hoop kan geven.
28:01Dat de Heere komt.
28:03Het adres van het evangelie.
28:05De doden.
28:06De prediking van het woord.
28:08Zullen horen.
28:09En in die prediking wordt gehoord.
28:11Geen mensenstem.
28:12Maar de stem van de zonen gods.
28:15Het is niet alleen de boodschap van het evangelie.
28:19Waarin geestelijk.
28:21Dit bedoeld wordt, maar ook zelfs letterlijk.
28:24Hoort een dode de stem van de zonen gods en komt tot leven.
28:29We willen de geschiedenis vervolgen in Johannes 11.
28:33En nu aan de hand van vers 43 tot en met 46.
28:38Deze dienst van nabetrachting, Johannes 11, vers 43 tot 46.
28:45Waar Gods woord als volgt tot ons komt en als hij dit gezegd had, riep hij.
28:50Met grote stem, Lazarus, kom uit.
28:54En de gestorvenen kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken.
29:00En zijn aangezicht was omwonden met een zweedoek.
29:04Jezus zei er tot hen,
29:06ontbind hem en laat hem heen gaan.
29:09Vele dan uit de Joden die tot Maria gekomen waren.
29:13En aanschouwd hadden het geen Jezus gedaan had, geloofden in hem.
29:19Maar sommige van hen gingen tot de fariseeën en zeiden tot hen hetgeen Jezus gedaan had.
29:27Onze tekstwoorden gemeente die spreken over de komst van Christus.
29:31Ten eerste tot opwekking, ten tweede tot verlossing, ten derde tot overtuiging en ten vierde tot verharding.
29:41De komst van Christus tot opwekking ten eerste, ten tweede tot verlossing, ten derde tot overtuiging.
29:49En ten vierde tot verharding.
29:51Maar voordat wij hier nader bij stil hopen te staan.
29:55Gaan we weer zingen uit Psalm 126.
29:58En daarvan het tweede en het derde vers.
30:01Psalm 126 vers 2.
30:04God heeft bij ons wat groots verricht.
30:07Hij zelf heeft onze druk verlicht.
30:09Hij heeft door wonderen ons bevrijd.
30:12Die zuigen wij en zijn verblijkt.
30:15En ook het derde vers die hier bedrukt.
30:18Met tranen zaait, zal juichen, als hij vruchten maait.
30:23En evenals vanmorgen, de mededelingen, dinsdagavond 10 maart.
30:30Is er een opvoedingsavond in Ebenen-Ezer, met als onderwerp gedoopt zijn.
30:35Is keuzes maken, aanvang half acht.
30:39Woensdag 11 maart is de jaarlijkse biddag voor gewas, arbeid en visserij.
30:45In de morgendienst is er een kerkdienst die aanvangt om half tien.
30:48Dan zal kandidaat G.H.
30:50Koppelman uit Rauwveen voorgaan.
30:53En in de avonddienst die aanvangt om zeven uur zal dominee J.
30:57van Mechelen uit Montfort voorgaan.
30:59Van de genoemde voornemens geldt, zo de Heer wil.
31:02En wij leven.
31:03De collecten in deze dienst zijn in de eerste voor de diakonie, de tweede voor de kerkfondij, de derde voor de aflossingskerk.
31:11Deze collecten worden hartelijk in uw meeldatigheid aanbevolen.
31:14En we zingen uit psalm 126 vers 2 en 3.
31:19[GEZANG]
37:43Gemeente begin van dit hoofdstuk.
37:45Als de tijding tot de zaligmaker komt.
37:48Dat Lazarus krank is.
37:50Zie die gij lief hebt opmerkelijk.
37:54Zoals de boodschap tot hem komt.
37:56Niet Lazarus had u lief.
37:59Maar die gij lief hebt is krank.
38:03Zo kwam de boodschap tot de zaligmaker.
38:06En die heeft gewacht tot Lazarus gestorven was.
38:10En als de discipelen hem trachten tegen te houden, dan zegt hij dit is geschiet.
38:16Ter heerlijkheid gods, opdat de zonen gods verheerlijk zou worden.
38:22Dat is het doel van deze geschiedenis.
38:25Dat is altijd het doel.
38:27Dat zal straks eeuwig het doel zijn.
38:30Dat de zonen gods verhoogd, verheerlijk zou worden.
38:34Dat een lofzang zou klinken tot een eeuwigheid.
38:37Gij hebt ons hoden gekocht.
38:40Met uw dierbaar bloed uit alle geslachten, volken, natieën en tongen.
38:46Maar het is ook duidelijk in deze geschiedenis dat het werk van de verlossing het werk is van de drie-elige God.
38:53Want de Zoon, die roept de Vader aan, staat in de woorden van onze tekst.
38:59En als hij dit gezegd had, dat is het spreken tot God de Vader.
39:04Dat hij de Vader dankt dat hij gehoord is door de Vader.
39:08En hij wist dat hij altijd gehoord wordt.
39:12Het is het werk van de verlossing.
39:15Het is het werk van God de Vader.
39:18Het is het woord van God de Zoon.
39:21En het is de kracht van de Heilige Geest die Heren is en levend maakt.
39:26En de verstorvenen kracht geeft in de voeten om op te staan en uit te gaan.
39:32Het is de plaatsgemeente.
39:35Bij het graf.
39:36Er is grote droefheid.
39:38Bij Marta.
39:39Bij Maria.
39:40Er is geween bij de omstanders.
39:43Daar staat de zode gods.
39:45De levensvorst.
39:47Omringd door zondaren.
39:50Bij de plaats van de dood.
39:52Bij het graf van Nazareth.
39:54Maar de dood heeft niet het laatste woord.
39:58Het woord van hem.
39:59Dat overwint de dood.
40:02Eerste Adam.
40:04Die stond in het paradijs.
40:07Bekleed met het beeld van God.
40:09Die stond in het leven.
40:12Maar door de zondeval is de dood gekomen.
40:16Daar was geen graf.
40:18In de hof van het paradijs.
40:20Daar was wel de dreiging van het vonnis van de dood.
40:23Maar alles was daar.
40:25Behalve het graf.
40:27Alles was zeer goed.
40:29Maar hier de tweede Adam.
40:31De levensvorst.
40:33Die staat bij het graf.
40:34Die staat bij de dood.
40:37En hij brengt het leven bij de dood door zijn roepstem.
40:44Met een grote stem riep hij Lazarus kom uit.
40:49Het is toch een beeldgemeente ook van het geestelijke wat we in deze geschiedenis ook zien.
40:56Niet Lazarus roept tot hem.
40:59Niet Lazarus komt tot hem.
41:03Lazarus ligt in het graf.
41:05Maar zijn roep is het eerst.
41:08Hij roept.
41:09En hij roept deze Lazarus.
41:11En zo is het toch ook in de bediening der verzoening.
41:15Ook als we nabetrachtingsuren hebben op het sacrament van het heiligavondmaal.
41:21De bediening van het woord.
41:23Die komt tot zondaren.
41:25Tot doden.
41:27Die zullen horen de stem van de zonen gods.
41:31Zij worden geroepen tot.
41:34Het is niet zo dat het begint in de zon daar.
41:38De zon daar begint niet te roepen tot God.
41:41Maar God roept de zon daar.
41:44Hij roept ons door middel van de bediening van het woord.
41:48Van u en van mij staat geschreven in de schrift.
41:51Wij hebben alle gezondigd en derven de heerlijkheid van God.
41:58En er staat ook in de schrift geschreven dat er niemand is die God zoekt.
42:02Ook niet tot één toe.
42:04Ze zijn allen afgeweken.
42:07Maar God zoekt de zon daar.
42:10Er kan er ook geen sprake zijn gemeente van Hoogmoed.
42:14Bij degene die vanmorgen deelnamen aan het sacrament van het heilige avondmaal.
42:19Als we dat op rechte wijze deden.
42:21Als er een beginsel van het nieuwe leven in ons hart gewerkt is.
42:26Die wederbare kracht van het woord.
42:28Door de bediening van de heilige geest.
42:31Dan kan er geen enkele sprake zijn van hoogmoed.
42:34Het formulier was trouwens duidelijk.
42:36Dat u niet komt als een bekeerde man.
42:39Als een bekeerde vrouw.
42:41Maar dat u komt als een gans verloren ellendige zondaar.
42:45En wat de wereld uitleeft.
42:47Dat hebt u ingeleefd als het goed is.
42:50Er is geen enkele sprake dat we ons zouden verheffen.
42:53Boven onze naasten.
42:55In tegendeel.
42:56Als we werkelijk iets verstaan van het geestelijke leven.
43:00Dan weten wij.
43:01Wat ons scheppingsdoel is.
43:03Dan kennen we iets van de ernst.
43:05Van de zonde.
43:06Bedreven tegen de goedheid van God.
43:09En zijn we erachter gekomen.
43:12Dat we een onbekeerlijk bestaan.
43:14Blijven omdragen.
43:16Ondanks.
43:17Alle onderwijzingen.
43:19Alle bemoeienissen.
43:20Van de allerhoogste.
43:22Dan weten wij wat de apostel zegt.
43:25Het is Gods gaven.
43:27Het is niet uit de werken.
43:29Op dat niemand roemen.
43:30Maar die roemt die roemen in de drie enige God alleen.
43:35En daarom, we leven juist in zo dor, zo koud, zo doods in onszelf te zijn.
43:43Zo ongevoelig zit hier het beeld in deze geschiedenis.
43:48Daar is de dood, het graf.
43:51En er ligt ook een steen voor het graf.
43:54En die steen, die wordt weggenomen.
43:57Een duidelijke prediking gemeente.
44:00Van ons natuurlijk bestaan.
44:02De schrift zegt dood.
44:04In de zonde.
44:05En in de misdaden.
44:07En dan is er ook nog die steen.
44:09Dat we er blind voor zijn.
44:11Dat we er ongevoelig voor zijn van nature.
44:14Dat we niet verstaan vanuit onszelf.
44:18Kijk het eerste is dat die steen wordt weggenomen.
44:21En dan krijgen we licht over onze staat.
44:23Over onze toestand waarin we verkeren.
44:27Hoe groot mijn zonde en ellende zijn.
44:30Dat de steen de eerste hinder is wordt weggenomen.
44:34Dat we hun ogen en hart ontvangen voor onze verlorenheid.
44:38En voor onze ellendigheid.
44:41En dan komt ook de roepstem van de heren.
44:44Kom uit.
44:45De roepstem.
44:46De nodiging.
44:48Het bevel.
44:49Door de prediging van het woord.
44:51Licht over onze staat.
44:54En over onze toestand.
44:56Over onze verlorenheid en ellendigheid.
45:00En dan ook de stem, het evangelie, de roepstem van hem.
45:04De aanvang en de voortgang voor het geestelijke leven.
45:09Telkens weer door de roepstem van het woord van het evangelie.
45:14En u hoort het vanmorgen uit het formulier gemeente.
45:18Midden in de dood liggende.
45:21Wat hebben de vaderen een bijbelse en schriftuurlijke bevinding ons voorgehouden.
45:28Dat ook zo'n zondaar die door de heren geroepen is en bearbeid is.
45:33Dat hij ook na ontvangen genade niet verder komt dan deze beschrijving.
45:40Midden in de dood liggende tegenwoordige tijd.
45:45Ook kent u het voor eigen hart en leven.
45:48Als u ook vanmorgen deelnam aan de bediening van de tafel.
45:53Dat u weet, ervaren hebt.
45:57Dat u als zondaar geroepen werd.
46:01Als zondaar.
46:03En dat u vanmorgen als een trouweloze gekomen bent.
46:08Als een zondaar geroepen.
46:10Als een trouweloze gekomen.
46:13En als een verloren zondaar.
46:15De weg weer te vervolgen.
46:17Met die kennis in het hart.
46:20Met die beleving in de ziel.
46:23Maar gezien en gesmaakt.
46:27Dat God getrouw is.
46:29Dat hij de waarachtige, de betrouwbare is.
46:32Dat hij goede tieren en zeer ontfermend is.
46:36En dat hij vasthoudt aan zijn woord, aan zijn waarheid.
46:42Dat hij de grond van de rechtvaardiging van de vergeving is.
46:47Dat hij de bron voor de heiligmaking is.
46:50Dat hij ook de verzekering geeft, ook van de heerlijkmaking.
46:55In deze tekenen en zegelen van het genadeverbond.
47:00En telkens toch maar weer gemeenten die fouten maken.
47:04Dat we vervallen in dat verbroken werkverbond.
47:08En dat we ons zoeken op te knappen.
47:10Ons zoeken te verbeteren.
47:12Bepaalde geschiktheden bij onszelf te zoeken.
47:15Als we die nu maar hadden.
47:17Misschien ook uw strijd.
47:19Uw worsteling geweest.
47:21Misschien wel de oorzaak geweest.
47:23Dat u niet gekomen bent.
47:25Want u vond niet in uzelf wat gode wel aangenaam is.
47:30Maar er staat bij het formulier van de heilige doop.
47:34Dat we niet verder komen als een mishagen aan onszelf.
47:39En vanmorgen ging de nodiging uit.
47:41Dat we moesten bedenken.
47:43Niet onze bekering.
47:45Niet onze geestelijke beleving.
47:48Maar onze zonde en onze vervloeking.
47:52Het gaat immers.
47:54Om de verheerlijking van hem.
47:57Aan het begin van die geschiedenis staat.
47:59Op dat de zonen gods verheerlijk zou worden.
48:03Op dat hij verhoogd.
48:05Op dat hij geprezen zou worden.
48:07Op dat het duidelijk voor u wordt.
48:09Dat hij alleen de schuld betaald heeft.
48:14Dat hij alleen het recht verhoogd heeft.
48:16Dat hij alleen de pers.
48:19Geheel alleen getreden heeft.
48:21Niemand der volken was met hem.
48:24Hoe was het gemeente bij de discipelen?
48:26Die uitnemende discipelen stonden bij het kruis.
48:31En twee moordenaren hingen weerzijde van hem.
48:35Ze hadden gezegd, we zijn bereid met u in de gevangenis te gaan.
48:39We zijn bereid met u te lijden, te sterven.
48:43Maar ze stonden van verre.
48:46En de plaats waar de toren gods uitgewoed ging worden.
48:51De plaats.
48:53Waar hij ter helft voert in die drie uurige duisternis.
48:56De plaats waar de voldoening aan Gods recht geschieden.
49:01Waar de verzoening plaatsvond.
49:03Was uitsluitend in en door hem.
49:07De zoon van God.
49:08Doe dat tot mijn gedachten is.
49:11Neem uw betaling.
49:13Geschiet niet door uw goede werken.
49:15Uw betaling geschiet niet door uw tranen.
49:17Uw betaling geschiet niet door uw gestaltes.
49:22Als een arm, ellendig, doodschuldig zondaar.
49:25De vrijmoedigheid alleen vindende.
49:29In de nodiging ziet hij ontvangt de zondaars.
49:34En eet met hen licht over onze staat, over onze toestand.
49:41De steenweg, dat is onze staat, onze toestand.
49:46En de vrijmoedigheid uitsluitend in de nodiging.
49:51Van het evangelie van vrije genade.
49:54De roepstem van de zonen gods.
49:57Door het evangelie.
49:59Om toch tot hem te komen.
50:01O alle gij dorstigen.
50:03Komt tot de wateren.
50:05Gij die geen geld hebt.
50:08Komt, koopt en eet.
50:10Zonder geld.
50:11Zonder prijs.
50:13Wijn en melk.
50:15De goddeloze verlaten zijn weg.
50:17En de ongerechtige man.
50:20Zijn gedachten.
50:21En hij bekeert zich tot een heren.
50:22Zo zal hij zich zijnder ontfermen.
50:26Een volkomen borggemeente vanmorgen.
50:28Aan de tafel.
50:30Die geroepen heeft.
50:31Het is volbracht.
50:34Zonder enige verdiensten.
50:36De discipelen hebben er geen nagelschrapsel aan toegevoegd.
50:40En de boodschap van de overwinning.
50:43Moest ook nog tot hen gebracht worden.
50:46Hij is een borg.
50:47Een middelaar.
50:48Van verwerving.
50:50Hij is ook een borg en zaligmaker van de toepassing.
50:55Want in de tweede plaats dan spreekt ook de tekst van de verlossing.
50:59Want dan staat er in de gestorvenen die kwam uit door het woord opgewekt.
51:06Opgestaan en uitgegaan.
51:10Afkomst uit de plaats van de dood.
51:13Daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.
51:19En er staat er in de tekst, gemeente, dat hij uitkwam gebonden aan handen en aan voeten.
51:26De grafdoeken, die waren nog om zijn lichaam geslagen.
51:31En de zweed doet nog over zijn hoofd.
51:33Hij was gebonden aan handen en voeten.
51:37Beeld, gemeente, van elk die getrokken wordt.
51:40We worden getrokken, zo staat er in de schrift.
51:43Dus we lopen niet mee.
51:45We werken niet mee.
51:47We moeten getrokken worden.
51:49Iemand die getrokken moet worden, die zit vast.
51:53En die werkt ook zelfs nog tegen.
51:55En de apostel Paulus die vat de ganse kerk samen.
52:00Hij zegt, die ons getrokken heeft uit de macht van de boze.
52:05Uit de duisternis tot zijn wonderbaar en herenschijnend licht.
52:10Met die koorden van goede tierenheid en van waarheid.
52:15Getrokken.
52:17Dat geldt in iedere gemeente.
52:19En dan komen we nog als een gebondene.
52:22Niet in staat om de heren de eer te geven.
52:25Om hem te bedoelen.
52:28Gehinderd door die doeken die ons doen struikelen.
52:32Dat zijn de overblijfselen van onze verlorenheid.
52:36Van de staat waaruit we getrokken zijn.
52:39Dat zijn de restverschijnselen van die oude mens.
52:42Die zich nooit onderwerpt aan de wil en aan de wet van God.
52:46En die ze ook een gebondenheid geven.
52:51Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
52:57Aan de tafel des Heren gemeente beleiden wij.
53:00Dat ook het leven der dankbaarheid een genadegeschenk is.
53:05Dat niet alleen de vergeving, maar dat ook de heiliging uit de borg, uit de zaligmaker vloeit.
53:13Dat hij verworven heeft bloed.
53:16De rechtvaardiging, de vergeving, dat u ook voortgebracht heeft water uit zijn middelaars hart.
53:23Het bewijs, het teken van de heiligmaking.
53:27De tekstwoorden gemeenten, staten, gestorvenen kwam uitgebonden aan handen en voeten met grafdoeken.
53:35En de zaligmaker zegt, ontbind hem, maak hem los en laat hem heen gaan.
53:44Doeken, gemeenten, die zijn een teken van onze afkomst.
53:48Die zijn een teken van de zwakheid van ons vlees.
53:52Dat zijn die banden waarmee we zo medegmaal gebonden zijn.
53:56De banden van twijfel.
53:58De banden van moedeloosheid.
54:01De banden van aardsgezindheid.
54:04Van wereldgelijkvormigheid.
54:06Ik hoor David klagen over die banden.
54:09Als hij zegt, wend mijn oog van de ijdelheden af.
54:14Verlevendig mijn hart.
54:15Naar uw geboden.
54:18Ik hoor de apostel Paulus klagen over deze banden.
54:21Als hij zegt.
54:22Het goede wat ik wil.
54:24Dat doe ik niet.
54:25Het kwade wat ik niet wil.
54:27Dat doe ik.
54:28Ik ellendig mens.
54:30Wie zal mij verlossen van het lichaam.
54:32Dezes doods.
54:34Die banden van twijfelmoedigheid.
54:37Die banden van mensenvrees.
54:39Die banden van gebondenheid aan het tijdelijke.
54:43Aan het ijdele.
54:45Aan het voorbijgaande.
54:47Die hardigheid van ons hart.
54:49Niet in staat.
54:50Om voor hem te leven.
54:52Maar.
54:53Als hij weer dat voedsel aanreikt.
54:56Als hij die spijzen geeft.
54:58Dan wordt ook als het goed is.
55:01Nieuwe kracht ontvangen.
55:02In geestelijke zin.
55:04Als hij dat verbonden genade aan ons toont.
55:07Die eeuwige onbegrijpelijke liefde.
55:10Bewijst.
55:12Door dat gebroken brood.
55:14En door die uitgegoten wijn.
55:16Dan wordt, als het goed is.
55:19Ons hart opgewekt tot wederliefde.
55:22Dat vloeit ook uit hem.
55:24Dan komt er weer bij vernieuwing.
55:27Verbondsvernieuwing ook van onze zijde.
55:29Om voor hem te leven.
55:31Die banden worden dan weer losgemaakt.
55:34Het zien gemeente op dat volkomen offer.
55:38Dat neemt de twijfel weg.
55:40Het zien.
55:42Op dat bloed wat gevloeid heeft.
55:44Dat geeft ook helderheid en zekerheid.
55:48Dat de prijs betaald is.
55:50Dat de schuld verzoend is.
55:52Dat de gerechtigheid verwarven is.
55:54Dat er niets aan onze kant te vinden is.
55:59Maar dat er ook niets behoeft te zijn.
56:02Lautere genade.
56:04Zonder enige verdienste.
56:06Alleen door het offer van hem.
56:09Hij is dus.
56:11De oorzaak van de opwekking.
56:13Hij is ook de oorzaak van de versterking.
56:18Hij geeft ook het bevel van de losmaking.
56:22Aan de tafel de tekenen van brood en van wijn.
56:28Zijn toch ook een teken en bewijs van de verwerving.
56:32Ook van de heiligmaking uit het hart van de Zonengods.
56:36Daar vloeit de bloed en water toen hij geroepen heeft.
56:41Het is volbracht.
56:42De gerechtigheid.
56:44De gehoorzaamheid.
56:45Die recht geeft op het eeuwige leven.
56:48Heeft hij ook verworven.
56:50Ziet.
56:51Gij slaakt het.
56:53Mijn banden.
56:54Zo zingt de dichter in psalm 116.
56:58Ondanks onze ontrouw.
57:01Heidige trouwen.
57:03Ondanks.
57:04Onze zonder een schuld.
57:06Maakt hij toch zalig.
57:09Ondanks dat we vloekwaardige mensen zijn, heeft hij toch de zegen verworven.
57:14Hij het recht en zij de genade.
57:18Gaat het om gemeenten die banden?
57:21Om weer losgemaakt te zijn?
57:23Om het vreugde de weg te vervolgen?
57:26Om in hem verblijkt te zijn?
57:30De Heidebergse katechisme spreekt van de barachtige bekering.
57:34Afsterven van de oude mens.
57:36Maar ook een opstanding van de nieuwe mens.
57:39Een hartelijke vreugde in God door Christus.
57:43Om in beginsel te wandelen, te handelen.
57:46Naar al zijn geboden en naar al zijn inzettingen.
57:51Ziet, dat is ook een vrucht van het heiligavondmaal.
57:55Eerste gedeelte.
57:56We denken onze zonde en vervloeking.
57:59Het tweede gedeelte.
58:01Het geloof in de...
58:04Belofte God die gewist, die vast en zeker is.
58:07Het derde gedeelte van uw voortaan.
58:10Om voor hem te leven.
58:13Om weer verbondsvernieuwing te doen.
58:15Ook aan onze zijde.
58:17Om met de dichter te betuigen.
58:20Ik zal u hartelijk lief hebben.
58:22Heren mijn sterkte.
58:23Om bij vernieuwing te mogen zingen.
58:26Wien heb ik nevens u omhoog.
58:28Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog op aarde.
58:31Nevens u toch.
58:34Opwekking.
58:35Versterking.
58:36En ook losmaking.
58:39De derde plaats gemeente.
58:41Dan spreekt ook onze tekst van de overtuiging.
58:43Want dan staat er ook in vers 45.
58:46Vele dan uit de joden.
58:48Die tot Maria gekomen waren.
58:51En aan schout hadden het geen Jezus gedaan had.
58:56Het had ook een wervende kracht.
58:58De gemeente werd uitgebreid.
59:01Er kwamen joden.
59:03Die in de middelijke weg nu tot het geloof gekomen waren.
59:07De zonen gods werd verheerlijkt.
59:10Door anderen die hem in zijn verlossende kracht hebben aanschouwd.
59:16Die aanschouwd hadden wat Jezus gedaan had.
59:21Ik betrek het maar weer op het formulier van het heiligavondmaalgemeente.
59:26Dat eerste gedeelte dat gaat over de beproeving van onszelf.
59:32Die drie stukken, of we daar iets van verstaan in ons hart.
59:37Om toegang te hebben tot het sacrament van het heilige handmaat.
59:41Maar daar is het niet mee afgelopen.
59:44Dan komt u aan de tafel, dat is dat tweede gedeelte van het formulier.
59:48En daar wordt in duidelijk gemaakt wat hij gedaan heeft.
59:52Hoe hij aan de voorvaderen reeds beloofd is.
59:57Door de profeten verkondigd is.
1:00:00Door op zalmen bezongen werd.
1:00:02Dat hij aangewezen, aangeprezen wordt als de enige grond ter zaligheid.
1:00:09En wat hij gedaan heeft.
1:00:12Dus het gaat erom in het tweede gedeelte.
1:00:15Moet u maar eens doorlezen nog.
1:00:17Moet u eens opletten hoe dat alles over de persoon des middelaars gaat.
1:00:22Alles wat hij gedaan heeft.
1:00:25Er wordt geen woord gewijd aan een mensenkind.
1:00:29Er wordt totaal niets gezegd.
1:00:32Over wat wij gedaan zouden hebben.
1:00:35Over wat wij zouden moeten doen.
1:00:38Maar dat hij gekomen is.
1:00:40Dat hij gezonden is van de Vader.
1:00:43Dat hij zichzelf vernederd heeft tot in de allerdiepste diepten.
1:00:47Dat hij het kruis gedragen heeft en de schande veracht.
1:00:51Dat hij de last van de zonde en schuld van zijn ganse kerk op zich genomen heeft.
1:00:56Dat hij met zijn harte bloed de prijs betaald heeft.
1:01:02Opgebracht heeft.
1:01:02Naar het luid.
1:01:03Der belofte.
1:01:05Aan de vaderen geschiet.
1:01:07Heeft hij gestreden.
1:01:10Heeft hij geleden.
1:01:12Heeft hij zichzelf overgegeven.
1:01:15Kijk dat is tot versterking van het geloof.
1:01:18Ja had u nu maar dit niet gedaan.
1:01:21Had u nu maar dat niet bedreven.
1:01:23Had u ook aan de tafel kunnen zitten.
1:01:25Zo denkt u.
1:01:26Had ik nu maar dit en dat gedaan.
1:01:29Had ik nu maar meer tranen gehad.
1:01:31Had ik nu maar een weker hard.
1:01:33Had ik nu maar meer goede werken gedaan.
1:01:36Dan had ik ook.
1:01:37Wel nee.
1:01:38Het gaat aan de tafel om datgene wat hij gedaan heeft.
1:01:44Aan zo'n arme zonder als Lazarus.
1:01:47Kom uit, zo heeft hij tot hem gezegd.
1:01:50De steen weggenomen.
1:01:52De roepstem doen horen.
1:01:54En ik kwam uitgebonden.
1:01:56Hij maakt hem ook nog los.
1:01:59Ontbind hem.
1:02:00Laat hem heen gaan.
1:02:02Het heeft hij allemaal gedaan.
1:02:04Hij heeft die strijd gestreden.
1:02:07Hij heeft de overwinning behaald.
1:02:09Hij heeft de macht van de vorste duisternis verpletterend verslagen en ten onder gebracht.
1:02:16Hij heeft betaald aan het recht des vaders.
1:02:19Hij heeft het woord van Gods belofte vervuld en gestalte gegeven.
1:02:26Kijk, dat werd getast vanmorgen in die tekenen van het gebroken brood en wijn.
1:02:32Dat is mijn vlees.
1:02:34Dat is mijn bloed.
1:02:35Als u dat eet, gelovig.
1:02:38Als u dat drinkt, gelovig.
1:02:40Dan hebt u deel aan de prijs die betaald is.
1:02:45Dan hebt u deel aan de voldoening die ik gegeven heb.
1:02:49U tot verzoening.
1:02:51Dan heeft dat recht waar aan u schuldig stond.
1:02:55Dat heb ik voor u voldaan.
1:02:57Ik voor u, daar geen anders.
1:02:59De eeuwige dood had moeten sterven.
1:03:02En daarom doe dat.
1:03:04Tot mijn gedachten is.
1:03:06Gij heren.
1:03:07Alleen gij zijt.
1:03:09De verwinder in de strijd.
1:03:10En gegeeft uw volk de zegen.
1:03:13Zo is het dat versterking van het geloof.
1:03:15Die joden.
1:03:16Die werden ingewonnen.
1:03:19Overwonnen.
1:03:21Kregen geloof in hem.
1:03:23Door het zien wat hij gedaan heeft.
1:03:26Kijk daar gaat het om.
1:03:28Gemeent in het sacrament van het heilige avondmaal.
1:03:30Dat we dan zien.
1:03:32Aanschouwen geestelijk.
1:03:34Wat hij gedaan heeft.
1:03:36Tot hem de toevlucht genomen.
1:03:39Op hem te bouwen.
1:03:41Op hem te vertrouwen.
1:03:42Omdat hij het heeft gedaan.
1:03:45De dichter zegt.
1:03:46Mijn God.
1:03:47U zal ik eeuwig loven.
1:03:49Omdat gij het hebt gedaan.
1:03:52Wat hij gedaan heeft.
1:03:54De zaligmaker van zondaren.
1:03:57Zijn stem.
1:03:58Machtiger dan de dood.
1:04:00Zijn werk.
1:04:02Om het recht van de Vader te verheerlijken.
1:04:06Om de macht van de vorst der duisternis te verbreken.
1:04:09Om zijn kerk te zaligen in de weg van recht en van gerechtigheid.
1:04:14De vierde plaats, gemeente, dan spreekt ook de tekst van de verharding.
1:04:20Hetzelfde boodschap.
1:04:22Hetzelfde gezien.
1:04:24Hetzelfde aanschouwd.
1:04:26Hetzelfde gehoord.
1:04:28Evangelie.
1:04:29Dezelfde wondere kracht aanschouwt van de zaligmaker.
1:04:33En de ene reuk des levens ten leven.
1:04:37En de andere reuk des doods ten doden.
1:04:41Het is of het een of het ander.
1:04:44Of de brede weg of de smalle weg.
1:04:48Of licht of duister.
1:04:51Of de dood of het leven.
1:04:54Of de genade van de vernedering.
1:04:57Of...
1:04:58Het vlees wat zich meer en meer verhardt.
1:05:01De vrienden verblijft.
1:05:03En de vijanden vergramt.
1:05:05Tweeënlei uitwerking van het evangelie.
1:05:09Straks aan het kruis.
1:05:10Ene moordenaar.
1:05:12Die wordt vernederd en vertederd.
1:05:14En de andere moordenaar verhardt zich.
1:05:17Onder dezelfde boodschap van het evangelie.
1:05:21Bij dezelfde gekruisigde Christus.
1:05:24Het evangelie.
1:05:26Is een reuk des levens ten leven.
1:05:29Of des doods ten doden.
1:05:32Wat is de vrucht?
1:05:34Zijn woord zal nooit ledig tot hem wederkeren.
1:05:38Staat in Lukas 16.
1:05:40Die gelijkenis.
1:05:42Wordt ook Lazarus in genoemd.
1:05:45En die Lazarus.
1:05:47Die bedekt met zweren stierf.
1:05:50Die bedelaar.
1:05:51Die kwam in het hemels heiligdom.
1:05:54In de schoot van Abram.
1:05:56En dan vraagt die rijke man toen hij eeuwig arm geworden was.
1:06:00Als er nu iemand uit de doden zal opstaan, die Lazarus.
1:06:04Als die nu uit de doden zal opstaan, dan zullen zij zich laten gezeggen.
1:06:08Wel nu gemeente, hier vindt u de boodschap.
1:06:12Lazarus staat uit de doden op.
1:06:16Zijn zuster had gezegd, heren, doe dat graf toch niet meer open.
1:06:20Dat kan toch niet meer.
1:06:22Maar de steen wordt weggenomen.
1:06:24De roepstem van het evangelie klinkt van de zonen gods.
1:06:28En de zoon laat duidelijk zien dat hij de verbinding heeft met de hemel.
1:06:32Met God de Vader.
1:06:34Johannes 10 gemeent en dan staat er dat de joden hem willen stenigen.
1:06:39Omdat hij zichzelf een godszoon gemaakt had.
1:06:43Hij was het.
1:06:44Hij hoefde dat niet te maken.
1:06:45Want hij was het.
1:06:47En daarom hier in deze geschiedenis toont de zoon.
1:06:51De duidelijke verbinding die hij heeft met God de Vader.
1:06:56En Lazarus wordt uit de doden opgewekt.
1:07:00En zie de verharding.
1:07:01Al zou er iemand uit de doden opstaan.
1:07:05Als we Mozes en de profeten niet geloven.
1:07:09Al zou er iemand uit de doden opstaan.
1:07:11Ze zullen zich niet laten gezeggen.
1:07:14Ernstig toch gemeend.
1:07:16Ernst van de dood.
1:07:19Het gewicht van de schuld.
1:07:21De vloek waaronder we verkeren van nature.
1:07:24De toren waaronder we geboren worden.
1:07:27We kunnen in dat Rijk van God niet komen tenzij wij van nieuws geboren worden.
1:07:34En dan dat evangelie dat de Zaligmaker gekomen is.
1:07:38En dat hij zo duidelijk zijn kracht bewijst.
1:07:42Doden opwekt.
1:07:43Armen het evangelie verkondigt.
1:07:46Linden doet zien.
1:07:48Kreupelen doet wandelen.
1:07:50En dat hij ook tot ons komt in het gewaad van zijn woord.
1:07:53En dat de zaligmaker zegt in een zeker verband.
1:07:56Als hem verweten wordt.
1:07:58Dat hij met tollenaren en zondaren eet.
1:08:01Dan zegt hij tot die fariseeën.
1:08:03Ik wil barmhartigheid.
1:08:05Dat hij barmhartigheid wil.
1:08:08Dat er zulke borg en middelaar in het evangelie ons verkondigd wordt.
1:08:13Als Jacobus en Johannes begeren bij de Samaritaan.
1:08:16En heren zullen wij bidden dat er vuur van de hemel neerdalen.
1:08:20Dat ze verteerd worden, gelijk Elia gedaan heeft.
1:08:23Omdat ze de deur gesloten houden.
1:08:26Geen herberg willen geven aan de zaligmaker.
1:08:29Dan zegt hij, gij weet niet van hoe danige geest gij zijt.
1:08:33Want de zoon des mensen is niet gekomen om de mensenzielen te verderven.
1:08:38Maar om te behouden.
1:08:40Dat is de boodschap van het evangeliegemeente.
1:08:43De tijdloze boodschap.
1:08:45Die hoorbaar...
1:08:47En vanmorgen ook zichtbaar tot ons komt.
1:08:50Wat hij gedaan heeft.
1:08:53Hoe hij zichzelf gegeven heeft.
1:08:56Hoe hij gekropen heeft als een worm.
1:08:58En geen man in de hof van Gethsemane.
1:09:00Het bloedig zweet heeft uitgedrukt.
1:09:03En dat hij zo zijn bloed gestort heeft.
1:09:08O, dat bloed dan onrein te achten.
1:09:10Dan vergrand te zijn.
1:09:13Vertorend te worden.
1:09:14Verzet te plegen.
1:09:16Tot de fariseer te gaan.
1:09:17Om hem aan te brengen.
1:09:20Opdat ze hem straks met listigheid vangen.
1:09:22En doden zouden.
1:09:24Dat evangelie gemeente.
1:09:26Dat wordt hier zo duidelijk.
1:09:28In deze tekst worden verkondigd.
1:09:31En joden zijn er.
1:09:33Die hem de eer en de aanbidding geven.
1:09:36Geloofden in hem.
1:09:38Maar anderen vergrimden tegen hem.
1:09:41Wat is er toch nodig voor u voor mij.
1:09:44Om met de dichter te beleiden.
1:09:46Wat we ook eerst gaan zingen uit Psalm 32.
1:09:48Wil toch niet stug.
1:09:50Gelijk een paard weer streven.
1:09:52Of als een muil.
1:09:53Door domheid voortgedreven.
1:09:55Gebitten toom.
1:09:56Door smens zijn hand bestierd.
1:09:59Beteugelen het woest.
1:10:00En redeloos gedierd laat.
1:10:02Zulk een dwang.
1:10:03Voor u niet nodig wezen.
1:10:06Het vijfde vers van Psalm 32.
1:10:09De
1:10:09[GEZANG]
1:13:51almsgemeente van de zaligmaker.
1:13:53Is tot opwekking.
1:13:55Tot versterking ook van het aangevochtene.
1:13:58Want Lazarus had banden.
1:14:00Maar deze beide zusters hadden ze ook van die banden.
1:14:03Banden van diep verdriet.
1:14:06Banden van moedeloosheid.
1:14:09Ze hebben tot de zaligmaker een boodschap gezonden.
1:14:12Maar hij bleef uit.
1:14:14Hij wachtte zo lang.
1:14:17Zodat dat hun broeder gestorven was.
1:14:20Opmerkelijk is gemeente dat er beleiden is.
1:14:23Van de wortel der zaak bij deze zusters blijft.
1:14:27Ze beleiden dat hij de Christus is.
1:14:30En dat blijft hij voor hen.
1:14:32Ook in hun diepste nood.
1:14:34In hun grootste aanvechting.
1:14:37Als de zaligmaker Marta en Maria ontmoet.
1:14:41Dan geven ze toch blijk dat ze aan hem verbonden zijn.
1:14:45Aan hem verbonden blijven.
1:14:47Ondanks het diepe verdriet.
1:14:49Wat over hen gevallen is.
1:14:51De zware rouw.
1:14:53En droefheid.
1:14:54Waarin ze verkeren.
1:14:55Als dan de zaligmaker spreekt tot Martha.
1:14:58Dan beleidt ze toch hem.
1:15:00En zegt ze.
1:15:01Ja heren.
1:15:02Ik heb geloofd.
1:15:03Dat gij zijt de Christus.
1:15:06De zone gods.
1:15:07Die in de wereld komen zal.
1:15:11Kijk misschien dat er vanmorgen bij u ook wel twijfel was.
1:15:14En moedeloosheid.
1:15:17En aanvechtingen.
1:15:18En invluisteringen van de vorste duisternis.
1:15:22Maar was nu de wortel der zaak in ons hart.
1:15:25De Christus der schriften.
1:15:28Dat we niet twijfelen aan hem.
1:15:30We kunnen zijn leiding niet begrijpen.
1:15:33Zijn wegen niet bevatten.
1:15:35De moeitevolle weg die neergaat.
1:15:37Het verdriet wat hij geeft.
1:15:39De duisternis die over ons viel.
1:15:42De hardigheid van hart waarmee we te kampen hebben.
1:15:45Maar als de bodem van uw hart onderzocht wordt.
1:15:50Dan is er toch.
1:15:52De wortel der zaak, als het goed is.
1:15:55Zoals Job, die alles ontnomen werd.
1:15:59Zelfs al zijn kinderen.
1:16:02En zijn vrouw liep bij hem weg.
1:16:04En al zijn goederen waren het tot een einde gekomen.
1:16:08En zijn vrienden kwamen hem ook nog allerlei klappen geven.
1:16:12Hij hield niets over.
1:16:14Maar hij roept dan toch uit, o mijn vrienden.
1:16:18Hij kan het ook niet begrijpen, de weg die de heren met hem gaan.
1:16:21Hij gaat zelfs zo ver dat hij zijn geboortedag vloekt.
1:16:25Hij kan het niet bevatten.
1:16:27Toch zegt hij, o mijn vrienden, ontfermt u mij er.
1:16:31Want de wortel der zaak, die wordt nog in mij gevonden.
1:16:34Ik weet, mijn verlosser leeft.
1:16:37Dus die wortel der zaak, daar gaat het om.
1:16:40Is die nu in ons hart te vinden?
1:16:43De beleidenis dat hij de zonen gods is.
1:16:47De Christus der schriften.
1:16:49De verwachte Messias.
1:16:51De borg en middelaar.
1:16:53Al kunnen we zijn weg niet bevatten.
1:16:56Al worden we misschien beladen met een zwaar pak.
1:16:59Al zijn we misschien in grote moeilijkheden.
1:17:02En in diepe verdrietigheden.
1:17:05Kijk, dat werd niet weggenomen bij deze vrouwen.
1:17:08En ze kwamen tot hem.
1:17:10De zaligmaker van Zondaren.
1:17:13En ik kwam bij vernieuwing tot hem.
1:17:16En hij heeft zijn goddelijk werk.
1:17:19Bij vernieuwing geopenbaard en verklaard.
1:17:21Dus u moest dan niet wegblijven vanmorgen van de tafel des heren.
1:17:26Als de wortel der zaak toch in uw hart was.
1:17:29Door de omstandigheden.
1:17:31Dat hebben deze zusters niet gedaan.
1:17:34Die zijn niet weggebleven bij de heren.
1:17:37Die zijn juist tot hem gevloden.
1:17:40Tot hem gekomen.
1:17:41Met hun nood.
1:17:42Met hun zorg.
1:17:43Met hun verdriet.
1:17:45En toen heeft de heren zich niet.
1:17:48Onbetuigd gelaten.
1:17:49Die in hun zonden en ellenden.
1:17:52Tot hem zich.
1:17:53Ter genezing wenden.
1:17:55En wat heeft hij gedaan gemeente.
1:17:58Hij heeft getoond.
1:17:59Zijn trouw.
1:18:01Hij heeft getoond zijn wondere kracht.
1:18:04Hij heeft getoond.
1:18:05Dat hij een volkomen borgen middelaar is.
1:18:08Kijk dat doet hij nu aan de tafel.
1:18:10Daar liggen de blijken.
1:18:12De bewijzen.
1:18:13Gebroken brood.
1:18:14En die uitgegoten wijn.
1:18:17Daar ligt het offer.
1:18:20Daar ligt de vastheid van zijn werk.
1:18:24De volkomenheid van zijn genadeverbond.
1:18:28Daar liggen de blijken van zijn eeuwige, onbegrijpelijke, vrijmachtige liefde.
1:18:34Daar liggen de blijken van zijn onwankelbare trouw.
1:18:38Dat hij de getrouwe is.
1:18:40Dat hij de getrouwe blijft.
1:18:42Daar toont hij de vastheid en de volkomenheid.
1:18:47Van zijn werk.
1:18:47Dat gaat toch alle verwachtingen erboven.
1:18:51Maar nogmaals.
1:18:53Dan gaat het erom.
1:18:54Of die wortel der zaak nu in ons hart is.
1:18:58Of we dat niet kunnen ontkennen.
1:19:01Toen Peter eens gevraagd werd.
1:19:03Hebt gij mij lief?
1:19:05Ja de borg die vroeg niet.
1:19:06Hebt u een groot geloof?
1:19:09Bent u me altijd trouw geweest?
1:19:11Peter bent u een zonderloos mens?
1:19:14Nee, hij vroeg, hebt gij mij lief?
1:19:16Hij vroeg hem naar de kern van de zaak.
1:19:19Dat kon hij niet ontkennen.
1:19:21Heren, gij weet alle dingen.
1:19:22Gij weet dat ik u lief heb.
1:19:25Ben u ontrouw geweest?
1:19:26Ik heb u zelfs verlogen tot drie maand toe met vloeken en aids.
1:19:30Weer ontzaggelijk.
1:19:32Maar de wortel der zaak, die is in mijn hart.
1:19:36Gij weet alle dingen.
1:19:38Gij weet dat ik u lief heb.
1:19:41Sacrament van het heiligavondmaal, gemeente.
1:19:44Dat is tot verdieping, tot versterking van de kennis van hem.
1:19:51Van de volkomenheid van zijn offer.
1:19:54Van de algenoegzaamheid.
1:19:56Van zijn barmhartigheid en genade.
1:19:59Van zijn vergevende liefde.
1:20:02Een nieuwe ontmoeting.
1:20:04Hij kwam vanmorgen in de bediening van het woord en van het sacrament tot ons allemaal.
1:20:11De nodiging ging uit.
1:20:15En welke vrucht heeft het gegeven voor u vanmorgen.
1:20:20Dat de Heer met de blijken en de bewijzen kwam.
1:20:24En met de duidelijke oproep en opwekking.
1:20:27Doe dat tot mijne gedachtenis.
1:20:31Ja, u
1:20:33zegt ik ben dat niet waardig.
1:20:34Ik hoor daar niet aan die tafel.
1:20:37Want ik ben zo'n groot zonder.
1:20:39Is dat echt waar?
1:20:41Is dat oprecht?
1:20:43Geeft u dat de smart?
1:20:45Geeft u dat de worstelingen?
1:20:48Geeft u dat de verzuchtingen in uw hart, in uw leven?
1:20:51Of is dat een koude, dorre, oppervlakkige beleidenis?
1:20:55Omdat u wel weet dat het zo behoort gezegd te worden.
1:21:00U bent het ook niet waardig.
1:21:02Maar er was vanmorgen ook niemand aan de tafel die het waardig was.
1:21:07Geen enkele, niemand.
1:21:09En er zal ook nooit een mensenkind op aarde gevonden worden die het waardig is.
1:21:14Om aan die tafel te zitten.
1:21:17Maar er is wel een schade die niemand tellen kan.
1:21:21Uit alle geslachten, volken, naziën en tongen.
1:21:24Die hem waardig achten.
1:21:28Als enige grond tot behoud en zaligheid.
1:21:32Dat hij het waardig is.
1:21:34Omgeeerd en geprezen worden.
1:21:37Dit is geschied.
1:21:39Dit zal geschieden.
1:21:40Zo stond er een begin van deze geschiedenis.
1:21:43Opdat de zonen gods verheerlijk zal worden.
1:21:47Waarin wordt hij nu verheerlijk gemeend?
1:21:50In het verlogenen van hem.
1:21:52Of in het beleiden van hem.
1:21:55In het eren van hem.
1:21:56In het groot maken van hem.
1:22:00In de gehoorzaamheid aan hem.
1:22:02Doe dat tot mijn gedachten is.
1:22:06De enige grond om te komen is de waardigheid van hem.
1:22:11De zonen gods.
1:22:13Ja maar.
1:22:16U gevoelde u te dor, u gevoelde u te dood, u gevoelde u te koud.
1:22:23En u hebt al gezocht in de week van voorbereiding naar allerlei aankropingspunten bij uzelf.
1:22:28Maar daar kwam dit overheen en dat bezoek kwam er en daarin werd u betrokken.
1:22:35En voordat u het wist was de week voorbij en heb u helemaal niets mee kunnen nemen.
1:22:41Had u niets om te tonen aan deze tafel.
1:22:47U moet ook niet komen om iets van uzelf te laten zien.
1:22:51In uw zonde, in uw schuld, met uw afmakingen, met uw gebreken.
1:22:58Ziet, hij ontvangt de zondaars.
1:23:02En eet met hem tot verheerlijking van zijn naam en van zijn werk.
1:23:10En die aankropingspunten, als u die zoekt, ik hoop dat u ze nooit vindt.
1:23:16U hebt geen enkel aankropingspunt, geen enkele geschiktheid in of bij uzelf.
1:23:23U moet juist afzien van al het uwe.
1:23:26U moet juist bekennen midden in de dood te liggen.
1:23:30U moet juist uw onreinheid met smart en schaamte beleiden.
1:23:35O, tegen die goedheid God zo medemaal gezondigd hebben.
1:23:40En geen van zijn geboden.
1:23:43Te kunnen houden.
1:23:44Nog steeds op alle boosheid geneigd.
1:23:49Hem de eer de aanbidding te geven.
1:23:51Uit louter genade zonder enige verdiensten.
1:23:54Hem de eer en de aanbidding.
1:23:57U komt dus niet gemeente vanwege uw licht.
1:24:02Maar u komt vanwege uw duisternis tot het licht.
1:24:07U komt niet aan deze tafel vanwege uw gerechtigheid.
1:24:12Maar u komt in de beleving van uw ongerechtigheid.
1:24:15En in het afwerpen van al uw eigen gerechtigheid.
1:24:19Om te beleiden dat zijn gerechtigheid alleen redt van de dood.
1:24:25U komt niet vanwege het gevoel van uw leven in u.
1:24:30Maar u komt in de beleidenis van uw dood.
1:24:34Van uw ellendigheid.
1:24:35Van uw ongelijkvormigheid.
1:24:37Tot het leven.
1:24:40Om hem zo de eer.
1:24:42De aanbidding te geven.
1:24:43Ook als de wortel der zaken nu gevonden wordt.
1:24:47De beleidenis.
1:24:48Van de Christus der schriften.
1:24:50En u was er vanmorgen niet.
1:24:52Dat het u maar uit mag drijven.
1:24:54Alsnog.
1:24:55Tot de troon der genade.
1:24:56Om hem de eer.
1:24:58De aanbidding alsnog te geven.
1:25:01En te beleiden met Petrus.
1:25:03Met bittere smart.
1:25:04Dat u hem niet beleden hebt.
1:25:07Hoewel u er recht op had.
1:25:08Tot hem te komen.
1:25:10En kwam u recht.
1:25:12Kwam u om hem te beleiden.
1:25:14Hem de eer de aanbidding te geven.
1:25:17Hem waarde toe te kennen die hij zo waardig is.
1:25:23Om hem te zien, te smaken, te proeven.
1:25:27De goedheid, de warmhartigheid gods.
1:25:30Om te beleiden met deze joden wat hij gedaan heeft.
1:25:35Welke weg hij heeft afgelegd.
1:25:38Welke duistere diepte hij doorwandeld heeft.
1:25:41Welke strijd hij gestreden heeft.
1:25:43Zoals een smarten hij geleden heeft.
1:25:45Ontzaggelijk toch.
1:25:47En dat vanwege de schuld.
1:25:49De zonde die wij veroorzaakt hebben.
1:25:51Ziet gemeente.
1:25:53Het evangelie.
1:25:55Dat zegt kom uit.
1:25:57De steen weg.
1:25:59De roepstem van het evangelie.
1:26:02Kom uit.
1:26:03Tot de vergevende liefde van God.
1:26:06Tot de bloedstorting van hem.
1:26:08Maar ook ontbind hem.
1:26:11De losmaking.
1:26:12Bij vernieuwing weer.
1:26:14Een beginsel van het nieuwe leven.
1:26:16De heidigmaking.
1:26:17Om voor hem.
1:26:18Naar al zijn geboden.
1:26:20Te wandelen.
1:26:22Straks zal het zijn.
1:26:24Ontzaggelijk toch.
1:26:25Gaat weg van mij.
1:26:27Al degenen.
1:26:29Die hem niet beleden hebben.
1:26:32Hem niet te voet gevallen zijn.
1:26:34Hem geen eerbetoon gegeven hebben.
1:26:37Maar straks zal het ook klinken.
1:26:39Tot al degenen.
1:26:40Al was het met veel twijfelmoedigheid.
1:26:43Gelijke Maria.
1:26:45Gelijke Marta.
1:26:46Al waren ze gebonden in moedeloosheid.
1:26:49Maar al degene die hem beleden hebben.
1:26:53Door beleidenis te doen.
1:26:56Door tot hem uit te gaan.
1:26:57Ook met hun verdriet.
1:26:59Met hun smart.
1:27:00Met hun schuld.
1:27:02Ja met hun vloek.
1:27:03Tot hem uit te gaan.
1:27:05De enige grond der zaligheid.
1:27:07Komt in.
1:27:08Gij gezegde des heren.
1:27:10En beërf dat koninkrijk wat voor u is weggelegd.
1:27:14Van voor de grondlegging der wereld.
1:27:17Ziet dat het ons innig verlangen.
1:27:19Begerend mag zijn.
1:27:21Mag worden.
1:27:22Om tot hem te komen.
1:27:25Vanwege datgene wat hij gedaan heeft.
1:27:29Namelijk God de Vader verheerlijk.
1:27:31De wet vervuld.
1:27:33Het recht verhoogd.
1:27:35De schuld verzoend.
1:27:37De Satan verpletterd.
1:27:40Hij maakt zondaren zalig.
1:27:43Amen.
1:27:44Eindigen wij met gebed.
1:27:48Heren, gij bracht ons in dit avontuur, in deze uren van nabetrachting, op het sacrament waarin uw naam beleden werd, uw offer getoond
1:28:00werd, uw verbond duidelijk werd gemaakt, uw trouw, uw eenzijdige liefde getoond werd.
1:28:11Wil dan geven, heren, dat we tot onszelf mogen inkeren.
1:28:15En iets mogen kennen als we aangingen van de losmaking van die banden.
1:28:21Van de begeerte, het innig verlangen om voor u te leven.
1:28:27Dat struikenende leven.
1:28:30Maar niet te min die begeerte te kennen.
1:28:33Om naar al uw geboden te handelen en te wandelen.
1:28:37De overige tijd van ons leven.
1:28:41En dan is het toch uitgegaan in het midden van de gemeente.
1:28:44U kent ons allerhard.
1:28:46O, geef toch dat diepe verlangen.
1:28:49Om u te mogen kennen door uw woord, door de kracht van uw geest.
1:28:55Als de hoogste profetenleraar die ons wil onderwijzen.
1:29:00In de weg ter zaligheid.
1:29:03Als die enige hoge priester die de schuld wil verzoenen.
1:29:06En de voorspraak zal zijn als die evige koning.
1:29:11Die beschermte bewaart bij de verworven verlossing.
1:29:14Gedenk ons zo nu.
1:29:16Trouwe goedheid, verzoen wat niet was.
1:29:19Naar uw woord bij het spreken, bij het luisteren.
1:29:23Wil dat wat naar uw woord was met uw zegen achtervolgen.
1:29:26De overdenking in onze hart te geven.
1:29:29Wil ons ook deze nieuwe week kracht te geven.
1:29:32Uw hulp, uw bijstand betonen.
1:29:35En als er ook een dag van afzondering is.
1:29:38Voor uw aangezicht te verschijnen.
1:29:40Onder uw woord te komen schenk ook lust en vermaak in de dingen van uw koninkrijk.
1:29:46Uw zegen ook te vragen aan het begin van het nieuwe seizoen.
1:29:50Over de tijd die voor ons ligt, persoonlijk, voor het gezinsleven.
1:29:56Voor de arbeid van onze handen, voor het kerkelijke leven.
1:30:00Ontferm uw zoon naar de grootheid, uw warmhartigheid.
1:30:03Gedenk u ook de zieken, ook de ernstige zieken.
1:30:06Heren, u weet ook wat zij mee tobben en worstelen.
1:30:10Met het lichaam.
1:30:11Met de zielen noden.
1:30:13Betoon u nog.
1:30:14Die genadige ontfermer.
1:30:16Die hemelse medicijnmeester.
1:30:19Die onze lichamelijke en geestelijke krankheden kent.
1:30:24En ook liefderijk genezen wil ontfermen u zo.
1:30:28In uw sparende trouw en goedheid ook op en over de weg.
1:30:32Wij vragen het u om Jezus willen.
1:30:35Uit genade.
1:30:36Amen.
1:30:39Wij zingen tot slot het psalm 68 en daarvan het tweede en het zeventiende vers.
1:30:44Maar het vrome volken u verheugt, zal huppelen van zielenvreugd, daar zij hun wens verkrijgen.
1:30:50En ook het zeventiende vers, hoe groot, hoe vreselijk, zei het galom.
1:30:54Psalm 68, vers 2 en 17.
1:30:58[GEZANG]
1:36:11Gaat nu heen in vrede, dragende de zegen des heren.
1:36:15De heren zegenen u en behoeden u.
1:36:18De heren doen zijn aangezicht over uw lichten.
1:36:22En zij u genadig.
1:36:23De heren verheffen zijn aangezicht over u.
1:36:27En geven u vrede.
1:36:30Amen.
1:36:31[GEZANG]