0:00[GEZANG]
9:28Onze hulp en onze verwachting, zij in de naam des Heren, die de hemel en de aarde geschapen heeft, die
9:40trouwe houdt en eeuwig leeft en die nooit laat varen de werken zijner handen.
9:49Amen.
9:51Genade, warmhartigheid en vrede.
9:56Zij u van God den Vader, door Christus Jezus zijn Zoon, in de gemeenschap des Heiligen Geestes.
10:09Amen.
10:11Gemeente, wij zetten deze dienst voort door te zingen uit Psalm 65, een dag van het eerste en het tweede vers.
10:19Psalm 65, vers 1.
10:28O God, betalen, geloften, dag bij dag en ook het tweede vers, een stroom van ongerechtigheden, had de overhand op mij, maar ons weer
10:40spannig overtreden, verzoend en zuiverd gij.
10:43Ik noem u Psalm 65, vers 1 en 2.
10:46[GEZANG]
16:06Gemeente, wij openen Gods heilig en dierbaar woord in het evangelie van Johannes.
16:11Daarvan nadert het elfde hoofdstuk.
16:14te beginnen bij het dertigste tot en met het negenendertigste vers.
16:19Ik noem u als onze schriftlezing Johannes 11, te beginnen bij het dertigste tot en met het negenendertigste vers.
16:27Toch vooraf stellen wij ons onder de tucht van Gods heilige wet.
16:33Toen sprak God al deze woorden, zeggende, Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid hebt.
16:45Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
16:50Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken van hetgeen dat boven in de hemel is, nog van hetgeen dat onder op de aarde
17:02is, nog van hetgeen dat in de wateren onder de aarde is.
17:08Gij zult u voor die niet buigen, nog hen dienen.
17:12Want ik, de Heere uw God, ben een ijveren God, die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde lid dergenen
17:24die mij haten.
17:26En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
17:36Gij zult de naam des Heeren uw Schots niet ijdelijk gebruiken.
17:41Want de Heer zal niet ons schuldig houden die zijn naam eindelijk gebruikt.
17:48Gedenk dan Sabbatdag dat gij dien heiligt.
17:52Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen.
17:57Maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren uw schots.
18:02Dan zult gij geen werk doen.
18:04Gij, nog uw zoon, nog uw dochter.
18:08...nog uw dienstknecht, nog uw dienstmaagd...
18:12...nog uw vee, nog uw vreemdeling die in uw poorten is.
18:17Want in zes dagen heeft de Heer uit den hemel en de aarde gemaakt...
18:22...de zee en alles wat daarin is...
18:25...en in ruste ten zevende dagen.
18:29Daarom zegenen de Heren den Sabbat...
18:32...en heiligden denzelven.
18:35Eerd uw vader en uw moeder...
18:38opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de Heren uw God geeft.
18:45Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste, gij
18:58zult niet begeren uw snaasten huis, gij zult niet begeren uw snaasten vrouw, nog zijn dienstrecht, nog zijn dienstmaagd,
19:08Nog zijn os, nog zijn ezel, nog iets dat uw naasten is.
19:14Ik noemde u als onze schriftlezing Johannes 11 vanaf vers 30.
19:21Tot en met 39 waar Gods woord als volgt tot ons komt.
19:26Jezus nu was nog in het vlek niet gekomen.
19:30Maar was in de plaats waarin Marta tegemoet gekomen was.
19:35De Joden dan die met haar in het huis waren.
19:38En haar vertrouwsten.
19:40Ziende Maria dat zij haastiglijk opstond.
19:43En uitging.
19:44Volgden haar.
19:46Zeggende.
19:47Zij gaat naar het graf.
19:49Opdat zij al daar wenen.
19:52Maria dan als hij kwam.
19:54Waar Jezus was.
19:55En hem zag.
19:57Viel aan zijn voeten.
19:59Zeggende tot hem.
20:00Heren.
20:01Indien gij hier geweest waart.
20:04Zo waren mijn broeder niet gestorven.
20:07Jezus dan.
20:09Als hij haar zag wenen en de Joden die met haar kwamen ook wenen, werd zeer bewogen in hun geest en ontroerde zichzelf.
20:20En zeiden, waar heb je hem gelegd?
20:23Zij zeiden tot hem, heren, kom en zie het.
20:28Jezus weende.
20:30De Joden dan zeiden, zie hoe lief hij hem had.
20:33En sommigen uit hen zeiden, kon hij.
20:37Die de ogen des blinden geopend heeft.
20:40Niet maken.
20:42Dat ook deze niet gestorven waren.
20:45Jezus dan wederom in zichzelf.
20:47En zeer bewogen zijnde.
20:49Kwam tot het graf.
20:51En het was een spelonk.
20:53En een steen was erop gelegd.
20:56Jezus zei.
20:57Neem de steen weg.
20:59Marta.
21:00De zuster is gestorven.
21:02En zei tot hem.
21:03Heren.
21:03Hij riet nu al.
21:05Want hij heeft vier dagen al daar gelegen.
21:08Jezus zei er tot haar.
21:10Heb ik u niet gezegd.
21:12Dat zo gij gelooft.
21:14Gij de heerlijkheid gods zien zult.
21:17Tot zover de schriftlezing.
21:23Gemeente in de voorbeten dan.
21:24Denk aan de ernstige zieken.
21:26En de gemeente in de vakante periode.
21:30Verenigen wij ons in gemeenschappelijk gebed.
21:37Getrouw en eeuwig God.
21:39Gij toont u trouw.
21:41Uw langmoedigheid, uw goedheid.
21:44Ook als u deze uw dag doet aanbreken.
21:47Als de deuren van dit bedenhuis openstaan.
21:51En we op kunnen gaan of met deze plaats verbonden mogen zijn.
21:56U toont uw langmoedigheid aan een ieder onze.
22:00Dat u ons deze dag doet ontvangen uit uw hand.
22:05En dat u tot ons komt met uw goddelijk woord.
22:08En ook met het zichtbare.
22:11Van het sacrament.
22:13De bediening van het heilig avondmaal.
22:15Hoorbaar en zichtbaar.
22:18Toont gij op deze uw dag.
22:21Uw goddelijke werken.
22:23Uw woord en uw werken.
22:25Worden hoorbaar en zichtbaar onder ons verkondigd.
22:30Opdat wij leren rusten van onze boze werken.
22:34En leren rusten.
22:36Dat wil zeggen.
22:37Ons leren verlustigen.
22:39In datgene.
22:41Wat u hebt geopenbaard in uw goddelijk woord en evangelie.
22:45En wat u ook duidelijk maakt in de bediening van het heilige sacrament.
22:50Onder de zichtbare tekenen en zegelen van uw genatenverbond.
22:56Wat gegrond is in hem, uw zoon.
23:00Die gezonden is door u.
23:03Gekomen is in gehoorzaamheid aan u.
23:06En alles volbracht en betaald heeft.
23:10Wat nodig was.
23:12Dat uw deugden verheerlijk zouden worden.
23:16Uw woord vervuld.
23:18De macht van de vorste duisternis verbroken zou worden.
23:22En arme verloren zondaren verlost zouden worden.
23:26En verzoening zouden die lachtig worden.
23:31In dat bloed wat reinigt van alle zonden.
23:36Heren dan weet u wie we zijn.
23:38U bent de hartekender.
23:40De nierenproever.
23:42Wil dan nog zelf uw zegenende hand uitstrekken over al degenen.
23:47Die iets kennen van dat nieuwe leven.
23:50Die die hartelijke onberouwelijke keuze.
23:55Hebben ervaren in hun hart voor u en voor uw dienst.
23:59Als vruchtgevolg van de kracht van uw woord.
24:02En het werk van uw heilige geest.
24:05Die iets verstaan van de droefheid naar u.
24:08Die de onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt.
24:11Hoe zwak, hoe klein, hoe aangevochten.
24:15Of als het ook sterker mag zijn.
24:18Maar u hebt deze tekenen en zegelen gegeven.
24:22Opdat uw naam, uw werk beleden zou worden.
24:26U de gedachtenis zou ontvangen van uw bitter lijden en sterven.
24:32Maar ook tot sterking.
24:35Versterking van hetgeen u zelf hebt gewrocht.
24:38Wil het zo dienstbaar doen zijn.
24:40Op deze uw dag.
24:42In het midden van de gemeente.
24:44Dat uw naam verhoogd en verheerlijk zou worden.
24:48En dat hij de zaligmaker.
24:51In het heden der genade.
24:53Ook zijn woord vervuld en bevestigd ziet.
24:57Hij ontvangt de zondaars.
25:00En eet met hen.
25:03Heren, ontferm u zo naar uw warmhartigheden.
25:06En dat het zo met alle eerbied in stichting ook voor de gemeente de bediening verricht zou mogen worden.
25:15Uw naam erin verhoogd zou worden.
25:18Breid zo uw handen genatig en ontfermend over ons uit.
25:22En schenk zo uw onmisbare zegen.
25:26Gedenk u de rouw tragende onder ons, korter of langere tijd geleden.
25:33Wat zij ondervinden ook in de weg van het smartvolle verlies.
25:37De leegte die beleefd wordt.
25:39Wil ze uw hulp, uw bijstand betonen.
25:42En uw vertroostingen schenken vanuit uw woord en evangelie.
25:47Gedenk u de zieken, ook de ernstig zieken onder ons.
25:51U weet ook hun strijd, hun worsteling, hun moeite.
25:57Heren, betoon ook uw trouw, uw goedheid, wil, behandelingen.
26:02[GEZANG]
26:29[GEZANG]
26:31Wat ze nodig hebben.
26:33De bewoners van de Vlietberg.
26:35De bezoekers van de oase.
26:38Heren, allerlei noden, allerlei zorgen.
26:41Gebreken van de ouderdom.
26:43Of psychische moeilijkheden en zorgen.
26:46Het is u op het allervolmaakt bekend.
26:49Ik wil het ook geven dat we, als we de kast tijdingen ondervinden.
26:55Heren, buigen voor uw majesteit, voor uw grootheid.
26:59Gehoorzaam zijn aan uw woord.
27:01Om u te kennen in al onze wegen.
27:03Opdat u onze paden recht zou maken.
27:07Wil ook zo gedenken naar de grootheid uw warmhartigheden.
27:12Wil ook deze gemeente gedenken ook in de periode van voortdurende vacature.
27:18Schenk ook daartoe licht en wijsheid in.
27:22En wil u zelf voorzien van een man naar uw raad.
27:25Die ook deze plaats gesteld mag mogen worden.
27:31Pastorale werkbedrijf.
27:33In deze vakante periode.
27:35Uw hulp.
27:36Uw bijstand gedurig betonen.
27:38Heer is u zo nog neder.
27:40Schenk zo.
27:42In deze dag.
27:44Deze morgen uw hulp.
27:46Uw genadige gunst.
27:48Open uw woord.
27:50Door de kracht van uw geest.
27:51U kunt het niet doen.
27:53Om enige verdienst aan onze zijde.
27:56Maar wilt u het nog doen.
27:58Tot verheerlijking van uw grote naam.
28:01Om zijn het wil.
28:02Om Christus willen.
28:05Uitgenade.
28:06Amen.
28:10Gemeente de Dichter die vraagt zich af.
28:12Zou hij wel weten van mijn droevig lot.
28:14Zou de allerhoogste van mijn plagen.
28:17En van mijn bittere rampen wel kennis dragen.
28:20Dat zijn de vragen.
28:21Dat zijn de zorgen.
28:23Dat zijn de verzuchtingen van de arme zondaar.
28:26Niet alleen voor tijdelijke noden.
28:28Maar ook in geestelijke noden.
28:30Maar hij weet niet alleen.
28:33Van hun droevig lot.
28:34Maar ik kan ook daar.
28:36Een heerlijke verandering in geven.
28:38Zoals u dat ook vindt.
28:39In de geschiedenis die u voorgewezen is.
28:42Waarmee we willen vervolgen.
28:44Het gedeelte van vorige week.
28:46En u willen stilstaan bij het 40ste vers.
28:49Kort willen stilstaan.
28:50Als voorbereiding op de bediening.
28:52Van het sacrament.
28:54Johannes 11 vers 40.
28:56Waar Gods woord.
28:58Als volgt tot ons komt.
29:00Jezus zeide tot haar.
29:02Heb ik u niet gezegd dat zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult.
29:10Het gaat in de woorden van onze tekstgemeente om Christusverzekering.
29:16En we letten ten eerste op de vermaning tot deze verzekering.
29:20In de tweede plaats op het middel voor deze verzekering.
29:24En in de derde plaats op de oorzaak van deze verzekering.
29:29Het gaat in de woorden van onze tekst over Christus, verzekering.
29:33We letten ten eerste op de vermaning tot deze verzekering.
29:37Ten tweede op het middel voor deze verzekering.
29:39En ten derde op de oorzaak van deze verzekering.
29:45Voordat we hierna erbij stil hopen te staan, gaan we eerst zingen uit Psalm 42, vers 2, 4 en 5.
29:55Psalm 42, vers 2.
29:57Ik heb mijn tranen onder het klagen.
29:59Tot mijn spijzen dag en nacht.
30:02Het vierde vers.
30:03O mijn ziel, wat denk aan u, o God, in het klagen uit de landstreek der Jordaan.
30:10En ook het vijfde vers.
30:12Maar de Heere zal uitkomst geven.
30:15Hij is daags zijn gunst gebied.
30:17Ik noem u Psalm 42, vers 2, 4 en 5.
30:23En dan nog een aantal mededelingen.
30:26Dinsdagavond 10 maart.
30:28Is er een opvoedingsavond in Ebena-Ezer met als onderwerp gedoopt zijn is keuzes maken.
30:36Aanvang half acht.
30:38Woensdag 11 maart is de jaarlijkse biddag voor gewas, arbeid en visserij.
30:43In de morgendienst is er een kerkdienst die aanvangt om half tien.
30:47Dan zal kandidaat G.H.
30:49Koppelman uit Rauwveen voorgaan.
30:52En in de avonddienst die aanvangt om zeven uur zal dominee Jee van Mechelen.
30:57Uit Mondvoort voorgaan.
30:58En dit zo de Heer wil.
31:00En we leven.
31:01De collecten in deze dienst zijn in de eerste voor de diakonie.
31:05De tweede voor de kerkvoordij.
31:07De derde voor de aflossende kerk.
31:09Deze collecten worden hartelijk in de meeldadigheid aanbevolen.
31:12En we zingen uit Psalm 42 vers 2, 4 en 5.
31:17[GEZANG]
38:43Voorafgaande gemeente aan de woorden van onze tekst.
38:45Vindt u de kleinste tekst in de Bijbel.
38:48Maar wel een heel aangrijpende.
38:51Een heel bijzondere en duidelijke tekst.
38:54Dat de Zoon van God in alle benauwdheid van de zijnen mede benauwd is geweest.
39:01Dat hij waarachtig rechtvaardig mens was.
39:05Medelijden heeft met de zwakheden.
39:08Maar ook in de noden, in de zorgen.
39:10Ook mede benauwd was.
39:13Jezus weende.
39:15Het 35e vers.
39:18Waarlijk mens.
39:19Het medelijdende.
39:21De barmhartige, de getrouwe hoge priester.
39:24Wat een grote tegenstelling deze geschiedenis.
39:27Het licht wat bij de duisternis gekomen is.
39:32Het leven met een hoofdletter wat bij het graf, bij de dood gebracht wordt.
39:38Grote tegenstelling gemeente, leven en dood.
39:43Die tegenstelling die vindt u ook bij de bediening van het sacrament van het heiligavondmaal.
39:51Buiten onszelf.
39:53De dood.
39:54In onszelf.
39:56Grotere tegenstelling is er niet denkbaar.
39:58De heilige met een hoofdletter.
40:01En de onheilige.
40:03De reine met een hoofdletter.
40:05En de onreine.
40:07En niet te min een verbinding.
40:10Een gemeenschap.
40:11Niet alleen door de kracht van het woord en het werk van de heilige geest.
40:16Maar ook in de bediening van het heilige sacrament.
40:20Er is geen sprake van enige overeenstemming.
40:25Maar juist een duidelijke en krachtige tegenstelling.
40:30En nogthans een verbinding door geest en woord.
40:35En bevestigd en versterkt door de bediening van het sacrament.
40:39Het leven buiten onszelf.
40:44Zoekende en belevende midden in de dood te liggen.
40:50Graf was een spelonk en in die spelonk was deze lazus gelegd en een steen was ervoor gewenteld.
41:00En als de zaligmaker tot dit graf komt, dan zegt hij neem de steen weg tegen degene die erbij stonden.
41:09Maar Martha, de zuster van de verstorvenen, zo staat ook in deze geschiedenis, die zegt neem, dat kan toch niet.
41:17In die landengemeente, zo is het nog, de gewoonte wordt op dezelfde dag als de dood ingetreden is, ook de begrafenis verricht.
41:26Vanwege het klimaat, vanwege de warmte.
41:30En deze Lazarus had nu al vier dagen in het graf gelegen.
41:35En dat in die omstandigheden.
41:38En daarom roept Martha het uit.
41:39Nee, die steen die kan toch niet weggenomen worden.
41:44De zaligmaker heeft gezegd.
41:46Bij de aanvang van dit hoofdstuk.
41:48Deze krankheid is niet tot een dood.
41:52Maar is tot verheerlijking van de grote werken gods.
41:55Opdat de zoden gods in dezelfde verheerlijk worden.
42:00Ziet hij komt terwijl de dood ingetreden is.
42:04Hij komt door de dood heen.
42:06Hij komt door de onmogelijkheid heen.
42:10Zij in hun smart en in hun onmogelijkheid.
42:15En hij komt en hij zegt neem de steen toch weg.
42:20Sacrament van het heiligavondmaal gemeente.
42:23Tekenen van brood en van wijn.
42:27Herinnert aan zijn strijd.
42:30Herinnert aan de worsteling die hij doorgemaakt heeft.
42:33Aan de last die hij gedragen heeft.
42:36Aan het woord gods wat hij vervuld en bevestigd heeft.
42:40Aan het strafeisend recht van God de Vader.
42:44Waaraan hij voldoening gegeven heeft.
42:47En verzoening verworven heeft.
42:50En hij is de zoon van God.
42:53De almachtige.
42:54De volkomen borg en middelaar.
42:57En kijk, ongetwijfeld bent u in de afgelopen week bij uzelf bepaald.
43:04En gaat u in uzelf ook zoeken.
43:06En zoeken we enige geschiktheden.
43:10Enige aanknopingspunten in onszelf.
43:14Waarbij we dan ten avondmaal zouden kunnen gaan om daar een kroon op te ontvangen.
43:20Om daarop bevestigd te zullen worden op onze geestelijke ondervindingen.
43:26Op onze tranen en op onze gestaltes.
43:30Maar hopelijk hebt u niets gevonden gemeente.
43:33Wat gode aangenaam was.
43:35Hopelijk bent u alleen maar dorheid en dodigheid en ongelijkvormigheid tegengekomen.
43:44Hopelijk bent u erachter gekomen dat er aan uw zijde niets te vinden is.
43:50Wat gode wel aangenaam was.
43:54Eerder was er nog enige verwachting.
43:56Was er nog enige hoop.
43:58Ook bij deze zusters.
44:00Toen Lazarus ziek werd.
44:02Toen hij ernstig ziek werd.
44:04Toen hij stervende werd.
44:06Toen ging de hoop verflauwen.
44:08En toen kwam de dood.
44:10En nu ligt hij in het graf.
44:12Al vier dagen lang.
44:14In het graf.
44:15En misschien ook bij uw enige hoop.
44:18Enige verwachting.
44:21Enkele tekenen van geestelijk leven.
44:23Daar uw hoop op gebouwd.
44:26En u krijgt deze omstanders.
44:30Die krijgen de opdracht.
44:32Neem de steen weg.
44:34En Martha die zegt.
44:36Neem heren.
44:37Dat kan toch niet.
44:38Nu die steen weg te nemen.
44:41En eigenlijk is dat ook een beeldgemeente.
44:43Voor u en voor mij.
44:45In de week van voorbereiding.
44:47Dan moet die steen weggenomen worden.
44:50En dan zegt u.
44:51Maar dat kan toch niet zo.
44:53Als die steen weggenomen wordt.
44:55Wat komt er dan toch tevoorschijn.
44:57Aan ongerechtigheid.
44:59Aan verdorvenheid.
45:00Aan dorheid.
45:02En aan koudheid.
45:04Maar zo klinkt het in het formulier.
45:06Dat die steen die moet weggenomen worden.
45:10Hoop dat u zult zien.
45:11Wie u zelf bent.
45:13En blijft.
45:14Een mishagen.
45:15Aan uzelf te hebben.
45:17U voor God te veroopmoedigen.
45:19Onze reinigmaking.
45:21En zaligheid.
45:22Buiten onszelf te zoeken.
45:25Een igelijk bedenken.
45:27Kijk, daar gaat die steen weg.
45:29En wat komt er dan tevoorschijn?
45:31Een igelijk bedenken.
45:33Zijn zonde.
45:34En zijn vervloeking.
45:36Dat de toren gods tegen de zonde zo groot is.
45:39Dat eer dat hij die ongestraft liet blijven.
45:42Zijn gestraft heeft.
45:44Aan zijn eigen lieve zoon.
45:47Daar hebt u Adam.
45:49Gevallen in het paradijs.
45:52Weggekropen achter het struikgewas.
45:54Zich bedekt met vijgenbladeren.
45:57Maar hij werd geroepen.
45:58Toen moest die steen weg.
45:59Die verontschuldigingen.
46:01Die moest hij verliezen.
46:03Hij moest daar staan.
46:04De beschande van zijn naaktheid.
46:06In het verlies van het beeld.
46:09Daar hebt u Zaccheus.
46:11Hij is in de vijgenboom geklommen.
46:13En de zaligmaker houdt bij hem stil.
46:16En die zegt, Zaccheus, ik moet heden in uw huis blijven.
46:20Dat huis waar hij zijn gestolen schatten had verzameld.
46:26En de zaligmaker neemt de steen weg.
46:29En die wordt bepaald bij zijn diefstal, bij zijn gebrek, bij zijn zonde en bij zijn schuld.
46:36Er is een Samaritaanse vrouwgemeente.
46:39Ze komt bij de waterput om wat water.
46:43En ze heeft een gesprek met de zonen gods.
46:46En tenslotte vraagt ze.
46:48Heren geef mij dat water.
46:50Of dat ik hier niet steeds moet komen om te putten.
46:54En dan zegt de zaligmaker haal die steen nu eens weg.
46:58Ga heen roep uw man.
47:00En dan moet die steen weg.
47:02En dan zegt ze ik heb geen man.
47:04En dan zegt de Christus.
47:06Je hebt wel gezegd.
47:08Je hebt vijf mannen gehad.
47:10Die je nu hebt.
47:11Is uw man niet.
47:13Kijk, dan gaat die steen weg.
47:15En ze roept het uit.
47:16Komt, ziet een mens die mij gezegd heeft.
47:19Alles wat ik gedaan heb.
47:21Dan hebt u een tegensprekende, een murmurerende aas af.
47:25En hij is het niet eens met de weg die de Heer met hem gaat.
47:29Met het kruis wat hem opgelegd is.
47:31Met de smarten die hem getroffen hebben.
47:35Maar, dan wordt hij in het heiligdom gebracht.
47:38En dan wordt die steen weggehaald.
47:40En dan zegt hij, ik was.
47:42Met mijn verwaande geest.
47:43Ben u een onvernuftig beest.
47:46Rept u Paulus ten apostel.
47:49Dan moet die steen weer weggemeend.
47:51En dan zegt hij.
47:53Ik ben vleeslijk.
47:56Verkocht onder de zonde.
47:59Wie zal mij verlossen.
48:00Van het lichaam deze doods.
48:03Ik dank God door Christus Jezus.
48:06Onze heren.
48:08Die vuile bron.
48:09Van onze wanbedrijven.
48:12Herschep mijn hart en reinigij.
48:14O heren.
48:16O in plaats van gevoeligheid.
48:20In plaats van leven.
48:22In plaats van geschiktheden.
48:25Die steen weg.
48:26Een egelijk bedenken.
48:28Zijn zonde en verzoeking.
48:30Is de steen al bij u weggenomen.
48:33In de afgelopen week.
48:35Zult u zo komen aan het sacrament van het heiligavondmaal.
48:39Bedenkende uw zonde.
48:42En uw vervloeking.
48:44Opdat hij verheerlijk wordt.
48:46Opdat het leven buiten u ligt.
48:49Opdat het net aan de andere zijde uitgeworpen wordt.
48:53Opdat loutere genade beleden zal worden.
48:58Alleen de zaligmaker van zondaren.
49:01Uw naam alleen moet eeuwig de eer ontvangen.
49:06U alleen u loven wij.
49:10David, die worstelde ook met die steen.
49:13Die wilde die steen maar erop houden.
49:15Toen ik zweeg, zo zegt hij.
49:17Toen werden mijn beenderen verouderd in mijn brillen de ganse dag.
49:21Want uw hand was dag en nacht zwaar op mij.
49:24Mijn sap werd veranderd in zomerdroogten.
49:27Maar kijk, toen ging de steen weg.
49:29Bekende, o heren aan u, oprecht mijn zonde.
49:33Verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden.
49:38Dan is de steen...
49:39Die zal tot u een ieder van de vromen.
49:43Want in de tweede plaatsgemeente.
49:45Dan spreekt ook de tekst van het middel.
49:47Voor deze verzekering.
49:50Jezus zei er tot haar.
49:51Heb ik u niet gezegd.
49:53Zo gij gelooft.
49:56Geloof.
49:57Waar geloof.
49:58Het gaat om dat oprechte geloof.
50:01Gewerkt door het woord.
50:03En door de kracht van de heidige geest.
50:05Dat instrument.
50:07Dat.
50:08Niet als grond het zichtbare.
50:12Wat niet als bron het gevoelige.
50:14Wat niet rust in de omstandigheden.
50:18Nee, dat is alleen maar tot last.
50:21Marta en Maria.
50:23Ze zijn in de twijfelmoedigheid terechtgekomen.
50:26In de moedeloosheid.
50:29Gezien de omstandigheden.
50:30De dood is gekomen.
50:32Het graf is opengegaan.
50:35Hij ligt al vier dagen in het graf.
50:38Ach, heren, waart gij hier geweest toen u nog ziek was, ernstig ziek was, maar u was er niet.
50:46Waar is God, op wie gebouwd het en aan wie u zaak vertrouwt het, zo zongen we zo straks.
50:53O, zo menigmaal zijn we afhankelijk van invluisteringen.
50:58Zo menigmaal worden we belaagd en gehinderd door gebeurtenissen, door de omstandigheden.
51:07Maar geloof ontstaat door de wederbarende kracht van het woord.
51:13En door het werk van de heidige geest.
51:16En rust en wordt gevoed door het spreken Gods.
51:22Hoe het ook mocht tegenlopen.
51:24Gestadig op zijn goedheid te hopen.
51:28Psalm 56 gemeente.
51:30Dan zegt de dichter in God zal ik het woord prijzen.
51:35Moet u de kanttekening maar op nalezen.
51:37Dat David dan zegt, in alle nood, alle zorg, maar het woord vasthouden.
51:45Geloof houdt zich, grondt zich, weet zich gebonden aan het onfeilbare woord van God.
51:53Heb ik u niet gezegd, zo gij gelooft.
51:58Dat deden ze niet op dit moment.
52:00Het waren wel gelovigen, maar...
52:03Ze waren beladen met omstandigheden.
52:06Hun harten waren vervuld met droefheid.
52:09Het gezicht was versluierd.
52:11Op de almacht.
52:12Op de trouw.
52:13Op de genade.
52:15Op de barmhartigheid.
52:16Van de zonen gods.
52:18Maar heb ik u niet gezegd.
52:20Zo gij gelooft.
52:22Sacrament gemeente van het heidige avondmaal.
52:25Is tot sterking.
52:27Van het waar.
52:29Zaligmakend geloof.
52:30Of ik ook deze.
52:33Gewisse belofte gods gelooft.
52:36Heb ik u niet gezegd.
52:39Dan bent u de steen weg.
52:42Mishagen aan uzelf.
52:43Niets bij uzelf te vinden.
52:46Maar waarzadigmakend geloof leeft ook niet.
52:49Op uw werken.
52:51Wordt ook niet gevoed door uw tranen.
52:53Wordt ook niet gesterkt door uw gestaltes.
52:56Maar richt zich op het woord.
53:00Op het werk gods.
53:02In Christus Jezus.
53:03De belofte gods.
53:04Die gewis is.
53:06Heb ik u niet gezegd.
53:08Genade alleen.
53:10Vrijmachtige genade.
53:12Als zondaar.
53:14Als tollenaar.
53:16Als vernoorne.
53:17Tot hem te komen.
53:19De zaligmaker van zondaren.
53:21Die grote hemelse medicijnmeester is.
53:25Die onze geestelijke krank heen kent.
53:28En ook liefderijk.
53:30Geneest de gerechtigheid.
53:32De heiligheid.
53:33Zonder ons.
53:35Buiten ons.
53:36En niettemin in de belofte gods gepredued.
53:40Voor arme ellendige verloren zondaren.
53:43Heb ik u niet gezegd.
53:46Dat zo gij gelooft.
53:48De derde plaats gemeente spreekt ook de tekst van de oorzaak.
53:51Van deze verzekering.
53:54Dan zult gij de heerlijkheid gods zien.
53:59De heerlijkheid Gods, Isaiah 40 spreekt er ook van, onder het oude testament gaat dan vaak over de Christus.
54:07Over de zaligmaker van zondaren.
54:10Dan gaat het ook vaak over de ark die van Gods geuns getuigd.
54:15Die in het heilige der heiligen stond.
54:18Waar de wetstafelen in geborgen waren.
54:21Waar het bloed der verzoening op gesprengd werd op het verzoendeksel.
54:25Heb ik u niet gezegd.
54:28Het heiligavondmaal, dat is een sacrament wat gegeven is tot versterking van het waar zaligmakend geloof.
54:38Om te aanschouwen de heerlijkheid gods.
54:41Om te smaken de goedheid gods.
54:45Om hem de eer de aanbidding te geven.
54:48Om hem voor waar te houden.
54:50De overgave aan hem.
54:53Het vertrouwen op de waarachtigheid van het woord.
54:57De toevluchtneming tot hem.
54:58Het zien van hem in het waar zaligmakend geloof.
55:03Kijk, en als u dat mag zien.
55:05Als u dat geloof mag oefenen zo te komen als arme, ellendige, verloren zondaar.
55:13Om versterkt te worden in de gewisse belofte gods.
55:18De belofte die gewis is.
55:20En dan te zien in die tekenen de verheerlijking van de naam.
55:25Om dan te zien in die tekenen van dat gebroken brood en die vergoten wijn.
55:30Dat daar Gods recht in verheerlijk is geworden.
55:33Dat daar de deugden van waarheid en van gerechtigheid in blinken en in schitteren.
55:40Dat hij een volkomen borg en zaligmaker is.
55:44Dan ziet u de heerlijkheid Gods.
55:46Die eeuwige.
55:48Die onbegrijpelijke.
55:50Die eenzijdige.
55:51Die vrijmachtige liefde Gods.
55:54Ik heb u lief gehad.
55:56Met een eeuwige liefde.
55:57En daarom heb ik u getrokken met koorden van goede tierenheid en van waarheid.
56:03Dan ziet u de heerlijkheid Gods die onwankelbare trouw.
56:08Dat hij getrouw bleef aan die trouweloze discipelen.
56:12Die wegliepen.
56:13Die hem verlogenden.
56:15Die achter gesloten deuren in diepe droefheid bijeen zaten.
56:20Die de boodschap van de opstanding ijdel geklapt noemden.
56:25Maar hij bleef te getrouwen.
56:27Dan ziet u de heerlijkheid gods in hem.
56:30Het is trouw.
56:31Al wat hij ooit beval.
56:33Het staat op recht en waarheid, Paul.
56:36Als op onwriekbare steunpilaren.
56:39O, dan ziet u hem met de bruid in het hoog niet.
56:42Dat hij blank, smetteloos, rijn, zuiver is met zijn geboorte.
56:48Dat hij rood in zijn sterven is.
56:50Dat hij zo een volkomen borg en zaligmaker is.
56:54Van het prilste begin af.
56:56Zijn kerk bedekt met zijn onschuld en volkomen heiligheid.
57:02Als hij geboren worden in onreinheid en vloekwaardigheid.
57:08Hun dadelijke schuld verzoend door zijn roodheid aan het vloekhout van het kruis.
57:14Hoe krachtig zijn bloed.
57:16Hoe uitnemend zijn werk.
57:19O in uw aanvechting.
57:21In uw bestrijding.
57:23Kampend met uw ongeloof.
57:26De doodsgeur van uw zonde, van uw volkwaardigheid.
57:30Van uw ellendigheid bij uzelf waarnemende.
57:34Maar hier de verzekering.
57:36Het ik voor u.
57:38Daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.
57:43Een zaligheid.
57:45Verworven door recht en gerechtigheid.
57:48Uit genade verkregen.
57:50Aan de tafel gemeente.
57:53Als de harten opgeheven worden.
57:55Als we ons niet blijven houden bij de tekenen van brood en wijn.
58:00Maar onze harten mogen opheffen.
58:02Dan ziet u daar de heerlijkheid gods.
58:06Vast en gewis.
58:08Geestelijk te zien.
58:10Gelovig te smaken.
58:12Heb ik u niet gezegd.
58:15Dat zo gij gelooft.
58:17Gij de heerlijkheid gods zult zien.
58:20Op dat mijn ziel.
58:22Uw naam beleid.
58:23En u.
58:25Geheiligd zij.
58:26Amen.
58:29Gemeente wij zingen uit psalm 25.
58:32Een daarvan het vijfde vers.
58:34Psalm 25 vers 5.
58:36Lautere goedheid.
58:38Liefde koorden.
58:40Waarheid zijn des heren paan.
58:42Hun.
58:43Die zijn verbond en woorden.
58:45Als hun schatten gade slaan.
58:47Het vijfde vers.
58:49Van psalm 25.
58:50[GEZANG]
1:01:28Deze wij gemeenten het formulier.
1:01:30om het heiligavondmaal van onze Heer Jezus Christus te houden.
1:01:38Geliefden, in de Heer Jezus Christus hoort aan...
1:01:41de woorden der inzetting van het heiligavondmaal...
1:01:45van onze Heer Jezus Christus...
1:01:48welke ons beschrijft de heilige apostel Paulus, 1 Corinthe 11.
1:01:53Ik heb van de Heren ontvangen...
1:01:55hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heer Jezus...
1:02:01In de nacht in welke hij verraden werd, het brood nam.
1:02:05En als hij gedankt had, brak hij het.
1:02:08En zei hij, neemt, eet, dat is mijn lichaam dat voor u gebroken wordt.
1:02:14Doe dat tot mijn gedachten is.
1:02:18Desgelijks nam hij ook de drinkbeker na het eten des avondmaals.
1:02:22En zei hij, deze drinkbeker is het nieuwe testament in mijn bloed.
1:02:27Doe dat zo dikwijls als gij dienst zult drinken tot mijn gedachten is.
1:02:33Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heren totdat hij komt.
1:02:43Zo dan, wie onwaardelijk dit brood eet of de drinkbeker des Heren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heren.
1:02:55Maar de mens beproeven zichzelf en eten al zo van het brood en drinken van de drinkbeker.
1:03:02Want die onwaardiglijk eten drinkt, die eten drinkt zichzelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heren.
1:03:12Opdat wij nu tot onze troost des Heren avondmaal mogen houden, is ons voor alle dingen nodig dat wij ons tevoren recht beproeven, ten andere...
1:03:24Dat wij het tot dat einde richten waartoe het de Heere Christus verordineerd en ingesteld heeft.
1:03:31Namelijk tot zijn gedachtenis.
1:03:34De waarachtige beproeving van onszelf bestaat in deze drie stukken.
1:03:39Ten eerste bedenken een iegelijk bij zichzelf en zijn zonden en vervloeking.
1:03:46Opdat hij zichzelf een mishagen en zich voor God verootmoedigen.
1:03:51aangezien de toren gods tegen de zonde zo groot is, dat hij die, eer hij zo ongestraft liet blijven, aan zijn dievenzoon Jezus Christus met
1:04:03een bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft.
1:04:07Ten andere onderzoeken een egelijk zijn hart of hij ook deze gewisse belofte gods gelooft, dat hem al zijn zonden
1:04:18Alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn.
1:04:23En de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigen toegerekend en geschonken is.
1:04:31Ja, zo volkomen.
1:04:33Alsof hij zelf in eigen persoon voor al zijn zonden betaald en alle gerechtigheid voorbracht had.
1:04:41Ten derde onderzoeken en egelijk zijn conscientie of hij ook gezind is voortaan.
1:04:48met zijn ganse leven, waarachtige dankbaarheid, jegens God den Heren te bewijzen en voor het aangezicht Gods oprechtiglijk te wandelen, eensgelijks
1:05:00of zonder enige geveinsdheid, alle vijandschap, hatenheid, van harte afleggende, een ernstig voornemen heeft om van nu voortaan in waarachtige liefde
1:05:13en enigheid met zijn naasten te leven.
1:05:17Allendan die al zo gezind zijn, die wil God gewisselijk in genade aannemen en voor waardige medegenoten van de tafel zijn zoons Jezus Christus
1:05:29houden.
1:05:30Daarentegen die dit getuigenis in hun harten niet gevoelen, die eten en drinken zichzelf een oordeel, waarom wij ook naar het bevel van Christus en van de apostel
1:05:43Paulus
1:05:44Allen die zich met deze navolgende ergerlijke zonde besmet weten, vermanen van de tafel des Heren zich te onthouden en hun verkondigen dat zij geen deel in het Rijk
1:05:56van Christus hebben.
1:05:57Als daar zijn, alle afgodedienaars, allen die verstorven heidigen, engelen of andere schepselen aanroepen, allen die de beelden eer aandoen, alle tovenaars
1:06:10en waarzeggers,
1:06:11Die vee of mensen met schaders andere dingen zegenen en die aan zulke zegening geloof hechten.
1:06:18Alle verachters van God, van zijn woord en van de heilige sacramenten.
1:06:24Alle godslasteraars.
1:06:26Alle die tweedracht, sekten en muiterij in kerken en wereldlijke regeringen begeren aan te richten.
1:06:33Alle mijn edigen.
1:06:34Alle die hun ouders en overheden ongehoorzaam zijn.
1:06:39Alle doodslagers, kijvers en die in haten neidt tegen hun naaste leven.
1:06:45Alle echtbrekers, hoereerders, dronkaards, dieven, hoekeraars, rovers, spelers, gierigaards en al degene die een ergelijk leven leiden.
1:06:55Deze allen, zolang zij in zulke zonde blijven, zullen zich van deze spijzen, welke Christus alleen voor zijn gelovigen verordineerd heeft, onthouden.
1:07:08Ook dat hun gericht en verdoemenis niet des te zwaarder worden.
1:07:12Maar dit wordt ons zeer geliefde broeders en zusters niet voorgehouden.
1:07:17Om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken.
1:07:22Alsof niemand tot het avondmaal des heren gaan mocht.
1:07:26Dan die zonder enige zonde waren.
1:07:29Want we komen niet tot dit avondmaal om daarmee te betuigen.
1:07:34Dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn.
1:07:39Maar in tegendeel.
1:07:41Aangezien wij ons leven buiten onszelf.
1:07:45Jezus Christus zoeken.
1:07:47Zo bekennen wij daarmede.
1:07:49Dat wij midden in de dood liggen.
1:07:52Daarom al is het.
1:07:54Dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden.
1:07:58Als namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben.
1:08:03Dat wij ons ook met zulke ijver om God te dienen niet begeven als we schuldig zijn.
1:08:09Maar dagelijks met de zwakheid ons is geloofs.
1:08:12En de boze lusten onze slechts te strijden hebben.
1:08:17Nogthans des niet tegenstaande overmids ons.
1:08:21Door de genadere zijdige geesten zulke gebreken van harte leed zijn.
1:08:27En wij begeren tegen ons ongeloof te strijden.
1:08:31En naar alle geboden Gods te leven.
1:08:34Zo zullen wij gewis en zeker zijn.
1:08:37Dat geen zonder nog zwakheid.
1:08:39Die nog tegen onze wil in ons overgebleven is.
1:08:43Ons kan hinderen.
1:08:45Dat ons God niet in genade zou aannemen.
1:08:48En al zo deze hemelse spijzen en drank.
1:08:52Waardig en deelachtig maken.
1:08:54Ten andere laat ons nu ook overdenken.
1:08:57Waartoe ons de Heere zijn avondmaal heeft ingezet.
1:09:01Namelijk dat wij zo's doen zouden tot zijn gedachten is.
1:09:05Maar aldus zullen wij zijn er daarbij gedenken.
1:09:09Eerstelijk dat wij ganselijk in onze harten vertrouwen dat onze Heer Jezus Christus naar luid van de beloften die den voorvaderen in het Oude Testament van
1:09:22de beginnen afgeschied zijn van den Vader in deze wereld gezonden is.
1:09:28Ons vlees en bloed heeft aangenomen.
1:09:31Den toren God zonder welke wij eeuwigelijk hadden moeten verzinken.
1:09:35Van het begin zijn de menswording tot het einde zijn levens.
1:09:39Op aarde voor ons heeft gedragen.
1:09:42En alle gehoorzaamheid en gerechtigheid.
1:09:46Der goddelijke wet voor ons heeft vervuld.
1:09:49Voornamelijk toen hem de last van onze zonden.
1:09:53En van de toren gods het bloedig zweet in de hof uitgedrukt heeft.
1:09:58Waar hij gebonden werd.
1:10:00Opdat hij ons zou ontbinden.
1:10:03Daarna ontelbare smaatheden geleden heeft.
1:10:07Opdat wij niet meer te schande zouden worden.
1:10:11Onschuldig ter dood veroordeeld is.
1:10:13Opdat wij voor het gericht gods zouden vrijgesproken worden.
1:10:18Ja, zijn gezegend lichaam aan het kruis heeft laten nagenen.
1:10:22opdat hij het handschrift onze zonden daaraan zou hechten.
1:10:27En heeft al zo de vervloeking van ons op zich geladen, opdat hij ons met zijn zegening vervullen zou.
1:10:36En heeft zich vernederd tot in de allerdiepste versmaatheid en angst der hel, met lichaam en ziel aan het houden skruises, toen hij riep met luider stem, mijn God,
1:10:48mijn God, waarom hebt ge mij verlaten?
1:10:52Opdat wij tot God zouden genomen.
1:10:54En nimmer meer van hem verlaten worden.
1:10:57En heeft eindelijk met zijn dood en bloedstorting.
1:11:00Het nieuwe en eeuwige testament.
1:11:03Het verbonden genade.
1:11:05En daar verzoening besloten.
1:11:07Toen hij zeide het is volbracht.
1:11:11En opdat wij vastelijk zouden geloven.
1:11:14Dat wij tot dit genade verbond behoren.
1:11:17Nam de Heer Jezus in zijn laatste avondmaal.
1:11:21Het brood, en als hij gedankt had, brak hij het, en gaf het zijn discipelen, en zei de neemt, eet.
1:11:29Dat is mijn lichaam, het wel voor u gegeven wordt, doe dat tot mijn gedachten is.
1:11:36Desgelijks na het avondmaal, nam hij den drinkbeker, en gedankt hebbende gaf hun dien, zeggende, drinkt allen eruit.
1:11:45Deze drinkbeker is het nieuwe testament, in mijn bloed, het wel voor u.
1:11:50En voor veden vergoten wordt tot vergeving der zonden.
1:11:54Doe dat zo dikwijls als gij dienst zult drinken tot mijn gedachtenis.
1:12:00Dat is, zo dikwijls als gij van dit brood eet en van deze beker drinkt, zult gij daardoor, als door een gewisse gedachtenis en pand, vermaand
1:12:12en verzekerd worden van deze mijn hartelijke liefde en trouw jegens u.
1:12:19Dat ik voor u, daar gij anders dan eeuwige dood had moeten sterven.
1:12:24Mijn lichaam aan het houdens kruises in den dood geven.
1:12:29En mijn bloed vergieten en uw hongerige en dorstige zielen.
1:12:34Met dit mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed.
1:12:38Tot het eeuwige leven, spijzen en laven.
1:12:44Evenzekerlijk als enigelijk dit brood voor zijn ogen gebroken.
1:12:48En deze beker hem gegeven wordt.
1:12:51En gij die tot mijn gedachten is met uw mond eet en drinkt.
1:12:57Uit deze inzetting des heiligen avondmaals van onze Heer Jezus Christus zien wij.
1:13:04Dat hij ons geloof en betrouwen op zijn volkomen offerande.
1:13:10Die eenmaal aan het kruis geschiet is.
1:13:14Op de enige grond en fundament onze zaligheid wijst.
1:13:19Waar hij onze hongerige en dorstige zielen.
1:13:23Tot een waarachtige spijzen en drank des eeuwige levens geworden is.
1:13:30Want door zijn dood heeft hij de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer.
1:13:35Namelijk de zonde weggenomen.
1:13:37En ons den levendmakende geest verworven.
1:13:41Opdat wij door die geest die in Christus als in het hoofd.
1:13:46En in ons als zijn ditmate woont.
1:13:49Met hem waarachtige gemeenschap zouden hebben.
1:13:53En al zijn goederen het eeuwige leven.
1:13:56De gerechtigheid en de heerlijkheid die lachtig worden.
1:14:01Daarbenevens dat wij ook door denzelfde geest onder elkaar.
1:14:05Als lidmaten van één lichaam.
1:14:09In waarachtige broederlijke liefde verbonden worden.
1:14:12Gelijk de heilige apostel spreekt.
1:14:15Eén brood is het.
1:14:16Zo zijn wij velen één lichaam.
1:14:19Terwijl wij allen eensbroodstilachtig zijn.
1:14:23Want gelijk uit vele graankorrels.
1:14:26Eén meel gemalen.
1:14:27En één brood gebakken wordt.
1:14:30En uit vele bezien samengeperst zijnde.
1:14:33Eén wijn en drank vliet.
1:14:35En zich onder één vermengt.
1:14:38Alzo zullen wij allen die door het waarachtige geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde om Christus, onze lief en zaligmakers wil, die
1:14:50ons tevoren zo uitnemend heeft lief gehad, al tezamen één lichaam zijn.
1:14:56En zo is niet alleen met woorden, maar ook met de daad, jegens elkander bewijzen.
1:15:03Daartoe helpen ons de almachtigen.
1:15:06Barmhartige God en Vader.
1:15:08Van onze Heer Jezus Christus.
1:15:11Door zijn heilige geest.
1:15:14Amen.
1:15:16Opdat wij dan dit alles mogen verkrijgen.
1:15:19Laat ons onszelf voor God veroontmoedigen.
1:15:22En hem met waarachtig geloof om zijn genade aanroepen.
1:15:31Barmhartige God en Vader.
1:15:34Wij bidden u dat gij in dit avondmaal.
1:15:39Waarin wij oefenen de heerlijke gedachtenis.
1:15:42Van den bittere dood van uw lieve zoon Jezus Christus.
1:15:48Door uw heilige geest in onze harten wil bewerken.
1:15:53Dat wij ons met waarachtig vertrouwen aan uw zoon Jezus Christus.
1:16:00Hoe langer hoe meer overgeven.
1:16:02Opdat onze bezwaarde en verslagen harten.
1:16:07Met zijn waarachtig lichaam en bloed.
1:16:10Ja, met hem waarachtig God en mens.
1:16:14Het enige hemelse brood.
1:16:17Door de kracht des heilige geestes gespijzigd en gelaafd worden.
1:16:21En dat wij niet meer in onze zonden.
1:16:25Maar hij in ons en wij in hem leven.
1:16:29En zo waarachtiglijk het nieuwe en eeuwige testament.
1:16:34En verbond der genade die lachtig zijn mogen.
1:16:38Dat wij niet twijfelen of gij zult eeuwigelijk onze genadige vader zijn.
1:16:44Ons onze zonde niet meer toerekenende.
1:16:48En met alle dingen aan lichaam en ziel verzorgende.
1:16:52Als uw lieve kinderen en erfgenamen.
1:16:56Verleen ons ook uw genade.
1:16:59Dat wij getroost ons kruis op ons nemende.
1:17:04Onszelf verlogenen.
1:17:06Onze heiland beleiden.
1:17:08En in alle droevenis met opgeheven hoofd.
1:17:12Onze Heer Jezus Christus uit den hemel verwachten.
1:17:17Waar hij onze sterfelijke lichamen aan zijn verheerlijk lichaam gelijk maken.
1:17:24En ons tot zich nemen zal in eeuwigheid.
1:17:28Verhoor ons, o God en barmhartige Vader.
1:17:33Door Jezus Christus.
1:17:34Die ons al dus heeft leren bidden.
1:17:37Onze Vader.
1:17:38Die in de hemelen zijt.
1:17:41Uw naam worden geheiligd.
1:17:43Uw koninkrijk komen.
1:17:46U wil geschieden gelijk in de hemel.
1:17:49Al zo ook op de aarde.
1:17:51Geef ons heden ons dagelijks brood.
1:17:54En vergeef ons onze schulden.
1:17:56Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
1:17:59En leid ons niet in verzoeking.
1:18:02Maar verlos ons van de boze.
1:18:05Want uwer is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in der eeuwigheid.
1:18:13Wil ons ook door dit heiligavondmaal sterken in het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof.
1:18:22Waarvan wij beleidenis doen met mond en hart sprekende.
1:18:26Ik geloof in God den Vader, den Almachtige.
1:18:32Schepper des hemels en der aarde.
1:18:35En in Jezus Christus zijn enige geborene Zoon.
1:18:40Onze Heere.
1:18:41Die ontvangen is van de heilige geest.
1:18:45Geboren uit de maagd Maria.
1:18:48Die geleden heeft onder Pontius Pilatus.
1:18:51Is gekruisigd.
1:18:53Gestorven en begraven.
1:18:55Nedergedaald ter helle.
1:18:57Ten derde dagen.
1:18:59[GEZANG]
1:19:15Ik geloof in de heilige geest.
1:19:20Ik geloof één heilige, algemene, christelijke kerk.
1:19:26De gemeenschap der heiligen.
1:19:42Opdat wij dan met het waarachtige hemelse brood Christus gespijzigd mogen worden.
1:19:48Zo laat ons met onze harten niet aan het uiterlijke brood en wijn blijven hangen.
1:19:54Maar onze harten opwaarts in de hemel verheffen.
1:19:58Waar Jezus Christus is onze voorspraak ter rechterhand zijn hemelse vaders.
1:20:05Waarheen ons ook artikelen van ons christelijk geloof wijzen.
1:20:09Niet twijfelende of we zullen zomerachtiglijk door de werking des heilige geestes met zijn lichaam en bloed.
1:20:17Aan onze zielige spijzigden gelaafd worden.
1:20:20Als wij het heilige brood en de heilige drank tot zijn gedachtenis ontvangen.
1:20:30Gemeente, als u de tafel in gereedheid wordt gebracht, dan zingen wij uit Psalm 17, daarvan het derde en het vierde vers.
1:20:39Psalm 17, vers 3.
1:20:41Ik zet mijn treden in uw spoor, opdat mijn voet niet uit zou glijden.
1:20:46Wil mij voor struikelen bevrijden, ga mij met uw heiligd voor.
1:20:51En ook het vierde vers, maak uw weldaan wonderbaar.
1:20:55Psalm 17, vers 3 en 4.
1:20:58[GEZANG]
1:26:40Gemeente, de koning der kerk heeft bevoden.
1:26:42Doe dat tot mijn gedachten is.
1:26:46Omdat zijn naam, zijn eer groot gemaakt zal worden.
1:26:50Gedachten is aan zijn bitter lijden en sterven.
1:26:53Aan de dure prijs die hij betaald heeft.
1:26:56Zijn hartebloed wat hij gestort heeft.
1:26:59Zijn naam kan en mag beleden worden vanmorgen aan deze tafel.
1:27:04Kom dan, want alle dingen zijn nu gereed.
1:28:05Er zijn nog vier plaatsen aan deze tafel.
1:28:08Het
1:28:41brood dat wij breken is gemeenschap aan het lichaam van Christus.
1:28:46Neem, eet, gedenkt en geloofd dat het dierbaar lichaam van onze Heer Jezus Christus voor u verbroken is tot de volkomen verzoening van al onze zonden.
1:30:12De drinkbeker der dankzegging die wij dankzeggende zegenen is gemeenschap aan het bloed van Christus.
1:30:19Neemt.
1:30:20dringt allen eruit, gedenkt en geloofd, dat het dierbaar bloed van ons Heer Jezus Christus voor ons vergoten is, tot de volkomen verzoening van al onze zonden.
1:32:22Lees u Psalm 27, vers 1 tot en met 7.
1:32:28Psalm 27.
1:32:30Een
1:32:39psalm van David.
1:32:41De Heere is mijn licht en mijn heil.
1:32:43Voor wien zou ik vrezen?
1:32:46De Heere is mijn levenskracht.
1:32:49Voor wien zou ik vervaard zijn?
1:32:51Als de bozen mijn tegenpartijen en mijn vijanden tegen mij tot mij naderden.
1:32:58Om mijn vlees te eten stieten zij zelven aan en vielen.
1:33:03Ofschoon mijn leger belegerde, mijn hart zou niet vrezen.
1:33:09Ofschoon een oorlog tegen mij opstond, zo vertrouw ik hierop.
1:33:14Eén ding heb ik van de Heren begeerd.
1:33:17Dat zal ik zoeken.
1:33:19Dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heren.
1:33:24Om de liefde des Heren te aanschouwen en te onderzoeken in zijn tempel.
1:33:31Want hij versteekt mij in zijn hut ten dagen des kwaads.
1:33:36Hij verbergt mij in het verborgene zijnde tent.
1:33:39Hij verhoogt mij op een rotsteen.
1:33:43Ook nu zal mijn hoofd verhoogd worden.
1:33:46Boven mijn vijanden die rondom mij zijn.
1:33:49En ik zal in zijn tent offeranden des geklangs offeren.
1:33:53Ik zal zingen, ja, psalm zingen den Heren.
1:33:57Hoor, Heren, mijn stem.
1:33:59Als ik roep, wees mij genadig en antwoord mij.
1:34:07Geliefde in het vierde vers, er staat één ding heb ik van den Heren begeerd.
1:34:11Dat zal ik zoeken, dat ik al de dagen mijn levens mocht wonen in het huis des Heren.
1:34:16Om de liefde des Heren te aanschouwen.
1:34:20De liefdelijkheid is heren.
1:34:21Dat betekent, zo zeggen de kanttekeningen van de Statenvertaling, de weldaden van Christus.
1:34:27De zonen gods.
1:34:28De weldaden die hij verworven heeft.
1:34:31En om die toch te mogen aanschouwen en te onderzoeken in zijn tempel.
1:34:36Wel, dat ligt toch ook verklaard in de bediening van het sacrament van het heilige avondmaal.
1:34:42Als daar de tekenen en zegenen spreken van de heerlijkheid gods.
1:34:46Van de liefdelijkheid van hem.
1:34:49Van de weldaden die hij verworven, die hij betaald heeft met zijn hartbloed.
1:34:53De weldaad van de krachtdadige roeping of wedergeboorte.
1:34:57De rechtvaardiging, de vergeving, de heiliging.
1:35:00Het leven ter dankbaarheid, de heerlijkmaking, de volkomen verlossing.
1:35:05Om die liefde te mogen aanschouwen.
1:35:10De heren geven dat, dat we zo deze tekenen mogen smaken.
1:35:15En mogen proeven.
1:35:16We gaan dat ook zingen.
1:35:17Psalm 27, het derde vers.
1:35:20Och, mocht ik in die heilige gebouwen de vrije gunst die eeuwig hem bewoog.
1:35:27Psalm 27, vers 3.
1:35:29[GEZANG]
1:41:09Gemeente, opnieuw gaat de nodiging uit om de naam des Heren te beleiden.
1:41:13Om die heerlijkheid Gods te zien, te smaken en te proeven.
1:41:19De koning der kerk, die roept u.
1:41:23Tot deze tafel kom dan, want alle dingen zijn u gereed.
1:41:27Er
1:42:30is nog plaats aan deze tafel.
1:42:32Het
1:42:53brood dat wij breken is gemeenschap aan het lichaam van Christus.
1:42:57Neem, eet, gedenkt en gelooft dat het dierbare lichaam van onze Heer Jezus Christus voor u verbroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.
1:43:09De
1:44:23drinkbeker der dankzegging die wij dankzeggende zegenen is gemeenschap.
1:44:40Ik
1:46:39lees u het vervolg van Psalm 27 vanaf het achtste vers.
1:46:48Psalm 27 vanaf vers 8.
1:46:56Ik zoek uw aangezicht, o Heren.
1:47:00Verberg uw aangezicht niet voor mij.
1:47:03Keer uw knecht niet af in toren.
1:47:06Gij zijt mijn hulp geweest.
1:47:08Begeef me niet en verlaat me niet, o God mijn zeils.
1:47:13Want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten.
1:47:17Maar de Heren zal mij aannemen.
1:47:20Heren, leer mij uw weg en leid mij in het rechte pad.
1:47:25Om mijn verspieders wil.
1:47:27Geef me niet over in de begeerte.
1:47:29Mijn tegenpartijders.
1:47:31Want valse getuigen.
1:47:33Zijn tegen mij opgestaan.
1:47:35Met schaders die wrevelen uitblaast.
1:47:38Zo ik niet had geloofd.
1:47:41Dat ik het goede des heren zou zien.
1:47:44In het landen levenden.
1:47:45Ik waren vergaan.
1:47:48Wacht op de heren.
1:47:49Zijt sterk.
1:47:50En hij zal uw hart versterken.
1:47:53Ja wacht.
1:47:58Geliefde in deze psalm, het zevende vers berijmd.
1:48:02Zo ik niet had geloofd dat ik het goede des heren zou zien.
1:48:07U moet de kanttekening van de Statenvertaling er maar op nalezen vanmiddag.
1:48:11Dan vindt u daar een heldere, duidelijke verklaring.
1:48:14Dat de dichter ondanks alle zorgen, alle strijd, alle worstelingen, alle problemen, alle benauwdheden.
1:48:22Dat hij zich juist sterkt.
1:48:25In de belofte gods.
1:48:26Die gewis.
1:48:27Die zeker.
1:48:28Die betrouwbaar.
1:48:29Die waarachtig is.
1:48:30En die vervuld zal worden.
1:48:32Dus al zijn benauwdheden.
1:48:34Hij verkeert erin.
1:48:35Strijdt in worstelingen.
1:48:37Maar juist dan houdt hij de belofte gods voor waarachtig.
1:48:41Zo heeft dat niet dat geloofd.
1:48:43Dat is de bedoeling van het sacrament van het heiligavondmaal mede.
1:48:47Dat we te midden van onze worstelingen.
1:48:50Benauwdheden.
1:48:51Onderkastijdingen.
1:48:52Geestelijke beproevingen.
1:48:54Juist dan geworpen worden op de vastheid, de waarachtigheid, de betrouwbaarheid, de zekerheid van de belofte gods.
1:49:04Door het oprecht geloof wat gesterkt wordt door het sacrament.
1:49:10We gaan dat vers ook zingen.
1:49:12Zo ik niet had geloofd dat in dit leven mijn ziel gods gunst en hulp genieten zou.
1:49:18Psalm 27, het zevende vers.
1:49:20[GEZANG]
1:53:58Geliefden in den Heere.
1:54:01terwijl de Heere nu aan zijn tafel onze ziel gespeisigd heeft, zo laat ons al tezamen zijn namendankzegging prijzen.
1:54:10En een liegelijk spreken in zijn hart al dus, het psalm onder drie.
1:54:15Loof de Heere mijn ziel, en al wat binnen in mij is zijn heilige naam.
1:54:21Loof de Heere mijn ziel, en vergeet geen van zijn weldaden, die al uw ongerechtigheid vergeeft.
1:54:31die al uw krankheden geneest, die uw leven verlos van verderf, die u kroont met goede tierenheid en barmhartigheden.
1:54:42Barmhartig en genadig is de Heere, langmoedig en groot van goede tierenheid.
1:54:49Hij zal niet altoos twisten, nog eeuwiglijk ten toren behouden.
1:54:54Hij doet ons niet naar onze zonden en vergelt ons niet naar onze ongerechtigheden.
1:55:01Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is zijn goede tierenheid geweldig over degene die hem vrezen.
1:55:10Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet hij onze overtredingen van ons.
1:55:17Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt zich de Heere over degene die hem vrezen.
1:55:24Die ook zijn eigen zoon niet gespaard heeft, maar heeft hem voor ons allen overgegeven.
1:55:31En ons alles met hem geschonken.
1:55:34Daarom bevestigt God daarmede zijn liefde jegens ons.
1:55:39Dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zonders waren.
1:55:43Zo zullen wij ook veel meer door hem behouden worden van zijn toren.
1:55:48Nadat wij door zijn bloed gerechtvaardigd zijn.
1:55:52Want indien wij met God verzoend zijn door den dood zijn zoons.
1:55:56Toen wij nog vijanden waren.
1:55:59Veel meer zullen wij behouden worden door zijn leven nadat wij met hem verzoend zijn.
1:56:05Daarom zal mijn mond en hart des Heren lof verkondigen van nu aan tot in de eeuwigheid.
1:56:13Amen.
1:56:14Eindigen wij met het gebed van het vormen hier.
1:56:20O barmhartige God en Vader, wij danken u van ganser harte dat gij uit grondeloze barmhartigheid
1:56:30Ons uw enige geborene Zoon.
1:56:33Tot een middelaar en offer voor onze zonden.
1:56:37En tot een spijzen en drank des eeuwige levens geschonken hebt.
1:56:42En dat gij ons geeft een waarachtig geloof.
1:56:46Waardoor wij zulke uw weldaten deelachtig worden.
1:56:50Gij hebt ons ook tot sterking ervan.
1:56:53Door uw lieve Zoon Jezus Christus.
1:56:57Het heiligavondmaal laten instellen.
1:57:00En verordenen.
1:57:01Wij bidden u.
1:57:03O getrouwe God en Vader.
1:57:06Dat gij door de werking.
1:57:07Uw heilige geestes.
1:57:09De gedachtenis van onze.
1:57:11Heere Jezus Christus.
1:57:13En de verkondiging van zijn dood.
1:57:15Ons tot dagelijks toenemen.
1:57:18In het rechte geloof.
1:57:20En in de zalige gemeenschap.
1:57:22Van Christus wilt laten gedijen.
1:57:25Door hem.
1:57:26Uw lieve zoon.
1:57:28Jezus Christus.
1:57:29In wiens naam wij onze gebeden besluiten gelijk hij ons geleerd heeft.
1:57:35Onze Vader die in den hemelen zijt.
1:57:40Uw naam worden geheiligd.
1:57:42Uw koninkrijk komen.
1:57:45U wil geschieden gelijk in de hemel.
1:57:48Al zo ook op de aarde.
1:57:50Geef ons heden ons dagelijks brood.
1:57:53En vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
1:57:59Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
1:58:04Want uwer is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid tot in der eeuwigheid.
1:58:13Amen.
1:58:16Gemeente, wij zingen tot slot uit Psalm 68, daarvan het tiende vers.
1:58:21Geloof zijn God met diepst.
1:58:23Ontzag het tiende vers van Psalm 68.
1:58:26[GEZANG]
2:02:13Ik ga nu heen in vrede, dragende de zegen des Heren.
2:02:16De Heren zegenen u en behoeden u.
2:02:19De Heren doen zijn aangezicht over uw lichten en zijn u genadig.
2:02:25De Heren verheffen zijn aangezicht over u en geven u vrede.
2:02:31Amen.
2:02:32[GEZANG]