HC Zondag 33; De [dagelijkse] bekering van de mens

zondag 3 mei 2026 · 18:30 uur · Avonddienst · Ds. A.C. Uitslag · 108 minuten

Transcript

0:00In

0:00[GEZANG]

9:01de naam van de Vader, die zondaren verkiest.

9:05In de naam van de Zoon, die zondaren verlost.

9:09En in de naam van de Heilige Geest, die zondaren levend maakt en vernieuwt, is ons samenzijn geheiligd.

9:18Amen.

9:19Geliefde gemeente, genade zij u en vrede van hem die is en die was en die komen zal.

9:27En van de zeven geesten die voor zijn troon zijn.

9:30En van Jezus Christus, die de getrouwe getuige is.

9:36Eerstgeborene uit de doden.

9:37En de overste van de koningen der aarde.

9:42Amen.

9:42We

9:45willen met elkaar gaan zingen uit de 123e psalm.

9:50Psalm 123.

9:52En daarvan het eerste vers.

9:55Ik hef tot u, die in de hemel zit, mijn ogen op en bid.

10:00Zo slaan wij het oog op onze Heer tot hij ook ons genadig zij.

10:05Vers 1 van 123.

10:08We willen

10:08[GEZANG]

13:12in deze dienst het woord van de Heren gaan openen en doen dat in het evangelie en de beschrijving van Lukas.

13:17We willen lezen uit het 15e hoofdstuk, de verse 11 tot en met 32.

13:22De schrift lezen in Lukas 15, vers 11 tot en met 32.

13:26Om daarna met de kerk van alle tijden en alle plaatsen.

13:30Beleid is te doen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof met de woorden van de twaalf artikelen.

13:35En in aansluiting daarop willen we gaan zingen uit de 119e psalm, het 73e vers.

13:42Ik riep u aan, o heren, met al mijn hart, verhoor mij en ik zal uw wet bewaren.

13:48Ik riep u aan, verlos mijn ziel, dan houd ik uw getuigenis en in smart zal ik dat troosten.

13:56En wijsheid uit vergaren, vers 73 van 119.

14:01En

14:04hij, dat is de Heer Jezus, zeide, een zeker mens had twee zonen.

14:08En de jongste van hen zeide tot de vader, vader, geef mij het deel desgoeds dat mij toekomt.

14:15En hij deelde hun het goed.

14:18En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaand het hebbende, is weggereisd in een vergelegen land.

14:26En heeft al daar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.

14:32En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelfde land.

14:38En hij begon gebrek te leiden.

14:41En hij ging heen en voegde zich bij een van de burgers van datzelfde land.

14:45En die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden.

14:50En hij begeerde zijn buik te vullen met de draf die de zwijnen aten en niemand gaf hem dien.

14:56En tot zichzelf gekomen zijnde zeide hij, hoeveel huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood en ik verga van honger.

15:06Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan en ik zal tot hem zeggen, vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

15:14En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.

15:17Maak mij als een van uw huurlingen.

15:21En opstaande ging hij naar zijn vader.

15:23En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader.

15:26En werd met innerlijke ontferming bewogen.

15:29En toelopende viel hem om zijn hals en kuste hem.

15:33En de zoon zei er tot hem.

15:36Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

15:39En ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.

15:42Maar de vader zei er tot zijn dienstknechten.

15:45Breng hiervoor het beste kleed en doet het hem aan.

15:48En geeft een ring aan zijn hand en schoenen aan de voeten.

15:51En breng het gemeste kalf en slacht het.

15:54En laat ons eten en vrolijk zijn.

15:57Want deze mijn zoon was dood en

16:01is wederlevend geworden.

16:03En hij was verloren en is gevonden.

16:06En zij begonnen vrolijk te zijn.

16:09En zijn oudste zoon was in het veld.

16:11En als hij kwam en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei.

16:16En tot zich geroepen hebbende, een van de knechten, vraagde wat dat mocht zijn.

16:22En deze zeiden tot hem, uw broeder is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht.

16:27Omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.

16:30Maar hij werd toornig en wilde niet ingaan.

16:34Zo ging dan zijn vader uit en bad hem.

16:37Doch hij antwoordende, zei er tot de vader, Zie, ik dien u nu zoveel jaren en heb nooit uw gebod overtreden.

16:45En gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.

16:51Maar als deze uw zoon gekomen is,

16:54Die u goed met hoeren doorgebracht heeft.

16:56Zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.

16:59En hij zei tot hem.

17:01Kind gij zit altijd bij mij.

17:04En al het mijne is uwe.

17:06Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn.

17:09Want deze uw broeder was dood.

17:11En is wederlevend geworden.

17:13En hij was verloren.

17:15En is gevonden.

17:18Tot zover de schriftlezing.

17:20En in ieder van u spreken met mij.

17:22In zijn of haar hart.

17:24Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

17:35En in Jezus Christus, zijn enige geboren Zoon, onze Heere.

17:40Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria.

17:46Die

17:47geleden heeft, onder Pontius Pilatus is gekruisigd, gestorven en begraven.

17:56Ten derde dagen ben je erom opgestaan van de doden.

18:01Opgevaren ten hemel.

18:03Zittende aan de rechterhand van God.

18:05De almachtige Vader.

18:07Van waar hij komen zal om te oordelen.

18:10De levenden en de doden.

18:13Ik geloof in de Heilige Geest.

18:16Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.

18:21De gemeenschap der heiligen.

18:24Vergeving der zonden, wederopstanding des vleeses en een eeuwig leven.

18:32Bij

18:32[GEZANG]

20:32de behandeling van de Heidelberger katechismes zijn jullie toegekomen op zondag 33.

20:38Een hele volle zondag in de eigen gemeente.

20:43Een aantal maanden geleden heb ik daarin drie zondagen over gepreekt.

20:49Vanavond hopen we het met de hulp van de heren in één zondag te doen.

20:54Er zullen ook een heel aantal elementen waar kort kunnen worden aangestipt.

20:58Zondag 33, vraag en antwoord 88 tot en met 91.

21:06Er wordt een vraag gesteld in hoeveel stukken bestaat de waarachtige bekering des mensen.

21:12In twee stukken.

21:13In de afsterving des ouden en in de opstanding des nieuwe mens.

21:18Wat is de afsterving van de oude mens?

21:21Het is een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoond hebben en die hoe langer hoe meer haten en vlieden.

21:30Wat is de opstanding van de nieuwe mens?

21:32Het is een hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil Gods in alle goede werken te leven.

21:41Maar wat zijn goede werken?

21:43Alleen die uit waar geloof naar de wet Gods alleen hebben ter ere geschieden en niet die op ons goed dunken.

21:50of op menseninzettingen gegrond zijn.

21:53Tot zover.

21:55We willen de heren vragen om zijn zegen.

21:58Laat ons bidden.

22:02Heren, groot en heilig God in de hemel.

22:09Gij die het waard zijt om geëerd, geloofd en geprezen te worden.

22:16Wij danken uw grote naam dat we opnieuw...

22:22Op deze afgezondende dag.

22:25Naar deze afgezondende plaats.

22:28Konden komen.

22:29En dat we ons opnieuw mogen stellen.

22:32Onder de klanken van uw woord.

22:36In deze leerdienst.

22:38Waarin we als gemeente.

22:42Gevormd en onderwezen mogen worden.

22:46Vanuit het leerboek van de kerk.

22:49En dan wacht het op uw zegen.

22:52Want daarin bent u toch ook verheerlijkt.

22:55Als wij zondige mensen.

22:57Als voor ons het verstand wordt verlicht.

23:00De zielsoog open gaat.

23:02En we gaan verstaan wie u bent.

23:07Wie we zelf zijn.

23:09En wie Christus is.

23:11En dan mogen we u ombidden.

23:14Wij mensen die keer op keer de verkeerde afslag nemen.

23:20Eens ten principale.

23:22In Adam.

23:24De verkeerde weg zijn ingeslagen.

23:27De route hebben genomen.

23:29Bij u vandaan.

23:31En tegen uw woord zijn ingegaan.

23:34En tegen uw dienst zijn opgestaan.

23:37En elke dag weer kiezen we verkeerd.

23:41En gaan we bij u verder en verder vandaan.

23:45En wat is het dan nodig dat u ons stilzet.

23:50Dat u ons omkeert.

23:53En dat u ons terugroept en terugleidt tot u.

23:59En dan mogen we u ombidden.

24:01Want u hebt toch zelf gezegd dat u heel bijzonder door de dwaasheid van de prediking wil werken.

24:09En daardoor in de levens van zondagen uzelf wilt openbaren.

24:13En daar vragen we u om.

24:16En als het dan vanavond gaat over een hoog en een belangrijk onderwerp.

24:22De waarachtige bekering.

24:24Dan mogen we toch bidden.

24:26Wilt u rust in ons hoofd en in ons hart en onze gevoelens geven.

24:34Omdat we de klanken van uw woord tot ons laten nemen.

24:40En we verstaan voor het eerst misschien hoe nodig het is dat ons leven wordt omgezet.

24:48Heren, u kent oudere.

24:52Die al hun leven lang op de brede weg naar het verderf zich bevinden.

24:58Wel kerkelijk zijn, godsdienstig ook.

25:02Maar u niet kennen.

25:04En zo onderweg zijn.

25:08Tenzij u ingrijpt.

25:10Naar de eeuwige verlorenheid.

25:13En daarom bidden we u.

25:15Wilt u in zulke harten ingrijpen, uw levens omzetten.

25:20Of misschien mensen in de kracht van hun leven.

25:24Druk met hun werk.

25:26Met van alles in de wereld om zo voor hun gezin te kunnen zorgen.

25:30Maar zonder God.

25:32En zoals we vanmorgen hoorden, zonder hoop door de wereld te gaan.

25:37Dan mogen we u vragen, één wenk van uw alvermogen.

25:41Is het toch voldoende om in zulke harten een verandering teweeg te brengen?

25:45En we vragen u daarom.

25:47O, gedenkt u ook die jongeren onder ons.

25:50Die het in de wereld zoeken.

25:52Die daar hun thuis hebben.

25:53Die daarvan genieten.

25:55Die daarin op kunnen gaan.

25:57En in meegaan, maar tegelijk niet

26:02beseffen dat hun leven elk ogenblik in de gevaar is.

26:07We mogen toch vragen dat ook door de prediking van deze avond...

26:10de roepstem tot hen uit mag gaan met kracht en met majesteit.

26:16In bijzonder bidden we dat ook voor die jongeren...

26:19die aan het einde van de dienst ook aanwezig hopen te zijn bij de preekbespreking.

26:24We mogen nu ook vragen dat...

26:27Ook voor hen het onderwijs vanuit uw woord ook tot zegen mag zijn.

26:31En ook een goede gelegenheid biedt om met elkaar over door te spreken en over na te denken.

26:37Ook daarin bidden we dat dat werk in uw koninkrijk ook gezegend mag worden.

26:42Het lijkt zo eenvoudig.

26:44Als een groep jongeren met

26:47de leiding samenkomt in een zaaltje van de kerk bij een geopende Bijbel.

26:52Er wordt geen verslag van gemaakt in de krant.

26:56Geen nieuwszender die het meldt.

26:59En tegelijk, wat kunnen daar grote dingen gebeuren.

27:03Groter dan de belangrijkste gebeurtenissen in de wereld.

27:08Als juist daardoor harten van jongeren gaan branden voor u en voor uw dienst.

27:14We mogen u daarom bidden.

27:18Heren, u kent ze ook.

27:20Jongeren en ouderen die iets van dat leven van de waarachtige bekering kennen.

27:26Waar u met uw geest het hart hebt omgezet.

27:30En waar de vrezen van uw naam wordt gevonden.

27:33En de uitgangen van het hart tot de Heer Jezus uitgaan.

27:37Dan mogen we u vragen, wilt u dat bevestigen?

27:41Bestendigen?

27:42En wilt u hun scheden vastmaken in het spoor van Christus?

27:47Ja, zo mogen we toch bidden om uw zegen.

27:50Over de woordbediening.

27:52Gedenk uw dienstknecht, geef hem de woorden in de mond.

28:01Belangrijke onderwerpen.

28:02Om die te behandelen.

28:04En ook om neer te leggen in de gemeente.

28:06Omdat de gemeente gevormd mag worden.

28:09Door uw woord.

28:10Want wat is dat toch ook nodig.

28:12Want zoveel dwaling.

28:14Die toch de kerken binnenkomt.

28:16Vanwege gebrek aan kennis.

28:18Omdat we niet weten.

28:20Hoe de duivel ook op.

28:22Kauze voeten kan binnenkomen.

28:24En heel listig.

28:26De leer wat omzetten.

28:28Wat veranderen.

28:29Een punt.

28:29Een comma.

28:31Een letter.

28:31Het lijkt allemaal nog zo echt.

28:35En tegelijk.

28:37Het is schijn.

28:39En wat is er juist daarom nodig.

28:40Dat de gemeente gevoed mag worden.

28:43Vanuit uw woord.

28:44En daar bidden we u om.

28:47En zo weet u wat we nodig hebben.

28:49Deze avond in uw huis.

28:52Rondom uw woord.

28:53En vragen om uw zegen.

28:56We mogen al het werk dat in de gemeente plaatsvindt.

28:59Mogen we aan u opdragen.

29:01Nogmaals willen we bidden voor de broeders van de kerkraad.

29:05Wilt u ze wijsheid geven in de bearbeiding van de gemeente en daartoe alles schenken wat nodig is.

29:13We mogen vragen of u het werk van de pastorale medewerker, kandidaat Kooiman, of u het ook wilt bekronen met uw zegen.

29:22Dat hij zijn werk met lust en vreugde mag doen en dat het werk ook gezegend mag worden.

29:29We bidden nogmaals voor de vakante plaats.

29:33Als ook hier in deze gemeente.

29:35Ook in de laatste jaren ook zoveel is gebeurd.

29:39Het is alles ook bij u bekend.

29:41Dan mag toch ook het gebed zijn.

29:43Dat u het zelf bent.

29:45Die de man naar uw raad ook zendt.

29:48Tot deze gemeente.

29:50Om zo de gemeente te mogen voeden.

29:53Vanuit de schriften.

29:55En te mogen vormen.

29:56Vanuit uw woord.

29:58En voor te gaan in de vrezen van uw naam.

30:01En dat mag toch ook de bede zijn.

30:03Het geldt toch altijd weer dat geen gemeente een predikant waard is.

30:11Zoals het ook anders om me geldt dat een predikant geen gemeente waard is.

30:15Maar als u de weg opent.

30:17Als u daarin ook wegen wijst.

30:19Dan is dat toch ook een gave van u.

30:22En daar mogen we ook om bidden op dat zo ook hier in Oudorp.

30:27De gemeente mag worden opgebouwd op dat vaste fundament van Christus.

30:32Verzoenend lijden en sterven.

30:35Wilt u ook daarin uw naam verheerlijken.

30:38We bidden u ook in het bijzonder voor Jantina Boucourt-Masterbroek.

30:44En haar gezin als is uitgezonden vanuit de gemeente hier.

30:49Voor kinderevangelisatie in Roemenië via Kimon.

30:54Dan mogen we ook vragen, wilt u...

30:56Dat werk ook zegenen.

30:58Als ook daar uw woord mag klinken.

31:01En mensen geconfronteerd worden met de boodschap van het evangelie.

31:05Laat het tot zegen mogen zijn.

31:08En laat het ook mogen gebeuren dat daar mensen, jongeren en ouderen.

31:12Tot geloof in de Heer Jezus Christus worden gebracht.

31:17Zo bidden we voor al het werk in uw koninkrijk.

31:21Ook verder over de landsgrenzen heen.

31:24Onder uw bondsvolk Israël.

31:26Als we denken aan de situatie in het Midden-Oost, de verdrukte en vervolgde kerk in Iran, nu des te meer in nood en in gevaar, mogen we toch bidden dat daar een opwekking mag

31:38plaatsvinden die ook verandering in het land teweeg zal brengen.

31:42We mogen u daarom vragen.

31:45Gedenkt u zo ook alle oorlogshaarden die er zijn.

31:48In Iran, in Libanon, in Oekraïne en nog vele andere plaatsen.

31:55Heren, wat een ellende.

31:57Kinderen die gevaar lopen.

32:00Mensen die geen huis meer hebben.

32:03De levensomstandigheden in alle opzichten bedreigd.

32:08Geen eten, geen drinken.

32:10Geen gevoel van veiligheid.

32:12We mogen u vragen dat uw gerechtigheid toch geschieden zal.

32:17En wilt u de groten der aarde klein maken voor u?

32:20En we bidden of u ook het goddeloze regime in Iran.

32:25Of u ze op de knieën wil brengen.

32:28Dat ook daar de werken van de Satan verbroken zullen worden.

32:32En geen macht meer zullen hebben.

32:34En dat daar ook een verandering mag komen.

32:37Ook ten goede voor de verkondiging van het evangelie.

32:42We mogen u bidden voor alle militairen die zijn uitgezonden.

32:47Op vredesmissie.

32:49Die ook zoeken om de vrede in de wereld te handhaven.

32:54Wilt u ze gedenken?

32:55Wilt u ze ook behoeden en bewaren bij de gevaren die ze lopen?

32:59We mogen ook breder bidden voor de militairen die ook geroepen worden om gevormd te worden, opgeleid te worden, ook ter verdediging van ons land en van ook Europa.

33:10Wilt u hen daarin ook bijstaan en nabij zijn?

33:14We bidden voor onze overheid, allen die over ons zijn gesteld.

33:19Plaatselijk, provinciaal, landelijk.

33:23Wilt u...

33:25In het werk wat ze doen geven.

33:27Dat ze zich laten leiden door uw onfeilbaar woord.

33:31En als we dan denken aan de wetgeving rondom het ongeboren leven.

33:35Wat een zorg kan dat niet geven.

33:37Als we zien dat er gesleuteld wordt.

33:40Aan het begin en aan het einde ook van het leven.

33:43Wilt u geven dat ook in de medische sector gebogen mag worden voor uw woord.

33:50En verstaan mag worden dat het leven een geschenk is.

33:54Van u is.

33:56En zo leggen we al deze dingen neer voor uw aangezicht.

34:00Heren u kent ons hart.

34:02U weet wie we zijn.

34:04U weet wat nodig is.

34:07Juist als het gaat om die waarachtige bekering.

34:10O heren u kent ook die worstelaars.

34:12Die tobbers in ons midden.

34:14Die daar zo mee kunnen zitten.

34:16Ben ik bekeerd.

34:18En dan zoeken naar een antwoord.

34:20O heren geef toch.

34:22Dat vanuit de schrift.

34:24Het voor hun open mag vallen.

34:26En dat daar komt een doden van de zonde.

34:31En een leven naar uw wil.

34:33Maak zo u zelf bekend.

34:36Verheerlijk uw naam.

34:38Opdat we vrede en rust vinden.

34:41In u de drie enige God.

34:43En uw naam in alle oprechtheid.

34:46Leren beleiden.

34:48Wilt u zo in ons midden wonen en werken.

34:51Om Christus wil alleen.

34:54Uit genade.

34:55Amen.

34:56[GEZANG]

35:29...en Klaartje Johanna Groenendijk de Ronde, volgerblok 24.

35:34Gommert Jacobus Groteboer en Jaantje Groteboer-Methorst...

35:39...Tulpelpad 7 in Stellendam.

35:42Jacob-Jan Maarten Kastelein en Catharina Rosalina Kastelein-Klomp...

35:48...motorschip Deo Amare.

35:50En Pieter Melissant, Dirk Doensweg 28.

35:56Eventuele bezwaren tegen leren en of leven van de aanstaande beleidende leden kunnen tot vrijdag 8 mei schriftelijk gemotiveerd en ondertekend worden ingediend bij de scriba van de

36:08kerkraad Ouding Groteboer, Duinkerkerweg 41.

36:12De aannemingsavond is woensdag 13 mei.

36:15We vragen u de beleidingscadresante op te dragen in uw gebeden.

36:19En wat de genoemde voornemens geldt, zo de heren wil en wij het zullen beleven.

36:24U krijgt nu gelegenheid om uw gaven te geven.

36:26De eerste collectie is voor de fondsnoodleidende gemeente.

36:29De tweede voor de kerk Voordij.

36:31De derde voor de aflossing van de kerk.

36:35Deze collecten worden hartelijk in uw mildadigheid aanbevoden.

36:38We willen gaan zingen uit de 51ste psalm, het tweede en het zesde vers.

36:44Wat ik gevoel de grootheid van mijn kwaad, mijn zonde ziet mij steeds voor ogen zweven.

36:50En ook vers 6.

36:51Verwerp mij van uw aangezicht toch niet.

36:54Hij laat voor mij uw heilige geest niet scheiden.

36:572 en 6 van 51.

37:00[GEZANG]

44:04Straks aan het einde van de prediking naar het amen...

44:07willen we gaan zingen uit de 97e psalm en daarvan het zesde vers.

44:13Beminnaars van de heren, verbreiders van zijn eer...

44:17hoop steeds op zijn genade en haat altoos het kwade.

44:21Vers 6 van 97, straks aan het einde.

44:25van de prediking.

44:28Geliefde gemeente, op

44:32de legerbasis hadden ze al diverse keren...

44:34voor een situatie als deze geoefend.

44:39Alle mogelijkheden waren in scène gezet.

44:42Ze waren er dus wel degelijk op voorbereid.

44:46De praktijk is echter anders dan de theorie.

44:50Dat bleek die middag wel.

44:53Ze waren erop uitgetrokken voor hun dagelijkse patrouille.

44:57Die legereenheid...

45:00Die in Den Vreemde op vredesmissie was.

45:04Hen was de taak gegeven om de rust te bewaken onder de plaatselijke bevolking.

45:10Ze voelden zich echter nooit echt welkom.

45:13En ze voelden wel aan dat ze werden gewantrouwd door de plaatselijke bevolking.

45:20En die middag ging het mis.

45:22Met een kolonne voertuigen waren ze op pad gegaan.

45:26Bij de stadsgrens stapten ze uit.

45:30En met hun legereenheid zouden ze te voet de stad verder gaan verkennen.

45:35Dicht bij het centrum van de stad leek een ongeluk hun aandacht te vragen.

45:41Maar toen ze dichterbij kwamen, roken ze ondraad.

45:45Een groep lokale verzetstrijders...

45:48die waren samengeschoold om de strijd tegen hen te voeren.

45:54En de officier begreep wel...

45:56dat zij in deze nauwe straatjes niet waren opgewassen tegen de lokale bevolking.

46:03Ze zouden het onderspit delven.

46:05Ze zouden de steegjes niet kennen.

46:08En de uitgang niet weten te vinden.

46:10Ze moesten het daarom maken dat ze wegkwamen.

46:16En die groep soldaten die verder liep, die moesten een halt worden toegeroepen.

46:20En daarom gaf hij een grote schreeuw.

46:23En riep hij het uit.

46:24Halt!

46:26Sta stil!

46:30En ze stonden stil.

46:33En daarna die tweede roep.

46:36Rechts omkeerd.

46:39En in een fractie.

46:40draaiden de hele groep zich om.

46:43Ze moesten hier vandaan, zo snel mogelijk en zo ver als mogelijk.

46:49En daarom ook nog die derde roep.

46:52Voorwaarts, mars.

46:56Als ze rechtdoor waren gegaan, waren ze in de hinderlaag terechtgekomen.

47:02Maar wie op het bevel van de commandant stil was blijven staan...

47:06was

47:07ook in de hand van de vijand gevallen.

47:11Er was niet alleen een radicale omkeer nodig...

47:16Ook was het noodzakelijk dat ze zouden wegvluchten bij de vijand vandaan.

47:22Voor hun eigen veiligheid was het nodig om zo ver mogelijk bij de vijand vandaan te komen.

47:34En probeer dat beeld nu maar vast te houden, jongens en meisjes, en ook voor jullie jongelui, als het vanavond in zondag 33 gaat over de waarachtige bekering.

47:47Dat is ook het thema van de prediking, de bekering van de mens.

47:53Vier gedachten en ik gaf al aan, we kunnen sommige dingen slechts aanstippen.

47:57Omdat het alles in één preek moet, heel zonder 33.

48:01Het eerste punt gaat over de betekenis.

48:05Het tweede punt over de noodzaak.

48:08Het derde punt over de inhoud.

48:11En het vierde punt over de vrucht.

48:14De bekering van de mens.

48:17De betekenis, de noodzaak, de inhoud en de vrucht.

48:28In de Bijbel komt het woord bekering heel vaak voor.

48:33Als je het zou nazoeken in de Statenvertaling, dan komt het woord meer dan 200 keer gaat het in de Statenvertaling over bekeren.

48:44Het is een Bijbels kernwoord.

48:47Het

48:49komt daar terug in de eerste vijf boeken van Mozes.

48:53Deuteronomium, Deuteronomium 30, vers 2.

48:59En gij zult u bekeren tot de Heren uw God.

49:03En zijn er stem gehoorzaam zijn.

49:07De profeten hebben erover gesproken.

49:12Dus we denken aan Jezaja.

49:14Jezaja 31.

49:19Bekeert u tot hem van welke de kinderen Israëls diep afgeweken zijn.

49:25Of een andere grote profeet.

49:28Jeremia.

49:30Die in het derde hoofdstuk.

49:32Het veertiende vers.

49:35Bekeert u gij afkeerige kinderen spreekt de heren.

49:41Of de profeet Ezekiel.

49:43Ook hij sloeg op datzelfde aanbeeld.

49:47Ezekiel 33.

49:52Zo waarachter als ik leef spreekt de heren heren.

49:55Zo ik lust heb in de dood van de goddelozen.

49:58Maar daarin heb ik lust dat de goddelozen zich bekeren van zijn weg en leven.

50:04Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen.

50:06Want waarom zou het gij sterven?

50:16En de noodzaak van bekering.

50:20In het Nieuwe Testament is er niet anders.

50:23Als we denken aan Johannes de Doper.

50:26Dan lezen we van hem, van zijn prediking.

50:30Dat hij in de woestijn van Judea preekt en zegt.

50:34Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

50:40En het vormt ook de inhoud van de prediking van de Heer Jezus.

50:45In Matthäus 4, vers 17.

50:48Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen.

50:52Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

50:58En dit is ook precies die opdracht die de opgestaande Jezus meegeeft aan zijn discipelen.

51:06Lukas 24.

51:07En

51:11in zijn naam gepredikt worden.

51:13Bekering en vergeving der zonden onder alle volkeren beginnende van Jeruzalem.

51:22Het woord bekering komt dus tientallen, ja, tweehonderd keer voor in de Statenvertaling.

51:32Maar daarnaast wordt ook de zaak van de bekering ook nog met andere bewoordingen beschreven in de schrift.

51:43Maar wat is dat nou precies, bekering?

51:50Jullie jongens en meisjes zullen het ook vaak genoeg hebben gehoord, toch?

51:53Dat jij je moet bekeren.

51:57Je vader of je moeder.

51:59Die hebben het je misschien wel geleerd om ook te bidden dat de Heer je zal bekeren.

52:05Maar wat is dat dan, bekeren?

52:10In dat woord bekeren zit ons woord keren in.

52:16En keren, dat weten jullie ook, dat is je omdraaien.

52:21Denk maar aan een doodlopende straat.

52:24Als je daar met je fiets ingaat, kun je uiteindelijk niet verder, want die weg loopt dood.

52:32En daarom moet jij je omdraaien, moet jij je omkeren om die weg weer te kunnen vervolgen.

52:42En dat is nou ook bekering.

52:47Wij zitten van onszelf op een doodlopende weg.

52:53En met Adam hebben wij gekozen voor een weg die eeuwig doodloopt.

53:01En op die doolweg loop ik mijn ondergang tegemoet.

53:05We hebben ons van God afgekeerd.

53:09We zijn de duivel toegevallen.

53:11En we staan met onze rug naar God toe.

53:16En we hebben ons gezicht gewend naar deze wereld.

53:20Vol zondige verleidingen.

53:24En we lopen steeds verder bij God vandaan.

53:31En nu klinkt in de prediking de roep.

53:35Rechtsomkeert.

53:39Bekeer je.

53:42Het levensschip moet radicaal van koers worden veranderd.

53:52We zouden kunnen zeggen.

53:53Dat is de eerste, de principiële bekering.

54:00Als je een nieuw hart krijgt.

54:05Van

54:07dood levend wordt.

54:10Als je leven ingrijpend verandert van richting.

54:15Dat je geroepen wordt door de kracht van Gods woord.

54:19En

54:21door de kracht van Gods geest.

54:23Uit die geestelijke dood staat.

54:27Tot het leven.

54:29En die eerste principiële bekering wordt ook wel de wedergeboorte genoemd.

54:36Een mens die wordt van dood levend.

54:40Dat is iets wat maar één keer gebeurt in

54:44je leven.

54:48Dat is met de dagelijkse bekering is dat anders.

54:53Die geldt levenslang.

54:56Want Gods kinderen dreigen ook altijd weer af te wijken en af te dwalen.

55:01En weer terug te vallen in de zonde.

55:04De wereld die trekt.

55:07En zonder gebegeerden die hun aantrekkingskracht hebben.

55:11En daarom is die dagelijkse bekering zo nodig.

55:17En die oproep komt dan tot hen die al wedergeboren zijn.

55:23Want we begrijpen het, zonder wedergeboorte...

55:27zonder die eerste principiële bekering...

55:30kan er niet die voortgaande bekering zijn.

55:35Toch nog maar weer even terug naar het voorbeeld waarmee we de preek begonnen.

55:40De roep had geklonken.

55:42Sta stil.

55:44Rechtsomkeert.

55:46En al die soldaten waren 180 graden omgedraaid.

55:51Daarmee was het gevaar nog niet geweken.

55:54Ze moesten bij de vijand vandaan zien te komen.

55:57En daarom kwam ook dat nieuwe bevel.

56:00Voorwaarts.

56:01Mars.

56:03En door gehoor te geven aan dat tweede bevel vluchten ze bij de vijand vandaan.

56:10Steeds verder raakten ze verwijderd van de vijanden Kalinis.

56:14Maar we begrijpen dat die roep voorwaarts Mars dwaas was geweest als

56:21ze zich niet hadden omgedraaid.

56:23Want dan waren ze zo in de armen van de vijand gevallen.

56:29Dus die oproep tot de dagelijkse bekering die volgt op

56:36de eerste principiële bekering.

56:39Waarin een mens van dood levend wordt en de levensweg geheel wordt omgezet.

56:48Ik hoop dat jullie en daarmee u ook meteen dus dat beeld duidelijk hebben...

56:51wat het onderscheid maakt tussen die eerste bekering,

56:55rechtsomkeert...

56:57en de dagelijkse bekering,

57:01voorwaartsmars.

57:05Die eerste bekering is dat je door Gods genade van binnen helemaal vernieuwd wordt.

57:12En die dagelijkse bekering is de bekeringsweg terug

57:17naar God die bewandeld wordt.

57:21Die eerste bekering zet zich dus voort in de dagelijkse bekering.

57:28Na de ommekeer is er de wederkeer tot God.

57:35En dan ga je de weg die God je ook voorschrijft in zijn woord.

57:42En dat leven voor God, dat is de dagelijkse bekering.

57:46Een proces waar Gods kinderen hun leven lang over doen.

57:51En nooit kunnen ze zeggen, nu is het klaar.

57:53Nu ben ik afbekeerd.

57:56Wat dat betreft klopt het eigenlijk ook niet als we zeggen dat is een bekeerde man of dat is een bekeerde vrouw.

58:03Want eigenlijk is dat dus iets wat het leven lang doorgaat.

58:11En daar gaat het nou ook over in het derde stuk van de Heidelberger.

58:15Het deel van de dankbaarheid.

58:20Vorige week bent u daarmee begonnen.

58:24Het laatste stuk van de katechismes na de ellende, na de verlossing.

58:28Nu de dankbaarheid.

58:30En in het stuk van de dankbaarheid komt de waarachtige bekering van de mens ter sprake.

58:38Dan gaat het dus daarbij om die dagelijkse bekering.

58:45Om de dagelijkse vernieuwing van de mens.

58:49En dan straks vanaf zondag 34 zie je dat de wet van God daarbij de leidraad is.

58:56Als al die geboden dan één voor één worden behandeld.

59:03Dat is dus het eerste, de betekenis.

59:05En hier in de katechismes, als het over de bekering gaat, over die dagelijkse bekering.

59:15Het tweede punt, dan gaat het over de noodzaak.

59:20Want als in de Bijbel gesproken wordt over bekering, dan is daar wel een reden voor.

59:30Ik zei het net al, wij zijn immers met z'n allen in Adam een doodlopende weg ingeslagen.

59:38Om het in de beeldspraak vast te houden, we hebben een verkeerde afslag genomen.

59:44En voor Genesis 3 kwam het woord en de zaak van de bekering niet aan de orde.

59:52Maar daarna staat de Bijbel er vol van.

59:56Juist omdat wij mensen zijn die van God staan afgekeerd.

1:00:01Wij staan met onze rug naar God toe.

1:00:05En daarvan is niemand van ons uitgezonderd.

1:00:08De noodzaak van de bekering ligt dus in het paradijs.

1:00:12Waar Adam en Eva, waar de mens God de rug heeft toegekeerd.

1:00:19En van nature zijn wij allen Adams kinderen.

1:00:23Totaal verloren zondagen.

1:00:29En daarom is ook die radicale omkeer nodig.

1:00:38Maar beseft u voor uzelf ook de noodzaak van bekering?

1:00:44Of is het misschien zo'n platgetreden woord voor je geworden...

1:00:48dat je er niet koud of warm van wordt?

1:00:51Je haalt er je schouders over op en denkt, zal wel.

1:00:53Ja, ik moet bekeerd worden, kort elke zondag.

1:01:01Zullen we eens even gaan kijken naar ons tekstgedeelte?

1:01:05Wat we met elkaar hebben gelezen.

1:01:09Want daar komen we eigenlijk in dat beeld van die verloren zoon...

1:01:12komen we mijn beeld en uw beeld en jouw beeld tegen.

1:01:18Toen hij nog thuis woonde, was hij innerlijk vervreemd van zijn vader.

1:01:24In zijn hart had hij vader al lang vaarwel gezegd.

1:01:28Er was nog maar één ding van zijn vader dat hij nodig had en dat was de erfenis.

1:01:33En toen hij die had ging het van kwaad tot erger.

1:01:37De deur van het ouderlijke huis trok hij achter zich dicht.

1:01:41Het geld en het goed van vader was binnen.

1:01:44Nu kon hij zijn eigen gang gaan en steeds verder trok hij bij vader vandaan.

1:01:49En steeds sterker volhart hij op de weg die hij gaat.

1:01:54Hij gaat zijn eigen leven leiden.

1:01:57Hij denkt geen eens meer aan vader.

1:01:59Hij heeft het goed met zijn geld, met zijn bezittingen, met zijn vrienden.

1:02:03Hij redt zich prima zonder zijn vader.

1:02:10En dan weer die vraag naar ons toe.

1:02:13Hebben we ons daarin herkend?

1:02:20Toen denk ik aan die jongen van een jaar of zestien.

1:02:25Hij zat in de examenklas van het VMBO.

1:02:30Op een bepaald ogenblik kwamen we met elkaar aan de praat.

1:02:35Van het christelijk geloof had hij innerlijk al lang afstand genomen.

1:02:40Alleen omdat hij thuis woonde.

1:02:43Ging hij nog mee naar de kerk.

1:02:45Maar als hij straks op zichzelf kwam te wonen.

1:02:48Was de kerk en de godsdienst het eerste waar hij mee zou breken.

1:02:55Hoe aangrijpend om dat te horen.

1:02:58Innerlijk al afstand genomen van de heren en zijn dienst.

1:03:04Misschien bent u er wel zo'n een of jij.

1:03:08Je komt nog wel in de kerk.

1:03:11Je luistert nog wel naar de prediking.

1:03:17En je zingt misschien nog wel binnen ons mee.

1:03:20Misschien dat uw vrouw nogal wat tegen u heeft gezegd van...

1:03:23wat is er eigenlijk met je en je bromt wat en je spreekt je niet uit.

1:03:29Maar dat je diep van binnen al zoiets hebt, ik heb er niks meer mee.

1:03:34Het is nog enkel voor de vorm dat je er zit.

1:03:38Maar innerlijk betrokken op de Heer en zijn dienst, dat ben je niet.

1:03:42Maar je wil geen gedoe, geen vragen van je omgeving.

1:03:46O ja, zijn zegeningen wil je nog wel hebben.

1:03:49Net als die verloren zoon.

1:03:51Maak je je eisen misschien ook nog wel bekend bij God.

1:03:53Vader, geef mij het deel dat mij toekomt.

1:03:58Maar je wil die zegeningen doorbrengen naar het goeddunken van je eigen hart.

1:04:05En ondertussen raak je steeds verder bij de Heren vandaan.

1:04:13Elke zondag komt de Heer nog tot je met zijn woord.

1:04:16En waarschuwt Hij om niet de verkeerde weg in te slaan.

1:04:20En wijst Hij je op de gevaren van een leven zonder God.

1:04:23En nodigt hij je uit om het bij hem te zoeken.

1:04:27En lokt hij je om

1:04:30hem te voet te vallen.

1:04:32En hem te dienen.

1:04:35Maar je slaat het in de wind en je doet waar je zelf zin in hebt.

1:04:41Maar dan gebeurt dat onverwachte bij de jongen in de gelijkenis.

1:04:47Hij loopt met zichzelf vast.

1:04:51Hij raakt alles kwijt wat hij bezat.

1:04:53En hij komt met lege handen te staan.

1:04:56Het is als een zeepel die wordt

1:05:00doorgedrukt.

1:05:06En al zijn perspectieven veranderden.

1:05:08Zijn toekomstplannen vallen in duigen.

1:05:11Zijn leven mislukt.

1:05:13Alles waar hij zo in opging.

1:05:15En waar hij zich thuis in voelde.

1:05:17En waar hij niet zo van genoot.

1:05:19Het wordt hem ontnomen.

1:05:24Het kan een voorrecht zijn.

1:05:27Als de heren je laat vastlopen.

1:05:33Vanochtend kwam het daar nog kort over in de Consistorie.

1:05:39Als de heren je stilzet.

1:05:42En alles bij je handen wordt afgebroken.

1:05:48En je niet meer weet hoe het verder moet.

1:05:53Want hoe erg is het.

1:05:55Als weggelopene zonen en dochters niet meer vastlopen.

1:06:03Als de Heer hen heeft overgegeven aan het goeddunken van hun eigen hart.

1:06:09Als hij zijn handen van hen heeft afgetrokken.

1:06:13En dat hij ze hun gang laat gaan op de weg die eenmaal doodloopt.

1:06:20Dan wordt het toch een wonder als de Heer je laat vastlopen.

1:06:27Door een ongeluk.

1:06:29Door een ziekte?

1:06:30Of alles wat je misschien in de wereld zo zorgvuldig hebt opgebouwd.

1:06:34Dat het zo in één klap wordt afgebroken.

1:06:37En dat je gaat verstaan.

1:06:39Ja, alles van deze wereld verdwijnt.

1:06:44En wat dan als ik zal moeten verschijnen voor God.

1:06:50En

1:06:52dat is nou wat gebeurt bij die verloren zoon.

1:06:56Bij de varkensstroch.

1:07:01En dan zien we enkele kenmerkende elementen van de waarachtige bekering daarin terugkomen.

1:07:09En dat brengt ons dan bij onze derde en ook de meest brede gedachte.

1:07:14De inhoud.

1:07:18Want bekeerd zijn is niet een fase die kan worden afgesloten.

1:07:24Bekeerd zijn is niet iets wat je achter de rug hebt.

1:07:28En bekeerd zijn is ook niet een godsdienstige status die iemand kan bereiken.

1:07:36Dat had die godvrezende opa begrepen.

1:07:42Zijn kleinkind had gezien dat zijn opa naar het avondmaal ging.

1:07:47En bij een van de bezoekers daarna vroeg hij aan zijn opa, bent u bekeerd?

1:07:54En die oude man die keek die jongen aan en die zei, jongen, God is ermee bezig.

1:08:03Want die man die wist dat er nog zoveel in zijn leven was wat onbekeerd was.

1:08:12En laten we daarom ook maar niet te gemakkelijk en te snel gaan spreken over die bekeerde man of die bekeerde vrouw.

1:08:18Want dan kan de gedachte voeden alsof het er al op zit.

1:08:24Als we kijken hoe het leerboek spreekt over de bekering, staat het er ook anders.

1:08:29Want er wordt gesproken over twee delen.

1:08:33De afsterving van de oude.

1:08:36De afsterving, het afsterven, dat is dus iets wat ook doorgaat.

1:08:41Het is als het ware een werkwoord.

1:08:44En de opstanding van de nieuwe mens.

1:08:50Begrippen die we ook tegenkomen vanuit de schrift.

1:08:54Evese 4 bijvoorbeeld.

1:08:57Waar er ook over wordt gesproken.

1:08:59In versie 4 vers 22 tot 24.

1:09:03Dat gij zout afleggen aangaande de vorige wandeling.

1:09:07De oude mens en de nieuwe mens aandoen.

1:09:14We komen het ook tegen in de brief aan de Colossense.

1:09:17Colossense 3.

1:09:19Terwijl gij uitgedaan hebt de oude mens met zijn werken.

1:09:23En aangedaan hebt de nieuwe mens die vernieuwd wordt.

1:09:27Tot kennis naar het evenbeeld desgenen die hem geschapen heeft.

1:09:31Het oude wordt dus afgelegd.

1:09:34Het nieuwe wordt aangedaan.

1:09:40Dan voelt het wel aan wat met dat oude wordt bedoeld.

1:09:42Daarmee wordt alles bedoeld wat van Adam is.

1:09:45Dat is dat lelijke, dat boze, dat slechte in de mens.

1:09:50Die oude mens die altijd wil zondigen.

1:09:53Dat oude bestaan waarmee ik op deze wereld gekomen ben.

1:09:58Die oude mens die altijd tegen God en tegen zijn woord ingaat.

1:10:03Die oude mens dat het leven is voordat de Heilige Geest in een mensenhart gaat werken.

1:10:12Die oude mens is die innerlijke verdorvenheid die aan het licht komt.

1:10:18Dat wordt bedoeld met die oude mens.

1:10:21Met die nieuwe mens daarentegen wordt het leven uit God bedoeld.

1:10:26Dat is dus alles wat door Jezus Christus in het leven is gekomen.

1:10:32Die nieuwe mens, dat is dat leven wat door de Heilige Geest is gewekt en wordt gewerkt.

1:10:40En daarbij wordt alles onder woorden gebracht wat strekt tot eer van God.

1:10:46Die nieuwe mens wil leven naar Gods wil.

1:10:52Hij zegt, de katechismes nu strijden die twee.

1:10:56Die oude...

1:10:58En die nieuwe mens, die strijden met elkaar.

1:11:03Die oude mens moet afsterven.

1:11:07En die nieuwe mens moet opstaan.

1:11:14De ouderen onder ons kennen wel die uitdrukking.

1:11:16Een christen is een tweemens.

1:11:21Die heeft dus een tweevoudige natuur.

1:11:23Die oude en die nieuwe mens.

1:11:26En die oude mens is pas bij zijn dood geheel en al afgestorven.

1:11:34En die nieuwe mens is er pas geheel en al bij de opstanding der doden.

1:11:44En hoe meer die oude mens sterft, hoe meer die nieuwe mens opstaat.

1:11:52En ook omgekeerd, hoe meer die nieuwe mens opstaat, hoe meer die oude mens zal sterven.

1:11:58En dat is een levenslange les, een levenslange strijd.

1:12:05Waarbij Paulus dat onder woorden bracht, het goede dat ik wil, dat doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik.

1:12:17Herkent u iets van die strijd daarvan in uw eigen leven?

1:12:21Dat je merkt dat er als het ware in je hart twee machten zijn die met elkaar strijden om voorrang.

1:12:33En dat soms die oude mens boven ligt en dan ligt die nieuwe mens weer boven en dat dat ook die worstelingen en die strijd geeft.

1:12:41Waarbij je zo graag wil dat die nieuwe mens het voor het zeggen krijgt.

1:12:45En je dan weer teleurgesteld wordt als je nog zoveel van die oude mens in je leven opmerkt.

1:12:54Maar wat is dat dan die afsterving van de oude mens?

1:12:58Dan zegt het antwoord.

1:13:00Het is een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoond hebben.

1:13:04En die hoe langer hoe meer haten en vlieden.

1:13:09Dan zie je in het antwoord antwoord 89 drie elementen staan.

1:13:13Zonde smart.

1:13:15Zonder haat en zonder vlucht.

1:13:19Als eerste dus die zondesmacht dat er een hartelijke droefheid komt over de zonde.

1:13:24Omdat je God daarmee hebt vertoord en God daarmee verdriet hebt gedaan.

1:13:30Droefheid over de zonde is een essentieel punt in het leven van de bekering.

1:13:40Zoals zijn gebeurd jongens en meisjes dat jullie ondeugend waren of stout.

1:13:45Misschien wel dat je ergens een balletje aan het trappen was en je

1:13:52schoot de hart en je schoot de bal.

1:13:55Door de ruiten van mensen die je eigenlijk helemaal niet kent.

1:13:59Je schok er enorm van.

1:14:02Ja, dat balletje trappen vond je wel leuk.

1:14:05Maar het was niet de bedoeling dat die ruit stuk ging.

1:14:08Daar had je spijt van.

1:14:09Zo ver had het eigenlijk nooit mogen komen.

1:14:13Maar aan de andere kant, je kende die mensen niet.

1:14:15En je was het ook weer snel vergeten.

1:14:16Maar hoe anders is het als je voor de zoveelste keer niet hebt geluisterd naar je moeder.

1:14:26En als je dan de kamer binnenstapt.

1:14:28En je ziet het verdriet in de ogen van je moeder.

1:14:32Je moeder die altijd goed voor je zorgt.

1:14:35Zodat je nergens tekort aankomt.

1:14:38Nu heb je haar verdriet aangedaan.

1:14:40En die blik in de ogen van je moeder, die voel je wel binnenkomen in je hart.

1:14:46En die blik legt heel je stoute, verkeerde gedrag bloot.

1:14:54Kijk, daar ligt nou een verschil tussen die oppervlakkige droefheid.

1:14:58Enkel vanwege de gevolgen van de zonde.

1:15:03Die ruitstuk is gegaan.

1:15:06En de hartelijke droefheid.

1:15:08Omdat je daarmee een liefhebbende moeder verdriet hebt gedaan.

1:15:14Echt berauw brengt droefheid met zich mee.

1:15:19Omdat je daarmee God de Heere hebt vertoord.

1:15:24Dat je God op zijn hart hebt getrapt.

1:15:28Dat je zijn eer hebt geschonden.

1:15:31Dat je zijn naam naar beneden hebt gehaald.

1:15:38Kijk, bij Cain, bij Sal en bij Judas was er ook spijt over de zonde.

1:15:46Maar dat is niet die hartelijke leedwezen waar de katechisme hier over spreekt.

1:15:53Het berauw dat de heilige geest werkt, leidt er altijd toe dat een zondaar ermee tot God vlucht.

1:16:04Denk aan die verloren zoon die het zei, vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.

1:16:10Met tranen in de ogen kom je dan uit voor de heren.

1:16:13Moet je het hen beleiden.

1:16:14Och heren, ik heb tegen u gezondigd.

1:16:18En ik ben tegen u opgestaan.

1:16:23Want dat is toch het ergste van de zonde.

1:16:26Nog ineens dat je een gebod naast je neer hebt gelegd.

1:16:30Dat je een wet hebt overtreden.

1:16:32Maar wel dat je je schepper.

1:16:35De schepper van hemel en aarde.

1:16:37De vader van de heren Jezus Christus.

1:16:39Dat je die hebt vertoond.

1:16:43Dat er berauw komt over de zonde omdat je tegen een goeddoend God hebt gezonderd.

1:16:52Maar waar er geen liefde tot God is, kan er ook nooit echte droefheid over de zonde zijn.

1:16:59Nu zegt de katechisme, is er een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoond hebben.

1:17:08En we zeiden het al, het gaat hier om die dagelijkse bekering.

1:17:12En als God dan iets van zijn liefde en zijn genade in het hart heeft uitgestort.

1:17:18Dan zal elke zonde die je daarna doet toch zoveel verdriet doen.

1:17:22Omdat je tegen een liefdevol God hebt gezondigd.

1:17:26Is er niet zo kind van God in ons midden.

1:17:29Dat de zonde die je na die eerste principiële bekering hebt

1:17:36gedaan.

1:17:37Dat die die veel zwaarder voor je weegt.

1:17:40En je veel meer verdriet doet.

1:17:42Dan de zonde die je voor je bekering deed.

1:17:51Want nu weet u tegen wie u hebt gezondigd.

1:17:55Tegen een God die nooit kwaad met je heeft bedoeld.

1:18:01En die er altijd heeft uitgeholpen, ook als je in nood was.

1:18:06En dat geeft die pijn van binnen.

1:18:08Dat je God op z'n hart hebt getrapt.

1:18:13En dat leidt dan ook tot het tweede.

1:18:15Het haten van de zonde.

1:18:19Je gaat de zonde haten omdat je God er verdriet mee hebt gedaan.

1:18:24Je krijgt een hekel aan de zonde.

1:18:29Dat gaat nog verder dan de zonde laten.

1:18:31Want het kan ook zijn dat je de zonde niet meer doet.

1:18:35Dat je innerlijk hebt gebroken met de zonde.

1:18:38Dat je uiterlijk hebt gebroken met de zonde.

1:18:41Maar dat je innerlijk nog vast zit aan die zonde.

1:18:46Als dat zo is, dan zal vroeg of laat de zonde weer de overhand in je leven krijgen.

1:18:51Maar haten, dat is een heel sterk woord.

1:18:55Dat ziet op het verlangen om de zonde met wortel en tak af te zetten.

1:19:00Er

1:19:02is iets gesmaakt van Gods liefde bewezen aan zondaren.

1:19:07En daarom kun je de zonde niet meer luchten of zien.

1:19:11Je kan die zonde niet meer verdragen.

1:19:13Je walgt ervan.

1:19:17En wie zo de zonde haat, dan kan het ook niet anders of je gaat de zonde laten.

1:19:24Je wilt die zonde weg hebben uit je leven.

1:19:29Dat is trouwens ook een bewijs van de prachtige bekering.

1:19:33Weer nog altijd goed.

1:19:35kan vinden, op een akkoordje kan gooien met de zonde...

1:19:39laat daarmee zien dat hij nog onbekeerd is.

1:19:44Dan ben je nog geen tweemens geworden.

1:19:48Maar juist omdat je jezelf hebt leren kennen...

1:19:51ga je ook op de vlucht voor de zonde.

1:19:54Dat is het derde.

1:19:55Dan komt er het vlieden van de zonde.

1:19:58Dan ga je ook niet meer op zoek naar die zonde.

1:20:01Maar je loopt met een grote boog om die zonde heen.

1:20:05Je blijft er zo ver mogelijk vandaan...

1:20:08omdat je je eigen hart kent.

1:20:11En bang bent dat je er weer invalt.

1:20:16Wie zichzelf heeft leren kennen, die zoekt de zonde ook niet meer op.

1:20:21Die blijft ver weg van de plaats waar

1:20:26hij in zijn eertijd voor de verleidingen van de wereld gevallen was.

1:20:33Dat is geen lafheid, maar

1:20:37het is de heldhaftigheid van het geloof.

1:20:40Omdat je jezelf hebt leren kennen.

1:20:47Dat zijn dus ook die drie elementen van het afsterven van die oude mens.

1:20:51Droefheid over de zonde.

1:20:53Het haten van de zonde.

1:20:56En het vlieden van de zonde.

1:21:00Maar er wordt ook wat tegenovergesteld.

1:21:02En dat is vraag en antwoord 90.

1:21:03De opstanding van de nieuwe mens.

1:21:07En dan zie je als je kijkt naar het antwoord dat het ook gaat om een drieslag.

1:21:11Een hartelijke vreugde in God door Christus.

1:21:15Een lust om naar Gods wil te leven.

1:21:18En een liefde om tot Gods eer te leven.

1:21:22Eigenlijk kun je ze tegenover elkaar stellen in antwoord 89 en antwoord 90.

1:21:28Hartelijk leedwezen en hartelijke vreugde.

1:21:34Haten en

1:21:36lust,

1:21:38vlieden en

1:21:40liefde.

1:21:44Als eerste wordt dan genoemd een hartelijke vreugde in God door Christus.

1:21:51Gods woord krijgt waarde voor je.

1:21:54Ook als dat woord je veroordeelt, als dat woord je schuldig stelt.

1:21:59Maar er komt een betrokkenheid op het woord en je wilt meer uit dat woord horen.

1:22:04En er wordt vreugde gevonden in het spreken van de heren.

1:22:09Het geeft blijdschap als je de stem van de heren mag horen.

1:22:14De stem van hem die je hart lief heeft gekregen.

1:22:20Niet dat het altijd even sterk is en dat het altijd even duidelijk wordt beleefd.

1:22:25En ook niet zo dat het woord elke dag zijn kracht doet.

1:22:29Maar het woord gaat niet meer dicht.

1:22:32Je blijft erin lezen.

1:22:33Je blijft erin de heren zoeken.

1:22:37Soms met een schreeuw van binnen je hart dat de heren opnieuw iets van zichzelf daarin aan je bekend maakt.

1:22:45Omdat de vreugde weer mag opbloeien.

1:22:48En dat woord je weer mag leiden tot Christus.

1:22:53Want dat geeft toch altijd de grootste blijdschap.

1:22:56Dat het woord zo open gaat dat Christus erin aan je hart verschijnt.

1:23:06Want zo lezen we het ook.

1:23:08Een hartelijke vreugde in God door Christus.

1:23:14Je kan ook nooit vreugde vinden in God buiten Christus om.

1:23:20Buiten Christus om is God een verterend vuur.

1:23:24Buiten Christus om kun je God niet ontmoeten.

1:23:27Maar alleen door Christus kunnen zondaren vrede vinden met God.

1:23:34Het gaat om het verzoeningswerk van Christus.

1:23:37Die naar deze aarde is gekomen.

1:23:40Om God en mensen met elkaar te versoenen.

1:23:46En zo is hij heel die gang gegaan.

1:23:51Van Bethlehem naar Galilea.

1:23:54Van Galilea naar Jeruzalem.

1:23:56Tot buiten de stad.

1:23:58Het kruishout van Golgotha.

1:24:02Waar hij het vrede heeft gemaakt door het bloed van het kruis.

1:24:08En als daar het zicht op valt.

1:24:12En de heilige geest het licht op laat schijnen.

1:24:17Dan geeft dat toch die grootste vreugde.

1:24:20Verheugd in God.

1:24:23Door Christus.

1:24:27Wat kan dat een zielblijdschap geven of niet?

1:24:30Als je met al je zonden en je ellende uit mag gaan tot de Heer Jezus.

1:24:38En als je mag zien het offer dat Christus aan het kruis heeft gebracht.

1:24:45Een blijdschap die grond heeft.

1:24:47Het zoenbloed van Christus.

1:24:50Zo wordt er weer gemeenschap gevonden met de heren.

1:24:54Dat het weer goed is tussen de heren en je ziel.

1:24:58Die vreugde in God die voortkomt uit de verzoening met God.

1:25:03Een zonder die zich kan verblijden in God.

1:25:06Als hij met God is verzoend door het borgwerk van het lam.

1:25:13Want daarin ligt toch het geheim van de vreugde van een christen.

1:25:19Dat Christus de zonde heeft betaald.

1:25:24De schuld heeft verzoend.

1:25:26En de gemeenschap met God de Vader weer heeft hersteld.

1:25:32De vreugde als je daar iets van mag kennen en ervaren.

1:25:37Dan zijn er dus niet alleen maar, vraag in antwoord 89, die tranen van berauw over de zonde.

1:25:45Maar er zijn er ook die tranen van vreugde.

1:25:48Als je mag zien op Christus.

1:25:51En hoe God door Christus die kloof heeft gedempt.

1:25:59Dat is toch het heerlijkste gezicht.

1:26:02Wat je kan kennen in dit leven.

1:26:05Als God de heilige geest.

1:26:08Daar je ogen die er dicht voor waren.

1:26:11Opent.

1:26:12Als je hem mag zien.

1:26:13In zijn heerlijkheid.

1:26:15In zijn algenoegzaamheid.

1:26:18Als die schuld overnemen.

1:26:19De borg en middelaar.

1:26:22En je hem zo lief krijgt.

1:26:24Dat mag je maar zo zeggen.

1:26:25Dat je van hem niet meer af kan blijven.

1:26:28Dat je de armen van het geloof.

1:26:30Om hem heen slaat.

1:26:32En dat je met de mond van het geloof.

1:26:34Ook hem mag kussen.

1:26:37Als je iets mag zien.

1:26:39Van die heerlijkheid die er schittert.

1:26:41In die middelaar en zaligmaker.

1:26:44De Heer Jezus Christus.

1:26:46En hoe meer je op Christus ook ziet.

1:26:49Hoe bitterder ook de zonden voor je worden.

1:26:53En als je die blik op Christus mag slaan.

1:26:56O dan die onuitsprekelijke vreugde.

1:26:58Die er uit hem wegvloert.

1:27:04dan kun je in de zonde ook geen vreugde meer vinden.

1:27:09Een hartelijke vreugde in God door Christus.

1:27:14En hoe meer je mag proeven van Gods barmhartigheid...

1:27:19en Gods goedheid in Christus...

1:27:22hoe meer die blijdschap in het hart ook toeneemt.

1:27:26Of

1:27:27om het heel eenvoudig te zeggen, hoe sterker dat geloof is...

1:27:31hoe meer vreugde je ook in God...

1:27:36Door Christus mag vinden.

1:27:40Dat is echt niet het enige.

1:27:42Die hartelijke vreugde in God door Christus.

1:27:46Want zegt het antwoord.

1:27:47Het gaat dan ook om een lust en liefde.

1:27:49Om bij de wil van God in alle goede werken te leven.

1:27:55Bij de bespreking van de wet wordt daaruit gebreider op ingegaan.

1:28:00Maar we zien dus ook dat de waarachtige bekering niet alleen openbaar komt in het breken met de zonde.

1:28:05Antwoord 89.

1:28:07Maar dat er ook wat voor in de plaats komt.

1:28:10Een hele andere levensstijl.

1:28:13Een hele andere levenswandel.

1:28:16Dat je in alles de heren gaat bedoelen.

1:28:20En dat je op alle terreinen van het leven dat God het voor het zeggen krijgt.

1:28:25De wil van God die geopenbaard is in de wet.

1:28:30En dan krijg je die wet van God ook hartelijk lief.

1:28:36Het geeft een hele andere levensvisie.

1:28:40Dan ga je niet meer zelf bepalen wat goed en wat fout is.

1:28:44Of laat je je leiden door de publieke opinie.

1:28:47Want dan krijgt Gods woord en Gods wet het laatste woord.

1:28:53Dan wil je geen dingen meer doen die daartegen ingaan.

1:28:56Dan is het niet dat je iets niet mag, maar

1:29:01je wilt dat niet meer.

1:29:02En is het niet iets dat je moet, maar

1:29:07je kan niet anders meer.

1:29:09Het is je begeerte, je verlangen geworden om vanuit Gods wil te gaan leven.

1:29:17En eigenlijk wordt dat samengevat met dat derde woord van antwoord 90.

1:29:22Liefde.

1:29:24Het gaat om de liefde.

1:29:26Want als de Heer je hart heeft omgebogen, dan krijg je Hem, zijn woord, zijn dienst en zijn volk hartelijk lief.

1:29:38En dan draait het in je leven alleen nog maar om de liefde voor de Heren en voor je naasten.

1:29:47En die liefde komt ook op voor de naam en voor de eer van de heren.

1:29:50Dan wil je ook niet anders dan zijn naam beleiden.

1:29:54Bij je studie, op je werk, in de straat waar je woont.

1:30:00En dan kun je soms ook weleens op je strepen moeten staan.

1:30:04Om dingen niet te doen.

1:30:06Juist omdat je niets anders wil dan God te eren.

1:30:12Zo zien we dat die twee dus naast elkaar staan.

1:30:14Elke keer weer.

1:30:15Van aan de ene kant, je gaat breken met de zonde.

1:30:19En er komt ook wat voor in de plaats.

1:30:21Een leven naar Gods wil.

1:30:23Er is droefheid over de zonde.

1:30:26Maar tegelijk ben je ook zo verheugd.

1:30:28Als God je laat zien.

1:30:30Wat er ligt in de Heer Jezus Christus.

1:30:34En dat leidt dan.

1:30:36Nog kort onze laatste gedachte.

1:30:38Tot het doen van die goede werken.

1:30:39Tot de vrucht.

1:30:41Vraag en antwoord 91.

1:30:44Je zou kunnen zeggen dat is de vrucht van de waarachtige bekering.

1:30:48Goede werken die niet aan het geloof vooraf gaan.

1:30:52U zult er vorige week nog wat meer over hebben gehoord.

1:30:56Maar goede werken die opkomen uit het geloof.

1:31:00Je kan een opbekeerde dus ook nooit aanzetten tot het doen van goede werken.

1:31:05Zeker, we worden allemaal geroepen, kracht is Gods verbond.

1:31:09Om te leven naar zijn woord, naar zijn wil, naar zijn inzettingen.

1:31:15In dat opzicht is het ook goed als je hier bent twee keer per zondag.

1:31:19En als je probeert te leven naar Gods geboden.

1:31:23Als we maar niet denken dat we daarmee...

1:31:26trapjes op kunnen om naar boven te klimmen en zo dichter bij God te kunnen komen.

1:31:31Al onze arbeid, die

1:31:35kan voor God niet bestaan.

1:31:39Als we het anders gaan leren, dan kunnen we vergeleken worden met een slechte schilder.

1:31:44Die wel de rotte plekken in het hout ziet, maar ze niet aanpakt.

1:31:48Maar er overheen schildert.

1:31:50En met een mooi verfje lijkt het weer wat.

1:31:53Maar ondertussen blijft het van binnen, blijft het doorrotten.

1:32:00De Heere, die ziet ons hart aan.

1:32:03En dan gaat het er niet allereerst om wat wij doen.

1:32:09Maar het gaat er veel meer om hoe we iets doen.

1:32:14Alleen die uit waar geloof naar de wet gods hem ter ere geschieden.

1:32:25Daar gaat het om.

1:32:26Waar komen onze daden uit voort?

1:32:29Goede werken die naar op te komen uit een waar geloof.

1:32:33Al wat...

1:32:35wat uit het geloof niet is.

1:32:38Dat is zonde.

1:32:40Maar die goede werken dienen dan ook te zijn na Gods wet.

1:32:45En die niet op ons goeddunken gegrond zijn.

1:32:50En niet op menseninzettingen gegrond zijn.

1:32:54Dat moeten we helder houden.

1:32:57Gewoontes, tradities zijn goed.

1:33:01Maar we mogen van gewoontes die...

1:33:04niet op de schrift zijn gegrond...

1:33:06mogen we geen goddelijke wetten gaan maken.

1:33:11Het gaat erom dat alle werken die wij doen...

1:33:15die moeten voortkomen uit een waar geloof.

1:33:19Al wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus...

1:33:23dat houdt zijn waarde.

1:33:26En dat blijft bestaan.

1:33:30Maar als het niet voortkomt uit een waar geloof...

1:33:34als het niet voortkomt uit liefde tot Jezus...

1:33:38Dan mist dat ook zijn waarde.

1:33:42Want het gaat bij die goede werken niet om onze naam.

1:33:45Of om onze eer.

1:33:48Maar om de eer van God.

1:33:50En daarin vindt de waarachtige bekering zijn doel.

1:33:54Wij die in Adam eerovers God zijn geworden.

1:33:58Maar in de waarachtige bekering.

1:34:01Door de genade van God.

1:34:03En als je dan in de gemeenschap met de Heer Jezus Christus mag zijn.

1:34:08Dan ga je die eer van God ook weer bedoelen.

1:34:12En dat leidt dan tot die vrucht van de geest.

1:34:18Het grote wonder dat er nu één is geweest...

1:34:21die werkelijk God heeft geëerd.

1:34:26En die alleen maar goede werken heeft gedaan.

1:34:30Heel zijn leven was naar Gods wil.

1:34:34En dat is het volbrachte werk van de Heer Jezus Christus.

1:34:38Hij was volkomen gehoorzaam.

1:34:40En hij heeft aan Gods recht volkomen genoeg gedaan.

1:34:46En daarom...

1:34:48Als je dan moet zeggen, je schiet in alles tekort.

1:34:51En je brengt er niks van terecht.

1:34:54Zoek het bij hem.

1:34:56Vlucht tot

1:34:59hem.

1:35:00Want niet het offer dat ik breng.

1:35:03Niet de tranen die ik pleng.

1:35:05Schoon ik ganse nachten ween kunnen redden.

1:35:10Maar gij, o Heere Jezus.

1:35:13Gij alleen.

1:35:15En wat is dan de waarachtige bekering?

1:35:20Als we het dan heel eenvoudig zeggen, dat is met de dood in je hart.

1:35:25Uitgaan tot hem die het leven is en het leven heeft verworven.

1:35:32Jezus Christus.

1:35:35Amen.

1:35:35En

1:35:36[GEZANG]

1:38:01laten we de heren danken en bidden.

1:38:04Heren, dan blijft er eigenlijk maar één gebed over.

1:38:07Als

1:38:09een zucht.

1:38:11Heren, bekeer ons.

1:38:14Zo zullen wij bekeerd zijn.

1:38:20En anders niet.

1:38:22Want wij kunnen onszelf niet bekeren.

1:38:25We kunnen geen zonde uit ons leven wegdoen.

1:38:28Misschien nog wel voor de buitenkant, maar niet van binnen.

1:38:31En daarom, Heren, bekeer ons.

1:38:35Werkkrachtig, door woord en geest.

1:38:38Tot doding van de zonden in ons leven.

1:38:42Tot vernieuwing van ons leven.

1:38:45Opdat ons leven tot eer van uw naam mag zijn.

1:38:52In ons leven wordt geloofd en gepreesd.

1:38:56Heren, u kent ze.

1:38:57Die juist met die vragen zitten.

1:38:59Zo bezig zijn en zo mee vastlopen.

1:39:03Dan mag het gebed toch zijn.

1:39:04Neemt u ze aan de hand.

1:39:07En wilt u alles werken in hun leven wat ze behoeven.

1:39:12Wilt u ook zijn met hen die de bekering niet van node hebben.

1:39:18Die het wel goed hebben.

1:39:20En het ook wel goed vinden.

1:39:22Zet ze toch stil.

1:39:24Omdat ze aan zichzelf worden ontdekt.

1:39:27En in hun zielen de vreze wordt gewekt.

1:39:30En dat ze gaan vragen naar die weg der ontkoming.

1:39:35En wilt u al uw volk en kinderen toch leren.

1:39:39Dat alleen het gestorven voor mij de zwanenzang zal zijn.

1:39:45Niets uit zichzelf.

1:39:46Maar altijd weer om de levenssappen te mogen trekken uit Christus.

1:39:53We danken u voor wat u ons gaf op deze dag.

1:39:56Wat van u was, wilt u dat bekronen met uw zegen.

1:40:00Gedenk ons in de week die voor ons ligt.

1:40:03Wat er van ons wordt gevraagd, wat er op ons afkomt, ondersteunt u en sterkt u ons.

1:40:09En geef dat ons leven tot eer van uw naam mag zijn.

1:40:14En dat we naar de mensen om ons heen, waar we die ook ontmoeten, dat we het licht van uw woord mogen verspreiden.

1:40:22Gedenk ook in de avond de jongeren.

1:40:25Geef dan met elkaar een goede ontmoeting.

1:40:27We vragen nu al deze dingen om Christus wil.

1:40:31Uit genade alleen.

1:40:33Amen.

1:40:36We willen nog gaan zingen uit de 56ste psalm.

1:40:41Psalm 56.

1:40:43En daarvan het zesde vers.

1:40:4656.6.

1:40:47Grijp mijn ziel beveiligd voor de dood.

1:40:50En wat er verder volgt in vers 6.

1:40:52[GEZANG]

1:44:23Ga dan heen in vrede met uw draag en de zegen van de Heere die wij in zijn naam op u mogen leggen.

1:44:30De genade van de Heere Jezus Christus.

1:44:33De liefde God en de troostvolle gemeenschap des Heiligen Geestes.

1:44:39Zij en blijven met u allen.

1:44:44Amen.

1:44:45[GEZANG]